Ad Valvas 2004-2005 - pagina 181
AP VALVAS 18 NOVEMBER 2004
I N T E R V I E W
/
N I E U W S A N A L Y S E
PAGINA 5
Theoretisch psycholoog waarschuwt voor eendimensionale verklaringen
Genen zijn heel het leven niet Wetenschappers hechten veel t e veel waarde aan de genetica, vindt Marko Barendregt. Het geloof In de genetische verklaring is zelfs een doctrine geworden. De theoretisch psycholoog laat in zijn proefschrift zien hoe deze doctrine doorwerkt In de hele wetenschap. Weimoed Visser T o e n in 2000 het menselijk genoom volledig werd ontrafeld, zei Bill Clinton: "Vandaag leren we de taal waarin god het leven heeft geschapen." Deze uitspraak is symptomatisch voor het denken over de genetica, vindt theoretisch psycholoog Marko Barendregt. Veel mensen zien de genetica als het wetenschappelijke antwoord op alle mogehjke vragen over ziektes, aandoeningen en afwijkingen. Volgens Barendregt is deze belofte echter schromelijk overdreven. "Het valt erg tegen voor hoeveel ziektes daadwerkehjk een behandelwijze is gevonden in de genetica. Vaak zijn het niet meer dan aanzetjes. M e n weet met welk gen een bepaalde aandoening te maken heeft, maar daar blijft het voorlopig bij." Barendregt vindt het primaat van de genetica een wetenschappelijke doctrine, waartegen hij argumenten aandraagt in The Gene Doctrine, het proefschrift waarop hij op 4 november promoveerde. Zijn opvatting is weinig modieus - verreweg het meeste onderzoeksgeld gaat naar genetisch georiënteerd onderzoek. D a t wordt als de wetenschap van de 21ste eeuw beschouwd. D e psychologie of andere wetenschappen die de mens niet vanuit de genetica verklaren, krijgen, ook biimen de VU, aanzienhjk minder middelen. Bij Theoretische Psychologie moet Barendregt zelfs het licht uitdoen. N a zijn promotie houdt de afdeling op te bestaan.
Muurtje Barendregts argumenten tegen de gendoctrine zijn wetenschapsfilosofisch van aard. In de eerste plaats vindt hij dat in discussies over genen de omgevingsfactoren vaak worden vergeten. Terwijl die een even belangrijke rol spelen bij de vraag of iemand bepaalde kenmerken ontwikkelt. De promovendus legt zijn standpunt uit met een analogie: "Stel, de genetica en omgevingsfactoren zijn twee metselaars die samen aan een muurtje bezig zijn. De één legt de stenen klaar en de ander doet het cement erop. D a n is het onmogehjk te bepalen wie het meest heeft bijgedragen aan het muurtje." Vaak geven genenwetenschappers dit overigens zelf toe. H u n claims zijn meestal bescheiden: ze onderzoeken welke genen correleren met bepaalde verschijnselen, zonder daar al te verregaande conclusies aan te verbinden. D e gendoctrine is eerder impliciet. Barendregt: "Bij de behandeling van ziektes bijvoorbeeld wordt de zoektocht naar genetische oplossingen vaak belangrijker gevonden dan een aanpassing in de omgevingsfactoren." Dat de oplossing lang niet altijd in de genetica ligt, laat Barendregt zien aan de hand van de stofwisselingsziekte pku (Phenylketonurie), een aangeboren onvermogen om het aminozuur phenylalanine af te breken. Hoopt dit aminozuur zich op, dan krijg je allerlei mentale en
lichamelijke klachten. Barendregt: "Dit is een geheel genetische ziekte, maar de beste therapie is een phenylalanine-arm dieet - aanpassing van de omgevmgsfactoren dus. D a n is er vrij goed met pku te leven. H e t dieet was als behandeling al lang bekend voordat de genetische afwijking die tot pku leidt, was gevonden en het voldoet prima, dus waarom zou je dan naar een genetische oplossing zoeken?" Barendregt vindt het een gevaarlijke ontwikkeling dat er bij de ontwikkeling van medicijnen zo eenzijdig onderzoeksgeld naar de genetica gaat. "Daarmee laat je mogelijk betere therapieen liggen, alleen al omdat je er geen onderzoek naar doet."
Eenzijdig Helemaal fout gaat het met de gendoctrine wanneer vragen van metafysische aard worden verward met wetenschappelijke vragen, analyseert Barendregt. " D e vraag of de menselijke geest niet meer is dan een verzameling chemische stofjes in de hersenen is een puur filosofische, die je niet kunt oplossen met wetenschappelijke kermis. Ook als je alles weet van de stofjes in de hersenen, kun je daarmee die vraag niet beantwoorden. H e t geloof dat dat wel kan is een voorbeeld van fout reductionisme, waarin je filosofie en wetenschap verwart." Het reductionisme schrijft voor dat je als wetenschapper op zoek gaat naar de kleinst mogelijke bouwstenen, om iets over het geheel te zeggen. Hoe kleiner de bouwsteen, hoe fundamenteler je kermis. Dit wetenschapsideaal ontstond in de jaren vijftig. Inmiddels is het volgens Barendregt doorgeschoten. "Genetische verklaringen krijgen zo veel credits omdat genen gezien worden als de basale bouwstenen van de mens. Maar daarbij worden de even basale bouwstenen van de omgeving over het hoofd gezien. Die zijn complexer en passen daardoor niet goed binnen
'Wat is het evolutionair voordeel van een genetische aanleg voor depressie? Genetisch onderzoek helpt je hier niet verder' het reductionistische systeem, maar dat neemt niet weg dat ze onmisbaar zijn in een verklaring." Ook in de jaren vijftig ontstond het begrip genetische codering, dat later een geheel eigen leven zou gaan leiden in de gendoctrine. "Aanvankelijk werd het begrip gebruikt voor de manier waarop cellen eiwitten produceren. EivMtten worden, via een tussenstap, gemaakt als afdruk van het dna. D e dna-structuur correspondeert exact met de aminozuurvolgorde van de geproduceerde eiwitten. D e informatie voor de aminozuurvolgorde van eiwitten ligt vast in het dna, waardoor je inderdaad kunt spreken van genetische codering. Maar dat begrip wordt tegenwoordig ook gebruikt voor allerlei psychische aandoeningen als depressie. Dat suggereert dus dat een bepaald gen onvermijdelijk depressie voortbrengt. D a t is natuurlijk niet waar." Genetici schermen ter verdediging van h u n vak-
Marko Barendregt, de laatste theoretisch psycholoog aan de VU gebied vaak met de evolutietheorie. Onze genetische samenstelling is uitgeselecteerd omdat we daarmee het best overleven, is de gangbare opvatting, en daarom zijn genen belangrijker dan omgevingsfactoren. Volgens Barendregt is dit een overschatting van de evolutietheorie. "Een heleboel genen dienen geen enkel evolutionair nut. Juist bij de afwijkingen die door genetici worden bestudeerd, is het nut vaak niet aan te tonen. Wat is het evolutionair voordeel van een genetische aanleg voor depressie of adhd? Genetisch onderzoek helpt je hier niet verder."
De enige oplossing ligt volgens Barendregt in het doorbreken van de gendoctrine en het verbinden van verschillende wetenschappelijke theorieën uit de genetica, de psychologie en andere wetenschapsgebieden, zonder dat één belangrijker is dan de andere, "want complexe systemen als gedrag kun je niet ééndimensionaal verklaren, hoewel de huidige wetenschap dat dus wel probeert". The Gene Doctrine: A pragmatic perspective on reduction and explanation in biological psychiology.
Het blijft tobben met studiefinanciering De afgelopen jaren werd het ene advies na het andere geschreven over de studiefinanciering. Want niemand is tevreden met het huidige stelsel. Waarom komt Rutte dan wéér met marginale aanpassingen? Dirk de Hoog Is studiefinanciering uit? In ieder geval hebben de plannen van staatssecretaris Rutte van Onderwijs voor aanpassing van de studiefinancienng weinig aandacht in de media getrokken. Nu zijn die aanpassingen ook vrij marginaal. Studenten in spe kunnen voortaan ook het collegegeld bij de overheid lenen, en de voorwaarden voor het afbetalen van studieschulden worden iets versoepeld. Opmerkelijk is vooral dat er zo weinig verandert. Ongeveer iedereen in Hoger Onderwijsland vindt namelijk dat het bestaande stelsel heeft afgedaan. Alom bestond
dan ook de verwachting dat dit kabinet knopen zou doorhakken. Het huidige stelsel voldoet niet omdat het een compromis is dat aan geen van de nagestreefde doelstellingen echt recht doet. De basisbeurs voor een uitwonende van 2 3 3 , - is te laag o m de huur van een kamer te betalen. Bovendien gaat de helft op aan collegegeld. Ook mensen met een aanvullende beurs van maximaal 202,- hebben extra inkomen nodig om te kunnen rondkomen. Ze mogen nog maximaal 258,- bijlenen. Bovendien werkt het stelsel denivellerend. Het zijn immers vooral kinderen van relatief welgestelde ouders die gaan studeren en die krijgen allemaal een basisbeurs, ongeacht het ouderlijk inkomen. Mankementen die zijn ontstaan bij de invoering van de basisbeurs begin jaren tachtig. Eigenlijk moesten studenten toen financieel volledig onafhankelijk worden van hun ouders, maar dat vond de politiek te duur. D u s ontstond het compromis van een lage basisbeurs met een aanvullende beurs naar rato van het ouderlijk inkomen.
Gevolg van dit alles is dat ruim tachtig procent van de studenten een bijbaan heeft. Docenten worden er horendol van. Ze kunnen nauwelijks nog een tijdstip vinden waarop alle studenten
nieuwsanalyse tegelijk naar college of werkgroep kunnen komen. En dat terwijl de politiek steeds roept om hogere studierendementen. Studenten moeten veertig uur per week studeren. Als het stelsel niet voldoet, waarom komt er dan geen nieuw? Simpel. De verschillende partijen zijn het er niet over eens wie wat moet betalen. Rutte en consorten vinden dat studenten zelf het meeste profijt van hun studie hebben en dus moeten investeren in hun toekomst door te lenen. De sociaal-democraten vrezen dat hier-
door kinderen uit armere gezmnen niet meer gaan studeren en willen juist hogere beurzen voor de financieel zwakkeren. En een steeds sterker wordende conservatieve stroming vmdt dat de ouders in principe de opleiding van hun kinderen moeten betalen en dat staatssteun alleen terecht is als ze dat echt niet kunnen. T e n slotte vinden de studentenbonden dat de overheid de studenten een redelijk inkomen moet bieden, wat later via een vorm van academicibelasting verrekend kan worden. En dus verandert er vooralsnog weinig. Ook niet aan de enorme bureaucratie die nodig is om al die beurzen uit te keren en de collegegelden te heffen. Rutte zou m ieder geval een daad kunnen stellen die past bij zijn streven naar minder regeltjes. Zoals VU-rector Smmia ooit suggereerde: Schaf én de collegegelden voor de bacheloropleiding af (nu 1476,-) én de algemene basisbeurs, en geef studenten die het werkelijk nodig hebben een echte studiebeurs. Dat scheelt in ieder geval tientallen miljoenen euro aan onnodige bureaucratie en rondpompen van geld!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004
Ad Valvas | 592 Pagina's