Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2004-2005 - pagina 518

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2004-2005 - pagina 518

9 minuten leestijd

PAGINA 6

Zo'n tien procent van de wetenschappers aan de VU is aangesteld op projectbasis. Ondanks allerlei subsidies is hun positie vaalt onzeker. Hoe houden ze dat vol? Dirk de Hoog In zekere zin is Jildau Bouwman (29) de ideale postdoc. Ze is jong, ze is enthousiast en ze werkt minstens vijf dagen in de week hard. Ze kreeg vrij snel na haar promotie een aanstelling voor vier jaar bij Aard- en Levenswetenschappen. "Voor mij de kans om meer ervaring op te doen in de wetenschap", zegt ze. "Daarmee hoop ik later verder te komen." Kortom: weinig te klagen, want ze kan nog drie jaar vooruit. Maar het knaagt toch wel bij Bouvwnan. "De kansen op een vaste baan aan de faculteit zijn nihil. Er wordt bezuinigd en er moeten mensen weg." Maar ach, in de wetenschap moet je flexibel zijn. Ze denkt erover zelf een subsidieaanvraag te doen als haar aanstelling afloopt, om nóg een postdocschap te kunnen vervullen. "Binnen het bedrijfsleven krijg je tegenwoordig ook niet zo maar een vaste aanstelling. Ik ben nog optimistisch, omdat dit mijn eerste postdocschap is. Maar ik kan me voorstellen dat als je van de ene tijdelijke aanstelling naar de andere hopt, je je een soort wegwerpacademicus gaat voelen."

D a n m a a r de grens over Sabrina Corbellini (35) is al een stapje verder. Ze is nu bezig met haar tweede postdocschap; bij de faculteit Godgeleerdheid doet ze onderzoek naar Italiaanse 'Levens van Jezus'. Verder geeft ze een dag in de week onderwijs bij Letteren. "Daar had ik drie jaar lang ook een onderzoeksbaan. Toen die was afgelopen, kreeg ik hier een nieuwe functie voor drie dagen in de week. Eigenlijk was het een promotieplaats, maar uiteindelijk heeft de projectleider besloten een postdoc aan te stellen." Ze kan nog twee jaar vooruit. Wat dan? "Ik zie

U N I V E R S I T E

wel. D e vooruitzichten op een vaste baan zijn hier heel beperkt. Ook bij Letteren wordt bezuinigd. Dus ik zal zelf subsidie moeten aanvragen. Maar dan kan ik ook nog problemen krijgen, want volgens de CAO mag je maar een beperkt aantal jaren op projectbasis werken. Als je d a n geen vaste aanstelling krijgt, moet je weg. D a t vind ik raar. Ach, desnoods ga ik verder in het buitenland, bijvoorbeeld in Italië. Ik kies voor de wetenschap en die beperkt zich niet tot de V U . " De gang naar het buitenland sluit Remus D a m e (30) ook niet uit. Hij ervaart dat het steeds moeilijker wordt in Nederland een vaste plek te krijgen. "Ik had een Veni-subsidie aangevraagd bij N W O toen ik nog aan het promoveren was. Maar mijn verzoek werd afgewezen. O p zich vond men het een goed voorstel, maar ik had te weinig ervaring. Eigenlijk moet je nu al eerst ergens een onderzoeksproject gedaan hebben voordat je zelf kans op subsidie maakt." Via de afdeling Natuurkunde kreeg zijn voorstel in aangepaste vorm toch geld van N W O , zodat hij voor drie jaar aan de bak kon. Hij doet onderzoek naar de manier waarop D N A in bacteriën is opgevouwen. "Mijn aanstelling loopt tot april volgend jaar. Ik ga opnieuw proberen een Veni-subsidie te krijgen. N u heb ik tenslotte meer ervaring. Als ik die niet krijg, wordt het moeilijk. Hier binnen de faculteit moeten plaatsen verdwijnen, dus als ik zelf geen geld binnenbreng, kan ik het wel vergeten. Kijk, als je wereldwijd wilt werken kom je vast wel ergens aan de bak. Maar ik heb bewust voor een bepaald onderwerp gekozen, dus daar wil ik wel in verder en dat kan maar op een heel beperkt aantal plaatsen."

Wat als ik vijftig word? Maar een vaste aanstelling zegt niet alles, meent Petra van D a m (42). "Als zogeheten Akademieonderzoeker heb ik een vaste aanstelling bij Letteren, maar ik word grotendeels betaald door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Volgend jaar wordt weer beoordeeld of ik een vervolgsubsidie krijg. Mocht dat niet het geval zijn - wat ik overigens niet verwacht -, dan zou de faculteit natuurlijk in de verleiding kurmen komen mijn

ontslag aan te vragen. Er loopt hier tenslotte een reorganisatie." Van D a m doet onderzoek naar de geschiedenis van het milieu, onder meer binnen het gebied van het hoogheemraadschap Rijnland. In totaal werkt ze n u vijftien jaar op basis van subsidies, inclusief een jaar in de Verenigde Staten. "Waar ik m e zorgen over maak, is hoe het gaat als ik straks vijftig ben. Misschien geven de subsidiegevers dan de voorkeur aan een jonge onderzoeker, omdat die goedkoper is." "Ik heb natuurlijk de tijd mee gehad", zegt Gijs Wuite (32). Hij hoorde bij de eerste lichting jonge wetenschappers die vijf jaar geleden geld kregen uit de zogeheten Vemieuwingsimpuls van N W O . " T o e n was de voorwaarde dat de faculteit je binnen vijf jaar in vaste dienst moest nemen. D a t is inmiddels met mij ook gebeurd. Maar nu is die eis behoorlijk afgezwakt. D e imiversiteiten willen zich niet meer op zo'n verplichting vastleggen." Dit jaar is Wuite, die bij Natuurkunde werkt, lid geworden van de Ondernemingsraad. "Ik wil zeker ook aandacht besteden aan de positie van jonge wetenschappers. D e V U moet een duidelijker postdocbeleid ontwikkelen. Daar zijn andere universiteiten ook mee bezig." Hij gelooft erg in het Amerikaanse systeem van tenure track. Dat houdt in dat mensen vijf jaar de tijd krijgen om zich te bewijzen. In die tijd moeten ze vee! publiceren en genoeg subsidies binnenhalen. Voldoen ze aan de voorwaarden dan kiijgen ze een vaste aanstelling, maar wie faalt moet weg. "Met zo'n systeem creëer je duidelijkheid. Uiteindelijk is de wetenschap een piramide. Je moet zorgen dat de meest getalenteerden boven komen drijven en kunnen blijven. Maar geef wel veel mensen een kans zich te bewijzen." Wuite vindt ook dat faculteiten best meer risico's kimnen nemen. " N u telt de tweede en derde geldstroom vaak niet mee in de meerjarenbegroting, terwijl daaruit de postdocs worden betaald. Je zou best een paar onderzoekers in vaste dienst kunnen nemen met de nadrukkelijke opdracht dat ze zelf subsidies binnenhalen. Je moet niet alleen aan de boekhouding denken, maar ook aan de mensen om vne het draait. Postdocs zijn waarschijnlijk de meest productieve onderzoekers van de universiteit."

AD VALVAS 26 MEI 2 0 0 5

Binnen via de achterdeur De lieperkte mogelijidieden voor een vast dienstverband voor jong wetenschappelijlc talent is een probleem. Dat beaamt VU-beleidsmedewerker Personeel en Organisatie Annemarie Kneppers. IHaar helemaal kansloos zijn ze niet. Bij een subsidieaanvraag voor de tweede periode van liet onderzoek bij de KNAW moeten ze bijvoorbeeld uitzicht hebben op een dienstverband. Ook heeft de universiteit zeK een aantal maatregelen genomen om de perspectieven van postdocs te verbeteren. Zo ajn er de talentgelden waaruit onder andere de aanstelling van postdocs als unnersitair docent (UD) is gestimuleerd. De centrale universiteit betaalt voor een periode van ten hoogste vijf jaar de helft van het salaris als een faculteit succesvolle jonge onderzoekers als UD in vaste dienst neemt. Op deze manier njn in de a^elopen jaren ruim dertig postdocs UD geworden. Ook financiert de VU sommige onderzoekers van wie de voorstellen goed genoeg zijn bevonden, maar die toch geen subsklie van NWO of KNAW krijgen. Kneppers: "Ik geef toe, het zijn geen grote stappen, maar het geeft wel aan dat we aandacht hebben voor deze cat^orie medewerkers. Maar de universiteiten zitten financieel klem. Als er geen geld bij komt kunnen we ook geen nieuwe mensen in vaste dienst nemen. Dat kan alleen als je groeit, als je extrafinanciëlemiddelen binnenhaalt of als er mensen weggaan. Daarnaast moet de universiteit trachten de mobiliteit van de eigen medewerkers te vergroten om meer ruimte te creëren voor nieuw talent." Volgens Kneppers mogen de faculteiten best wat ondernemender worden. "Als je jarenlang een redelijk constant bedrag aan tweede- en derdegeldstroomonderzoek binnenhaalt, kun je natuurlijk best zo nu en dan een veelbelovende postdoc een vast dienstverband geven."

Graduate Schools moeten universiteit smoel geven N e t als a n d e r e universiteiten wil o o k d e V U 'graduate schools' oprichten. Z e moeten de uithangborden worden voor de zwaartepunt e n in onderwijs e n o n d e r z o e k . Volgens de plannen van het college van bestuur moeten er dertien graduate schools komen. Deels beperken die zich tot één faculteit, deels zijn ze faculteitsoverstijgend, zoals Life Health Sciences. In de scholen zullen de betreffende masteroplei-

dingen worden ondergebracht. D e scholen moeten voor de werving zorgen. "We willen ons nadrukkelijk met deze schools presenteren. Voor de masteropleidingen moet je apart internationaal studenten werven", zegt reactor Taede Sminia. "Ze zullen langzaam maar zeker uitgroeien tot echte inhoudelijke zwaartepunten, met cursussen, congressen en seminars. Waarschijnlijk zullen ze ooit een eigen dean krijgen en de basis zijn voor de opleiding van promovendi." Het model van graduate schools is nog niet wette-

lijk verplicht, maar steeds meer universiteiten voeren het in. Daarmee lijken ze de rol van onderzoekscholen over te nemen. Die werden begin jaren negentig door toenmalig onderwijsminister Ritzen in het leven geroepen. Hierin moesten juist onderzoekers van verschillende universiteiten samenwerken. Sminia: " H e t is aan de faculteiten zelf om uit te maken in welke onderzoekscholen ze blijven participeren." Sminia denkt dat de graduate schools de organisatie niet nodeloos ingewikkelder maken. "In de toekomst komen er drie onderwijscycli.

Namelijk de brede bachelors per faculteit - oftewel undergraduate schools -, dan de graduate schools, waarin ook het onderzoek een belangrijke rol speelt, en daarboven instituten voor postacademisch onderwijs, de postgraduate schools. Graduate schools kunnen juist efficiënter werken door samen aan voorlichting, werving en profilering te doen, maar ook door structurele samenwerkingsverbanden op te zetten met bijvoorbeeld het V U Medisch Centrum. Dat is efficiënter dan wanneer elke betrokken masteropleiding dat zelf moet doen." (DdH)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004

Ad Valvas | 592 Pagina's

Ad Valvas 2004-2005 - pagina 518

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004

Ad Valvas | 592 Pagina's