Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2003-2004 - pagina 231

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2003-2004 - pagina 231

8 minuten leestijd

AD VALVAS 18 DECEMBER 2003

PAGINA 7

Peggy Cohen bindt de strijd aan met vooroordelen tegen transseksuelen

Weetjes

'Therapeuten denken te veel in seksehokjes'

Botontkalking

Transseksuelen krijgen bijna | altijd te maken met vooroordelen. Niet alleen die van familie en vrienden; ook hulpverleners hebben er last van. Dat stelt hoogleraar Peggy Cohen-Kettenis in haar oratie. De transseksueel krijgt daardoor niet altijd de best mogelijke behandeling. Weimoed Visser Wil was Cohens eerste cliënt met genderproblemen. Ze had een afkeer van haar lichaam als vrouw, maar wilde ook niet als man door het leven. N a lang wikken en wegen koos ze ervoor zich niet te laten opereren, omdat voor haar de voordelen niet zouden opwegen tegen de nadelen. Het voorbeeld dateert uit de begmjaren van Cohens therapeutenpraktijk, lang voordat ze zich zou specialiseren in transseksualiteit. Maar Wils verhaal komt terug in de oratie die Cohen emd november hield, omdat het illustreert hoe opvattingen van hulpverleners een negatieve rol kunnen spelen in de behandeling van transseksuelen. Wil was namelijk voordat ze bij Cohen kwam al bij twee therapeuten geweest. Eentje wilde zich überhaupt niet verdiepen in het probleem, de andere raadde Wil aan als echte vrouw te gaan leven, compleet met make-up en hoge hakken. Dan zouden de problemen wel overgaan. Wil raakte daardoor alleen maar meer in de knoop. Wat er mis ging in de behandeling van Wil, is volgens Cohen dat de therapeut haar zo snel mogelijk in een seksehokje wUde stoppen. Maar het probleem was nou juist dat Wil geen echte vrouw was. Cohen: "Therapeuten zijn in dit opzicht net mensen. Ook zij delen voor de orde in hun eigen hoofd anderen in in hokjes. M a n of vrouw is zo'n basale verdeling. Als iemand niet in een van de vaste categorieën past, levert dat sparming en imtatie op."

Tussenpositie In haar oratie wandelt Cohen aan de hand van een aantal praktijkvoorbeelden door de geschiedenis van het relatief jonge vakgebied van de transseksualiteit. Wat opvalt is dat behandelingen van mensen met een zogeheten genderidenmeitsstoomis er vaak op gericht zi)n om deze mensen zo snel mogehjk in een van beide seksehokjes te krijgen. Zo werden kmderen van wde bij de geboorte onduidelijk was of ze jongetje of meisje waren, vrijwel altijd tot meisjes gemaakt. Het is namelijk makkelijker de ambigue geslachtsdelen van deze kinderen te vervrouwelijken dan ze mannelijk te maken. T o c h blijkt het, anders dan lang werd aangenomen, niet zo te zijn dat deze kinderen vanzelf een vrouw worden als je ze maar als vrouw opvoedt. Hulpverleners helpen mensen met genderproblemen het liefst terug naar de biologische sekse en, als dat niet kan, naar de andere sekse, maar een - eventueel tijdelijke - tussenpositie is voor hulpverleners net als voor andere mensen problematisch. Cohen noemt nog een voorbeeld uit de meer recente geschiedenis: eind jaren tachtig kreeg ze een jongetje in behandeling dat zich het liefst verkleedde in jurken met kanten stroken. Toen Hansje aankondigde zijn piemel eraf te willen knippen, gingen zijn ouders met hem naar de huisarts. Die adviseerde de ouders het jongetje niet meer met meisjesdingen te laten spelen en hem op judo en voetbal te doen. Een jaar later was Hansje veranderd van een weliswaar meisjesachtig maar opgewekt kind in een neerslachtig kereltje dat riep dat hij dood *ilde om daarna als meisje geboren te Worden.

Stigmatisering Ovengens wil Cohen niets afdoen aan de complexiteit van transseksualiteit voor behandelaars. De behandeling

fvan transseksuele jongeren, waarm zijzelf IS gespecialiseerd, is helemaal een uiterst moeilijk terrein, waar je nooit helemaal zeker kunt weten of je de goede beslissing neemt. Algemene regels voor een geslaagde behandeling zijn er niet. Cohen: "Als ik iets geleerd heb, is het wel dat iedere transseksueel verschilt en dat daarmee ook de juiste behandeling elke keer heel nauwkeurig overwogen moet worden." Daarbij speelt het veel hulpverleners parten dat ze geen routine kunnen opbouwen doordat ze hooguit een of twee keer in hun werkzame leven met het probleem van transseksualiteit te maken zullen krijgen. Het is een aandoening die heel wemig voorkomt: een op de 11.000 mannen wil vrouw zijn en een op de 30.000 vrouwen man. Transseksualiteit goed herkennen en behandelen is ook daardoor moeilijk. Desondanks wil Cohen dat er meer aandacht komt voor de al dan niet bewuste opvattingen van hulpverleners, die een goede behandeling soms m de weg staan. De zeer fundamentele opvatting dat mensen in te delen zijn in mannen en vrouwen is daar een

van. Maar er zijn meer opvattingen of emoties die behandelaars bewust of onbewust met zich meedragen. Zoals een gebrek aan identrficatie met de cliënt. Therapeuten kunnen zich persoonlijk meestal weinig voorstellen bij de wens om van geslacht te veranderen, laat staan dat ze iets kunnen navoelen van de wens tot gedeeltelijke geslachtsverandermg. Het gebrek aan identificatie met de problematiek maakt de behandeling afstandelijker. Dat hoeft op zich niet fout te zijn, zo lang een hulpverlener zich er maar van bewust is. Tijdens een sekseveranderende behandeling kunnen hulpverleners daarnaast in verwarring raken doordat iemand er bijvoorbeeld (deels) uitziet als vrouw maar als man aangesproken wil worden of andersom. Dit soort verwarnng kan weer leiden tot irritatie. Daarbij speelt volgens Cohen mee dat wij mensen op uiterlijk beoordelen en dat onze opvatting over schoonheid samenhangt met secundaire geslachtskenmerken. Vrouwen worden mooier gevonden als ze typisch vrouwelijke trekken hebben en bij marmen worden mannelijke trekken positief beoordeeld. "Wanneer deze kenmerken met passen bij het sociale geslacht, dus de rol waarin iemand zich presenteert, kan die persoon in het nadeel zijn. De kans op stigmatisering en afwijzing is groter." Dit soort onbewuste processen geven transseksuelen een negatief imago. "Hulpverleners hebben er last van, maar bijvoorbeeld ook de mensen die | moeten beslissen of een onderzoeksproject financiering krijgt", vertelt Cohen. "Voor een onderzoek naar transseksualiteit krijg je geen financiering van bedrijven of organisaties.

Peggy Cohen-Kettenis (55) is sinds kort hoogleraar psychoseksuele ontwikkeling aan het VUmc. Ze zal zich voornamelijk gaan bezighouden met transseksualiteit onder jongeren. Cohen studeerde begin jaren zeventig psychologie in Utrecht. Ze kwam eind jaren zeventig voor het eerst met transseksuelen in aanraking in haar werk als docent bij seksuologie aan de Universiteit Utrecht. Cohen promoveerde in 1980 in de kinderpsychologie. In de jaren tachtig ves tigde ze zich als klinisch psycholoog Ze kreeg veel transseksuelen op haar spreekuur doordat het bericht zich snel verspeidde dat ze zich als een van de weinige psychologen bezighield met genderproblematiek. De eerste kinderen met genderproblemen zag Cohen toen ze universitair hoofddocent werd bij de afdeling kinderpsychiatrie in Utrecht. Sinds 1993 was Cohen bijzonder hoogleraar genderontwikkeling en psychopathologie aan de universiteit Utrecht. (WV)

Alleen mensen met een bepaalde 'aanleg' krijgen sterke botten van het drinken van veel melk. De botontwikkeling wordt, meer dan door calcium, bemvloed door de hoeveelheid lichamelijke activiteit en door de inname van voedingsvezels en alcohol. Epidemiologe Ingrid Bakker, die op 19 december promoveert, bekeek de resultaten van het Amsterdams Groei- en Gezondheidsonderzoek (AGGO) waarin zeshonderd jongens en meisjes gedurende meer dan twintig jaar werden geobserveerd, en ontdekte dat je vooral van lichameUjke inspanning sterke botten krijgt. Spieren trekken tijdens die inspanning namelijk aan de botten, waardoor er meer botweefsel wordt aangemaakt. Het onderzoek is belangrijk in de stnjd tegen botontkalking, die dus het beste kan worden tegengegaan door veel te sporten en gezond te eten. (PB)

Alcohol Dat veel alcoholisten aan angststoornissen lijden, werd al eerder in deze rubnek gesignaleerd. Mogelijk gebruiken alcoholisten drank als zelfmedicatie voor hun angsten. Psychologe Annemiek Schade, die op 10 december promoveerde, ontdekte dat die angststoornis goed te behandelen is, maar niet leidt tot verminderd alcoholgebruik. 47 alcoholisten met een angststoornis werden behandeld voor hun alcoholprobleem en kregen daarnaast gedragstherapie voor hun angsten; 49 alcoholisten met een angststoornis werden uitsluitend behandeld voor hun verslaving. In de groep die de gecombineerde behandeling kreeg werden de angstklachten duidehjk minder, maar het alcoholgebruik was nauwelijks lager dan in de groep die alleen een alcoholbehandeling kreeg. Alcoholverslaafden met een angststoornis vormen een groep patiënten die regelmatig tussen wal en schip vallen: psychiatrische klmieken sturen ze vaak weg, en verslavmgsklinieken herkermen de angststoornis niet of kunnen die niet goed behandelen. (PB)

Kanker Baarmoederhalskanker wordt voorafgegaan door cervicale intraepitheliale neoplasie (CIN). Bij het stellen van de CIN-diagnose zijn er drie problemen. T e n eerste is het in een aantal gevallen niet goed mogelijk om C I N aan te tonen of uit te sluiten, doordat er een aantal goedaardige afwijkingen zijn die erg op CIN lijken. T e n tweede is het stellen van de juiste CIN-graad subjectief, waardoor een aantal patiënten met C I N niet juist behandeld wordt. T e n derde zal een groot deel van de CIN-patiënten ondanks het verhoogde risico zonder behandeling geen kanker ontwikkelen maar vanzelf genezen. Een aanzienlijk deel van de patiënten met C I N wordt dus ten onrechte juist wel of niet behandeld. Oncoloog A.J. Kruse beschrijft in zijn proefschrift, waarop hij op 12 december promoveerde, een methode die op objectieve wijze CIN aantoont of uitsluit en die beter onderscheid kan maken tussen vrouwen met C I N die wel en niet kanker zullen ontwikkelen. (PB)

Dementen Verpleegkundige Cora van der Kooij ontwikkelde een methode om de intuïtie van mensen die dementerende bejaarden verzorgen naar een 'bewust niveau' te tillen. Zo leert dat personeel door middel van 'belevingsgerichte' methoden voor elke patiënt een unieke benaderingswijze te vinden. 'Maieutisch' (verloskundig, bevnjdend) noemt Van der Kooij dat, naar de methode die Socrates in gesprek met zijn leerlingen hanteerde. Zij schreef er een proefschrift over, Gewoon lief zijn?, waarop ze op 19 december hoopt te promoveren. (PB)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2003

Ad Valvas | 580 Pagina's

Ad Valvas 2003-2004 - pagina 231

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2003

Ad Valvas | 580 Pagina's