Ad Valvas 2002-2003 - pagina 7
AD VALVAS 22 AUGUSTUS 2002
I PAGINA 7
Hoe de samenstelling van je introductiegroepje je leven kan bepalen
Vriendschap als toevalstreffer Als je gaat studeren verandert er veel in je vriendenkring. Klasgenoten die je vroeger dagelijks zag, gaan in een andere stad wonen en zelf ontmoet je in korte tijd veel nieuwe mensen. Maar waarom raak je met de ene persoon bevriend en met de andere niet? Je moet er niet te hoogdravend over doen, vindt socioloog Gerhard van de Bunt. 'Vriendschappen worden voor een groot deel door toeval bepaald.'
balans zijn. Een vriendschap waarbij twee vrienden heel verschillend denken over een derde persoon is in principe met stabiel. "Je ziet dan vaak dat mensen hun mening bijstellen, of dat de vriendschap minder intensief wordt." Er zijn ook vriendschapstheoriën die stellen dat juist de verschillen tussen mensen belangnjk zijn, omdat mensen in de ander iets zoeken wat ze zelf met hebben. Volgens Van de Bunt speelt dit wel een rol, maar pas in een later stadium. "Pas als mensen een groot aantal dingen gemeenschappelijk hebben, zien ze hun verschillen als een meerwaarde, maar mensen die volledig anders zijn worden vrijwel nooit vnenden. Zelf heb ik één goede vriend, die overtuigd WD'er is. Verder hebben we heel veel gemeen en daarom is het juist extra leuk dat hij liberaal is. Waren er nog veel meer verschillen geweest, dan waren we nooit vrienden geworden."
We moed Visser "De studie is een van de breekpunten in een mensenleven, waarbij iemands hele sociale netwerk verandert", vertelt vu-socioloog Gerhard van de Bunt, die onderzoek deed naar de sociale netwerken van eerstejaarsstudenten. Hij ontdekte dat factoren als het wel of niet op kamers wonen en het wel of niet hetzelfde studieprogramma volgen vaak bepalend zijn voor de ontwikkeling van vriendenkringen. Langzamerhand blijven van je middelbareschooltijd alleen de echt goede vrienden over. De mensen die met wie je graag naar de sportschool ging of in de kroeg zat, blijken vrij gemakkelijk in te wisselen voor nieuwe contacten. Na je studietijd, op nieuwe breekpunten in je leven, verandert meestal weer een deel van je vriendenkring: als je gaat werken, als je van baan verandert, als je kinderen krijgt en als je gaat scheiden. "Natuurlijk houd je altijd wel een paar vrienden over uit eerdere periodes van je leven, maar je maakt in een nieuwe levenssituatie nieuwe contacten en meestal vallen er daardoor een aantal oude vriendschappen af, gewoon omdat je geen tijd hebt om met iedereen bevriend te blijven", aldus Van der Bunt. Maar wat maakt dat het klikt tussen sommige mensen? Dat zij al meteen in de introductieweek meer met elkaar te bespreken hebben dan de onbenulligheden als waar ze vandaan komen en of ze al een kamer hebben? Uitstraling? Golflengte? Volgens Van de Bunt wordt er vaak veel te hoogdravend over vriendschap gedaan. Hij bleek bij het verklaren van een aantal vriendschapsnetwerken goed uit de voeten te kunnen met rationele uitgangspunten, zoals het nutsdenken uit de economie.
Kosten en baten Van de Bunt bestudeerde de sociale netwerken van eerstejaarsstudenten sociologie en van twee groepen collega's in een ziekenhuis. "Het is niet zo dat mensen hun vrienden bewust op rationele gronden uitkiezen, maar de vriendschapsnetwerken binnen de groepen kon ik wel verklaren van-
Rokershoek
Binnen vriendschappen werken volgens Van de Bunt dezelfde wetten als In de economie uit deze rationele argumenten", vertelt hij. Vriendschappen zijn volgens hem uit te drukken in termen van kosten en baten: het moet op de een of andere manier voordelig zijn voor jou en voor de ander om vriendschap te sluiten. "Dat voordeel kan heel breed zijn, bijvoorbeeld dat iemand dezelfde interesses heeft, of dat iemand populair is m de groep. Maar je kunt ook contact met iemand onderhouden, omdat jullie de enigen zijn die een beetje buiten de groep vallen en omdat je anders niemand hebt om vrienden mee te zijn." In zijn onderzoek kwam Van de Bunt al dit soort vriendschappen tegen. De groep studenten verschilde van de ziekenhuiscollega's in die zin dat er onder studenten geen hiërarchie bestaat, waardoor opportunistische vriendschappen, om hogerop te komen, niet voorkomen. Van de Bunt: "Bovendien zitten studenten allemaal in hetzelfde schuitje; ze studeren, zijn ongeveer even oud, gaan meestal net zelfstandig wonen en hebben vrij veel tijd voor sociale contacten. Dat maakt het onstaan van vriendschappen relatief gemakkelijk." Gemeenschappelijkheid is een van de belangrijkste ingrediënten voor een vriendschap. Mensen met dezelfde mteresses, politieke overtuiging of smaak worden sneller vrienden dan mensen die in veel opzichten van elkaar verschillen. Bij de eerstejaarssociologen in het onderzoek was het opvallend dat meisjes meer vnendschappen onderhielden met meisjes en jongens meer met jongens. Ook de relatief kleine leeftijdsverschillen tussen de studenten speelden nog een rol.
Van de Bunt verklaart de hang naar gelijkheid ermee dat de kosten van een vriendschap met een gelijkgestemde lager zijn, terwijl de baten hoger zijn dan bij een vriendschap met een volledig ander type mens. Immers, als je erg verschillend bent, moet je over van alles onderhandelen, omdat het niet vanzelf spreekt dat je bijvoorbeeld samen naar een metalbandje gaat en met naar de opera. Het is voor beide partijen in zo'n geval onzeker of de gemeenschappelijke activiteiten hun plezier zullen opleveren.
Balans De neiging naar gemeenschappelijkheid is volgens Van de Bunt ook de verklaring waarom je vriendenkring verandert als je levenssituatie anders wordt: je groeit uit elkaar omdat je niet meer zo veel gemeenschappelijk hebt. "Iedereen kent wel de verhalen van groepen dertigers, die uiteenvallen in vriendengroepen met kinderen en zonder kinderen. Vaak kunnen mensen nog steeds wel goed met elkaar opschieten, maar hun belevingswereld is totaal uit elkaar gegroeid." Binnen een vriendschap moet er ook een soort balans zijn. Mensen voelen zich het prettigst bij een contact als ze allebei ongeveer even erg aan elkaar gehecht zijn. D e vriendschap moet niet van één kant komen, "Als iemand door heeft dat zijn pogingen tot vriendschap niet worden beantwoord, trekt zo iemand zich vrijwel altijd terug", vertelt Van de Bunt. Ook in meningen over anderen moet er een
Om echt vrienden te worden moet je niet alleen veel gemeenschappelijk hebben, maar elkaar ook langere tijd regelmatig zien en dat hangt vaak af van banale toevalligheden, bijvoorbeeld dat je allebei rookt en daardoor m de pauzes automatisch in rokershoek zit, of dat je vaak hetzelfde stuk met de metro moet reizen of zelfs dat je achternaam met dezelfde letter begint, waardoor je een grotere kans hebt om bij elkaar in een groep te worden ingedeeld. Van de Bunt: "Eigenlijk zijn het naast de gelijkenissen vooral dit soort dingen die bepalen of je vrienden wordt. In het ziekenhuis zag ik dat het uitmaakte hoe ver de kamers van mensen van elkaar verwijderd zijn. Toen er een deel van de afdeling verhuisde zag je dat er andere sociale contacten ontstonden." Onderzoeken in Amerikaanse studentenhuizen in de jaren vijftig lieten zien dat de studenten die het dichtst bij de gemeenschappelijke trap woonden, het meest contact hadden met hun huisgenoten, simpelweg omdat iedereen langs hun kamer naar binnen en naar buiten liep. Het maakt dus wel degelijk uit met wie je in de iDEE-week in een groepje zit, en of je op het introductiekamp tot de nachtbrakers behoort, die 's avonds het vuur uitmaken of tot de vogelaars die voor het ochtendlicht al weer met de verrekijker op stap zijn. Van de Bunt bestudeert inmiddels netwerken tussen bedrijven en met meer tussen eerstejaarsstudenten, maar soms vallen hem nog steeds dingen op. "Bij scw krijgen alle studenten in het eerste jaar een vak dat algemene werkgroepen heet (AWG) . Dat vak volgen ze in groepen van vijftien die op basis van toeval zijn samengesteld. Vrijwel niemand kent elkaar aan het begin. Studenten moeten veel samen doen. Een jaar of drie later kom ik in de bibliotheek of de kantine regelmatig groepjes studenten tegen, in dezelfde samenstelling waarin ze bij mij in hun eerste jaar AWG hebben gevolgd. In dat opzicht is het een erg belangrijk vak."
Nieuwe staatssecretaris staat door bezuinigingen voor pittige klus
Annette Nijs: van olie naar hoger onderwijs Peter Hanff/HOP Misschien is er wat verbeeldingskracht voor nodig om een vrouw die zich jarenlang met olie bezighield, aan tafel te zien met hogeronderwijsbestuurders en Studentenbonden. D e WD haalde haar nieuwe staatssecretaris van Onderwijs uit Manilla, op de Filipijnen. T o t dat moment ging Annette Nijs (40) door het leven als ^global ecommerce manager' bij Shell. Voor diezelfde werkgever was ze eerder gestationeerd in Oman ('92-'95) en Londen ('95-'01). Dat verklaart haar relatieve onbekendheid in Nederland. In het buitenland duikt de naam Annette Nijs wat vaker op. Zo het ze in maart 2000 in World Bunkering, een magazine over olietransport en opslag, haar licht schijnen over de concurrentiepositie van de haven van Hongkong. Door haar jarenlange ervaring in de energie-industrie belandde ze op de sprekerslijst bij de opening van de Said Business School van de prestigieuze universiteit van Oxford, in februari dit jaar. Nijs heeft echter ook enige directe
Annette Nijs ervaring met hoger onderwijs. Voor de London Business School, waar ze in 1999 haar MBA-diploma haalde, doceerde ze onder meer e-business.
Trots meldt de instelling op haar website dat Nijs het in Nederland heeft geschopt tot secretary of state for education. Met de Nederlandse bestuurscultuur had Nijs al eerder kennisgemaakt. In 1986 werd ze lid van de WD-partijcommissie Sociale Zaken en twee jaar later volgde het voorzitterschap van de Jongeren Organisatie voor Vrijheid en Democratie (JOVD). Bovendien was ze lid van de Sociaal Economische Raad, die met zijn vertegenwoordigers van de Kroon, werkgevers en werknemers dé belichammg van het poldermodel is. N u is Nijs als staatssecretaris van Onderwijs onder meer verantwoordelijk voor studiefinanciering, universiteiten en hogescholen. Uitzondering wordt gevormd door de lerarenopleidingen, die door het politiek gevoelige lerarentekort in het takenpakket van CDA-Onderwijsminister Maria van der Hoeven zijn beland.
Degradatie Daarmee trekken de christendemocraten de lijn van de afgelopen vier jaar
door. Camiel Eurlings, afgelopen kabinetsperiode onderwijswoordvoerder van het CDA, moest als het om de lerarenopleidingen ging wijken voor Van der Hoeven, die toen nog Kamerlid was. Ook de overheveling van het hoger onderwijs uit het takenpakket van de minister naar dat van een staatssecretaris draagt een duidelijk CDA-stempel. De grootste regeringspartij vindt dat de problemen in basis- en voortgezet onderwijs onder de directe verantwoordelijkheid van de minister moeten worden aangepakt, en daarvoor moet het hoger onderwijs wijken. Alleen al die degradatie suggereert dat Nijs voor een pittige klus staat. Ook in het regeerakkoord staat weinig goed nieuws voor het hoger onderwijs. T o t en met 2006 moet 143 miljoen euro worden bezuinigd en dat beperkt de ruimte voor Nijs om universiteiten en hogescholen iets extra's toe te stoppen. Daartegenover staan de aanhoudende claims van met name de universiteiten. Honderden miljoenen euro per jaar moeten erbij voor fundamenteel
onderzoek, onderwijsvernieuwing, IGT en gebouwen. Nijs heeft nog geluk dat het hbo zich qua financiële eisen gedeisd heeft gehouden na het geknoei van een aantal hogescholen met studentenaantallen, die mede dienen als basis voor de bekostiging. Daarmee is wel meteen een van lastigste dossiers uit de portefeuille van NIJS genoemd, omdat haar manoeuvreerruimte beperkt is. Zorgen dat de onderste steen boven komt, zou een radicale breuk betekenen met het beleid van oud-mimster Loek Hermans. D e partijgenoot van Nijs het de instellingen zelf rapporteren hoe fout ze waren geweest, en dat is over het algemeen met de beste garantie dat de waarheid volledig in beeld komt. Kiest de nieuwe staatssecretaris daarentegen de zachte lijn, dan kan de oppositie - afhankelijk van haar kwaliteiten als debater - nog veel plezier aan Nijs beleven. Een mooie testcase zal zich aandienen op het moment dat het onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar de hbo-fraude naar buiten komt. Een moment dat trouwens al maanden op zich laat wachten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2002
Ad Valvas | 588 Pagina's