Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2004-2005 - pagina 29

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2004-2005 - pagina 29

9 minuten leestijd

AP VALVAS 9 SEPTEMBER 2 0 0 4

W E T E N S C H A P

PAGINA 9

Veni-winnaar Meike Bartels gaat uitzoeken wat mensen happy maakt

Weetjes

Een databank

Kanker Celdelingsremmende medicijnen tegen lonker (cytostatica) zijn met alleen giftig voor tumorcellen, maar ook voor gezonde cellen. Geneeskundige Michelle de Graaf, die op 2 juli is gepromoveerd, ontdekte dat het middel D0X-GA3 ervoor zorgt dat cytostatica uitsluitend vrijkomen in de tumor en gezonde cellen ongemoeid laten. Er wordt met D0X-GA3 een soort kettingslot om een bepaald cytostaticum gelegd. De 'sleutel' om het slot te openen is de stof b-glucuronidase. Die is voornamelijk aanwezig in de tumorcellen, waardoor het cytostaticum alleen daar te werk gaat en de gezonde cellen ongemoeid laat. Doordat de bijwerkingen van de kettingslotmethode minimaal zijn, kon De Graaf in proefmuizen met tumoren veel grotere hoeveelheden toedienen. Ondanks deze veelbelovende laboratoriumresultaten wordt D0X-GA3 nog niet in de kliniek gebruikt vanwege de te hoge kosten. (PB)

Macht

Biologisch psychologe Meilce Bartels: 'Ik hoef geen mensen te zien. Ik wil onze kennis vergroten'

Ben je voor het geluk geboren of maken opvoeding en omgeving je tot een tevreden mens? Die aloude nature-nurture-vraag gaat Meike Bartels de komende drie jaar te lijf met behulp van het unieke Tweelingen Register van de VU. Anne Pek

Elfduizend vragenlijsten van veertien pagina's. Die stuk voor stuk gedrukt, verstuurd, in antwoordnummerenveloppe geretourneerd en door een data-invoerbureau verwerkt moeten worden. Wat kost dat wel niet? Ook zulke dingen moeten wetenschappers weten, ontdekte Meike Bartels toen ze vorig jaar haar aanvraag voor een Veni-subsidie opstelde. Om in aanmerking te komen voor zo'n subsidie uit het 'Vemieuwingsimpuls'-potje van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), moest de pas gepromoveerde biologisch psychologe begin dit jaar precies voorrekenen wat de kosten van het door haar voorgestelde onderzoek zouden zijn. Alle kosten - dus behalve haar salaris ook al die kleine diensten en dingen waar ze tijdens haar promotieonderzoek nog zonder nadenken gebruik van had gemaakt. Vorige maand werd bekend dat het bedrag waarop ze uiteindelijk uitkwam, door NWO wordt gehonoreerd. Als het goed is, kan ze dus ergens deze herfst beginnen aan haar driejarige onderzoeksproject. Na die drie jaar wordt ze geacht de wereld meer inzicht te verschaffen in de oorzaken van individuele verschillen in geluk en welbevinden. Waarom steekt de ene mens prettig in zijn vel en weet de ander zelden een bhje glimlach te produceren? En hoe groot is het aandeel van onze genen daarin?

Extreme problemen Om dat te achterhalen, maakt Bartels gebruik van het Nederlands Tweelingen Register. In dat wereldwijd unieke register, eind jaren tachtig opgezet door de VU, staan inmiddels zo'n 35.000 Nederlandse tweelingparen ingeschreven. Het grootste deel ervan zit er sinds hun geboorte in en van die groep gaat de biologisch

psychologe nu alle 14- en 16-jarigen benaderen met die vragenlijst van veertien pagina's. Waarom zo'n dik pak, als het onderzoek toch al zo duur is? "Een deel van de vragen stond al vast", legt Bartels uit. "Deze tweelingen worden al sinds hun geboorte gevolgd, om het jaar met dezelfde vragenlijst en die moet nu ook weer mee. Je wilt de continuïteit er namelijk in houden, die maakt de waarde van ons register juist zo groot. Een deel van de vragenlijsten is internationaal gestandaardiseerd, daar mag je niet eens in schrappen." Met een grijns: "Van mijn veertien pagina's worden er bijvoorbeeld drie in beslag genomen door een gedragsproblemenlijst. Dat is een klinische lijst, daar staan echt vrij extreme problemen op. Vaak horen we van ouders: wat moeten we daarmee, onze kinderen vertonen helemaal geen gedragsproblemen! Dan antwoord ik dat het daarom extra belangrijk is dat ze toch aan het onderzoek meedoen. Wij onderzoeken namelijk een 'normale' populatie en als de 'normalen' daar niet meer aan meedoen, heeft volgens de statistieken iedereen straks gedragsproblemen." Maar natuurlijk bevat de lijst - deze keer voor het eerst direct aan de tweelingen zélf gericht - ook speciaal door haar opgestelde vragen, waarmee Bartels extra inzoomt op geluk. De jongeren moeten bijvoorbeeld een cijfer geven aan hun leven, waarbij een laag cijfer betekent dat ze niet gelukkig zijn en een hoog cijfer dat ze dat wél zijn.

' G e w o n e ' b r o e r s en zussen Overigens krijgen niet alleen tweelingen de vragenlijst voorgeschoteld, maar ook - en dat is eveneens nieuw hun eventuele broers en zussen. "Om nog meer informatie te verzamelen over omgevingsfactoren", verklaart Bartels. En ze licht toe: "Overeenkomsten en verschillen tussen mensen

kun je verklaren uit genetische aanleg, uit gedeelde omgevingsfactoren - de opvoeding en de buurt bijvoorbeeld en uit unieke omgevingsfactoren, zoals persoonlijke vrienden of een ziekenhuisopname. Eeneiige tweelingen zijn genetisch identiek en groeien op in hetzelfde gezin, dus elk verschil tussen hen is per definitie een gevolg van unieke omgevingsfactoren. "Bij twee-eiige tweelingen ligt dat anders. Die hebben net als 'gewone' broers en zussen maar vijftig procent van hun genetisch materiaal met elkaar gemeen. Bovendien kunnen ze van geslacht verschillen. Maar ze groeien op in hetzelfde gezin, zijn even oud en zitten vaak bij elkaar in de klas, dus ze delen altijd nog meer omgevingsfactoren dan 'gewone' broers en zussen. Die laatste groep brengt in dit onderzoek dus extra iiiformatie over omgevingsfactoren in."

Opvoeding of genen? Als ze dat allemaal bij elkaar gebracht heeft, moet Bartels uiteindelijk vrij precies kunnen uitfilteren hoe ons individuele geluk wordt beïnvloed door enerzijds onze genen en anderzijds onze gedeelde en unieke omgeving. Voor haar promotie deed ze dat al op het gebied van gedragsproblemen. Die bleken voor zestig procent erfelijk bepaald. Bartels: "Ja, dat is hoog. Aandachtsproblemen zijn zelfs voor ongeveer 75 procent erfelijk." De biologisch psychologe verwacht overigens dat geluk minder sterk genetisch bepaald zal blijken. "Voor veertig tot zestig procent, schat ik. En misschien kom ik nog wel lager uit. Er is wel eerder onderzoek naar gedaan en daar kwam uit dat geluk voor zeventig procent erfelijk is, maar dat was onder een veel kleinere onderzoeksgroep - iets van zeventig tweelingparen. Dan is het heel moeilijk te onderscheiden wat de ouders via de opvoeding op hun kinderen hebben overgedragen en wat via hun genen. Individuele omgevingsinvloeden zijn er dan al wel uit te filteren, maar voor die gemeenschappelijke invloeden heb je echt een groot bestand nodig." Overigens interesseert het haar niet eens zozeer in hoeverre geluk genetisch bepaald is als wel welke nietgenetische factoren er met name toe doen. "Bijvoorbeeld de groone van

Peter Strelitski

een gezin, of de plek waar je je jeugd doorbracht. Stel dat eruit komt dat kinderen die in de stad opgroeien statistisch gezien duidelijk gelukkiger of ongelukldger zijn dan plattelandskinderen - daar kun je iets mee." Waarmee ze meteen de vraag beantwoord heeft of het niet deprimerend is om de mens als zo'n door genen gepredestineerd wezen te bestuderen. Nee dus. "Neem nou aandachtsproblemen. Die zijn in hoge mate erfelijk. Dan kun je denken dat er weinig aan te doen is, maar je kunt er óók uit oppikken dat die houding van 'het kind groeit er wel overheen' niet klopt en dat het in ieder geval de moeite loont zo snel mogelijk met behandelen te beginnen. En ook dat een kind met aandachtsproblemen hoogstwaarschijnlijk een ouder met aandachtsproblemen heeft en dat behandelen van het kind water naar de zee dragen is als je de ouders niet meebehandelt." Nee, zelf behandelen doet ze niet. Heeft ze ook nooit gewild toen ze psychologie ging studeren: "Ik hoef niet zo direct mensen te zien. Ik wil vooral onze kennis vergroten. Waarom zijn we zoals we zijn? Waarom gaat de een bij wijze van spreken altijd naar de linker wc als-ie de keus heeft uit tien op een rij, en de ander naar de middelste? Dat zijn dingen die ik wil weten. En als ik het antwoord vind, geef ik dat graag door aan therapeuten; 'wij rekenen het voor jullie uit, jullie moeten er iets mee doen.' Zo draag ik indirect toch bij aan het algemeen welzijn. Maar therapie geven, nee. Niemand op de sofa bij mij."

Het gaat de leiders van zogenaamde non-gouvernementele organisaties (ngo's) vaak vooral om macht en geld. Deze onthutsende conclusie trekt sociaal wetenschapster Frangoise Companjen in Between tradition and modernity: Retliinliing roles of NGO leaders in Georgia's transition to democracy, het proefschrift waarop ze vandaag, 9 september, promoveert. Het heersende beeld dat ngo-leiders zich inzetten voor de democratie is misplaatst, zegt Companjen. De promovenda onderzocht ngo's die enkele jaren geleden actief waren in Georgië tijdens het democratiseringsproces aldaar. Ngo-leiders gebruiken hun organisatie volgens haar gewoon als springplank om in de regering te komen en zo een beter salaris en meer macht te krijgen. (PB)

Ijstijd Ons klimaat wordt in grote mate bepaald door koude golfstromen om Antarctica en warme golfstromen bij Zuid-Afrika. Dat blijkt uit een artikel in Nature van 26 augustus, waarvan VU-paleo-ecoloog Frank Peeters de hoofdauteur is. Door de planktonfossielen op de oceaanbodem bij ZuidAfrika te bestuderen, kon Peeters precies zien hoever een warme golfstroom uit de Indische Oceaan - de zogenaamde Agulhasstroom - om Zuid-Afrika heen was doorgestroomd naar de Atlantische Oceaan. Zo reconstrueerde hij de klimaatveranderingen van de afgelopen 550.000 jaar. Was in een bepaalde periode het warme water ver doorgestroomd naar het noorden, dan werd het warmer in Europa. Voerde vanaf de Zuidpool echter een koude wind, dan werd de warme golfstroom tegengehouden door een koude golfstroom uit Antarctica en daalde de temperatuur in onze contreien. Soms was die daling zo sterk dat een nieuwe ijstijd begon. De warme golTstroom uit ZuidAfrika beïnvloedt nog altijd ons klimaat, ontdekte Peeters. (PB)

Milieu Niet draagvlak of consensus, maar confrontatie leidt tot oplossingen voor complexe milieuproblemen. Om de tafel gaan zitten en kom maar op met die argumenten. Die aanpak wordt bepleit door milieudeskundige Marteen van Kerkhof, die op 2 juli promoveerde. Zij evalueerde het project Climate Options for the Long term (COOL), waarbij 56 partijen als bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers strategische inzichten ontwikkelden voor het Nederiandse klimaatbeleid en concludeerde dat dialogen waarin het gaat om keiharde argumentatie tot meer relevante inzichten leiden. (PB)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004

Ad Valvas | 592 Pagina's

Ad Valvas 2004-2005 - pagina 29

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004

Ad Valvas | 592 Pagina's