Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2004-2005 - pagina 413

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2004-2005 - pagina 413

8 minuten leestijd

AD VALVAS 7 APRIL 2005

O N P E R W I J S / R E C E N S

English rules Is het erg dat veel faculteiten geen Frans- of Duitstalige boeken meer op de literatuurlijst durven te zetten omdat studenten ze niet kunnen lezen? Ach, hun Engels is er stukken op vooruit gegaan. Dat komt ze veel beter van pas en ze vinden het nog leuker ook. F oor Ba Onder docenten wordt gemopperd op de student van tegenwoordig. Die leest liever geen Franse of Duitse boeken. Hij wacht wel op de vertaling in het Engels. Die student heeft helemaal gelijk. Op een universiteit waar 48 van de negentig masters Engelstalig zijn, is het veel nuttiger om je energie te steken in het perfectioneren van één taal. "We hebben gekozen voor een Engelstalige master omdat studenten die deze richting afronden op de werkvloer heel veel te maken hebben met deze taal", zegt Ruud Frambach, coördinator van de Engelstalige master Marketing. "Bovendien is Engels dominant in de vakliteratuur. Weinig studenten hebben in het begin van de master moeite met het over-

schakelen van Nederlands naar Engels. Dat gaat opvallend goed." "In ons vakgebied is Engels in de loop der jaren de voertaal geworden. Sinds de jaren zeventig zijn steeds meer bedrijven zich gaan internationaliseren en grote internationale bedrijven gingen alles in het Engels doen." Bij veel studies is het beheersen van Duits of Frans niet noodzakelijk. "Als je kijkt naar de gemiddelde student, dan is hun kennis van die talen slecht. Maar de meeste studenten hebben voor hun studie geen Frans of Duits nodig", meent Kim Sauter. Zij is hoofd Trainingsafdeling van het VU Taaicentrum. "Ze komen geen Fransen of Duitsers tegen en hoeven ook geen vakliteratuur in die talen te lezen. Alleen als je een letterenstudie doet of filosofie studeert, is het

PAGINA 9

Over de grens belangrijk dat je bronnen in die talen kunt raadplegen." Engels is voor veel studenten een taal die ze actief gebruiken. Niet alleen omdat het moet, maar vooral omdat ze het wUlen. Het is de taal die ze in hun vrije tijd veel tegenkomen en dan wordt leren heel gemakkelijk. Je kijkt naar een film en voegt onbewust wat woorden toe aan je woordenschat. En wanneer de nieuwe Harry Potter uitkomt, is het net zo leuk om die in de originele taal te lezen. Weinig studenten zullen datzelfde enthousiasme aan de dag leggen voor het lezen van een boek in het Duits.

Droevig tnaken Dat is ook de ervaring van Herman Engering, conrector van het Berlage Lyceum in Amsterdam, waar vwo- en havo-Ieerlingen tweetalig onderwijs kunnen volgen. Toen de school dat in 1998 mvoerde, is niet eens nagedacht over de vraag of de tweede taal ook Frans of Duits kon zijn. "Ik weet dat ik daar heel veel mensen droevig mee maak, maar leerlingen vinden Engels leuker dan Frans of Duits. Ze zien er het nut meer van in:

Niet alleen in Nederland, ook in andere Europese landen wordt het Engels als tweede taal steeds prominenter. Dat blijkt uit recent onderzoek door de Europese Unie. Van de niet-Engelstaligen is 31 procent in staat om een gesprek in die taal te voeren. In vergelijking met 1990 is het percentage burgers dat goed genoeg Engels spreekt om een gesprekje te houden in de meeste lidstaten toegenomen. De ondervraagde mensen vonden het Engels ook de nuttigste taal om naast hun moedertaal te spreken. Van alle leerlingen in het basis- en voorgezet onderwijs heeft 89 procent Engels, 32 procent Frans en 18 procent Duits in zijn onderwijspakket. songs, series en websites zijn in het Engels. Die taal vinden ze cool. Leerlingen leren Duits of Frans omdat ze het moeten, niet omdat ze het wülen." Engenng merkt bij zijn leerlingen de gunstige invloed van de dominantie van het Engels in de jeugdcultuur.

"Ze worden nu meer dan vroeger blootgesteld aan die taal en dat maakt hen er beter in. Dat merken we vooral aan allochtone leerlingen die thuis alleen via de schotel televisiezenders in hun moedertaal kijken. Die zien niet dezelfde Engelse series en videoclips en daardoor pikken ze de taal minder snel op dan de andere kinderen." "Engels is een belangrijker rol gaan spelen in het leven van de meeste mensen", meent ook Kim Sauter. "Ze komen er meer mee in aanraking. In de tijd van mijn moeder en grootmoeder was het nuttiger om Frans of Duits te spreken, nu is dat Engels. De woordenschat van studenten is toegenomen. Leerlingen op de middelbare school volgen al moeiteloos een film in het Engels. "De meeste studenten redden zich daardoor prima in die taal. Ook het lezen van vakliteratuur gaat ze goed af, net als een presentatie houden in die taal. Pas als je op een abstracter tekstniveau komt, gaat het minder goed. Het Engels kent veel subtielere nuances dan het Nederlands. In een wetenschappelijk stuk is het belangrijk dat je die erin houdt. Anders presenteer je je resultaten stelliger dan ze zijn."

Drie hoeraatjes voor de polder Het 'poldermodel' is sinds een paar jaar ernstig in diskrediet. Onterecht, vindt VUhistoricus Jona Lendering. In zijn nieuwe boek laat hij zien hoe diep de overlegcultuur in onze geschiedenis verankerd is. En hoe goed ze zou zijn voor de rest van Europa. Anne Pek Vraag buitenlanders wat ze aan de Nederlandse werkcultuur opvalt en negen van de tien roepen "altijd vergaderen" (de tiende roept "altijd koffie"). Inderdaad, Nederlanders vergaderen veel. Er worden hier weinig beslissmgen genomen die niet eerst groepsgewijs gekneed zijn. Een cliché? Oké, maar, zoals Jona Lendering schrijft in de inleiding bij Polderdenken, clichés bevatten eigenlijk altijd een kern van waarheid. Zodat het de lezer ook niet zal verba-

zen dat Lendering - docent bij Hoger Onderwijs Voor Ouderen en het Voorbereidend jaar Anderstalige Studenten aan de VU en eerder al auteur van een goedverkopend boek over Alexander de Grote - in zijn nieuwe boek het aloude verhaal herhaalt dat de Nederlandse manier van leven, onze traditie van overleg voeren en consensus nastreven, terug te voeren valt op onze strijd tegen het water. Een graaf kon immers nog zo veel land bezitten, als er geen boeren waren die het droog wilden houden had hij daar weinig aan. En dat wisten die boeren ook, zodat ze er wel voor zorgden dat de graaf van hun wensen op de hoogte was. Maar Lendering doet meer dan smakelijk hervertellen wat we allemaal al wisten. Hij haalt er veel voor de leek onbekende weetjes bij. Zo zullen de meeste Nederlanders nauwelijks beseffen dat hun heroïsche 'God schiep de wereld, de Hollanders schiepen Holland' beter kon luiden 'God schiep Holland, de Hollanders pompten het onder'. Als we ergens rond het jaar 1000 niet de Utrechtse zandgronden en de duinen van Kennemerland hadden verlaten om

de tussenliggende veengebieden te gaan exploiteren, was er niets aan de hand geweest. Want veen is weliswaar vreselijk vruchtbaar, maar ook vreselijk nat ("vochtige compost" noemt Lendering het). Om het te kunnen bebouwen moet het dus ontwaterd worden. Het gevolg: inklinking. Binnen een paar eeuwen zakten de

recensie hoge Hollandse veenkussens in tot mosveldjes die bij het minste of geringste onderliepen. Dijkbouw en goed georganiseerd waterbeheer werden dus pas toen een dringende noodzaak. Maar ook zonder overstromingen was de situatie tegen het einde van de Middeleeuwen redelijk rampzalig. Hoe lager het veen kwam te liggen, hoe vaker het graan namelijk op de velden wegrotte. Een groot deel van Holland was sindsdien alleen nog geschikt voor veeteelt. "Een ommekeer van apocalyptische dimensies".

schrijft Lendering. Want veel mensen raakten zo niet alleen brood-, maar ook werkloos - veeteelt is immers minder arbeidsintensief dan akkerbouw. Maar zie daar! Slimmerds vonden de kogge uit, een zeewaardig bulkschip waarmee de Hollanders linea recta naar Pruisen konden zeilen. Onze overschotten aan boter en kaas werden daar tegen enorme hoeveelheden graan geruild. De 'moedernegotie' was geboren, Hollands Gouden Eeuw kon beginnen. Net als overigens de opstand tegen de nieuwe Spaanse koning, die te weinig op had met onze overlegcultuur. Ons 'poldermodel' overleefde die Opstand en de eeuwen daarna. En al is het vandaag de dag eerder mode om er flink op af te geven, als het aan Lendering ligt maken we er de komende jaren zelfs een exportproduct van. Want hij eindigt zijn pocketversie van de vaderlandse geschiedenis met de stelling dat onze overlegcultuur wel eens dé oplossing kon zijn voor de huidige eurosclerose. Nu geeft Lendering meteen toe dat de toekomst voorspellen iets is waar een historicus zich maar beter verre van kan houden. Maar de Nederlandse

geschiedenis leesbaar en vanuit een verrassend perspectief samenvatten is hem zeker toevertrouwd. Polderdenken: De wortels van de Nederlandse overlegcultuur. Uitgeverij Athenaeum-Polak Van Gennep, 143 biz , € 12,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004

Ad Valvas | 592 Pagina's

Ad Valvas 2004-2005 - pagina 413

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004

Ad Valvas | 592 Pagina's