Ad Valvas 2002-2003 - pagina 493
^ ^— AD VALVAS 15 MEI 2003 i
PAGINA 5
De opmars van superspringstaartje Bodemvervuiling kan de evolutie van sommige insecten versnellen. Dat ontdekte dierecologe Ingrid Sterenborg tijdens onderzoek aan springstaarten. Staat ons een invasie van superinsecten te wacliten? Jos van den Broek De vrees voor insecten en spinnen heeft de hoofden van talloze filmmakers op hol gebracht Wie heeft er niet gegriezeld bij Steven Spielbergs Arachnophobia? D e eerste in het entomofobe filmgenre en nog steeds beschouwd als de beste is Them! uit 1954. Net als in het latere Empire oftheAnts dreigen retizenmieren de wereld over te nemen. Gelukkig ontbreekt het de superbugs aan genoeg hersens om 'us' eronder te krijgen. De boodschap van alle cinefobieën: je kunt maar beter uitkijken
als je giftig afval dumpt, een nieuwe atoombom uittest of met D N A knutselt. Helemaal onziimig is de veronderstelling niet dat gif en radioactiviteit de erfeUjke eigenschappen van insecten kunnen veranderen. Veel muggen, vliegen en andere zespotigen zijn al resistent geworden tegen D D T en andere landbouwvergiften die insectenplagen moeten bestrijden. D e evolutie is nog lang niet afgelopen. Door het milieu met steeds maar nieuwe chemische stoffen te belasten, versnellen we dit natuurlijke proces zelfs.
Bierkratjes Dierecologe Ingrid Sterenborg ontdekte dat ook zware metalen de evolutie van bepaalde insecten kunnen versneUen. Vorige week donderdag promoveerde ze op dit
onderwerp bij de vakgroep Dierecologie. Sterenborg bestudeerde springstaarten: primitieve, zeer nuttige insecten die rottend plantenmateriaal tot humus verwerken. De maximaal vier millimeter kleine vleugelloze insecten zijn vaak te zien tussen bladeren en houtafval in de tuin. Alle bodemdieren die in de strooisellaag leven, zijn samen met schimmels en bacteriën onontbeerlijk voor de kringloop van voedingsstoffen in de natuur. D e biologe vergeleek springstaarten in met cadmium verontreinigde bosbodems met die in relatief schone bossen. Cadmium is een giftig metaal dat tot voor kort werd gebruikt om bijvoorbeeld bierkratjes rood te kleuren. Dat is nu verboden. Sommige primitieve bodemdieren zijn tolerant geworden voor dit bodemverontreinigende gif: ze blijven in leven door het zware metaal in hun darm op te slaan.
Bij elke vervelling scheiden ze het weer uit m een zogenoemde darmprop. Dieren die tolerant zijn voor het metaal, kuimen er relatief meer van uitscheiden doordat ze meer van een metaalbindend eiwit kunnen maken. Is het erg dat sommige springstaarten door een evolutionaire aanpassing beter tegen cadmium kunnen? Dat is toch alleen maar voordelig? Slerenborg relativeert deze gedachte: "Door deze onnatuurlijke selectie neemt de natuurlijke variatie af De dieren worden daardoor extra kwetsbaar voor andere verontreinigingen."
Stekeblind Blijft de vraag of er door oimatuurlijke evolutie ooit reuzeninsecten kurmen ontstaan. Nee dus. De wetten van de fysica verbieden dat. Zo zou een tot reusachtige proporties opgeblazen insect door zijn poten zakken en stekeblind zijn vanwege de natuurkundige eisen die facetogen stellen. We kuimen dus gerust zijn: reuzermiieren en -springstaarten zullen tot in lengte van dagen alleen maar als bedenksels van science-fictionschrijvers kunnen bestaan.
Margit Rem brengt het veertiende-eeuwse Middelnederlands in kaart
Klerken maakten onze taal Peter Breedve d
Ambtenaren mogen nu dan eerder als taalbedervend gelden, in de Middeleeuwen leverden ze een grote bijdrage aan de ontwikkeling van het Nederlands tot uniforme taal. Dat is een van de conclusies die IVIargit Rem trekt in haar proefschrift 'De taal van de klerken uit de Hollandse grafelijke kanselarij'.
even jaar lang bracht taalkundige Margit Rem door met het lezen en vergelijken van veertiendeeeuwse ambtelijke stukken. Zeven jaar van archieven doorspitten, oorkonden bestuderen en dialectvarianten verzamelen. , Hoe houd je dat leuk? Rem kijkt oprecht verbaasd bij die vraag. "Het is heel erg leuk", zegt ze. " O m zo'n oorkonde uit de Middeleeuwen voor je te hebben liggen, vaak voorzien van een prachtig zegel, dat open te vouwen..." Ze houdt ook wel van puzzelen, vertelt ze. "En ik vind het prettig om in mijn eentje onderzoek te doen, in mijn eigen hoofd bezig te zijn." Bovendien is de ambtelijke taal uit de Middeleeuwen een andere dan het vaak ondoorgrondelijke jargon dat ambtenaren tegenwoordig bezigen. "In de veertiende eeuw deden ambtenaren juist h u n best om zo begrijpelijk mogelijk te schrijven, ook al moest zo'n oorkonde ook toen juridisch goed dichtgetimmerd zijn", aldus Rem. Een ambtelijk stuk uit de middeleeuwen leest dus aanzienlijk plezieriger dan de schrijfsels van het hedendaagse ambtelijke apparaat.
De
' e bedoeling van Rems onderzoek was om de herkomst van de taal van de klerken uit de omgevmg van de graaf van Holland te achterhalen. Dat deed ze aan de hand van dialectvarianten in die oorkonden: zo werd in de veertiende eeuw het woordje 'kerk' in de ene streek geschreven met een 'e' en in een andere met een 'i': 'kirk'. Ook 'zullen' verschilde van streek tot streek: 'zelen' of 'zolen'. Rem verzamelde dergelijke dialectvarianten uit tweehonderd verschillende oorkonden van grafelijke klerken uit de periode 1300-1340, waarvan de herkomst onbekend was en vergeleek die met varianten m een corpus van 2700 oorkonden waarvan de herkomst wél bekend was. "Het woord 'bitalen' - betalen - komt bijvoorbeeld vaak voor in oorkonden uit de kop van Noord-Holland", legt Rem uit. "Als in een oorkonde behalve 'bitalen' ook nog het woord
'scoudig' staat - dat is schuldig - en 'twisken' - oftewel tussen -, dan heb je een ontzettend grote kans dat die oorkonde, althans de schrijver ervan, ergens uit de kop van Noord-Holland komt."
"Het woordje 'mit' - met - kon bijvoorbeeld honderd keer voorkomen in één enkele oorkonde, terwijl in negen andere oorkonden uit dezelfde plaats in totaal maar één keer de variant 'met' voorkwam.
Z^o kreeg Rem een goed zicht op de ontwikkeling van het Middelnederlands in de veertiende eeuw, en de verdeling van de verschillende dialecten. "In mijn proefschrift wordt het veertiende-eeuwse Middelnederlands voor het eerst taalkundig opengegooid", aldus Rem.
LJe computer zou dan ten onrechte kunnen concluderen dat in een bepaalde streek het woord 'mit' dominant is, terwijl slechts één scribent het woord consequent gebruikt en anderen de vanant 'met' gebruiken, zij het minder vaak." De computer moest dus zo worden geprogrammeerd dat ze zich niet liet foppen door dergelijke misleidende gegevens.
"In de veertiende eeuw deden annbtenaren juist hun best zo begrijpelijk mogelijk te schrijven" Het Middelnederlands werd in die tijd voor het eerst als officiële taal gebruikt. T o t 1280 had het Latijn die functie. Per streek verschilde Middelnederlands zo sterk, dat iemand uit Limburg maar moeilijk iemand uit Zuid-Holland kon verstaan. "Je ziet dat die scribenten dan proberen om tot een meer algemeen Middelnederlands te komen", zegt Rem. "Ze beïnvloedden elkaar ook in hun taalgebruik, waardoor je in een oorkonde Zeeuwse, Vlaamse, Utrechtse, Hollandse en Brabantse dialectvarianten kunt tegenkomen."
Re
^em werkte met een computerprogramma van VU-wiskundige Evert Wattel. Daarmee werden de overeenkomsten in dialect berekend tussen de gelokaliseerde en de niet-gelokaliseerde oorkonden. Er moesten wel wat valkuilen worden vermeden.
i N adat ze vele tientallen oorkonden had bestudeerd, ging Rem de schrijvers ervan, hoewel anoniem, ook een beetje leren kennen. "Dan vouwde ik een oorkonde open en herkende ik het handschrift uit oorkonden die ik al eerder had besmdeerd. 'Hé, dit is er weer een van die man', dacht ik dan." Van sommigen kon ze de carrière volgen. "Die begonnen dan bijvoorbeeld als veelschrijver in Henegouwen, maakten carrière en eindigden als belangrijk ambtenaar binnen de 'Hollandse kanselarij', het ambtelijke scribentenapparaat, van de graaf van Holland." Echte carrièremakers mochtens op een gegeven moment hun oorkonden zelfs ondertekenen met hun eigen naam. Melis Stoke, de auteur van de Rijmkroniek van Holland - een geschiedenis van het Hollandse gravenhuis van 689 tot 1305 -, was zo iemand. "Q kjoms trap je in een valkuil", vertelt Rem. ' Zo was ik op het spoor van iemand, een 'Joharmes', waarvan ik al zeven oorkonden had gelezen, altijd voor de graaf van Holland. Ik nam dus aan dat Johannes een klerk was van de graaf, maar bij toeval ontdekte ik een oorkonde die hij had geschreven voor kamerling en zegelbewaarder Willem van Duvenvoorde. Toen ik verder ging zoeken, ontdekte ik dat Joharmes in dienst was van Van Duvenvoorde en wel eens iets voor de graaf van Holland deed. En zo los je bij toeval weer een stukje van de puzzel op."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2002
Ad Valvas | 588 Pagina's