Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2002-2003 - pagina 303

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2002-2003 - pagina 303

1 minuut leestijd

AD VALVAS 23 JANUARI 2003

PAGINA 7

Psycholoog Eco de Geus hoopt een medicijn tegen depressies te vinden

Op de rand

'Het brein is net zo complex als het heelal'

Discriminatie

gpjpj|l||(j|gyy,,|,l||j(y|p

mmm

^'»Aiï'SWSWSiw^'M. <S*«.*ft¥»

Peter Strelitski

Volgens Eco de Geus ontstaan depressies door lichamelijke reacties op angst en gevaar

Biologisch psycholoog Eco de Geus probeert de genen te vinden die bepalen of iemand aanleg heeft om depressief te worden. Hij doet zijn onderzoek in het vorige week geopende Centre for neurogenomics. De Geus is optimistisch. 'Misschien lukt het binnen twintig, dertig jaar.' Dirk de Hoog

"Al het menselijk gedrag, inclusief emoties, heeft een biologische compo­ nent. Het gaat altijd om fysiologische processen in het brein en zenuwstelsel die andere lichaamssystemen aanstu­ ren. Geest en lichaam zijn niet te scheiden", stelt Eco de Geus. Hij is sinds juni vorig jaar hoogleraar biolo­ gische psychologie bij de onderzoeks­ groep van Dorret Boomsma, die met haar tweelingenonderzoek veel heeft bijgedragen aan het inzicht in de genetische bepaaldheid van allerlei persoonlijkheidskenmerken. De Geus bestrijdt dat er een slinger­ beweging is in de geschiedenis, tussen fysiologische en sociaal­culturele ver­ klaringen van de menselijke psyche. "Freud bijvoorbeeld dacht heel fysiek over allerlei psychische aandoeningen. Alleen in de jaren zestig kwam er ineens een sterke beweging op die mets van biologische verklaringen Wilde weten. De hippie­dip noem ik dat. Hippies dachten dat alles door de maatschappij en de cultuur kwam. Tegenwoordig is nagenoeg iedereen het er weer over eens dat de biologi­ sche basis van de mens een niet te onderschatten factor is in de psycho­ logie."

Sterren De psycholoog werpt het idee verre Van zich dat bio­psychologische pro­ cessen een veel te simpele verklaring voor menselijk gedrag bieden. "Het

menselijk brein is ongelooflijk inge­ wikkeld. Er zijn meer verbindingen tussen zenuwcellen dan er sterren zijn. Het brein is minstens zo complex als het heelal." En de verbindingen tus­ sen die zenuwcellen, betoogt De Geus, veranderen continu. Er zijn zoveel factoren in het spel, dat de bio­ logische processen die het gedrag bepalen, niet te voorspellen of volledig te verklaren zijn. Genetische aanleg is een van de belangrijke biologische factoren die de mens maken tot wat hij of zij is. "Die aanleg bepaalt de grenzen van een individu. Je hersenen bijvoorbeeld hebben een maximale capaciteit. Intelligenter dan je hersenen toelaten, kun je niet worden. Maar of je die maximale capaciteit bereikt, komt door maatschappelijke factoren, zoals opvoeding en onderwijs." De Geus noemt als voorbeeld een jongetje van zeven die de hele dag in de mijnbouw werkt en het zoontje van een profes­ sor, dat de hele dag boven de boeken zit. "Dat kans dat dat eerste jongetje zijn volledige intellectuele capaciteiten ontwikkelt, is natuurlijk veel kleiner dan bij het tweede jongetje." Omdat in onze samenleving iedereen ongeveer dezelfde kansen krijgt op het gebied van onderwijs, is de genetische component in intelligentieverschillen bij ons heel groot. "Tachtig a 85 pro­

cent. Je kunt zeggen: hoe egalitairder de samenleving is, des te belangrijker zijn de genetische verschillen."

Muizen Een van de onderwerpen waarmee De Geus zich bezighoudt, is het ontstaan van depressies. Daar doet hij onder­ zoek naar binnen het vorige week aan de vu geopende C entre for neurogeno­ mics and cognition research. Hoe komt het dat de ene mens afschuwelijke dingen meemaakt en dat emotioneel redelijk stabiel doorstaat en een ander al van kleine gebeurtenissen volledig depressief raakt? "We weten dat genetische aanleg een rol speelt bij het ontstaan van depres­ sies. Daarmee kun je ongeveer de helft van de verschillen tussen mensen verklaren. De een heeft meer aanleg dan de ander. Maar er moet altijd een gebeurtenis zijn die tot een depressie leidt, bijvoorbeeld het overlijden van een partner, een ongeluk of werkloos raken. Dat je een genetisch verhoogde kans hebt op een depressie, wil niet zeggen dat je die ook ooit automatisch krijgt." Welke genen een rol spelen bij depres­ sies is onbekend. Dat is een van de zaken die de centrum wil uitzoeken. Mogelijk zijn er tientallen, zo niet honderden genen bij betrokken. Een

Zelfs sporten is genetisch bepaald Om uit te zoeken in welke mate menselijke eigenschappen genetisch bepaald zijn, vergelijken wetenschappers een­ en twee­eiige tweelingen. De eerste zijn genetisch identiek, de tweede niet. Blijken eeneiige tweelingen op bepaalde kenmerken meer overeenkomsten te hebben dan twee­eiige, dan is dit een duidelijke aanwijzing voor een genetische component. Dankzij het tweelin­ genonderzoek, opgezet door vu­hoogleraar Dorret Boomsma, is inmiddels van tientallen kenmerken bepaald in welke mate genetische factoren van invloed zijn. Door de bank genomen blijkt ongeveer de helft van de verschillen tussen eigenschappen van personen op de genen terug te voeren te zijn. Per ken­ merk bestaan verschillen. Zo zijn verschillen in intelligentie op 27­jarige leef­ tijd in hoge mate (85 procent) genetisch te verklaren. Bij religiositeit speelt genetica echter geen enkele rol. Voor kenmerken als het opzoeken van sensa­ tie, of angstigheid, verklaren de genen voor ongeveer de helft de verschillen tussen mensen. Zelfs bij het wel of met sporten lijkt een belangrijke geneti­ sche factor nog een rol te spelen. Van sommige ziektes is duidelijk dat die in hoge mate genetisch bepaald zijn. Zo wordt de kans of iemand de aandachtsstoornis ADHD ontwikkelt, voor negentig procent door de genen voorspeld. (DdH)

van de middelen om die genen te vin­ den, zijn proeven met dieren. Als je weet welke genafwijking bij muizen depressies veroorzaakt, kun je bij mensen kijken of overeenkomstige genen ook een rol spelen bij depres­ sies. Volgens De Geus hebben depressies veel te maken met een fysiologische reactie op gevaar en angst. "Dan gaat het lichaam als het ware automatisch op het gaspedaal staan. Er komen allerlei stressreacties op gang, zoals het aanmaken van de hormonen adre­ naline en Cortisol. We denken dat als zo'n stressreactie te lang duurt, pro­ cessen in de hersenen op hol slaan."

Pilletjes De erfelijke factor zorgt ervoor dat de ene mens eerder een overmatige stress­ reactie heeft dan een ander. "Ons doel is de genen te vinden die de vat­ baarheid voor depressies verhogen. Als je kunt uitvinden welke eiwitten deze genen aanmaken, of dat juist niet doen, zou je in theorie een genees­ middel tegen depressies kunnen maken. Laten we optimistisch zijn. Dat lukt misschien binnen twintig, dertig jaar." De chemische aanpak van depressies is volgens De Geus niet de enige werkzame aanpak. "Waar het om gaat is de stressreactie te stoppen, zodat het lichaam weer normaal gaat func­ tioneren. Dat kan bijvoorbeeld ook door aandacht te geven. Sociale steun neemt tenslotte angst weg." Dus is toch niet alles biologisch bepaald? "Dat zeg ik niet. Als ik tegen jou praat, schieten miljoenen neuronen door jouw hersenen. Praten brengt een verandering in de hersenen op gang. Psychotherapie kan je biologie dus ook ten goede veranderen, zeker in combinatie met medicijnen." De Geus denkt met dat er ooit pille­ tjes op de markt komen om preventief tegen depressies te slikken. "Met medicijnen grijp je in bij allerlei pro­ cessen in de hersenen. En als je ingrijpt in de hersenen, verander je iemands persoonlijkheid. Ik denk dat je dat alleen moet doen, als iemand echt een probleem heeft. Niet alleen omdat er genetisch een kans is dat je ziek wordt. Dan kan het middel erger zijn dan de potentiële kwaal."

Luie aso's die een reeds overvolle lift instappen en doodleuk op het knopje voor de volgende verdieping drukken, zullen wel nooit verdwij­ nen, ook niet aan de vu. Maar het liften in het hoofdgebouw gaat wel een stuk sneller sinds er twee nieu­ we liften zijn geïnstalleerd. Ze gaan harder en de wachttijden zijn aan­ toonbaar korter. Dus dat is winst. Dat kan straks, als alle liften zijn voorzien van een nieuwe kooi en een nieuw besturingsmechanisme, alleen nog maar beter worden. De nieuwe liften zijn ook slim. Ik ben eens aan het hoofd van de lift­ monteurs. Peter Koppers, gaan vra­ gen wat dat precies inhoudt, zo'n slimme lift. Het betekent dat de lif­ ten, die computergestuurd zijn en met elkaar communiceren, op een gegeven moment precies weten waar op welk moment van de dag de meeste liften nodig zijn. 's Morgens tussen negen en tien uur bevinden zich bijvoorbeeld veel liften in de buurt van de begane grond, waar het dan altijd heel druk is. De liften zijn ook gehandicapt­ vriendelijk, want de keuzetoetsen bevinden zich op zodanige hoogte dat een rolstoeler er makkelijk bij kan. De nummers zijn bovendien in braille naast de toetsen gezet. Maar ­ sorry dat ik het zeg ­ voor niet­gehandicapten is het juist een stuk moeilijker geworden om de toetsen te bedienen. Om sommige toetsen te kunnen bereiken moeten we diep bukken (slecht voor de rug) en het glimmende chroom van de toetsen maken de cijfers erop slecht leesbaar. Ik wil met lullig doen, maar wij niet­bimde, niet­rolstoelers zijn met veel meer dan diegenen die wel een visuele handicap hebben of zich m een rolstoel moeten verplaatsen. Waarom moeten wij ons aanpassen aan een verwaarloosbare minder­ heid? Voorheen moest iemand in een rol­ stoel aan zijn of haar medeliftge­ bruikers vragen om voor hem of haar op een van de bovenste knop­ pen te drukken. Geen probleem, toch? Je bent er om de medemens te helpen. Ik ben niet te beroerd om even voor iemand op een knopje te drukken. Mits vriendelijk gevraagd, natuurlijk. Maar in die nieuwe liften is het de omgekeerde wereld: wij, niet­gehan­ dicapten moeten voortaan aan onze rolstoelende medeliftgebruikers vra­ gen om voor ons de toetsen waar we niet bij kunnen, in te drukken. Om de te weten welke toets met welke verdieping correspondeert hebben we bovendien de hulp van een blm­ de nodig. Maar wees eens eerlijk: hoe groot is de kans dat we een rol­ stoelende medeliftgebruiker treffen? En de kans dat er een blinde in de lift staat, is natuurlijk helemaal ver­ waarloosbaar. Er zijn, geloof ik, twee blinde studenten aan de vu. Eén van hen is eens door Ad Valvas geïnterviewd. Het is niet eerlijk. Niet­gehandicap­ ten zijn hulpeloos in de nieuwe lift. De ziende, niet­rolstoelende, over­ grote meerderheid wordt gewoon gediscrimineerd! Zo, het hoge woord is eruit. Peter Breedveld

In Op de rand staan voorvallen in de marge van het universitaire nieuws.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2002

Ad Valvas | 588 Pagina's

Ad Valvas 2002-2003 - pagina 303

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2002

Ad Valvas | 588 Pagina's