Ad Valvas 2003-2004 - pagina 571
AD VALVAS 24 JUNI 2004
PAGINA 7
Weetjes Atoometsen Bij opüsche lithografie veranderen de lichtdeeltjes uit een lichtstraal de chemische eigenschappen van een lichtgevoelig oppervlak, zoals bij fotografie. Natuurkundige Stefan Petra, die op 28 juni promoveert, onderzocht de chemische tegenhanger van dit proces: atoomlithografie. In plaats van licht wordt daarbij met heliumatomen in een dun goudlaagje op een ondergrond geëtst. De heliumatomen beschadigen de oppervlakte van het goudlaagje, als gevolg van de botsing met het oppervlak en de interne energie van de atomen. Zo ontstaan periodieke en parallelle lijnen en punten met een breedte van respectievelijk 100 en 260 nanometer. Deze "chemische etsen" zijn extreem periodiek en parallel. Petra ziet hierin mogelijkheden om op nanometerschaal structuur in of op materialen aan te brengen. (PB)
Het oude geld van Wantje Fritscny
Recyclende bomen Voordat boombladeren in de herfst afsterven en afvallen - een proces dat door het verkleuren van de bladeren vanuit de ruimte waarneembaar is - neemt de boom nog snel even stikstof en fosfor uit die bladeren op. Daardoor komen er minder van deze stoffen in de bodem en verliest de boom tegelijkertijd minder voedingsstoffen. Dat beweert biologe Lusi van Heerwaarden, die op 29 juni promoveert. Heerwaarden onderzocht of een verhoogde concentratie van stikstof in de bodem invloed heeft op de opname, door bomen, van voedingsstoffen uit afstervende bladeren. Een verhoogde stikstofconcentratie in de bodem, zo ontdekte zij, leidt tot een hogere stikstofconcentratie in dood blad. Bomen voorkomen dat die extra stikstof in de grond terechtkomt. Zij doen dus heel milieubewust aan recyclmg. (PB)
Ze vindt de belastingarchieven van zeventiende-eeuws Nederland net zo spannend als de Marokkaanse geschiedenis. En als ze door iets gegrepen is, verzet Wantje Fritschy bergen. Een gesprek met de nieuwe hoogleraar overheidsfinanciën over Hollandse oorlogsvoering en uitdijende bijvakken.
Gezond
Weimoed Visser Toen historica Wantje Fritschy de leerstoel geschiedenis van overheidsfïnancièn aangeboden kreeg, moest ze daar even over nadenken. Ze had zich namelijk net in iets totaal anders gestort: het opzetten van een bijvak Marokkostudies. Maar het aanbod om Nederlands eerste hoogleraar op dat gebied te worden sla je natuurlijk niet zomaar af, zeker niet als je je al bijna 25 jaar in overheidsuitgaven hebt verdiept. Fritschy's oplossing was om de thema's gewoon te koppelen. Volgende week dinsdag houdt ze daarom haar oratie over de overheidsfinanciën van Marokko. Twee jaar geleden wist Fritschy nog bijna niets van Marokko. Ze vindt haar oratie dan ook ook best spannend. "Het is een heel nieuw gebied voor me." De historica is er niet mmder voortvarend om, integendeel. Enthousiast vertelt ze hoe ze van de overheidsfinanciën van de Republiek der Verenigde Nederlanden in het onderwerp Marokko rolde. Fritschy begon eind jaren zeventig voor haar proefschrift aan een onderzoek naar de staatsfinanciën van de Bataafse Republiek (1795-1801). "Ik vond dat een interessante periode omdat de bestuurders in die tijd de maatschappij wilden inrichten naar de idealen van de Franse revolutie. Daar is niet zo veel van terecht gekomen. In mijn proefschrift laat ik zien hoe weinig financiële speelruimte de nieuwe bestuurders hadden." Jarenlang spitte ze meters archief door met informatie over de overheidssfinanciën. "Dat klinkt veel saaier dan het is, want je krijgt daarmee heel veel inzicht in hoe de staat functioneerde. Hoe slaagde de kleine Republiek er in de zeventiende eeuw bijvoorbeeld in om al die oorlogen te betalen? Dat is een vraag waarin veel historici geïnteresseerd zijn. In financiële archieven kun je vinden dat de staatsschuld verhoudingsgewijs veel hoger was dan nu. De staat leende dus een groot deel van het geld dat hij nodig had voor die oorlogen bij rijke burgers." Het uitpluizen van financiële gegevens is wel een taaie klus, omdat de informatie vaak versnipperd is. "Zo had je
Christiaan Krouwels
Wantje Fritschy, hoogleraar overheidsfinanciën overal verspreid belastingkantoren, die elk verantwoordelijk waren voor een deel van de staatsuitgaven: het ene legerbataljon werd bijvoorbeeld door het ene belastingkantoor betaald en een ander bataljon door een ander kantoor. De gegevens daarvan zijn vaak in verschillende archieven terecht gekomen en dat maakt het onderzoek complex."
Toeval Ruim twintig jaar hield Fritschy zich bezig met staatsfinanciën. Na haar promotie in 1988 begon ze namelijk aan een boekenreeks over de gewestelijke financiën in de periode voor de Bataafse Republiek. Inmiddels schrijft ze niet meer alles zelf, maar ze doet wel de coördinatie. "De boeken over Overijssel, Drenthe en Groningen zijn verschenen, Utrecht en Friesland zijn bijna klaar, en het deel over Holland komt uit op de dag van mijn oratie." Marokko kwam daar eigenlijk nogal toevallig tussendoor. Toen de afdeling economisch-sociale geschiedenis besloot tot een tweedejaarscollege over het Middellandse-Zeegebied, zag Fntschy wel iets in Marokko: "Onderwijs geven vind ik erg leuk, maar de overheidsfinancién van de Republiek der Nederlanden is eigenlijk een te specialistisch onderwerp voor de bachelorfase. Bovendien leek het mij leuk om me eens in een heel nieuw onderwerp te verdiepen." Zodoende dook ze in de economischsociale geschiedenis van Marokko. Aanvankelijk voor een tweedejaars keuzevak, maar dat werd al snel groter, omdat er meer mensen bij betrok-
ken raakten. Fritschy: "Ik kende Edien Bartels, die zich als antropologe met Marokko bezighoudt, en op een borrel kwam ik taalwetenschapper Petra Bos tegen die gespecialiseerd is in Marokkaans Arabisch." Alles viel op zijn plek toen bleek dat Nederland in 2005 vierhonderd jaar officiële betrekkingen viert met Marokko. Er komt een tentoonstelling van Marokkaanse kunstwerken in de Nieuwe Kerk op de Dam en de Marokkaanse koning brengt een staatsbezoek aan ons land. Maar er gebeurde nog niets met Marokko op de universiteiten. Fritschy: "Toen we dat wisten, hebben we het interfacultaire bijvak Marokkostudies opgezet. Met deskundigen uit allerlei wetenschapsgebieden. Los van al die herdenkingen vonden we het nodig dat studenten met Marokkaanse wortels op universitair niveau iets kunnen leren over hun land van herkomst." Het interfacultaire keuzevak ging afgelopen september van start. Het werd meteen een groot succes. De belangstelling was groter dan Fritschy had verwacht. De gereserveerde zaal voor veertig studenten was veel te klein; 78 studenten schreven zich m en uiteindelijk volgden zo'n 65 het basiscollege. "Ben derde van hen was Marokkaans, de rest was gewoon geïnteresseerd in Marokko." Met een groep van twintig studenten ging Fritschy afgelopen voorjaar zelfs op excursie naar Marokko. "Dat was een belevenis, het is een prachtig land. En wat ik het mooist vond, was dat er studenten bij waren die zeiden dat ze elk jaar naar Marokko gingen met hun
ouders, maar dat ze het land nu pas echt leerden kennen."
Luxepositie Onvermijdelijk voor iemand die zich zo lang met financiële geschiedenis heeft beziggehouden, is de vraag waarom Nederland zo njk is en Marokko arm. Fritschy: "Dat komt zijdelings ook aan de orde in mijn oratie. Een deel van de verklaring is dat Holland het 'geluk' had dat het land steeds ongeschikter werd voor graanbouw, zodat de bewoners gedwongen waren zich te specialiseren in veeteelt, visserij en handel. Net als veel andere Europese landen had Nederland sinds de Middeleeuwen een groeiende bevolking. "Marokko is juist altijd onderbevolkt geweest. Het land was in beginsel vruchtbaar genoeg om alle mensen te voeden, dus hoefden de Marokkanen zich niet te specialiseren. Maar die relatieve luxepositie blijkt een groot nadeel, want juist van specialisatie en handel word je rijk. De Marokkaanse overheid had bovendien weinig fmanciële armslag omdat de overheid volgens de islam alleen belasting mag heffen als ze het inzet voor goede werken. Belastmg heffen voor oorlog of handel was in Marokko niet toegestaan." Heeft Fritschy bij haar nieuwe studieonderwerp iets aan het jarenlange werk in Nederlandse overheidsarchieven? "Het biedt een stevige basis. Ik weet vrij snel wat de relevante vragen zijn. Maar om echt verder te komen is contact met Marokkaanse wetenschappers daarnaast natuurlijk onontbeerlijk."
Jongeren die sporten worden ouderen die minder kans lopen op harten vaatziekten. Bewegingswetenschapper Isabel Ferreira, die op 30 juni promoveert, ontdekte dat lichamelijke fitheid en een bescheiden hoeveelheid vet bij jongeren voorkomt dat die jongeren later last krijgen van voorbodes van hart- en vaatziekten als atherosclerose en arteriole stijfheid (de verdikking en verharding van de arteriële vaatwanden). Ferreira analyseerde voor haar onderzoek de gegevens van het Amsterdams groei- en gezondheids onderzoek (AGGO) waarin vierhonderd gezonde maimen en vrouwen van hun dertiende tot 36ste jaar zijn geobserveerd. Hart- en vaatziekten zijn de belangrijkste oorzaken van sterfte in westerse landen en worden primair veroorzaakt door atherosclerose. De oorsprong daarvan ligt al op jonge leeftijd. Veel bewegen en gezond eten blijft dus het devies. (PB)
Vallen Ouderen moeten aan krachttraining gaan doen. Sterkere beenspieren verkleinen namelijk de kans dat ze vallen wanneer ze struikelen. Dat betoogt bewegingswetenschapper Mirjam Pijnappels in haar proefschrift, dat ze op 30 juni verdedigt. Pijnappels onderzocht struikelen bij zowel jongeren als ouderen. Tijdens experimenten liepen de proefjpersonen over een soort catwalk waar ze tot struikelen werden gebracht. Daarbij werden de bewegingen, spieractiviteit en krachten op de vloer gemeten. Door verminderde spierkracht bleken ouderen minder goed in staat hun balans te herstellen, waardoor zij vaker vielen. Eén op de vier ouderen valt eens per jaar, met mogehjke ernstige gevolgen zoals heup- en polsfiracturen, opname in een verpleegtehuis of zelfs sterfte. (PB)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2003
Ad Valvas | 580 Pagina's