Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2003-2004 - pagina 207

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2003-2004 - pagina 207

7 minuten leestijd

jp VALVAS 4 DECEMBER 2003

PAGINA 7

Weetjes

Filosoof Ernst Otto Onnasch: 'Kant was geen relativist'

De onverwachte Kant Eenzaam

vader van het relativisme. Zijn werk was namelijk niet af bij het vaststellen van deze kloof tussen denken en werkelijkheid. Onnasch: "Het past gewoonweg niet bij een achttiende-eeuwse filosoof om het te laten bij zo'n relativistisch standpunt. Dat is een anachronistische interpretatie door latere filosofen. Kants Übergangswerk is de samenbindende filosofie, die denken en werkelijkheid weer moest herenigen."

Onderschat Hoe Kant dat precies in zijn hoofd moet hebben gehad, weet Onnasch niet; het Übergangswerk is immers met af Onnasch' onderzoek moet uitwijzen in hoeverre Kants onafgemaakte filosofie te reconstrueren is. Er zijn wel aanwijzingen hoe Kant de kloof had willen oplossen. Deze oplossing komt er simpel gezegd op neer dat de werkelijkheid en het denken volgens dezelfde structuren zijn geordend. Daardoor kunnen we toch iets begrijpen van de kale werkelijkheid. Kant heeft de moeilijkheid van een samenbindende theone zwaar onderschat; hij dacht deze rond 1790 wel even in vijftig kantjes op te schrijven, zo blijkt uit brieven. Maar de filosoof bleef verschillende keren steken en begon aldoor opnieuw. Onnasch: "Je ziet dat Kant zelf vastloopt m een totaalfilosofie, maar dat wil niet zeg-

'Het past niet bij een achttiendeeeuwse filosoof om het te laten bij zo'n relativistisch standpunt'

Immanuel Kant wordt verkeerd begrepen. Dat is de overtuiging van Ernst Otto Onnasch. De VU-fiiosoof bestudeert Kants laatste werk, dat volgens hem de sleutel is tot een beter begrip van de achttiendeeeuwse denker. Onlangs kreeg hij er een Vidi-subsidie voor. Weimoed Visser Toen de Duitse filosoof Immanuel Kant m 1804 stierf, lag op zijn schnjftatel een omvangrijk manuscript. D e iilosofieprofessor uit Königsberg had '^r de laatste tien jaar van zijn leven aan gewerkt. Directe erfgenamen had ) niet. De curator concludeerde dat -'^ papieren het werk waren van een seniele geest, omdat Kant dement was toen hl) stierf. Het zogeheten Übersangmerk, ook wel bekend als Opus Postumum, belandde daardoor bij verre «mihe van de filosoof Het wisselde

vervolgens verschillende keren van eigenaar. In 1936 en 1938 verscheen er een Akademieausgabe van, die nog steeds geldt als de standaarduitgave van het Übergangswerk. Het is mede aan de kwaliteit van deze uitgave te wijten dat het laatste werk van Kant nooit de erkenning kreeg die het verdient. "Ze is filologisch gezien een ramp", zegt VU-filosoof Ernst Otto Onnasch. "De pagina's zijn gepubliceerd in de volgorde waarin ze na ruim honderd jaar m het losbladige manuscript zijn aangetroffen. Dat leverde absoluut geen samenhangend werk op." Het is overigens ook geen gemakkelijk uit te geven manuscnpt. Het werk is inhoudelijk ontoegankelijk, het is onaf en doordat Kant er een paar keer opnieuw aan begon zijn er verschillende beginstukken. Bovendien telt de tekst veel impliciete verwijzingen die zonder een gedegen kennis van de klassieke Duitse filosofie niet te begrijpen zijn. D e afgelopen decennia is er om al deze redenen heel weinig studie gedaan naar het Übergangswerk. Onterecht, stelt Onnasch. Volgens hem vormt het juist de sleutel tot Kants denken.

De komende jaren hoopt Onnasch dat te bewijzen. Zijn onderzoek naar het Übergangswerk moet leiden tot een drastische hermterpretatie van Kants hele filosofie. Wetenschapsmstantie N W O kende de VU-filosoof hiervoor een Vidi-beurs toe van zeshonderdduizend euro.

Relativisme Het Übergangswerk is volgens Onnasch Kants poging tot het verwoorden van een overkoepelende theorie waarmee hij het belangrijkste probleem uit zijn eerdere werk wilde oplossen. Dit probleem is de kloof tussen werkelijkheid en denken. Kant houdt zich in zijn eerdere werk bezig met de vraag hoe kennis van de werkelijkheid mogelijk is. Uiteindelijk komt hij tot de conclusie dat we de kale werkelijkheid niet kunnen kennen, omdat alles wat wij van de werkelijkheid weten via ons denken gaat. Kant is bekend geworden als de filosoof die elke kennis van de kale werkelijkheid problematiseerde. Een groot deel van de twmtigste-eeuwse relativistische filosofie grijpt hierop terug. Maar volgens Onnasch is Kant onterecht de geschiedenis in gegaan als de

gen dat hij er niet in geloofde dat zo'n theorie mogelijk was." Als de stelling van Onnasch klopt, zou dat een geheel nieuw licht werpen op de filosofie van de meest invloedrijke denker sinds Aristoteles. Wetenschapsinstantie N W O vond de visie van de VU-filosoof in elk geval zo overtuigend en grensverleggend dat hij de prestigieuze Vidi-beurs kreeg. Daarmee kan hij voorlopig verder met zijn onderzoek. Bovendien kan hij er twee aio's van betalen. Voor zijn promotieonderzoek in Nijmegen bestudeerde Onnasch het werk van Duitse negentiende-eeuwse systeemfilosofen als Fichte, Schelling en Hegel. Dit zal hem in zijn nieuwe onderzoek van pas komen. Evenals hun leermeester Kant zijn ook deze filosofen bezig geweest met de constructie van een omvattend filosofisch systeem dat een antwoord geeft op de fundamentele wijsgerige vragen van het kennen van de werkelijkheid. "Deze systemen kunnen helpen bij een reconstructie van het onafgemaakte systeem van Kant", verwacht Onnasch. Kant IS volgens Onnasch dus niet de filosoof die de dingen open laat. Hij staat in de eeuwenlange traditie van denkers die geprobeerd hebben de relatie tussen werkelijkheid en denken in een systeem te verklaren. Onnasch vindt het een manco van de hedendaagse filosofie dat die zo wemig moet hebben van dergelijke totaalfilosofieen. "Te gemakkelijk wordt het gedachtegoed van grote denkers opzij gezet voor de relativistische mening dat de werkelijkheid toch niet kenbaar IS. Daarmee gooi je eeuwen aan denkwerk weg", zegt hij.

Nooit getrouwde zestigplussers zijn veel eenzamer dan hun getrouwde leeftijdgenoten, zo leert onderzoek van VU-hoogleraar sociologie en sociale gerontologie Jenny Gierveld. Gierveld, die 2 december afscheid nam, heeft ruim veertig jaar aan de V U gewerkt. De door haar ontwikkelde methode om eenzaamheid te meten door middel van vragenlijsten wordt inmiddels door wetenschappers uit binnen- en buitenland gebruikt. In 1965 begon ze een onderzoek naar eenzaamheid onder een groep Amsterdamse mannen en vrouwen tussen de 30 en 55 jaar oud, die ze weer onderzocht in 1995, 1998 en 2001. In 1965 hadden getrouwde mannen de laagste eenzaamheidsscore; de getrouwde vrouwen zaten iets hoger. Nooit getrouwde maimen waren het eenzaamst, nooit getrouwde vrouwen iets minder. Dertig jaar later zijn nooit-getrouwden, ondanks de veranderde maatschappelijke opvattingen, zelfs eenzamer geworden. Een LAT-relatie is wel een probaat middel tegen eenzaamheid, zo ontdekte Gierveld. (PB)

Boefjes Weg met de vrijblijvendheid. De geestelijke gezondheidszorg moet zich intensief gaan bemoeien met jeugdigen met ernstige psychiatrische en gedragsproblemen. Dat stelt kinder- en jeugdpsychiater Coby Vreugdenhil, die op 3 december promoveerde aan de VU. Vreugdenhil onderzocht 204 veroordeelde jongens en concludeerde dat een groot aantal van hen met psychiatrische stoornissen kampt. Blijkbaar lukt het niet om deze jongeren vroegtijdig op te sporen en effectief te behandelen binnen het min of meer vrijwillige kader van de geestelijke gezondheidszorg. Daardoor wordt justitie geconfronteerd met problemen waarop zij niet berekend is. Een hechtere samenwerking tussen de geestelijke gezondheidszorg en justitie is daarom onontbeerlijk, meent Vreugdenhil. (PB)

Alcoholisme Angsthazen lopen meer kans om alcoholist te worden. Alcoholisten lopen echter geen geen groter risico om een angststoornis te knjgen. Er zijn geen aanwijzingen dat alcoholisme en angststoornissen erfelijk zijn en ook met een slechte jeugd vallen beide stoornissen niet te verklaren. Dat concludeert psycholoog Loes Marquenie, die op 10 december promoveert. Marquenie maakte voor haar onderzoek gebruik van gegevens uit het grootschalige Nederlandse bevolkingsonde;rzoek Nemesis. 81 Patienten met zowel een alcoholverslaving als een angststoornis en 88 patiënten die naast h u n alcoholverslaving géén angststoornis hadden, werden ongeveer twee jaar na hun behandeling opnieuw onderzocht. Beide groepen maken even veel kans om weer aan de alcohol te raken, zo ontdekte Marquenie. (PB^

Botmassa Het is voor kinderen van acht tot 88 jaar belangrijk om m beweging te blijven. Alleen zo blijven je botten sterk. Dat blijkt uit het proefschrift van Astrid Bakker, die op 16 december promoveert aan de faculteit der Tandheelkunde (waar veel aan botonderzoek wordt gedaan). Botten worden dikker en sterker als ze mechanisch worden belast, zoals bij het sporten. Waarschijnlijk is het netwerk van botcellen (osteocyten), dat zich in het harde botmateriaal bevindt, verantwoordelijk voor deze aanpassing. Als bot wordt belast vervormt het botmatenaal een klein beetje, en deze vervorming wordt opgemerkt door het netwerk van osteocyten. De geactiveerde osteocyten beïnvloeden vervolgens de cellen die het bot opbouwen of afbreken. (PB)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2003

Ad Valvas | 580 Pagina's

Ad Valvas 2003-2004 - pagina 207

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2003

Ad Valvas | 580 Pagina's