Ad Valvas 2002-2003 - pagina 261
AD VALVAS COLUMNWEDSTRIJD
PAGINA 9
Zo mag ik niet denken van mijn psyciiiater
}e PARAVU [004 veroorzaakte de doorbraak in het apsychologisch en homeopathisch ;rzoek aan de oude vu een omwente Zelfs de naam van de universiteit i daarom veranderd. Sindsdien geldt nieuwe toelatingseis: studenten worden tstop intuïtieve vaardigheid. Ze moeten woordpuzzels oplossen, geschreven in jlstrekt onbekende talen. Wie slaagt, t zes )aar lang gratis op de strikt afge ie campus. H e t nieuwe, helderziende 'an bestuur verdient enorme sommen stilte, op de effectenbeurzen. ensa 'eet je uitsluitend mineraal. Dode ten li slecht, planten deugen ook niet zi)n betrapt op het wortelen in dode regen 3. Uit gasflessen zuurstof, stikstof, waterstof itamers cokes bereidt Hoogovens de ethisch en opathisch verantwoorde maaltijden. Valvas bestaat niet meer en internet is afgehaakt; dereen op de campus communiceert middels gerich te telepathie. Voor het omgaan met de buitenwereld is de UB enorm vergroot. Er werken honderden beroepslezers, wier brem tijdens werkuren binnen de PARAVU kan worden afgetast. Opgeleid wordt in mediamieke vaardigheden. Tijdens tentamens ki)ken docenten je astrale lichaam, aura, chakra's en zo meer na. Ze moeten wel waarschuwen voordat ze gaan focussen, om ongewenste meditatieve intimiteiten te voorkomen. Hertentamens geschieden door tarot kaarten te leggen. Er zijn heel wat studierichtingen: wichelroedelopen, hand opleggen, graancirkelen, acupuncturen, reïncarneren, leylijntrekken en nog veel er. :mene Vorming kweekt begrip voor hsers die niet mee kunnen komen met de ve wetenschap: economen die hoogstens quitte spelen aan de roulette, rechters lis bestraffen, historici die herontdekken wat wij onder ons al lang wisten. igscentrum masseert de geesten van roekelozen die h u n eigen toekomstige echt tslag, faillissement, en zelfs overlijden hebben verkend. lan de ParaVrijeUniversiteit; dank zij die oude VU waar ze al aan parapsycho eopathie deden...
Bijna struikelend stapt de hoofdpersoon van deze column langs de scheve en met allerlei afval opge bouwde 'studentenwoningen' richting het neonverlichte vugebouw. Het is een sombere regenachti ge morgen. Uit een van de gaten van de woningen steekt een nog net niet wegbezuinigde student zijn hoofd naar buiten en roept "mogguh!" naar de passerende vrouw. Nijs kijkt, groet en loopt verder. Eindelijk in haar kantoor sloft Nijs zuchtend naar haar secretaresse en vraagt hoe het staat met de slui ting van de onrendabele faculteiten. "Alles is geregeld, maar u moet straks nog even op een betogink je spreken. Niets bijzonders", is het antwoord. Op weg naar de betoging ziet ze, naast het grote logo van een sponsorende oliegigant, de foto van het kabinetBalkenende van tien jaar geleden. Even denkt ze terug aan die goede oude tijd. Ze was geweldig geweest als politicus en ze had veel bijgedragen aan de verbeteringen en de j»*^ idealen van weleer. Maar ze denkt ook terug aan de voor haar zo jammerlijke dagen die " daarna kwamen. De val van het kabinet, het verlies van de WD en haar stille aftocht uit de politiek. Ze had gelukkig nog heel simpel een baantje weten te versieren bmnen de onderwijswereld. Na wat smeer en steekwerk kon ze aan de slag als manager rector magnificus klonk zo stoffig van de vu. Er was toch heel wat verbeterd sinds haar tijd. De overheidssubsidies waren afge schaft en de financiering gebeurde nu door reclame en onderzoek voor het bedrijfs leven. D e samenleving hoefde niet meer te betalen en de universiteiten waren markt gerichter geworden. Nutteloze studies waren door de afgenomen vraag opgeheven en er was gelukkig minder onderzoek naar irrelevante wetenschappelijke zaken. Het had Nijs logisch geleken om faculteiten met veel nutteloze studies te slui ten en dat was zonder al te veel tegenwerking gelukt. Wetend dat ze prachtwerk heeft geleverd, sloft ze verder. Eigenlijk wilde ze helemaal niet in dit vervelende onderwijsinstituut werken. Al die jonge mensen werken op haar zenuwen. En ondanks de alom aanwezige felle en vrolijke reclames op de muren en frisdrankautomaten, vindt ze dit maar een deprimerend gebouw. "Maar nee", denkt ze, "zo mag ik niet denken van mijn psychia ter. Ik moet de positieve kanten zien. Zo erg is het nu ook weer niet; een villa, een luxe auto en als een van de weinigen in het hoger onderwijs nog een goed salaris." En met deze vrolijke gedachte stapt ze op het podium om dat studententuig eens een lesje te leren. Matthias van Rossum, eerste jaars geschiedenis
ten, emeritus hoogleraar en gastmedewerker bij de afdeling paleoecologie en paleokü de faculteit Aard en Levenswetenschappen
m m een grote hal waarin enorme borden rate 'ormatie over faculteiten, beurskoersen, ureaus en promoties over hem uitstort d belandde hij in een ruimte waar :n enorm scherm een man in toga dachtig luisterend gehoor toesprak, g ving termen op als 'uitdagingen', 'epen', 'geldstromen', 'inbedding' !H|sbestuiving'. "Jaja", mompelde hij, ordt weer eens anders. Nieuwe wijn zakken. Groot, groter, grootst. Het nBabelcomplex." nd was hij in de kelder van het terechtgekomen. Rode schoon ;entjes, batterijen bakken waarin ler, computeronderdelen en en gedeponeerd konden worden. oek stond een oude ladenkast, die v ^ g bekend voorkwam. Hij liep infen veegde met zijn hand wat stof aeyoorkant. Een etiket werd zichtbaar opschrift 'Anmionieten'. Voor trok Neerslag een lade open. In £ doosjes lagen daar sieriijk onden schelpen van uitgestorven tvissen. Tijdgenoten van de orme dinosauriërs tot een meteo 'ag miljoenen jaren geleden een l d aan hun gezamelijk bestaan ^' Te gespecialiseerd om te kunnen overleven. T e groot, onhandig. erslag haalde een van de schelpen uit het doosje, keek er ndachtig naar en legde hem voorzichtig terug. Hij glimlachte i schoof de la weer dicht. "Het komt allemaal wel goed", ;cht hij, later stond hij weer bij het busstation. "Men kent en vindt 'tandplaats zelfs met meef, zong het in zijn hoofd. \iroelstra, hoofddocent bij de faculteit Aard en Levennoeten
y 4é'
Victorie voor de VU Sinds mijn pensionering vindt vubezoek sporadisch plaats. Maar deze mooie meidag anno 2012 kom ik de oratie van een oudcollega aanhoren. Voor ik mij in het hol van de vurige griffioen waag kuier ik wat rond, tijd genoeg. Die Boelelaan is mooi niet meer de oude. Tien jaar geleden stak ik nog bijna dage lijks de drukke rijbaan over richting station, lenig laverend door het verkeer. N u is het een levendig voetgangersdomein. Even een bankje opzoeken op het intieme bomenrijke plein rondom de klaterende Fontein der Wetenschappen, schuin voor het rode gebouw. Studenten bevolken vooral het terras verderop, velen druk gebarend naar hun beeldschermtelefoons. Het voortvarende college van bestuur dat destijds kans zag om in vruchtbare samen werking met het gemeentebestuur de niet aflatende verkeersstroom deels ondergronds om te leiden, verdient het wat mij betreft om hier in brons permanent te waken. Het was destijds investeren m groei en omgevingskwaliteit, of een provinciale universiteit in het zakenhart blijven. De Zuidasdiscussies en hoe mee te surfen op de miUenniumbouwgolf lie pen hoog op toen het economisch getij tijdens het tweede kabinetBalkenende even flink tegen stond. Leegstaande kantoorpanden durfde dat college toen op te kopen voor studen tenhuisvesting. Succes! Nadat omgevingsfactoren een hoge prioriteit hadden gekregen, is de vucampus krachtig gegroeid en verbouwd. Eigenlijk begon de victorie bij mijn oude faculteit voor Aarden Levenswetenschappen. Wij, ons bewust van onze sterke positie in de vuster en onze mogelijkheden, maar tegelijk onze gebondenheid aan een berucht saai bètagebouw, pikten die decennia zo normaal gevonden fantasie loosheid niet langer. Op eigen kosten kwam er een stijlvolle stenentuin voor een energieke entree. Boze tongen beweerden destijds dat vooral de royale reserves van de aardwetenschappers geïnvesteerd werden, maar slechts hun overtollige stenencollecties werden eraan opgeofferd. Toen dit schoons minder smdenten deed besluiten om hun heil in de Utrechtse Uithof te zoeken kon de imiversiteit niet achterblijven. Nadat ook nog het ziekenhuis wat was verplaatst en meer de hoogte in ging, kwam er woonruimte vrij voor toestromende buitenlandse masterstudenten en gastdocenten en werd het voort varende vucampusbeleid een landelijk begnp. Ik schrik op uit mijn overpeinzingen. Waar blijft de tijd! Snel naar die oratie. Iets te snel voor mijn leeftijd schiet ik het hoofdgebouw m. Tot mijn verbazing ontwaar ik een royale roltrap naar dne audi toria. Ik zoef omhoog, richting orgelspel dat mmiddels traditie is bij hooggeleerde in en uittredes. Anne Fortuin, hoofddocent bij de faculteit Aard en Levenswetenschappen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2002
Ad Valvas | 588 Pagina's