Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2003-2004 - pagina 411

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2003-2004 - pagina 411

9 minuten leestijd

AD VALVÄS 1 APRIL 2004

PAGINA 7

Weetjes

Historicus Herman Langeveld over zijn levenswerk

en

Klaar met Colijn

Rugpijn Mensen met chronische rugklachten lopen moeilijk doordat hun bewegingen mmder flexibel zijn en slechter zijn gecoördineerd dan die van gezonde mensen. Dat heeft niks te maken met pijn of angst voor pijn, ontdekte bewegingswetenschapper Claudine Lampth. Rugpatiënten passen hun manier van lopen aan omdat ze proberen de mechanische stabiliteit van de wervelkolom te vergroten en onverwachte verstonngen uit te sluiten. In feite gaat het dus om functionele aanpassmgen. Oefentherapie, die expliciet is gericht op de verbetering van de romp-, bekken- en spiercoördinatie, kan de functionele mogelijkheden van de patiënt vergroten, betoogt Lamoth, die op 1 april promoveert. (PB)

Bloemkleur De kleur van de bloem Petunia hybrida wordt, behalve door pigmenten (anthocyanen), ook bepaald door de vorm van de bloemcellen en de zuurgraad van de vacuole (een met vocht gevuld blaasje waarin afvalstoffen, reservestoffen en kleurstoffen zijn opgeslagen) in die cellen. Dat blijkt uit het proefschrift van bioloog Arthur Kroon. Opvallend is dat dezelfde eiwitten die regelen waar en waimeer in de plant het pigment wordt geproduceerd, ook lijken te bepalen wat die vorm en zuurgraad is. Pigment, vorm en zuurgraad lijken allen afhankelijk van de interactie tussen de betrokken eiwitten, de zogenaamde transcriptiefactoren. Kroon onderzocht welke transcriptiefactoren ervoor zorgen dat de juiste cellen op het juiste tijdstip de juiste genen aanzetten voor pigmentproductie en bracht dit in kaart. Daarnaast ontdekte Kroon vijf nieuwe transcriptiefactoren, waarvan de precieze functie nog onduidelijk is, maar die wel zeker betrokken zijn bij de productie van anthocyaan. Kroons onderzoek is van belang voor kwekers van voedselgewassen, maar ook voor veredelaars van bloemen, een belangrijk Nederlands exportproduct. (PB)

Elf jaar van zijn leven deelde Herman Langeveld met Hendrikus Colijn. Nu is zijn biografie af. Een gesprek over doorbraken, mediahypes, tegenvallers en zwarte gaten. Marieke Schilp

De opschudding April 1998. Een nietsvermoedend historicus publiceert het eerste deel van zijn Colijn-biografie en wordt het middelpunt van een rel. Zijn typering van de vooroorlogse minister-president als iemand die schuldig was aan oorlogsmisdaden op Lombok kwam hard aan bij degenen die Colijn per se als held wilden blijven vereren. Scherpe, persoonlijke aanvallen waren het gevolg, ook in eigen VU-kringen. Herman Langeveld, universitair hoofddocent geschiedenis, wil "alsjeblieft niet weer die hele geschiedenis oprakelen", maar dat hij naïef is geweest wil hij wel kwijt. En dat het pijn deed. "Ik had de Lombok-affaire voor mijn gevoel zo zorgvuldig behandeld en Colijns optreden zo in de tijd en context geplaatst, dat ik dacht dat iedereen daardoor overtuigd zou zijn. Ik was niet voorbereid op de buitengewone vijandigheid." En dus ook niet op de mediahype waar hij vervolgens in belandde. "Scribenten reageerden op elkaar, op wat ze in de kranten over mijn boek gelezen hadden, zonder het boek zelf ter hand te nemen. Men dreef steeds verder af van wat ik geschreven had. Dat leidde tot extreme uitingen. 'Colijn is erger dan Hitler', heb ik ergens gelezen, volkomen absurd!" Apnl 2004. Het tweede en laatste deel is af. Zet Langeveld zich al schrap voor de reacties? "Nee hoor. Er zit in dit boek niet zoiets schokkends als in deel 1. Ik hoef niet onder te duiken. Kijk, een beetje i)delheid is mij niet vreemd; ik geniet ook wel van die media-aandacht. Laten we zeggen dat voor een breed publiek nu vooral de kwestie van Colijns al dan niet vermeende maitresse interessant zal zijn..."

De ontdekking Was de Duitse Hella Schultz nu wel of niet Colijns maitresse in de jaren dertig, en heeft ze hem gechanteerd? De geruchten deden al in 1936 de ronde, en zijn ook diverse keren na de oorlog opgerakeld, maar een overtuigend bewijs is nooit geleverd. Herman Langeveld, die het als zijn taak van Wograaf zag nu eens de onderste steen boven te halen, spoorde in 2002 een nieuwe bron op: Curt Lehnen, de stiefzoon van Schultz, wonend in Argentinië, waarheen Hella Schultz in 1936 verhuisd was. Gevonden via de Gouden Gids van Buenos Aires. Curt was een en al bereidwilligheid, en stuurde Langeveld zijn levensherinneringen die hij voor zijn kleinzoon op schrift had gesteld. Die leverden een sterke aanwijzing: Hella Schultz zou naar stiefzoon hebben verteld dat zij begin jaren 'fertig in Berlijn een afifaire had met een Nederlandse minister, én dat zij naar Nederland is gegaan om fleze minister een flink bedrag af te persen. Langeveld: "Die minister kan eigenlijk alleen Colijn geweest zijn." Bovendien stuitte Langeveld op een Duitse brief uit 1941 aan de Duitse minister van Buitenlandse '^aken. In deze brief wordt verwezen naar een dos.^*' ysn de Sicherheitsdienst waaruit zou blijken dat IJ-olijn er in Berlijn een maitresse op nahield die Ihem chanteerde. Langeveld: "Daar kan niemand anders mee bedoeld zijn dan Hella Schultz." Dat Ulijn Schultz gekend heeft, is namelijk zeker, net la's het feit dat hij haar in 1936 met een bedrag van iniaar liefst tweeduizend Engelse pond naar ArgentiIjj'^ gestuurd heeft. Alleen beweerde Colijn altijd dat f '1 haar pas in Nederland heeft leren kennen - strikt ' ^'J^^h)k - , en dat hij de Duitse vluchtelinge met het Md heeft willen helpen in Argentinië een nieuw "esiaan op te bouwen.

Misverstanden

'Ik was bij deel 1 niet voorbereid op de buitengewone vijandigheid'

Herman Langeveld presenteert vandaag het tweede en laatste deel van zijn Colijn-biografie. Colijn, de antirevolutionair, minister-president van maar liefst vier kabinetten in de jaren dertig. Bekend van de Gouden Standaard en - vooral dankzij deel 1 van de biografie - berucht door de Lombok-afifaire. Deel 2 behandelt het sociaal-economische beleid in de aanloop tot de oorlog, Colijns reactie op de nazi-dreiging, zijn defensiepolitiek en zijn laatste levensjaren in Duitse ballingschap.

D e frustratie Sterke aanwijzingen dus, maar geen harde bewijzen. Langeveld: "Ik ben niet verder gekomen dan getuigenissen uit de tweede hand. De stiefzoon Curt heeft de verhalen van zijn ouders gehoord - uit de tweede hand dus. En de brief over het dossier van de SD is interessant, maar het dossier in kwestie is verloren gegaan, dus ik kan niet controleren hoe betrouwbaar dat was. Mijn aanwijzingen moet ik afwegen tegen Colijns eigen stellige ontkenningen, die hij in 1936 tegenover koningin WiUielmina heeft herhaald. Hij was indertijd zelfs bereid ontslag te nemen, maar Wilhelmina vond dat niet nodig." Dat ontslag zou koren op de molen zijn geweest van Colijns tegenstanders, die de geruchten nu juist wilden gebruiken om hem tot aftreden te dwingen. Met de val van Colijn zou namelijk ook de gulden vallen. En daarmee zou Colijns Gouden Standaard de koppeling van de gulden aan het goud -, die volgens velen de Nederlandse economie al jaren in een wurggreep hield, tot het verleden behoren. Langeveld: "Ik heb me er helemaal in vastgebeten, ook de minder voor de hand liggende wegen bewandeld. Niet omdat ik per se een affaire wilde openbaren, maar om nu emdelijk de waarheid boven tafel te krijgen. Het is me niet ten volle gelukt."

Manjn Alders

De voldoening

Maar er waren ook doorbraken. Een voorbeeld: Zomer 1940 publiceerde Colijn, inmiddels ambteloos burger, zijn brochure 'Op de grens van twee werelden'. Daarin zegt hij - geschokt door de nederlaag van Frankrijk - dat Europa zich zal moeten neerleggen bij een blijvende Duitse suprematie. Het verhaal gaat dat Churchill vervolgens heeft uitgeroepen: "Met die man wil ik nooit meer iets te maken hebben." Langeveld vond in de archieven van prime minister Churchill de bewuste uitspraak van Colijn in het Engels vertaald: "Failing a miracle, the continent of Europe will in the future be led by Germany. " Daarmee heeft Langeveld de breuk tussen Churchill en Colijn - ooit zeer op elkaar gesteld - nu echt aannemelijk gemaakt.

D e obsessie Duizend bladzijden schrijven over een politicus voor wie de biograaf gaandeweg steeds minder waardering krijgt... (Langeveld: "Ik kom in mijn epiloog tot de conclusie dat Cohjn op alle hoofdpunten van zijn poHtieke beleid gefaald heeft.") Elf jaar lang 'in Colijn' zijn. Is dat gezonde interesse of een obsessie? Langeveld: "Nee, ik ben niet volledig monomaan hoor. Natuurlijk zijn er momenten geweest dat mijn vrouw en kinderen de naam Colijn niet meer wilden horen, maar ik probeer ook nog wel eens over iets anders te praten."

D e opluchting Elf jaar en duizend bladzijden zitten erop. Het boek is af. Langeveld: "In zekere zin is deel twee mij zwaarder gevallen dan het eerste. De behandelde periode was gecomphceerder, de onderzoeksmaterie weerbarstiger, ik had er minder tijd voor." Wat volgt is geen zwart gat, integendeel. "Eerder een groot gevoel van opluchting. Het is achter de rug." Schipper naast God: Hendrikus Colijn 1869-1944 (deel twee 1933-1944) Uitgeverij Balans, 688 pagina's, € 35,-.

Laatkomers krijgen het eerder aan de stok met egoïstisch ingestelde, wantrouwige mensen dan met mensen die op samenwerking zijn ingesteld. Die laatsten gunnen laatkomers het voordeel van de twijfel, terwijl egoïsten meteen denken dat ze het erom doen. Dat blijkt uit het proefschrift van psycholoog Mirjam Tazelaar, die op 16 april promoveert. Komt iemand te laat op een afspraak, vraag dan direct naar de reden, zegt Tazelaar. Dat voorkomt een eventuele toekomstige slechte samenwerking. Tazelaar onderzocht hoe mensen effectief kunnen omgaan met 'ruis' oftvel misverstanden in sociale dilemma's. Misverstanden, zo blijkt uit experimenten, kunnen nadelige effecten hebben op samenwerking. Communicatie is de oplossing, concludeert Tazelaar. (PB)

Lief zijn Goed zijn voor je medemens is evolutionair gezien gewoon het beste, betoogt econometrist Matthijs van Veelen in zijn proefschrift Survival of the Fair. Van Veelen houdt een aantal wiskundige modellen tegen het licht die het bestaan van aanleg voor liefde, medeleven en zorgzaamheid bij mens en dier proberen te verklaren. Met behulp van evolutionaire speltheorie laat Van Veelen zien dat de evolutie kan leiden tot gedrag dat gunstig is voor het voortbestaan van onze soort, doordat dit gedrag invloed heeft op onze omgeving. Daarbij is niet altijd sprake van koele berekening; een zeker gevoel voor fairheid volstaat. (PB)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2003

Ad Valvas | 580 Pagina's

Ad Valvas 2003-2004 - pagina 411

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2003

Ad Valvas | 580 Pagina's