Ad Valvas 2003-2004 - pagina 141
AD VALVAS 30 OKTOBER 2003 I
PAGINA 9
Nieuwe hoogleraar sociologie hekelt Nederlands integratiebeleid
'Nederland is doordesemd van groepsdenken' Integratiebeleid? Als het aan Ruud Koopmans ligt, wordt dat woord niet meer gebruiltt. Het Nederlandse beleid heeft namelijk eerder voor segregatie gezorgd. De nieuwe VU-hoogleraar sociologie over Hollandse schijnopenheid, allochtone studentenciubs en het Duitse voorbeeld.
integratie ook niet bepaald vlekkeloos. Die kant moeten we dus blijkbaar ook niet op. "Kijk, je kunt overdrijven naar beide kanten. Ik denk dat Nederland naar de multiculturele kant is doorgeslagen en daardoor is vergeten dat het belangrijk is dat migranten zich op bepaalde punten wel degelijk aanpassen. En Frankrijk heeft het een beetje de andere kant op overdreven. Dat land staat dusdanig afwijzend tegenover migrantenculturen dat men een vijandige en soms zelfs gewelddadige reactie - met name van moslimmigranten - heeft opgeroepen." Over segregatie gesproken: er is de laatste jaren een wildgroei ontstaan aan etnische studentenverenigingen, ook aan de VU. Hoe staat u hier tegenover? "Ik denk dat het op zich geen goede zaak is. Je kunt mensen natuurlijk niet verbieden zich te organiseren zoals ze willen, maar een tmiversiteitsbestuur zou het ook niet moeten bevorderen. Daar moet je wel bij aantekenen dat het hier om migranten gaat die sowieso al geslaagd zijn; ze zijn namelijk op de universiteit beland, wat voor de meeste migranten niet geldt. Het nadeel van de opsluiting in de eigen groep is juist het grootst voor de nietsuccesvoUe migranten. Omdat ze daardoor niet de sociale netwerken en de contacten opbouwen die nodig zijn om aan een baan te komen en, bijvoorbeeld, kermis te verwerven over het Nederlandse opleidingsstelsel en huisvestingsbeleid. Voor studenten aan de VU lijkt het me echter weinig schadelijk. Of je nu blij moet zijn dat we de verzuiling - waar we dachten van af te zijn - via de achterdeur weer terug krijgen, is een ander verhaal."
Maurice Blessing Zijn werkkamer oogt nog wat kaal en af en toe duiken er nog wat germanismen in zijn spraakgebruik op, maar verder lijkt kersvers hoogleraar sociologie Ruud Koopmans (1961) zich best thuis te voelen aan de VU. N a negen jaar als onderzoeker betrokken te zijn geweest bij het Wissenschaftszentrum für Sozialforschung in Berlijn (WZB), vond hij het ook wel tijd worden voor 'iets nieuws'. Bovendien: "Het plan van de VU om een leidend instituut voor vergelijkend sociaalwetenschappelijk onderzoek op te zetten, trok me aan." Waar universiteiten door de bezuinigingsdrift van de overheid meer dan ooit gedwongen worden hun maatschappelijke relevantie te tonen, kan de VU met Koopmans voor de dag komen. De afgelopen anderhalf jaar heeft de politiek socioloog zich ontwikkeld tot een van de prominente critici van het Nederlandse integratiebeleid. Zijn artikel over dit onderwerp in het vaktijdschrift Migrantenstudies, in juni vorig jaar, was zelfs een belangrijke aanleiding voor de 'motieMarijnissen', die uitmondde in het lopende parlementaire onderzoek naar het Nederlandse integratiebeleid. Inmiddels is hij zelf ook door de bijbehorende Tijdelijke Commissie Onderzoek Integratiebeleid gehoord. U waagt zich, via internationaal vergelijkend onderzoek, aan een oordeel over de integratie van migranten in Nederland. Maar is zo'n vaag iets als 'integratie ' wel te meten? "Het ligt er maar aan welke meedat je gebruikt. Veel mensen verstaan onder integratie 'culturele aanpassing'. Dat is niet mijn positie. Ik gebruik de definitie van integratie die in alle overheidsrapporten staat: de gelijkwaardige deelname van migranten aan belangrijke maatschappelijke terreinen als arbeidsmarkt, onderwijs en huisvesting, en op het negatieve vlak van de criminaliteit. Als het er op al die terreinen niets toe doet wat je afkomst of kleur is, is wat mij betreft de integratie geslaagd. Of mensen naar de moskee gaan of een hoofddoek dragen, dat interesseert mij niet." Uit uw artikel in Migrantenstudies bleek dat de werkloosheid onder migranten in Nederland relatief twee maal zo groot is als in Duitsland. Ook verlaten Turkse en Marokkaanse jongeren hier
Ruud Koopmans: 'Het aanbieden van overheidsdiensten in migrantentalen is dom beleid' twee maal zo vaak zonder diploma hun school, en is de segregatie van allochtonen in Nederland vele malen groter dan in het buurland. Hoe verklaart u dit? "Duitsland heeft nooit een specifiek op minderheidsgroepen gericht integratiebeleid gevoerd, zoals Nederland dat wél heeft gedaan. Dat wil overigens niet zeggen dat er in Duitsland helemaal geen sociaal-economisch beleid gevoerd is, integendeel. Maar dat is een algemeen beleid geweest; migranten profiteerden daar automatisch van mee. Het is daarom een misverstand om te zeggen: 'Duitsland heeft helemaal geen beleid, de overheid kan zijn handen er beter vanaf trekken.' Hoewel, ten dele is zelfs dat misschien waar, omdat ik denk dat het Nederlandse beleid averechts heeft gewerkt." Hoe weet u zo zeker dat de achterstand van Nederlandse immigranten aan het overheidsbeleid is te wijten? "Dat is de enige conclusie die je uit de cijfers kunt trekken. Nederland heeft namelijk een heel specifiek beleid gevoerd. Het enige land met een vergelijkbaar beleid is Zweden. En dat doet het qua integratie even slecht als Nederland. Zweden heeft ook
sterk de nadruk gelegd op de eigen taal en cultuur van migranten, op inspraakorganen en subsidiëring van etnische zelforganisaties. Het heeft nu dezelfde problemen als Nederland: een hoge werkloosheid en een sterke
Christiaan Krouwels
stimuleert om binnen hun eigen groep blijven. Zodoende maken ze zich niet de culturele hulpmiddelen eigen die noodzakelijk zijn om in de Nederlandse samenleving te functioneren. Een belangrijk voorbeeld is het aanbieden
'Een universiteitsbestuur moet de groei van etnisclie studentenverenigingen niet bevorderen' mate van etnische segregatie in de steden, met zwarte en witte wijken. Dus je kunt haast niet om de conclusie heen dat het iets met het beleid te maken heeft." De Nederlandse overheid erkent vanouds groepsidentiteiten en stimuleert de vorming van etnische zelforganisaties. Waarom is dit slecht voor de integratie van immigranten? "Omdat je migranten op die manier
van overheidsdiensten in Nederland in migrantentalen. Dat is dóm beleid. Het idee was uiteraard het toegankelijk maken van allerlei maatschappelijke instituties. Maar de enige maatschappelijke instituties die men zo toegankelijk heeft gemaakt zijn wat ik altijd noem 'de doodlopende straten van de verzorgingsstaat'." Frankrijk voert juist een beleid van culturele assimilatie, en daar verloopt de
Kunt u die behoefte van studenten aan een 'eigen' etnische studentenvereniging begrijpen? "Ik begrijp het wel, want het is niet toevallig dat dit juist in Nederland zo'n wijdverbreid fenomeen is. Ik ben het in Duitsland nooit tegengekomen, aan geen van de drie universiteiten waar ik les heb gegeven. De Nederlandse samenleving is doordesemd van groepsdenken. Het is een algemeen kenmerk van de autochtone witte Nederlandse samenleving dat het een erg gesloten cultuur is. Wij doen altijd zo open, maar het is vooral: je mag een eigen plekje hebben naast onze cultuur. Ik denk dat je als migrant in Nederland, zelfs als het je goed gaat, opgroeit met het idee dat je 'anders' bent. Dat je door anderen ook als 'anders' wordt gezien, en dat men zich daardoor ook niet echt thuis voelt binnen een 'autochtone' Nederlandse studentenvereniging." Wanneer het Nederlandse integratiebeleid inderdaad zo desastreus is geweest als u concludeert, zet dit de allochtone studenten aan de VU juist in een gunstig daglicht. "Inderdaad. Als je er als kind van migranten - ondanks het ontmoedigende overheidsbeleid, en ondanks een samenleving die telkens het anderszijn van allochtone minderheden benadrukt - desondanks in slaagt tot een van de keminstituties van de Nederlandse samenleving door te dringen, is dat een grote prestatie. Maar het is zeker geen reden om trots te zijn op het Nederlandse overheidsbeleid."
Jesaja levert VU-student beurs op Vormt 'Jesaja 40' n u wel of niet één geheel? Theologiestudent Reinoud Oosting wijdde er een afstudeerscriptie aan. Tijdens de Dies NataUs werd die beloond m e t Bulthuis van O o s t e m i e l a n d - b e u r s .
Peter Breedveld Troost, troost mijn volk, zegt uw w d . Spreekt tot het hart van Jeruzalem, roept het toe, dat zijn lijdenstijd volbracht is, dat zijn ongerechtigheid geboet is, dat het uit de hand des Heren dubbel ontvangen heeft voor al
zijn zonden." Aldus luiden de eerste twee verzen van het bijbelhoofdstuk Jesaja 40. De theologiestudent Reinoud Oosting schreef in 2000 een scriptie over dit hoofdstuk en stelde zich de vraag of de eerste elf verzen een zelfstandige eenheid binnen Jesaja 40 vormen. Vorige week maandag, tijdens de viering van de Dies Natalis, kreeg hij er de Bulthuis van Oosternieland-beurs ä vijfhonderd euro voor. Deze driejaarlijkse stimuleringsprijs wordt uitgereikt door de Stichting Bulthuis van Oostemieland Fonds, waarvan VU-rector Taede Sminia voorzitter is.
Oosting vergeleek twee methoden van onderzoek naar de indeling van het bijbelhoofdstuk. De eerste, de Kamper methode, hanteert literaire criteria (stijlfiguren als chiasma's, parallellisme) en leidt tot de conclusie dat Jesaja 40, inclusief de eerste elf verzen, een hechte eenheid vormt. De tweede methode is die van VUhoogleraar Eep Talstra en hanteert taalkundige criteria. Oosting paste die methode toe op het bijbelhoofdstuk en constateerde verschillen in het gebruik van werkwoordstijden tussen de eerste elf verzen en de rest van het hoofdstuk. In dat licht bezien vormen
die eerste elf verzen dus wél een aparte eenheid. "Als je literaire criteria hanteert, begeef je je altijd op glad ijs", aldus Oosting. "Over het gebruik van stijlfiguren kun je van mening verschillen." Taalkundige criteria zijn volgens Oosting harder en minder gevoelig voor een verschil in interpretatie. Een voorbeeld van het verschil tussen de twee methoden, aan de hand van Jesaja 40:14: 'Wie raadpleegde Hij, dat deze hem inzicht zou geven, het rechte pad zou leren, kennis bijbrengen en de weg des Verstands doen kennen?'
Volgens de Kamper methode hoort de zinsnede 'kennis bijbrengen' hier niet thuis, omdat ze de parallel 'pad' / 'weg' verstoort. Taalkundig gezien (dus volgens de methode Talstra) is er met de zin niets mis, omdat-ie immers goed te begrijpen is. Deze taalkundige constatering wordt nog eens bevestigd door het volgende chiasme (kruisstelling ofwel het ABBA-patroon, dus een literair criterium) ; inzicht (A) - leren (B) / bijbrengen (B) - verstand (A). Oosting werkt nu aan een proefschrift over de rol van Sion/feruzalem in Jesaja 40-55.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2003
Ad Valvas | 580 Pagina's