Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2003-2004 - pagina 363

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2003-2004 - pagina 363

9 minuten leestijd

AD VALVAS 1 1 MAART 2 0 0 4

PAGINA 7

VU krijgt tweede academiehoogleraar

Weetjes

Andy Tanenbaum, superprof

Ovei^ang

Ontelbare informatici leerden het vak uit zijn boeken en hij trekt studenten van over de hele wereld. Afgelopen week benoemde de KNAW hem tot akademiehoogleraar: Andy Tanenbaum. Portret van een bevlogen computerprof. Welmoed Visser Het is een hele eer dat Andy T a n e n b a u m (59), hoogleraar informatica aan de VU, zich voortaan akademiehoogleraar mag noemen. De titel is door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) bestemd voor de echte toppers binnen de Nederlandse wetenschap. Een internationale jury beoordeelt wie ervoor in aanmerking komt. Dit jaar valt T a n e n b a u m de eer te beurt, samen met vier andere wetenschappers. Toch is voor T a n e n b a u m waarschijnlijk niet de eer het belangrijkst, maar het feit dat titel en bijbehorende beurs hem in de gelegenheid stellen zich de komende vijf jaar alleen maar aan wetenschap en onderwijs te wijden en niet aan allerlei bestuurlijke taken. Tanenbaum zelf grapt dat het een nipte ontsnapping is, omdat hij de aangewezen persoon zou zijn om de volgende decaan van Exacte Wetenschappen te worden: "De eerste decaan was een wiskundige, toen kwam er een scheikundige en nu zit er een natuurkundige. Binnenkort is een informaticus aan de beurt, maar daaraan ontkom ik nu dus", lacht hij bij de feestelijke bekendmaking van zijn benoeming tot akademiehoogleraar.

Starters Mensen die een eigen bedrijf starten doen dat vooral omdat ze vrij willen zijn. Ze hebben liever dat hun bedrijf klein blijft dan dat ze vrijheid inleveren. Economische beleidsmakers kunnen dat maar het best respecteren, betoogt econoom Marco van Gelderen in het proefschrift over ondernemersschap waarop hij vorige week promoveerde. Liever tevreden ondernemers in een kleinere economie dan frustraties over een economie die groter had moeten zijn. Van Gelderen baseert zijn these op 167 gesprekken met mensen die bezig zijn met het opzetten van een bedrijf. Het groeiende belang dat in onze cultuur wordt gehecht aan vrijheid en zelfbeschikking maakt dat populairder. Maar hoewel dit de motivatie om te ondernemen bevordert, kan het het realiseren van een onderneming juist tegenwerken. Individualisering vergroot het aanbod van ondernemerschap, omdat een eigen bedrijf goed past bij een individualistische mentaliteit. Tegelijkertijd vergroot het ook de vraag naar ondernemerschap, doordat er nieuwe of veranderende markten door ontstaan. (PB)

Bewust klein Tanenbaum is geen manager, dat is duidelijk. Op zijn eigen website beklaagt hij zich erover dat de universiteit probeert hem te veranderen in een mandanjn, een ambtenaar uit het Chinese keizerrijk. Ook zijn directe collega's Maarten van Steen en Henri Bal zijn het er onmiddellijk over eens dat Tanenbaums grote kwaliteit niet in de bestuurlijke hoek ligt, maar in de wetenschap. Bal vertelt hoe T a n e n b a u m de vakgroep informatica jarenlang doelbewust zo klein mogelijk hield omdat

Positivo's

'Je moet bij Andy wel tegen een stootje kunnen' hij anders te veel tijd kwijt zou zijn als manager. "Ik werk sinds 1989 met hem samen. T o e n droeg hij de vakgroep al sinds begin jaren zeventig min of meer alleen. N u zijn we met drie hoogleraren en het aantal medewerkers is de laatste jaren sterk gegroeid, maar Tanenbaum blijft erg gericht op zijn eigen gebied." Van Steen voegt daaraan toe: "Hij is iemand die dingen razendsnel kan analyseren, bijvoorbeeld als zijn aio's vastzitten met een wetenschappelijk probleem. Maar als promovendi terechtkomen in de welbekende aio-crisis - de periode van twijfel en demotivatie die vrijwel elke promovendus doormaakt - is Tanenbaum niet de meest geschikte persoon om mee te praten. Daar heeft hij niet zo veel gevoel voor." Maar als wetenschapper en vooral als didacticus wordt de informaticahoogleraar door collega-informatici zeer geprezen. Hij is dé autoriteit op het gebied van computernetwerken als internet en de beveiliging van dergelijke netwerken. Van Steen noemt het een genot om met T a n e n b a u m te werken, omdat hij "zeer scherp van geest en uitermate gedreven" is: "Hij weet een idee akijd in de kortst mogelijke tijd te beoordelen op scherpe en zwakke punten en hij vindt niets leuker dan daarover discussieren."

Spannende post Tanenbaums didactische kwaliteiten komen het meest tot uiting in de studieboeken die hij schreef. In 1976 schreef hij het eerste: Structured Computer Organization. In 1980 volgde Computer Networks. Beide boeken zijn sinds die tijd vier keer herdrukt, net zijn standaardwerken voor studenten informatica over de hele wereld. Daarnaast schreef Tanenbaum een drietal andere veelgebruikte informaticastudieboeken. "Zijn grote kracht is dat hij complexe materie heel duidelijk kan verwoorden", vindt Bal. D e boeken leveren Tanenbaum nog altijd een boel fanmail op. Vroeger ging dat per post - "We kregen stapels brieven met de tneest spannende postzegels", vertelt Tanenbaums vrouw Suzanne Baart -, tegenwoordig meestal per e^ijn boeken maken hem tot een van 's werelds bekendste informatici. De naam T a n e n b a u m levert J^e opleiding informatica aan de VU dan ook veel uitenlandse studenten op. "Masterstudenten uit et buitenland schrijven in hun motivatie bijna altijd

Hormoonpreparaten tegen overgangsklachten zijn lang zo gevaarlijk niet als sinds vorig jaar wordt aangenomen. Dat zegt VU-arts Jan van der Mooren in Het Parool van 8 maart. Britse onderzoekers legden afgelopen najaar een verband tussen borstkanker en het slikken van overgangsmedicijnen, waarna volgens Van der Mooren misschien wel tienduizenden vrouwen ten onrechte zijn gestopt met het slikken ervan. De kans op borstkanker neemt volgens hem iets toe bij vrouwen die langer dan vijf jaar preparaten slikken. De voordelen zijn echter groter dan de potentiële nadelen, meent Van der Mooren. (PB)

Chronisch zieke ouderen met een goed sociaal leven zijn er minder slecht aan toe dan h u n vereenzaamde lotgenoten. Sociale steun en zelfvertrouwen hebben een gunstig effect op lichaam en geest, ook wanneer er sprake is van meerdere chronische ziekten. Dat blijkt uit onderzoek van gezondheidswetenschapper M. Bisschop, die op 17 maart hoopt te promoveren. Persoonlijke eigenschappen als een hoge zelfwaardering bieden bescherming tegen verergering van bepaalde aandoeningen, zo ontdekte de promovenda onder andere. (PB) dat ze naar de VU willen om bij hem te kuimen studeren", vertelt Bal. Tanenbaum is behalve een goede wetenschapper een zeer prettige collega, vindt Van Steen. "Andy is altijd volstrekt eeriijk. Hij is soms bot, maar je weet wel wat je aan hem hebt. Hij speelt nooit politieke spelletjes. Studenten zijn wel eens bang voor hem omdat hij nogal direct uit de hoek kan komen, maar eigenhjk is het een verschrikkeUjk aardige, loyale vent. Je moet bij hem alleen wel tegen een stootje kunnen."

Zinvol cotntnuniceren Tanenbaum, van geboorte New Yorker, studeerde aan het Massachusetts Institute of Technology en promoveerde in Berkely, Califomië. In 1971 kwam hij naar de VU en sinds die tijd woont en werkt hij in Nederland, hoewel zijn Nederlands nog steeds een zwaar Amerikaans accent heeft. Tanenbaum begon zijn VU-carrière op het rekencentrum, toen daar nog alle computerberekeningen voor de hele universiteit werden gedaan. Hij had daarnaast een halve baan bij wiskunde. Een aparte vakgroep informatica bestond in die tijd nog niet; T a n e n b a u m heeft die vanaf het allereerste begin opgebouwd. Zijn interesse ligt sinds lange tijd bij de samenwerking en communicatie tussen computers. Vanaf het begin van de jaren tachtig was hij al bezig met netwerken, toen nog bijna niemand geloofde dat je computers zinvol met elkaar kon laten samenwerken. En nog steeds is dat de specialiteit van informatica aan de VU. Tanenbaum heeft zich gespecialiseerd in de veiligheid van computernetwerken. Bal houdt zich bezig met parallelle systemen - computers die aan elkaar gekoppeld heel complexe berekeningen kunnen uitvoeren - en Van Steen houdt zich bezig met zeer grootschalige netwerken van computers.

Prestigieus 'prepensioen' De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen riep het Akademiehoogleraren-programma vorig jaar in het leven om prominente hoogleraren de mogelijkheid te bieden hun kennis en ervaring over te dragen voordat ze met pensioen gaan. Akademiehoogleraren zijn wetenschappers die tien jaar of minder voor hun emeritaat zitten en hun sporen in de wetenschap inmiddels hebben verdiend. Een deel van hun budget - ongeveer tweehonderdduizend euro per jaar - is bestemd om jong(er) wetenschappelijk talent mee aan te trekken, dat dan ingewerkt kan worden voor de opvolging. Tanenbaum behoort tot de tweede lichting akademiehoogleraren. Vorig jaar werden de eerste vijf benoemd, onder wie VU-hoogleraar sociale psychologie Gün Semin. Een nieuw terrein waarmee Tanenbaum zich als akademiehoogleraar de komende vijf jaar wil gaan bezighouden, is het ontstaan van draadloze netwerken van minicomputers in dagelijkse gebruiksdingen. Van Steen daarover: "Het is een logische volgende stap dat bijvoorbeeld artikelen in winkels in plaats van een streepjescode een chip krijgen. Die kunnen dan weer onderling gaan communiceren, waardoor je bijvoorbeeld het voorraadbeheer kunt automatiseren." Mobiele telefoons hebben nu al een chip in zich die draadloos communiceert. Tanenbaum schat dat over een jaar of tien een gemiddelde persoon de bezitter is van zo'n honderd computers - in telefoons, horloges, agenda's enzovoort. "Binnenkort kun je bijvoorbeeld op je werk je horloge de opdracht geven om na te gaan hoe veel melk er nog thuis in de koelkast staat", venvacht hij.

Gedrag Premier Jan Peter Balkenende doet het graag, het Nederlandse volk aan de hand van negatieve voorbeelden laten zien hoe het niet moet. Laatmiddeleeuwse kunstenaars gingen ook zo te werk: in de schilderkunst dienden feestende en vechtende boeren, bordelen en herbergen, bazige vrouwen en pantoffelhelden, ongelijke hefdesparen en minzieke ouderen om de normen en waarden van de burgerij uit te dragen. Kunsthistorica Korine Hazelzet-van der Linden laat dat zien in haar proefschrift, waarop ze 18 maart hoopt te promoveren. Deze 'exemplaria contraria' waren niet zonder risico, de ironische aanprijzing van verkeerd gedrag kon makkelijk tot misverstanden leiden. (PB)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2003

Ad Valvas | 580 Pagina's

Ad Valvas 2003-2004 - pagina 363

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2003

Ad Valvas | 580 Pagina's