Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2004-2005 - pagina 315

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2004-2005 - pagina 315

1 minuut leestijd

AD VALVAS 10 FEBRUARI 2005

PAGINA 7

Weetjes Etty

'Bèta's zijn vaak wereldvreemd'

Kijk- en oplagecijfers bedreigen onze cultuur. Dat stelde Elsbeth Ètty in haar oratie ter aanvaarding van liet bijzonder hoogleraarscinap Literaire Kritiek op 4 februari. Volgens Etty woedt er een cultuurstrijd waarin de literaire kritiek, als domein van een culturele elite, liet dreigt af te leggen tegen de commercie. De literaire kritiek, zoals die nu nog in enkele kwaliteitskranten wordt bedreven, kan een tegenwicht bieden aan populistische amusementsindustrie zoals de uitvaart van André Hazes en de televisieverkiezing van de grootste Nederlander aller tijden. (PB)

Pottenbakken Griekse en Romeinse pottenbakkers zaten niet in ivoren torens, onkundig van de wensen van de man of vrouw in de straat. Integendeel, pottenbakkercentra maakten actief deel uit van de samenleving. Een zekere autonomie hadden ze wel: ze maakten zelf keuzes en zochten naar verschillende invullingen voor de organisatie van hun werk. Dat stelt oudheidkundige BenoTt Mater in zijn proefschrift, waarop hij 10 februari promoveert. Hij onderzocht de aardewerkproductie in het eerste millennium voor Christus in de Italiaanse regio's Salento, Sibaritide en Agro Pontine. Hij wilde weten of er een directe relatie was tussen de ontwikkeling in aardewerl<productie en de ontwikkeling in samenlevingen die onderhevig waren aan urbanisatie en Griekse en Romeinse l<olonisatieprocessen. (PB)

Waterbouwers snappen niet wat politici doen en omgekeerd. Slechte zaak, vindt de nieuwe VU-hoogleraar Guus Borgers. Want als je het beheer van ons land aan specialisten overlaat, krijg je gevaarlijke situaties. Een gesprek naar aanleiding van zijn oratie. Anne Pek D e zee is hoog, het land ligt laag. Daar zitten we dan, in onze overvolle delta. We bouwen dijken, sluizen en gemalen om ons tegen het water te beschermen, en broeden op mogelijkheden om nóg meer land aan het water te ontfutselen. Zo ligt er momenteel het plan-Waterman, dat de kust tussen Hoek van Holland en Scheveningen een stuk westwaarts wil verleggen door zand weg te zuigen van de zeebodem en op te spuiten vlak voor de huidige kustlijn. D o m , vindt Guus Borger. Hij pakt potlood en papier om dat oordeel met een tekening te beargumenteren. "Kijk, dit is de zeebodem, dat de duinenrij. In een normale toestand is er sprake van een voortdurend transport van zand uit de zee naar het strand. Het water woelt het los en vervoert het die kant op, richting strand. Vervolgens blaast de westenwind het de duinen op." Maar, vervolgt hij terwijl hij een diep gat in zijn zeebodem kalkt: "Als je vlak voor de kustlijn een bak uitbaggert, verandert dat allemaal. Het zand stroomt in dat gat en bereikt de kust dus niet meer. Op de korte termijn heb je er dan wel een stuk land bij, maar op de langere termijn een stevig beheersprobleem." Natuurlijk, zegt hij, "ïüjkswaterstaat neemt dat graag op zich, ze hebben daar ook werk nodig. Maar of het verständig is..."

Moet alles wat kan? De maatschappelijke kanten van ons technisch vernuft, dat is wat Borger boeit. Dertig jaar geleden promoveerde de hoogleraar Historische Geografie nog op zoiets schijnbaar banaals als de ontstaansgeschiedenis van de Beschoot, een piepklein poldertje bij Hoorn dat toevallig wél Nederlands diepste 'natuurlijke' door ontwatering ontstane - polder is ("ingeklonken oud land dus en géén droogmakerij"). Maar al is de bewoningsgeschiedenis en de waterhuishouding van ons natte land sindsdien altijd zijn terrein gebleven, de 'bovenliggende' vraag naar de verhouding tussen techniek en ethiek ging hem steeds meer bezighouden. "We kunnen tegenwoordig 'alles', maar is dat wat ons nu mooi uitkomt ook goed voor volgende generaties? Dät is de wezenlijke vraag, en niet wat er technisch mogelijk is", zegt hij. Daarvoor is het ook nodig dat bèta's meer oog krijgen voor de maatschappelijke effecten van hun werk, en dat de alfa's en gamma's die nu vooral de overheidsinstellingen bemensen beter begrijpen wat de techniek wél en niet vermag. Mensen die over de grenzen van hun specialisme heen kurmen kij-

Spierbeschadiging

Guus Borger: 'Is dat wat ons nu mooi uitkomt ook goed voor volgende generaties?'

ken dus. En dat brengt Borger op zijn andere stokpaardje: het gevaar van een reductionistische aanpak, een wetenschap die zich steeds meer in deelgebiedjes opsplitst en de grote verbanden uit het oog verliest. En hij haalt het beroemde adagium van Newton aan: 'Als ik verder kan zien, komt dat doordat ik op de schouders van reuzen sta.' Borger: "Natuurlijk moeten we blijven voortbouwen op de kennis van onze voorgangers. Maar we moeten ons er wel van bewust zijn dat je, als je op andermans schouders staat, die ander ook bepaalt in welke richting je kijkt. Oftewel: zonder kritische zin kom je niet los van de fouten van je voorgangers." En die kritische zin ontbreekt wat hem betreft tegenwoordig te vaak. Beter gezegd: kritische zin in combinatie met kennis van zaken. "Voor de Tweede Wereldoorlog had je bijvoorbeeld zoiets als de socialistische jeugdbeweging", zegt hij. "Daar combineerden ze een grote aandacht voor de natuurwetenschappen met maatschappelijke betrokkenheid. Die mensen gingen eerst een wetenschappelijke opleiding doen en werden vervolgens bestuurlijk of politiek actief. Dat zie je nu veel minder. En laten we wel wezen, een bètastudie alléén bereidt je niet voor op een maatschappelijke rol. Dat zijn wereldvreemde opleidingen, volstrekt gecodificeerd."

Herkansing Borgers houding sprak de faculteit der Aard- en Levenswetenschappen van

de V U aan. Want ALW stelt zich sinds haar ontstaan, drie jaar geleden, uit de samenvoeging van de faculteiten Biologie en Aardwetenschappen en het Instituut voor Milieuvraagstukken ten doel wetenschappers uit diverse disciplines meer te laten samenwerken zodat ze een bredere kijk op de zaken krijgen en meer maatschappelijk relevante kermis voortbrengen. En dus vroeg de ALWdecaan Borger vorig jaar om naast zijn hoogleraarschap aan de Universiteit van Amsterdam één dag per week hoogleraar aan de VU te worden. Borger heeft daar wel even over moeten nadenken, vertelt hij. En niet alleen omdat hij al 62 is en dus maar drie jaar aan de VU zal kunnen blijven: "In 1987 werd ik hier aan de UvA decaan van de toenmalige faculteit Ruimtelijke Wetenschappen. Het idee was toen ook dat er meer interdisciplinair gewerkt moest worden. Ik heb me daar jaren voor ingezet, maar het is me niet gelukt." Een glimlach: "Toch is er aan de VU vertrouwen in mij. En ik wil het daar graag nog eens proberen." Borger is sinds september vorig jaar aangesteld bij Geo- en Bio-archeologie, maar hij moet "nadrukkelijk breder gaan samenwerken". Een van de dingen die hij de komende drie jaar bij ALW geacht wordt op poten te zetten, is een nieuwe opleiding. "Beleid en Aarde", zegt hij. "Of Aarde, Ruimte en Beleid. Zoiets in ieder geval - we zijn er nog niet helemaal uit. Er komt een nieuw aardrijkskundeprogramma op middelbare scholen, we willen in onze naam-

geving een beetje aansluiten bij hoe ze dat daar gaan noemen. Zodat scholieren meteen een idee hebben wat ze van de studie kunnen verwachten." En dat is? "Veel aandacht voor ruimtelijke ordening én voor beleid. D e studenten zullen dus leren waarom ons land eruitziet zoals het eruitziet, welke historische en fysieke mechanismen daarachter zitten, maar ook hoe de politieke besluitvorming verloopt. Zodat ze straks als ze bijvoorbeeld bij een waterschap komen te werken, én weten wat water doet én weten hoe het bestel werkt." En zulke mensen hebben we hard nodig, dat kan Borger niet nalaten te benadrukken. Want we leven nu eenmaal in een kwetsbaar land en dan moet je belangrijke beslissingen niet aan specialisten overlaten. Vooruit, nog een voorbeeld. De diepe droogmakerijen in Zuid-Holland, zoals de Alexanderpolder. Volgens de plannen wordt daar de komende jaren een groot aantal huizen neergezet - zeven meter onder de zeespiegel! "Meer een plek voor bedrijventerreinen of kassen", oordeelt Borger; "als van zó'n polder een dijk breekt, heb je namelijk een regelrecht tsunami-effect. Daar verbleekt de dijkbreuk van vorig jaar in Wilnis bij. Het is niet voor niets dat Rijkswaterstaat zo'n royaal budget en zo veel mandaat heeft - het gäät in Nederland ergens om. Maar je moet er dan wel voor zorgen dat daar bèta's zitten die breder kunnen denken." Prof. Guus Borger houdt donderdag 17 februari om 15.45 uur zijn oratie. Plaats: Aula hoofdgebouw.

Verlenging van de spier (excentrische inspanning) kan leiden tot spierbeschadiging. Dat bewijst bewegingswetenschapper Josina Rijkelijkhuizen in haar proefschrift, dat ze 10 februari verdedigt. Rijkelijkhuizen onderzocht de effecten van spierverlenging, -verkorting (concentrische inspanning) en een constante spierlengte (isometrische inspanning). Dat deed zij door de kuitspieren van een rat bloot te leggen en te stimuleren met stroomstoten. Na een uur ontstond bij zowel excentrische, concentrische als isometrische inspanning low-frequency fatigue (LFF^. Dit betekent dat de spierkracht door stroomstoten met lage frequenties sterker gedaald was dan bij hoge frequenties. Het grootst was de LEF na excentrische activiteit en bij korte spierlengten. Onze spieren worden in het dagelijks leven voornamelijk met lage frequenties aangestuurd. LFE zou daarom grote gevolgen kunnen hebben voor onze spierfunctie. Een manier om de effecten van LEF tegen te gaan is potentiatie van de spier: verhoging van de submaximale spierkracht door voorafgaande spieractiviteit. Warming up-oefeningen dus eigenlijk. (PB)

Paniekreacties We verwachten van de overheid dat ze maatregelen neemt tegen seksediscriminatie of voor een sociale markteconomie. Waarom zou ze zich dan niet mogen inspannen voor het creëren van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid? Jan Willem Sap, VU-docent Europees recht, neemt in dagblad Trouw van 8 februari stelling tegen de paniekreacties op nieuwe wetgeving ter bestrijding van terrorisme. Maatregelen als de meldingsplicht voor verdachte personen en een verbod zich op bepaalde plekken te bevinden raken volgens Sap de grenzen van de rechtsstaat, maar voor een stalinistisch bewind onder minister van justitie Donner hoeft niet te worden gevreesd. In het kader van de Europese wetgeving kan immers nooit sprake zijn van totalitarisme, merkt Sap op. (PB)

INCEZOKDEN NEDEDELINC

Skiën? Oké, maar eerst stemmen natuurlijk!" Verkiezingen OR OC 11-21 februari 2005

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004

Ad Valvas | 592 Pagina's

Ad Valvas 2004-2005 - pagina 315

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004

Ad Valvas | 592 Pagina's