Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2002-2003 - pagina 123

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2002-2003 - pagina 123

9 minuten leestijd

AD VALVAS 1 0 OKTOBER 2 0 0 2

PAGINA 7

Project onderwij Sportfolio maakt studenten bewust van sterke en zwakke punten

Zelf bepalen wat je wilt leren

Een uitputtende kennis van de Franse grammatica, het periodiek systeem of Poolse delingen is leuk, maar in het dagelijks leven heb je vaak meer aan vaardigheden als kunnen samenwerken en onderhandelen. Het project 'onderwijsportfolio' bij Sociaal-Culturele Wetenschappen moet maken dat studenten zulke vaardigheden bewust ontwikkelen. Tekst: Weltnoed Visser, illustratie: Berend Vonk Sanneke Quist (22) is helemaal om. Ze heeft meer plezier gekregen in studeren, houdt haar vakken beter bij en voelt zich betrokken bij de universiteit. Voor de derdejaars antropologie is het onderwijsportfolio een ontdekking. Quist, die mentor is van een groep eerstejaaars, was aanvankelijk nogal sceptisch. "Ik vond het een beetje soft om over je doelen en zwakke punten te gaan kletsen. Maar het is echt heel goed. Ik ben veel meer gaan nadenken over mezelf en mijn studie. In die mentorgroep moet ik eerstejaars iets vertellen over hoe je goed studeert. Dat confronteerde mij ook met mijn eigen studiehouding, ik was eigenlijk nogal laks, had veel hertentamens. N u is studeren meer een bewuste keuze, waar ik probeer tijd voor vrij te maken." Een onderwijsportfolio is een map waarin studenten hun vorderingen bijhouden in het aanleren van allerlei vaardigheden, zoals presenteren, interviewen, onderzoeken en samenwerken. Het is bedoeld als tegenhanger van de cijferlijst, waarin eigenlijk alleen geregistreerd staat wat een student weet. Het onderwijsportfolio gaat over wat iemand kan. Voor Therese Onderdenwijngaard, die het project bij scw begeleidt, is de essentie van het portfolio dat studenten zelf vaststellen wat ze belangrijk vinden en welke vaardigheden ze willen leren. Ik ben niet degene die verzint wat ze moeten leren, dat doen ze zelf en dat verschilt van persoon tot persoon. Iemand kan bijvoorbeeld minder goed zijn in presenteren en willen leren om vlot een verhaal voor een groep te vertellen." Alle eerstejaarsmentoren bij scw doen

mee aan het portfolioproject. Ze hebben aan het begin hun doelen en verwachtingen van het mentoraat op papier gezet en ook waar ze goed in zijn, waar ze minder goed in zijn en wat ze willen leren. H u n taak als mentor is om een groep eerstejaars te begeleiden bij het aanleren van studievaardigheden en presenteren. Om de paar weken schrijven de mentoren een reflectieverslag, waarin ze beschrijven hoe het begeleiden hen afgaat. In samenspraak met Onderdenwijngaard, die van huis uit psychologe is, stellen ze hun doelen bij. Het portfolioproject bij SCW is erg klein. Er zijn ongeveer twintig mentoren en die worden intensief begeleid. Afgelopen voorjaar moesten ze een sollicitatiebrief schrijven, waarin ze uitlegden waarom ze mentor wilden worden. In individuele gesprekken stellen de mentoren samen met hun begeleider hun doelen vast. De studenten beoordelen hun eigen ontwikkeling vervolgens zelf, ook het portfolio is voor de student zelf en wordt niet door een docent beoordeeld. In augustus organiseerde SCW twee' trainingsdagen voor de aankomend mentoren. Onderdenwijngaard is blij met de kleinschaligheid van het project, omdat het betekent dat zij 'haar' mentoren intensief kan begeleiden. "Ik geloof dat zoiets als een portfolio het best werkt als je het intensief en individueel begeleidt en als mensen zelf vaststellen wat ze willen leren. Je moet het niet te veel standaardiseren. Als je als opleiding stelt dat studenten een aantal vaardigheden moeten behalen, krijgt het onderwijsportfolio een volstrekt andere betekenis." Toch ziet

ook Onderdenwijngaard in dat het ondoenlijk is om elke student op deze intensieve manier te begeleiden. "Ik ben er dan ook nog niet uit hoe wij dit zouden moeten invoeren voor alle scw-studenten", bekent ze.

Vervelende verplichting Een van de redenen waarom de vu proefdraait met onderwijsportfolio's is dat studenten lang niet altijd goed zicht hebben op wat ze kunnen. Regelmatig krijgt Eleonore Vos, loopbaanadviseur van het Centrum voor Studie en Loopbaan, pas afgestudeerden op haar spreekuur die weinig idee hebben van wat hun vaardigheden zijn. Zijn ze goed in onderhandelen, in presenteren, in samenwerken of juist in onderzoeken? Vaak zijn studenten zich nauwelijks bewust van de ervaring die ze tijdens hun studie hebben opgedaan op deze terreinen. Toch zijn het vooral dit soort vaardigheden waarop werkgevers screenen. En ook voor studenten zelf is het belangrijk om te weten waar ze goed en minder goed in zijn en wat ze leuk vinden. Daarom is Vos samen met haar collega Sanne Meeder begonnen met het project onderwijsportfolio op de vu. Vooralsnog lopen er alleen pilotprojecten, bij SCW en natuurkunde, theologie en wijsbegeerte. "Het idee komt uit Engeland en ook in Nederland zijn momenteel veel onderwijsinstellingen bezig iets als een onderwijsportfolio op te zetten", vertelt Vos. "In het hbo is het al heel gewoon." Onderdenwijngaard, begeleider bij SCW, zat in de trein onlangs naast een hbo-studente, met een hele dikke map op schoot, waar portfolio op stond. "Die student moest zoveel lijsten bijhouden dat het een vervelende verplichting werd. Dan schiet het volgens mij zijn doel voorbij", denkt Onderdenwijngaard. Scw-mentor Naomi de Groot (20, derdejaars BCO) heeft met behulp van het portfolio geleerd daadkrachtiger te zijn in haar groep. "Ik had in het begin erg de neiging om als ik iets voorstelde aan mijn mentorgroep en die reageerde niet meteen enthousiast, het weer terug te trekken en te zeg-

Op de rand Slimme lift

gen: 'Oké, dan gaan we iets anders doen.' N u durf ik beter mijn eigen dingen door te zetten, als ik ervan overtuigd ben dat iets een goed idee is." Inmiddels heeft ze haar doel op dit gebied bereikt. "Bij het vorige begeleidingsgesprek met Therese Onderdenwijngaard kwamen we erop uit dat het weinig zin heeft om nog daadkrachtiger te willen zijn, dus nu moet ik weer een ander doel formuleren. Ik ben daar nog niet uit." Saimeke Quist heeft geleerd gemakkelijker te improviseren. "Ik heb een grote groep van 22 eerstejaars. Als daarvan een keertje de helft niet komt opdagen, moet je je college heel anders inrichten dan wanneer ze wel allemaal komen. Ik ben zelf nogal een controlefreak, dus ik kon daar in het begin behoorlijk gestresst van zijn. N u denk ik eerder: 'Ik zie wel hoe het loopt.'" Ook De Groot is tevreden over hoe het gaat in haar mentorgroep. "Ik vond het belangrijk om een open sfeer te creëren, waarin studenten elkaar eerlijke feedback zouden durven geven. Ik geloof dat dat langzamerhand steeds beter gaat."

Dagboek Quist en De Groot zijn er beiden van overtuigd dat het portfolio hen heeft geholpen. "De resultaten van je eigen ontwikkeling zijn veel zichtbaarder, omdat je tevoren hebt geformuleerd wat je wilde leren. Zonder portfolio had je als mentor ook wel veel dingen geleerd, maar was je je daar minder van bewust geweest", denkt Quist. De Groot beschouwt haar portfolio als een soort dagboek. "Ik schrijf gewoon wat in me opkomt, over hoe de bijeenkomsten met de eerstejaars gingen en hoe ik me voelde. Ik weet dat drie mensen - Therese Onderdenwijngaard, Sanne Meeger en Eleonore Vos - onze portfolio's kunnen lezen, maar ik vertrouw hen. Het is ook wel prettig dat zij wat verder van je af staan. Ik heb er bijvoorbeeld geen behoefte aan om mijn reflectieverslagen aan medestudenten te laten lezen. Ik schrijf het wel samen met een vriendin, maar we lezen eikaars verslagen niet."

Tegen beter weten in vnirmt een student zich in de overvolle lift. Door zijn arm tussen de reeds dichtgaande liftdeuren te steken heeft hij kunnen voorkomen dat de lift zonder hem zou venrekken. Met een tevreden uitdrukking op zijn gezicht drukt hij op het enige knopje in dat nog niet brandde: de tweede verdieping. Wat hem betreft kunnen we vertrekken. Maar de lift vertrekt niet. Er klinkt een hoge, doordringende pieptoon en een rood signaal licht op: 'Lift overbelast.' De jongen kijkt er verbaasd naar, maar verbindt er geen consequenties aan. Hij blijft gewoon staan. "De lift is overbelast", roept iemand. "Je moet er dus weer uit." Even kijkt de jongen verongelijkt, maar dan valt het kwartje. Hij stapt uit. Meteen brandt het rode signaal niet meer. Die jongen ziet dat en stapt prompt de lift weer in. Die is immers niet meer overbelast? Zie je wel, hij kan best nog mee. Het gepiep begint weer en het rode signaal licht ook weer op. De jongen geeft het op en besluit de trap te nemen. "Is nog gezonder ook!" roept iemand hem na. Er wordt gegrinnikt. De deuren sluiten zich, de lift stijgt op. Eén verdieping verder gaan de deuren weer open en wurmen zich maar liefst twee mensen naar binnen. Het rode signaal licht weer op, de pieptoon klinkt weer. Iedereen zucht eens diep. Waarom duurt de renovatie van de liften in het vu-gebouw zo lang? Het was al een crime om dagelijks een aantal keren tussen de vijftiende verdieping en de begane grond te moeten pendelen vóórdat de liften werden gerenoveerd. Maar nu er structureel twee liften per liftgroep buiten werking zijn, is het om moedeloos van te worden. Van de oproepen aan studenten en medewerkers om, als het even kan, de trap te nemen lijken maar weinigen zich iets aan te trekken. En dus heerst er tijdens de spitsuren topdrukte in de lifthal en de liften. Want mensen wachten blijkbaar liever vijf minuten om zich als een sardientje per lift te kunnen laten vervoeren dan dat ze twee trappen lopen. Dit vol te moeten houden tot september 2003! Want zolang zal de renovatie duren, heeft de gebouwendienst laten weten. Het hoofd van de afdeling bouwbeheer, Fr,anc van Nunen, dus maar gebeld, en hem wanhopig gevraagd: waarom zo lang? "Er komt een hoop organisatie en logistiek bij kijken", vertelt Van Nunen. "Dit is de krapste planning die haalbaar is. Sneller gaat het echt niet." Voor het eigenlijke werk aan de liften kan beginnen moet er namelijk een heel scala aan veiligheidsmaatregelen worden genomen en dan kunnen er per lift maar twee man aan het werk - de werkruimte is maar krap - die, bijvoorbeeld voor het vervangen van de liftdeuren, één verdieping tegelijk kunnen afwerken. Dus meer mensen op dat renovatieproject zetten heeft geen enkele zin. Maar als het werk klaar is zullen er minder storingen zijn, belooft Van Nunen. De liften zullen sneller gaan en slim zijn. Ze zullen namelijk leren op welke verdieping er op welk moment van de dag de meeste vraag is naar een lift, en daaraan zullen ze hun bewegingen aanpassen. Straks hebben we dus liften die minder lui zijn en een hoger IQ hebben dan de meeste studenten aan de Peter Breedveld In Op de rand staan voorvallen in de marge van het universitaire nieuws. Wie vindt dat de redactie ergens aandacht aan moet besteden, kan suggesties mailen naar: redactie@advalvas.vu.nl.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2002

Ad Valvas | 588 Pagina's

Ad Valvas 2002-2003 - pagina 123

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2002

Ad Valvas | 588 Pagina's