Ad Valvas 2003-2004 - pagina 279
AD VALVAS 22 JANUARI 2004
PAGINA 7
Arbeidspsycholoog Edwin van Hooft:
Weetjes
'Planmatig werk zoeken loont'
Chemokuur Het nieuwe medicijn BNP7787 voorkomt nierschade na een chemokuur. Oncologe Miranda Verschraagen, die op 23 januari hoopt te promoveren, toonde door middel van dierproeven aan dat dat BNP7787 beschermt tegen de nierschade die wordt veroorzaakt door cisplatine. Dit is een van de actiefste anti-kankermiddelen, maar behalve de kankercellen tast het ook normale cellen aan. Dit kan onder andere onherstelbare nierschade veroorzaken. BNP7787 blijkt nu te kunnen beschermen tegen die nierschade, zonder het anti-kankereffect van cisplatine te verminderen. (PB)
Vrouwen zoeken anders naar een baan dan mannen, en allochtonen anders dan autochtonen. Dat ontdekte arbeidspsycholoog Edwin van Hooft (28) tijdens zijn promotieonderzoek naar wat werkzoekenden motiveert. En: vertrouwen in de eigen arbeidsmarktkansen doet er nauwelijks toe.
Poldermodel Het poldermodel wordt overschat. Dat stelt politicoloog Noël Vergunst in zijn proefschrift over sociaal-economische beleidsvorming in moderne kapitahstische democratieën. D e afgelopen jaren is Nederland geroemd voor zijn poldermodel en de miraculeuze banengroei. Overleg tussen sociale partners en overheid zou hebben bijgedragen aan economisch herstel en hervorming van de sociale zekerheid. Vergunst betoogt echter dat Nederlandse vakbonden zwak zijn en over het algemeen slechts kunnen instemmen met het regeringsbeleid. Voor zover er al sprake was van een poldermodel, hield dat volgens Vergunst niet in dat overleg tussen vakbonden en overheid tot een succesvol sociaaleconomisch beleid leidde, maar hooguit dat de legitimiteit van de centrale overheid niet ernstig is afgenomen. Vergunst hoopt op 29 januari te promoveren, (PB)
Annette Wiesman Je hebt uitzendkrachten, werklozen, mensen van Turkse afltomst en een representatieve steekproef van de bevolking vragen voorgelegd over hun drijfveren bij het zoeken naar werk. Wat zijn je meest opvallende vondsten? "Tussen mannen en vrouwen zijn er wat drijfveren betreft geen verschillen. Ik verwachtte juist van wel, omdat vrouwen socialer zijn ingesteld. In een apart onderzoek onder uitzendkrachten gaven vrouwen wel vaker dan mannen aan dat de mening van hun naasten belangrijk was bij het al dan niet reageren op een vacature." Zijn mannen niet statusgevoeliger, en in die zin juist meer gericht op de mening van anderen? "Absoluut, maar dan gaat het ze niet zozeer om de mening van mensen uit hun directe omgeving, zoals bij vrouwen. Daar wil ik graag vervolgonderzoek naar doen."
Streng
Je onderscheidt twee belangrijke invloeden bi] het zoeken naar werk: persoonlijke motivatie en de invloed van familie en vrienden. Bij allochtonen is die sociale invloed veel sterker dan bij autochtonen. Hoe verklaar je dat verschil? "Autochtone Nederlanders zijn sterker beïnvloed door de ik-cultuur, waarbij het gedrag meer bepaald wordt door
Betekent een strenge milieuwetgeving automatisch een verslechtering van de concurrentiepositie van een land? Nauwelijks, zegt econoom Abay Mulatu. Het zijn immers vooral de sterk vervuüende industrieën die te lijden hebben onder strenge milieumaatregelen. Vaak wordt gesteld dat die zich zullen gaan vestigen in landen met een minder strenge wetgeving, maar daarbij wordt vergeten dat de meest vervuilende industrieën meestal ook het meest kapitaalintensief zijn. Ze vestigen zich dus daar waar het meeste kapitaal voorhanden is. En aangezien de landen met de strengste milieuwetten meestal ook de kapitaalkrachtigste zijn, loopt het volgens Mulatu allemaal niet zo'n vaart. (PB)
Kans op werk via... Personeelsadvertentie Uitzendbureau Informele kanalen Open sollicitatie CWI Internet Anders
2000
2002
22% 18% 18% 18% 5%
19% 17% 24% 11% 3% 6% 20%
19%
Bron Research voor Beleid/Arberdsvoorziening 2003
individuele overwegingen dan in collectivistischer culturen." 'evers zijn niet creatief in het werven van allochtonen. Wat kan er beter? Allochtonen zoeken vaker via uitzendbureaus en persoonlijke netwerken. Veel werkgevers lopen die groep nns doordat ze vooral werven met Vacatures in de krant en op internet." iMgen deze resultaten niet een beetje voor de hand? (zucht) "Ach ja, dat verwijt van die open deuren. Dat is nu eenmaal Wetenschap. Je gaat met de meest aannemelijke ideeën aan de slag en die worden vaak bevestigd. Pas als je M onderzoek naar doet, weet je het ook zeker. Net zo vaak ook blijkt dat wat )e verwacht helemaal niet het geval te zijn." je wijst het vertrouwen van mensen in wn eigen sollicitatievaardigheden aan a's derde belangrijke factor bij het zoeken naar werk. Is iemands vertrouwen in zijn mnsen op de arbeidsmarkt niet veel <>dangn]ker? Dat denkt iedereen intuïtief, maar oat is alleen indirect zo. Bij kansrijke werkzoekenden kan het juist twee Kanten op werken: ze solliciteren meer omdat ze het minder onplezierig vin•^en, of juist minder omdat het ze toch el lukt. Bij de groep werklozen die ik neb onderzocht is er geen verband wssen hun verwachte succes en de •"ate waarin ze solliciteren zinvol vinden."
'Allochtonen zoeken vaker via uitzendbureaus, terwijl werkgevers vooral werven vla vacatures in de krant' Wie heeft wanneer het meeste succes? "Ik heb gevraagd naar de situatie na vier maanden. Mensen met concrete voornemens bleken meer succes te hebben dan anderen. Wel waren de geleverde inspanningen voor de groep Turkse ondervraagden minder lonend dan voor de representatieve groep. Misschien doordat ze minder hoog zijn opgeleid en minder vaak vanuit een werkende situatie solliciteren, of wellicht door discriminatie." Je hebt de werkelijke kansen van de verschillende groepen op de arbeidsmarkt niet betrokken bij je onderzoek. Is dat niet jammer?
"Het gaat niet om de feitelijke situatie op de arbeidsmarkt, maar om de manier waarop die wordt ervaren. De perceptie bepaalt het gedrag. Ook bij een gunstige arbeidsmarkt kun je het idee hebben dat je kansloos bent." Moet het Centrum voor Werk en Inkomen zijn werk nu anders gaan doen? "Hoe concreter de plannen die je maakt, hoe groter de kans dat je een baan vindt. Het CWI zou samen met cliënten specifieke plannen kunnen opstellen. En een doelgroepenbeleid is verstandig. Mensen die uit een groepsgerichte cultuur afkomstig zijn, moet je ook als groep benaderen."
Meer kans op werk 1. Leuk om zeker te weten: wie veel tijd stopt in het zoeken naar een baan heeft ook beduidend meer kans er een te vinden. 2. Maak concrete, zo gedetailleerd mogelijke plannen, zoals: maandagmiddag naar het uitzendbureau, dinsdag vacatures zoeken, et cetera. 3. De succesvolste strategieën zijn de aloude: het informeren bij potentiële werkgevers, sollicitatiebrieven schrijven en sollicitatiegesprekken houden. Achterhaal vacatures via persoonlijke contacten. Houd bedrijven die reorganiseren in de gaten en informeer of er vacatures aankomen (zie tabel). 4. Bedenk eerst goed watje wilt voor je gaat solliciteren. Bijna een kwart van de hoger opgeleiden gaat gebukt onder solllcitatieangst. Tijdens het afstuderen bedenken ze ineens dat ze werk moeten vinden en solliciteren ze in het wilde weg. 5. Verwacht niet te veel van solliciteren via internet. In vijf procent van de gevallen leidt het inschakelen van een cv-bank op internet door werkgevers tot het vinden van een geschikte kandidaat. De massaliteit van de reacties, het gebrek aan persoonlijk contact en de slechte bereikbaarheid zijn belangrijke nadelen.
Hoe dan? De familie ook maar uitnodigen? "Bijvoorbeeld door via organisaties bijeenkomsten te organiseren. Het heeft in ieder geval weinig zin als de omgeving niet meewerkt. Verder is het zinvol werkzoekenden ook indirect te stimuleren, door bijvoorbeeld aan hun sollicitatievaardigheden te werken. T N O Arbeid experimenteert momenteel met een sollicitatiecursus waarin naast het gewone sollicitatiewerk aandacht is voor het zelfbeeld van deelnemers, en hoe om te gaan met tegenslagen." Hoeveel saaie momenten heb je tijdens dit onderzoek gekend? "Ik was continu nieuwsgierig. Je hebt literatuur doorgeplozen, een model en een vragenlijst gemaakt, en dan ben je heel benieuwd of de wereld echt zo in elkaar zit. Ik had de neiging de zevenhonderd geretourneerde vragenlijsten meteen te gaan lezen, maar je kunt er pas iets zinnigs over zeggen als je ze allemaal hebt verwerkt. Het onderzoek heeft raakvlakken met zo veel disciplines dat het nooit vervelend wordt. Ik ben net U D geworden en wil er graag mee verder gaan. Nieuwe groepen onderzoeken, en kijken of ik aanknopingspunten vind om uitstelgedrag bij het zoeken naar werk aan te pakken." Edwin van Hooft, Job Seeking as Planned Behavior: In search of group differences. Promotie 22januan in de aula van de VU.
^ÉA
Plak In de tandheelkunde wordt steeds meer geplakt. Vroeger werden kronen vastgemaakt door de ruimte tussen de tandstomp en de kroon op te vuUen met een cement dat noch aan de kroon noch aan de tand plakte, zodat de tandans extra tandweefsel moest wegslijpen om houvast te creëren. Tegenwoordig wordt een plakkend cement toegepast, waardoor alleen het aangetaste tandweefsel verwijderd moet worden. De voorbehandeling van de tandstomp en het kroonmateriaal hebben een grote invloed op de hechting van deze cementen, concludeert Ahmed El-Zohairy in zijn proefschrift Esthetic and Bonding Enhancement of Tooth Colored Indirect Restorations. Het vooraf etsen van de keramische kroon met fluorwaterstofzuur gevolgd door silanisering (een behandeling met dichloordimethylsilaan), blijkt noodzakelijk om een sterke en duurzame cementkeramiekhechting tot stand te brengen. (PB)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2003
Ad Valvas | 580 Pagina's