Ad Valvas 2003-2004 - pagina 397
(ID VALVAS 2 5 MAART 2 0 0 4
PAGINA 9
Hoe docenten zich staande houden in de collegezaal
Glazige blikken zeggen genoeg' Bij de ene docent vallen studenten in slaap, bij de andere zitten ze op het puntje van hun stoel. Inspirerend college geven: het lijkt een gave. Of valt het te leren? Martine Postma "College geven is doodeng. Je wordt als beginnend onderzoeker zomaar op de markt van het lesgeven gegooid, zonder dat je daar enige ervaring mee hebt. En tenzij je er zelf om vraagt, word je helemaal niet gecoacht. Je moet het gewoon maar doen." Ingrid Vermeulen, vierdejaars aio bij kunstgeschiedenis, herinnert zich nog haar eerste college: "Dat was zó spannend. Dat ging alleen maar over mezelf staande houden. Ik voelde de enorme verantwoordelijkheid die op mijn schouders rustte: ik moest deze studenten - het waren eerstejaars - een basis gaan bieden voor hun hele verdere studie. Die basis móest goed zijn." Zichzelf staande houden, daar heeft Ad Kerkhof na dertig jaar geen moeite meer mee. D e hoogleraar klinische psychologie heeft sinds de jaren zeventig "tientallen colleges per jaar" gegeven. Hij kan dan ook putten uit een heel arsenaal aan trucs en handvatten om die bijeenkomsten tot een succes te maken. "Ongelooflijk belangrijk is contact met de zaal", doceert de hoogleraar in rap tempo. "Niet naar het bord kijken als je praat. En vooraf controleren of de geluidsinstallatie het doet. Ik vraag altijd even: 'Ben ik te verstaan?' En als er weinig mensen in de zaal zitten en sommigen zitten helemaal achterin, dan vraag ik ze om meer naar voren te komen. En ik probeer in de gaten te houden of ze me nog volgen. Als ze glazig zitten te kijken, weet ik genoeg. Ik schakel die mensen meteen in, vraag: 'Is er iets?' Het zijn kleine, maar wel heel fundamentele dmgen." Kerkhof, zo veel is duidelijk, komt niet snel meer voor verrassingen te staan.
Puntje voor puntje Toch is dertig jaar ervaring geen garantie voor succes. Mineke van Gelder, docententrainer bij het Onderwijscentrum VU, herinnert zich het college van een zeer ervaren hoogleraar. De man had van zijn faculteit het advies gekregen om eens een cursus presenteren te gaan volgen, maar hij vond dat onzin. "Toen ben ik er gewoon eens bij gaan zitten. Wat bleek: die man kon zich absoluut niet meer verplaatsen in het denkniveau van een eerstejaarsstudent. Het was veel te ingewikkeld wat hij vertelde. Geen wonder dat de studenten in slaap vielen." De kwestie kreeg uiteindelijk een happy end: Van Gelder gebruikte haar overredingskracht, de hoogleraar ging alsnog de cursus doen en hij vond het "hartstikke leuk". Op de cursus die het Onderwijscentrum verzorgt, leren docenten waar ze op moeten letten bij het voorbereiden van een college, hoe ze hun presentatie kunnen verbeteren en hoe ze de aandacht van studenten kuimen vasthouden. Kunsthistorica Vermeulen leerde bijvoorbeeld om haar colleges heel puntsgewijs op te bouwen, en die hoofdpunten op een sheet te zetten. "Ik vond dat aanvankelijk een nogal schoolse manier om de stof te structureren, maar het werkt goedj de studenten vinden het prettig." ologiedocent Marcel van der Heijden leerde om iets langzamer te praten. "Ik vind het erg leuk om dingen uit te leggen, maar als
6 aandachttrekkers • Begin met een prikkelende opening. Zeg niet: "Vandaag behandelen we hoofdstuk 13 en 14", maar poneer een controversiële stelling die je later onderbouwt, vertel een anekdote ("een neefje van mij heeft al heel lang...") of plaats het college in een actuele context. • Maak een 'spoorboekje' waarin staat welke punten tijdens het college worden behandeld. Geef dit ook aan de studenten, zodat die weten waar ze aan toe zijn. Ook kunnen studenten op deze manier relatief gemakkelijk weer 'instappen' als ze een 'station' hebben gemist. " Betrek de studenten actief bij het college. Nodig ze uit om zichzelf in een bepaalde situatie te verplaatsen ("stel je nu eens voor datje zelf in Suriname woont'). Of draag twee mogelijke oplossingen voor een probleem aan en laat de studenten via hand opsteken voor één daarvan kiezen. ' Onderbreek je monoloog na een kwartiertje (als de aandacht begint te verslappen) met een opdracht, een korte pauze of een samenvatting. • Zorg dat het college Iets toevoegt aan de leerstof in het boek. Behandel één of twee ingewikkelde punten en laat de studenten de rest thuis doornemen. Structureer het materiaal; laat de Êrote lijn zien, leg verbanden, maak onderscheid tussen hoofden bijzaken. " Spreek een rumoerige zaal niet in zijn geheel aan. Zeg niet: Kan het wat stiller?", maar spreek mensen of kleinere groepjes persoonlijk aan: "Kunnen de heren op de derde rij hun gesprek staken?"
ik enthousiast word, ga ik heel snel praten. Dan spreek ik de woorden niet meer zo duidelijk uit en wordt het lastig te volgen." Ook formuleert hij sinds zijn deelname aan de cursus altijd een duidelijk leerdoel voor elk college. "Dus: wat ga ik behandelen, waarom doe ik dat en waarom is dat belangrijk? Aan het einde geef ik een samenvatting van de belangrijkste conclusies." Het klinkt zo logisch, maar volgens Van Gelder zijn het toch geen overbodige tips. "Veel docenten beginnen te praten en gaan dan maar door en door. Ze willen in één uur zo veel mogelijk stof behandelen; ze vragen zich helemaal niet af of de studenten het allemaal kunnen volgen." Dat is zonde, meent ze, want een college kan veel toevoegen aan de leerstof in een boek.
gegooid. Maar dat kun je docenten niet aandoen, vind ik. En studenten trouwens ook niet." Psycholoog Kerkhof heeft in zijn lange loopbaan nooit een cursus college geven gevolgd. Vanaf zijn eerste college, waarop studenten in de zaal met de lichtknopjes zaten te klieren - "Aan-uit-aan-uit. Het was verschrikkelijk!" - heeft hij zichzelf gaandeweg in het doceren ontwikkeld. En met succes. "Maar ik heb altijd goed naar anderen gekeken, ik heb veel over presenteren gelezen en ik heb altijd om feedback gevraagd. Daar leer je van. Als je niks vraagt, leer je ook niks." Een verhaal met een kop en een staart, aandacht voor de presentatie en contact met de zaal. Het lijkt toch geen eenvoudige opgave om dat allemaal in één college te bereiken. "Ach", relativeert aio Vermeulen hoopvol. "De essentie zit volgens mij in de bevlogenheid, de passie voor het vak. Je hoeft geen groot spreker te zijn. Als je kunt overbrengen dat het vak fascinerend is, blijven de mensen toch wel geboeid luisteren."
Liever geen powerpoint Van Gelder is nu een jaar of tien bezig met haar docententrainingen. Is het denken over college geven in die tijd veranderd? "Het is minder eenrichtingsverkeer geworden. Was een college vroeger vooral een monoloog van de docent, tegenwoordig proberen veel docenten de student actief bij het college te betrekken. Ook bij hoorcolleges wordt het eenrichtingsverkeer steeds vaker doorbroken - een goede ontwikkeling." Maar verder is er volgens haar "niet heel veel nieuws onder de zon". Of het moet zijn dat docenten in toenemende mate gebruikmaken van technische hulpmiddelen, zoals powerpoint-presentaties. Een ontwikkeling waar de trainer niet onverdeeld blij mee is. "Powerpoint heeft de toekomst, maar je moet er wel goed mee omgaan. Docenten denken nu gauw: ik moet ook iets met powerpoint, anders loop ik achter. Maar ik zeg: je moet toch allereerst in staat zijn om je verhaal over te brengen. Dus probeer het nou eerst eens zonder powerpoint. Later, als de basis goed is, kun je het altijd nog mooier maken." Van Gelder grijpt de gelegenheid aan om het belang van de trainingen nog eens te onderstrepen. "Onderwijsdirecteuren - en nu druk ik me diplomatiek uit - zouden er meer zorg voor kunnen hebben dat ze hun docenten getraind naar college sturen. Op dit moment worden jonge docenten nog te vaak voor de leeuwen
4 X mis ' Je wilt in de beschikbare tijd te veel stof behandelen. Gevaar: de studenten kunnen geen wijs meer uit de brij aan informatie en raken ontmoedigd. Het duizelt ze. I Je praat te lang achter elkaar door, zonder af en toe te controleren of de informatie is overgekomen. Gevaar: de studenten raken het spoor bijster en hebben geen idee meer waarover je het hebt. Je bent je tijd aan het verdoen. ' Je legt te veel nadruk op technische hulpmiddelen zoals powerpoint, zonder je af te vragen of die wel functioneel zijn. Gevaar: je presentatie ziet er gelikt uit, maar door sheet na sheet tevoorschijn te toveren, overspoel je de studenten met meer informatie dan ze kunnen verwerken. ' Je gaat ervan uit dat de studenten de informatie die jij van tevoren op blackboard hebt gezet, beheersen en baseert je college op dat idee. Gevaar: als de studenten hun huiswerk met hebben gedaan, sta je met je mond vol tanden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2003
Ad Valvas | 580 Pagina's