Ad Valvas 2003-2004 - pagina 101
AD VALVAS 9 OKTOBER 2 0 0 3 I
PAGINA 5
Geneeskundetalenten over hun masterclass
'Vroeger plande ik per dag, nu per uur' Beurzen voor de betere student De masterclass bij geneeskunde was drie jaar geleden op de VU het eerste initiatief om talentvolle studenten extra studiestof te bieden. Ook andere faculteiten hebben sindsdien geprobeerd de betere student extra programma's te bieden. Psychologieprofessor Dorret Boomsma gebruikte vorig jaar zelfs een deel van haar Spinozaprijs om vier goede studenten een jaar lang een onderzoeksbeurs te geven. Dat was echter met structureel, zoals het programma bij geneeskunde. Rector Taede Sminia wil dat er binnenkort voor de hele VU een regeling komt voor talentvolle studenten. 'We denken aan een systeem van onderzoeksbeurzen, waardoor talentvolle studenten zich met wetenschap kunnen bezighouden en met bij de Albert Heijn hoeven te gaan werken", aldus de rector. Hoe het systeem er precies uit gaat zien is nog niet bekend, maar Sminia wil het volgend studiejaar rond hebben. De masterclass-studenten bij geneeskunde hebben wel een extra studieprogramma, maar ze krijgen er geen geld voor. Shahryar IVlir moet daardoor naast zijn studie en de masterclass nog werken voor zijn geld: hij prikt bloed bij het VU-ziekenhuis en hij is student-assistent bij practica medisciie biologie. Jan Leemreis werkt ook als student-assistent en in de thuiszorg. Dat zou met het beurzenstelsel dat Sminia voorstelt wellicht met meer nodig zijn. Peter Strelitski
V.l.n.r. Jan Leemreis, Shahryar Mir en Louis Handoico
Geneeskundestudenten hebben een vol programma. Toch is dat sommigen niet genoeg. Hen biedt de medische faculteit sinds drie jaar een 'masterclass'. Een gesprek met drie van die superstudenten nu de eerste lichting het programma lieeft afgerond. Weimoed Visser Er zijn van die studenten die fluitend door hun studie gaan. Jan Leemreis, Louis Handoko en Shahryar Mir zijn daar een voorbeeld van. Een zesje is voor hen met goed genoeg. In het eerste jaar haalden ze hoge cijfers en daarom vroeg h u n faculteit, Geneeskunde, ze mee te doen aan de masterclass geneeskunde. D a t houdt in dat ze dne jaar lang extra vakken volgen en ongeveer een dag per week meedraaien in wetenschappelijk onderzoek. Geneeskunde is al een volle studie. De meeste studenten houden er weinig tijd over voor andere dingen. Tellen de dagen van deze masterclassstudenten soms meer uren? N e e , antwoorden ze alle drie. "Waar ik vroeger per dag plande, plan ik n u per uur", zegt Handoko. Hij behoort tot de eer-
I
ste Uchting studenten, die net klaar is met de masterclass. Mir, die net als Leemreis nog bezig is, zegt inmiddels ook geleerd te hebben efficiënter met zijn tijd om te gaan: "Ik was nooit een goede planner, maar als je geen tijd hebt om alle colleges te volgen, moet je wel afwegen waarmee je je tijd het nuttigst besteedt."
Snuffelstages Drie jaar geleden begon Geneeskunde met een speciaal studieprogramma voor talentvolle studenten. Hoogleraar Maarten Boers, hoofd klinische epidemiologie en biostatistiek, vond dat er in het reguliere programma te weinig aandacht was voor wetenschappelijke vorming. Studenten kiezen vrijwel altijd voor medicijnen omdat ze arts willen worden en mensen willen hel-
pen, niet omdat ze de wetenschap in willen. T o c h is er juist behoefte aan mensen die arts en wetenschapper tegelijk zijn. Boers wilde talentvolle studenten al tijdens hun studie de kans geven kennis te maken met wetenschappelijk onderzoek. In het eerste jaar van de masterclass hebben de studenten vier snuffelstages op verschillende afdelingen. Daarna is het de bedoeling dat ze een afdeling kiezen waar ze een groot onderzoek willen doen. Ze formuleren een onderzoeksvoorstel, draaien ongeveer een jaar lang mee in de afdeling en moeten over de resultaten een publicatie schrijven in een internationaal erkend tijdschrift. En dat dus allemaal naast hun studieprogramma. Het is een intensief programma dat de faculteit veel geld kost. "Maar we hopen dat we op deze manier meer VU-studenten in aanmerking kunnen laten komen voor 'agiko', assistent-geneeskundige in opleiding tot klinisch onderzoeker. Dat is een prestigieuze onderzoeksplek waarvoor jaariijks in heel Nederland maar twintig mensen in aanmerking komen", vertelt Boers.
Leemreis is bhj dat hij de mogelijkheid heeft het extra programma te volgen. "De universiteit is te veel gericht op de middenmoot. Dat is natuurlijk logisch, maar net zoals je extra begeleiding moet bieden aan studenten die onder het gemiddelde niveau zitten, is het goed om studenten die daarboven zitten extra studiemogelijkheden te geven", vindt hij.
ning van insuline na hartinfarcten. Mir onderzoekt het effect van bestraling op hersentumoren bij kinderen en Leemreis doet onderzoek naar acuut nierfalen. Ze zijn alle drie erg tevreden met hun onderzoek.
Afhakers
Handoko vult hem aan: "Bovendien is het goed dat studenten die later misschien de wetenschap in willen, nu al kurmen kijken of het echt iets voor hen is." Een van de beste dingen aan het masterclassprogramma vindt het drietal dat je als student op een laagdrempelige manier een wetenschappelijk onderzoek en een onderzoeksgroep kunt vinden die bij je passen. Handoko: "Ik was uit mezelf tijdens mijn studie waarschijnlijk ook wel een onderzoek gaan doen, maar dan had ik veel langer moeten zoeken naar iets wat ik echt leuk vind." Hij deed onderzoek naar het effect van toedie-
Ongeveer de helft van de studenten die aan de masterclass beginnen, haalt de eindstreep. Van het jaar van Handoko kregen er zes onlangs hun bul; vijf andere studenten waren afgehaakt. Ook m het jaar van Leemreis haakte ongeveer de helft van de studenten af. "Soms stoppen ze met heel goede redenen hoor", vertelt Handoko. "Dan valt het wetenschappelijk onderzoek bijvoorbeeld tegen." Handoko, Mir en Leemreis weten in elk geval wel zeker dat ze graag verder willen in de wetenschap. Alle drie zouden ze graag een opleidingsplek als onderzoeker en specialist willen. Maar die zijn schaars. Leemreis: "Misschien dat je meer kans maakt als je de masterclass hebt gevolgd. Maar als je het alleen voor je cv doet, red je het niet."
van het proefschrift als zodanig." Het Laioo werkt dit soort ideeën uit in een notitie, die begin volgend jaar klaar moet zijn. Universiteitenvereniging V S N U komt rond de jaarwisseling al met een advies over de promotie-eisen. Misschien kunnen ze inspiratie putten uit het promotiestelsel van de negentiende eeuw, toen men nog uitsluitend op stellmgen promoveerde. Van Vught doelt met zijn voorstel op 'professionele doctoren' die als topmanager in kennisintensieve bedrijven kunnen werken. Zij zouden ervaring moeten opdoen met het doen van onderzoek, maar ook met leidinggeven. Bovendien moeten ze leren hoe
een prototype van een nieuw product kan worden ontwikkeld en hoe spinoffs en patenten te realiseren. Door af te zien van het schnjven van een tijdrovend proefschrift zouden de 'management-doctoren' in een soort duaal traject in twee a d n e jaar de doctorstitel kunnen halen. In de VS bestaan volgens Van Vught al universiteiten die een doctorstitel kennen zonder de verplichting van het schnjven van een proefschnft. Volgens Franciska Koens, Laioo-bestuurslid voor mtemationale zaken, is het m Zweden en Spanje ook mogelijk op artikelen te promoveren en zou de vereiste introductie m Zweden minder uitgebreid zijn dan hier.
Laagdrempelig
VSNU en Laioo overwegen versoepeling van promotie-eisen
Weg met het proefschrift! Geen tijdrovende onderzoekstoestanden en schrijfsessies, wel een doctorstitel. Als het aan de Twentse collegevoorzitter Frans van Vught ligt, gaat dat straks tot de mogelijkiieden behoren. De landelijke organisatie van promovendi ziet wel wat in het voorstel.
Een interessant idee." Voorzitter Victor Spoormaker van het Landelijk o- en Oio-Overleg (Laioo) reageert positief op de suggestie van de Twentse collegevoorzitter Frans van Vught >^rn promoveren zonder proefschrift "logehik te maken voor kandidaten ^<ior hoogwaardige academische func-
ties. "Promovendi die geen onderzoeker worden hoeven van mij geen tijdrovend proefschrift te schrijven", zei Van Vught vorige week in een interview. "Er moet iets veranderen. Slechts zeven procent van de promovendi haalt de officiële termijn van vier jaar. De eisen zijn te hoog." Volgens Spoormaker zijn de promotie-eisen in de VS en Engeland lager. "Het is daar
geen probleem in drie jaar te promoveren. Het wordt daar niet zoals hier gezien als een levenswerk, maar als een proeve van bekwaamheid." De Laioo-voorziner is er echter geen voorstander van verschillende eisen te hanteren voor dezelfde titel, zoals Van Vught wil. "Ik denk eerder aan algemene invoenng van de proefschriftpraktijk die nu al gangbaar is onder bètawetenschappers en psychologen: een bundeling van ongeveer vijf artikelen, aangevuld met een stevige inleiding en conclusies die zorgen voor de nodige samenhang. Verlichtmg van de promotie-eisen kan dan bereikt worden door vermindering van het aantal artikelen. De andere mogelijkheid is afschaffing
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2003
Ad Valvas | 580 Pagina's