Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2004-2005 - pagina 99

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2004-2005 - pagina 99

9 minuten leestijd

AD VALVAS 7 OKTOBER 2 0 0 4

O N P E R Z O E K / O N D E R V y i J S

PAGINA 1 1

De onderzoeker onder druk steeds meer faculteiten beoordelen de kwaliteit van het onderzoek aan de hand van internationale standaards. Economie is enthousiast, maar Rechten kan niet uit de voeten met de publicatieplicht. Peter Breedve d In januari 2003 publiceerde de Nederlandse Vereniging van Universiteiten (VSNU) samen met de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) het Standard Evaluation Protocol 2003-2009 for Public Research Organisations. Een protocol om wetenschappelijk onderzoek te evalueren, dus. Doel is het verbeteren van de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek. " D e resultaten van de evaluatie zijn bedoeld om onderzoeksorganisaties, onderzoekseenheden en individuele onderzoekers te helpen betere beslissingen voor toekomstig onderzoek te maken", staat in het voorwoord. De faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde (FEWEB) is tien jaar geleden al begonnen met het uitwerken van een zogenaamde output assessment. Eens in de drie jaar moeten onderzoekers hun vijf beste publicaties laten zien en aan de hand van een tijdschriftenranglijst wordt de kwaliteit van hun onderzoek beoordeeld. Een publicatie in het Academy of Management Journal wordt bijvoorbeeld hoger gewaardeerd dan een artikel in Abacus. O p basis van die vijf publicaties krijgen onderzoekers dan onderzoekstijd toegewezen. "Excellente onderzoekers krijgen dus meer tijd dan goede onderzoekers", legt Frans Snijders, directeur Bedrijfsvoering van F E W E B , uit. "Onderzoekstijd is een schaars goed, dat je zo

goed mogelijk moet verdelen", zegt hij. "We zitten tenslotte bij Economie." De eerste keer dat onderzoek daadwerkelijk werd geëvalueerd aan de hand van publicaties was in 1999. Snijders constateert dat het aantal publicaties in zogenaamde A-tijdschriften sindsdien is toegenomen. Of het onderzoek kwalitatief is verbeterd, moet blijken uit de rapportages van de visitatiecommissie. Je krijgt er natuurlijk wel een tweedeling van Aen B-onderzoekers mee, geeft Snijders toe. "Er bestaat inderdaad een soort hiërarchie, maar het is net als met salarissen: iedereen weet van elkaar wat-ie verdient, maar het is niet echt een onderwerp van gesprek." Hij noemt het sterk competitieve element van het waarderingssysteem "wel prettig". Wie het nu met twintig procent onderzoekstijd moet doen (en de rest dus vult met onderwijs geven en bestuurlijke taken verrichten), kan zich in de loop der tijd ontwikkelen tot iemand die veertig of zestig procent waard is.

K e i h a r d systeem Inmiddels speelt ook bij Rechten de discussie over het invoeren van een ratingsysteem. Geïnspireerd door het VSNU-protocol is een een landelijke commissie - de commissieStolker bezig met het

opstellen van een 'ratingsysteem'. "Zo'n systeem is hier nogal omstreden", bekent Pim Koenen, onderzoekscoördinator van de faculteit der Rechtsgeleerdheid. "De meting is keihard: de scheidslijn tussen wetenschap en praktijk is bij Rechten niet haarscherp en er is weinig dat een ondermaats publicerende onderzoeker verexcuseert." Volgens hoogleraar Privaatrecht Arno Akkermans is het VSNU-protocol vooral toegesneden op de bètawetenschappen. "Juridisch onderzoek wijkt op twee punten af: het is een nationale discipline, we publiceren voornamelijk in Nederlandse tijdschriften, en bovendien is de onderzoeksmethode anders. We doen geen empirisch onderzoek en werken niet in laboratoria."

I n t e r n a t i o n a a l sufTerdje Dat geeft Rechten meteen een achterstand bij de invoer van een internationaal ratingsysteem, meent Akkermans. "Zelf schrijf ik bijvoorbeeld mijn diepgaandste artikelen in een Nederlands tijdschrift voor praktijkmensen, dat internationaal geldt als het sufferdje van de beroepsgroep." Akkermans geeft de voorkeur aan het aloude systeem van visitatiecommissies die eens in de vier of vijf jaar alle

rechtenfaculteiten in Nederland bezoeken. "Dat is geen perfect systeem, maar wat er ook voor in de plaats zal komen, zeker is dat ook dat niet perfect zal zijn." Daar heeft ook hoogleraar Staats- en Bestuursrecht Ben Vermeulen, VU-afgevaardigde in de commissie-Stolker, een hard hoofd in. Sterker nog, Vermeulen vreest dat de commissie er eind dit jaar niet in zal slagen met eensluidende voorstellen te komen. "Vorige week zijn we in verwarring uit elkaar gegaan", meldt hij. Er zijn een aantal forse knelpunten die volgens Vermeulen onoplosbaar zijn. "Ten eerste zijn de verschillende deelsectoren birmen het recht niet in een precies omschreven programma onder te brengen. T e n tweede vormt het te kiezen visitatiesysteem een groot dilemma. Centrale visitatie, waarbij één onafhankelijke commissie alle rechtenfaculteiten bezoekt, heeft als voordeel dat je de verschillende faculteiten kunt vergelijken. Maar om alle vakgebieden tegen het licht te kunnen houden, zijn 24 juristen nodig die niet aan één van de universiteiten zijn verbonden. Probeer die maar eens te vinden. Daartegenover staat een een decentraal systeem waarbij elke faculteit zichzelf evalueert. Dat heeft als voordeel dat je naaste collega's om een oordeel kunt vragen, maar dan kun je niet meer vergelijken met andere faculteiten." Een ratingsysteem aan de hand van een lijst met A- en B-tijdschriften vindt ook in de ogen van Vermeulen geen genade. "Ik durfte stellen dat Nederlandse publicaties over asielrecht tot de Europese top behoren, maar dat is voor een Engelse jurist moeilijk te beoordelen, omdat ze vooral in het Nederlands zijn gepubliceerd." Er zit ook een machtspolitieke dimensie aan de zaak, merkt Vermeulen op. "Op het gebied van de onderzoeksfinanciering door organisaties als N W O is er een enorme concurrentie tussen Rechtswetenschappen en andere disciplines. Er zijn dus mensen die zitten te wachten op een mislukking van de commissie-Stolker."

Speciaal team gaat autistische studenten over studiehobbels heen helpen

Vastgebeten in Romeinse keizers Autistische s t u d e n t e n g a a n v a a k p r o b l e e m loos d o o r h u n s t u d i e . T o t d a t ze e e n h o b b e l op h u n w e g t e g e n k o m e n . D a n l o p e n ze d a a r h o p e l o o s o p vast. E e n a u t i s m e t e a m m o e t v o o r t a a n d e juiste b e g e l e i d i n g g e v e n . Gerard studeerde Geschiedenis aan de VU. Maar hij raakte al snel teleurgesteld in zijn studie. De docenten wisten namehjk lang niet zo veel van Romeinse keizers als hij. Waarom zou hij dan nog bij hen studeren? Voorjaar 2002 kwam hij terecht bij studentendecaan Henk Boswijk omdat hij was vastgelopen. Deze hielp hem uit te zoeken wat hij dan wél zou willen. Ze kwamen uit op een rechtenstudie. Maar ook dat liep mis, doordat er geen geld was voor extra begeleiding voor Gerard, die aan het Syndroom van Asperger lijdt. Mensen met een autistische stoornis, zoals Asperger, hebben moeite met het verwerken van prikkels uit de omgeving. Ze zien de grotere ver-

banden niet en zijn sterk gefixeerd op details. Daarnaast zijn ze sociaal onhandig doordat ze allerlei omgangsvormen niet oppikken. Ewout Pool, afgestudeerd historicus en autistisch: "Ik weet inmiddels dat mensen het niet prettig vinden als je hen langer dan drie seconden in de ogen kijkt, dus tel ik tot drie." Kenmerkend voor autisten met een bovengemiddelde intelligentie is ook dat ze vaak alles weten van een heel klein gebied: Romeinse keizers, het openbaarvervoemetwerk. VU-student Gerard is uiteindelijk gestopt met studeren. Boswijk vindt het nog steeds jammer dat hij h e m niet de juiste begeleiding kon bieden. "Autisten hebben helemaal niet zo veel hulp nodig, korte begeleidingsgesprekken zijn meestal voldoende", vertelde de studentendecaan op de studiemiddag over studeren met autisme die vorige week plaatsvond aan de VU. Inmiddels is het geld voor extra begeleiding er wel, omdat de regering extra geld heeft uitgetrokken voor studeren met een handicap.

Samen met de UvA en de Hogeschool van Amsterdam zette de V U onlangs een autismeteam op, dat met de studiemiddag officieel van start ging. H e t gaat om een zeer kleine groep studenten. Autisme en gerelateerde stoornissen komen voor bij dertig op de tienduizend mensen. Lang niet alle autisten zijn zo intelligent dat ze kunnen gaan studeren. "Bij de VU gaat het in totaal om ongeveer vijftien studenten", schat Boswijk. "Als een autistische student een probleem heeft, komt hij er zelfstandig vaak niet uit doordat hij zich vastbijt. Het lukt mensen met een autistische stoornis niet om problemen eens van een andere kant te bekijken. D u s hebben ze iemand nodig die tegen hun zegt 'doe eens een paar stapjes terug, misschien moet je het eens zo proberen'", legt Jos Mensink van het Autismeteam Amsterdam uit. Korte begeleidingsgesprekken op een vast tijdstip helpen om eventuele studieproblemen tijdig te signaleren. Studenten met autisme zullen vooral vasüopen

als hun studie veel overzicht of samenwerking met anderen vereist. Een gezamenlijk werkstuk kan voor hen een hel zijn, omdat ze niet weten waar ze moeten beginnen en hoe ze moeten samenwerken. Pool: "Ik probeerde altijd een afgebakend deel op me te nemen. We moesten een werkstuk maken over de Amerikaanse politiek na 1945. Toen heb ik meteen aangeboden de jaren 1945-1950 uit te zoeken. Met de rest heb ik me niet bemoeid." Pool heeft veel gehad aan een docent van de middelbare school, die hem ook tijdens zijn smdie bleef begeleiden. Daarnaast heeft hij geleerd niet geheimzinnig te doen over zijn handicap. "Docenten zijn altijd bereid geweest me te helpen." Pool studeerde vorig jaar af als historicus aan de universiteit Utrecht en werkt nu als klassenassistent op een school. (WV) De stichting Handicap en Studie bracht onlangs een reader uit: Autisme en studeren in het hoger onderwijs. Zie www.handicap-studie.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004

Ad Valvas | 592 Pagina's

Ad Valvas 2004-2005 - pagina 99

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004

Ad Valvas | 592 Pagina's