Ad Valvas 2002-2003 - pagina 400
AD VALVAS 20 MAART 200;
PAGINA 4
Dankzij Pim Er is niets zo erg als onderwijs te moeten verzorgen tegen de desinteresse van studenten in. Uit mijn eigen studiejaren herinner ik me dat stoere jongens niet naar colleges medische psychologie of sociale geneeskunde gingen omdat het geen wittejassendisciplines waren. Ze waren al echte dokters die wisten dat je aan al die flauwekul niets hebt. Maar helaas, er is niets erger dan een arts die niet goed kan luisteren naar andere mensen en niet aanvoelt waar de patiënten precies voor komen. Zelfs een prostituee weet meer van de echte behoeften van mensen af dan een arts die alleen maar in de bloeduitslagen van mensen geïnteresseerd is. Wij geven ongelooflijk belangrijk en interessant onderwijs over de verwachtingen van allochtone gebruikers van de zorg en de manier waarop die zorg daarop kan aansluiten. Dat heb je heel hard nodig als je in 2015 arts bent. Van de driehonderd studenten verschenen er in voorgaande jaren soms vijftien op een college. Vreselijk. Je schaamt je dood ten opzichte van mensen die voor 45 euro (meer heeft de universiteit er niet voor over) uit een andere hoek van het land komen om een goed verhaal te vertellen. Maar dit jaar was het anders. Het blok Cultuur en Gezondheid is net afgerond en iedereen die eraan heeft meegewerkt zegt dat het fantastisch was. Het gonst in onze kamers van enthousiasme omdat er zo veel respons was. We nemen maar aan dat we het aan de elfde september en Pim te danken hebben dat er meer mensen kwamen en dat er veel meer discussie was dan anders. Kranten en weekbladen moeten tegenwoordig de ruimte tussen de advertenties vullen met berichten over de multiculturele samenleving. Het leeft meer dan ooit en het is ook een emotioneel gespreksonderwerp geworden. De onverschilligheid is verdwenen. Maar het is niet alleen de mode van de dag; het komt ook doordat we meer allochtone studenten hebben dan anders. Het is weer leuk om onderwijs te geven, zelfs aan medische studenten.
Ivan Woljfers is hoogleraar gezondheidszorg en cultuur in het VU Medisch Centrum. Hij schrijft eens in de negen weken een column.
Ondertussen op de Noordermarkt...
Vergadering op de bank: Gilda Roozeboom, Caroiien Hoogland en Raphael Klijn (vInr) bespreken hun excursieplannen op de Boerenmarkt
...krioelt het van de mensen. Waar de rest van de stad op zaterdagmorgen half elf nog stil en leeg oogt als een negentiende-eeuwse foto, verdringt men zich hier al rond de kraampjes van de boerenmarkt. Grote manden worden gevuld met broden, kazen, shii-takes en andere biologische heerlijkheden. Aan de rand van de markt, naast de kinderschommels, zitten op een bankje in de voorjaarszon Caroiien Hoogland, promovenda bij het VU- Instituut voor Milieuvraagstukken (IVM), Gilda R o o z e b o o m , studente milieuwetenschappen, en Raphael Klijn, lid van de studentenraadsfractie PS/SRVU. Gilda met een kop koffie op schoot, Caroiien met een thermoskan aan haar voeten ("zoethoutthee, biologisch"), Raphael met een zak vijgen binnen handbereik. Openluchtontbijt na een nacht stappen? Nee, hier wordt vergaderd. "Dit is de kick off-meeting voor de excursie die we op 10 mei organiseren naar biologische bedrijven rond Amsterdam", licht Caroiien toe. "We willen graag meer biologische producten in de VU-mensa en zo'n dag met studenten en medewerkers kan lekker enthousiasmerend werken." Waarom die kick off hier plaatsvindt? "Zo'n ongebruikelijke locatie leek me leuk. En in dit geval ook passend." D e drie kennen elkaar van de duurzaamheids-
werkgroep van de VU, maar het excursieplan is een initiatief van Caroiien persoonlijk. De IVMpromovenda: "Ik wil niet alleen bezig zijn met beleid, met voor de rest van de samenleving denken. Zo af en toe iets concreets doen is ook belangrijk. Stel je voor dat de mensa straks biologische kaas uit de Beemster biedt naast die industriële kaas in folie! Dat zou echt iets toevoegen aan mijn eigen werkomgeving. Dan is de VU niet meer alleen een leerfabriek." En dus stellen de drie te midden van gelijkgezinde consumenten een lijst van actiepunten op. Dat er rond Amsterdam genoeg interessante bedrijven te bezoeken zijn, staat al wel vast. Al wil Caroiien nog even van de anderen horen of zij ook in zijn voor^Mn-bedrijven, "een bierbrouwerij of zo". Prima, antwoorden Raphael en Gilda. Maar dan. Hoe krijgen ze voldoende excursiegangers? Dat vraagt om een gericht pr-beleid. Gilda noemt namen van faculteitsblaadjes, Caroiien meldt dat ze een mailadres heeft aangemaakt waar geïnteresseerden meer informatie kunnen aanvragen. En Raphael stelt voor in ieder geval een gerichte uitnodiging te sturen aan de OR-leden van de commissie Arbo Milieu - "die zijn weinig bezig met dit soort praktische plarmen". Ook Caroiien heeft al een lijstje in haar hoofd van mensen die ze direct gaat benaderen. Want
al wil ze in de eerste plaats een leuke dag organiseren, het is uiteindelijk natuurlijk wel de bedoeling dat de mensa zijn aanbod aanpast. En dus moeten er ook decision makers mee. Plus degenen die hen kunnen overtuigen. Ze ziet bijvoorbeeld al een ontmoeting voor zich tussen een mensakok en een vakgenoot uit een biologische grootkeuken - "dan kan die vertellen hoe hij het aanpakt. Dat werkt beslist beter dan wanneer ik op zo'n kok ga inpraten." D e koffie is op, de thermoskan leeg. Terwijl Caroiien haar laatste aantekeningen maakt, stopt er een fietser voor het vergaderbankje. Vragende blik: "Hoi, zijn jullie de excursiecommissie?" Het is D a n a van Breukelen, studente culturele antropologie aan de VU. Ze had van een vriendin over deze vergadering gehoord en wil graag meedoen. Beetje laat, maar dat geeft niets, zegt Caroiien: "Er is altijd nog wel wat te doen." En dus worden er e-mailadressen uitgewisseld en vergaderdata doorgegeven. Maar dan is het echt tijd om de markt op te gaan. Want stel je voor dat die heerlijke broden straks uitverkocht zijn... Anne Pek Voor meer informatie over de excursie kun je een mailtje sturen naar etenisweten@nodigtuit.nl.
'II Poldermodello' hooguit met de mond beleden Samen met kaas en wiet is het jarenlang Nederlands meest geliefde exportproduct geweest: het poldermodel. Bij ons kan de werknemer gewoon naar z'n baas toestappen om te vertellen dat hij het ergens niet mee eens is, om dan vervolgens met de baas in kwestie tot een compromis te komen. In theorie dan. Toch is het waar: Nederland is een opvallend niet-hiërarchisch land. De politie is je beste kameraad en de minister-president kachelt op de fiets over het Binnenhof Niet dat we in Nederland geen standsverschillen kennen, maar iemand die al te erg laat merken dat hij boven de rest staat wordt niet gewaardeerd. Kapsones, noemen wij dat. Ook op de universiteiten is die mentaliteit goed merkbaar. Natuurlijk staan studenten niet op dezelfde sport van de hiërarchische ladder als professoren, maar toch is het volkomen geaccepteerd om 'jij' tegen je docenten te zeggen en ze bij de voornaam te noemen. Bovendien is het geoorloofd om het, zelfs als eerstejaars, met je professor oneens zijn. Dat kan. Dat mag. Je mag het zelfs hardop zeggen.
In Italië hebben de poldermodel-missionarissen uit Nederland de afgelopen jaren ook flink hun ideeën lopen werven, maar veel verder dan een veritaliaansing van het woord il poldermodello.' is men hier niet gekomen. Italianen zijn namelijk gek op hiërarchie. Zeker op de universiteiten. De Italiaanse professor staat aan de top van het universum, of toch tenminste aan de top van zijn eigen collegezaal. (Of haar collegezaal: in Italië zijn er veel meer vrouwelijke hoogleraren dan in Nederland. Maar dat is ook niet zo moeilijk- er bestaat een soort hitlijst van het percentage vrouwelijke hoogleraren aan de universiteiten van een grote groep landen in de wereld, en daarop bungelt Nederland ergens rond plaats 130, na Botswana ofeo.) Natuurlijk spreek je de professor aan met 'u' en 'professor'. Naarmate de hooggeleerde heer of dame meer heeft gepubliceerd of bijvoorbeeld aan het hoofd van een afdeling staat, wordt het nog ingewikkelder. Je kunt de status meestal het beste aflezen aan het aantal assistenten dat de professor
ter beschikking staat, en hoeveel secretaresses die dan weer hebben. Als je met een professor wilt praten, kun je natuurlijk niet zomaar zijn kantoor binnenlopen: er moet een afspraak gemaakt worden met de secretaresse van de assistent. De secretaresse heeft echter natuurlijk niet de beschikking over de agenda van de egregio professore dus het is altijd maar afwachten of er ook iemand komt opdagen voor zo'n afspraak. Ik ken een meisje dat al drie maanden aan het proberen is om haar hoogleraar te spreken te krijgen. Eén keer was het bijna gelukt. Nadat ze twee uur in zijn kantoor op hem had zitten wachten kwam hij ineens binnenlopen. Helaas moest hij daarna ook meteen weer weg omdat hij een andere afspraak had. Zelf studeer ik gelukkig aan een kleine faculteit met weinig studenten: de professoren kermen ons bij naam en dat maakt de sfeer een stuk gemoedelijker. In het laboratorium waar ik werk doet de professor zelfs wel eens mee met een spelletje flipper op de computer. Hij is de topscoorder. Dat dan weer wel.
Vierdejaars archeologie en preliistorie Daphne Lentjes studeert de komende tijd in Lecce, in de halc van Italië. Maandelijks vertelt ze over wat ze daar meemaakt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2002
Ad Valvas | 588 Pagina's