Ad Valvas 2004-2005 - pagina 132
De economie van smaak f De culturele sector zucht onder Bhet toenemende gewicht van een pUesegmenteerde consumenteni m a r k t en veeleisende subsidleIverstrekkers. Jaap Boter, VU-doVaeat Consumentengedrag, helpt i t f e noodlijdende cultuuraanbieI d e r s door hun verkoopcijfers om I t e buigen tot marketinginstrutmenten. Een subsidie van de WeEleBschapswinkel VU ondersteunt I hem in zijn missie. De culturele sector heeft het moeilijk. Niet alleen snijden bezuinigingsmessen in de toch al krappe budgetten. Theaters, concertzalen en musea moeten ook maar zien in te spelen op de uiteenlopende smaak van de cultuurconsument. Marketing is met langer voorbehouden aan de producenten van trendy producten. Cultuuraanbieders hebben hier zelfs een voordeel ten opzichte van hun tegenvoeters in het bedrijfsleven: in hun administratie (kaartverkoop en abonnementen in theaters en concertzalen, kaartleessystemen in musea en uitleenbestanden in bibliotheken) schuilen keiharde gegevens over het koopgedrag van hun klanten. Maar ja, hoe zetje deze verkoopcijfers om in beleids- en marketinginformatie? Deze vraag is koren op de molen van Jaap Boter. Sinds 2001 werkt hij als universitair docent Consumentengedrag bij de VU, maar is van huis uit muziekwetenschapper. Boter oogt als een 'echte' econoom met zijn strak gesneden pak en gesoigneerde strop-
ANNUSKA HOUTAPPEL AVC
Jaap Boter: "Ik werd gegrepen door hedonistische consumptie: alles wat j e doet voor j e lol"
das. Hij geeft ruiterlijk toe: "Eigenlijk heb ik met Muziekwetenschap de verkeerde studie gekozen. Al tijdens mijn opleiding had ik meer belangstelling voor de emoties die muziek kan oproepen dan muziekgeschiedenis. "Ik werd gegrepen door 'hedonistische consumptie': alles watje doet voor de lol. Daarom begon ik als hobby een promotieonderzoek naar patronen die aan smaakgebonden producten zijn verbonden." Tijdens zijn promotieonderzoek ontdekte Boter verschillende systemen in de smaak van cultuurminners: "Bekend was dat moeilijkheidsgraad een belangrijke rol speelt. Liefhebbers van simpel entertainment (musical) zullen niet snel overstappen op ingewikkelder cultuurvormen (opera). Opzienbarender is bijvoorbeeld dat aanleg voor auditieve of visuele vaardigheden ook smaak bepaalt, ongeacht de complexiteit van de kunstvorm. Iemand die van klassieke muziek houdt, waardeert niet automatisch ook moderne dans. Hoewel smaak wordt verondersteld persoonlijk te zijn, zit er wel degelijk veel systeem in." Grote vraag bij het project (Sturen op cijfers), dat Boter samen met vertegenwoordigers uit de culturele wereld in augustus startte, is: welke gegevens hebben culturele organisaties over het koopgedrag van hun bezoekers en hoe kunnen zij deze omzetten in marketingstrategieën? Vier studenten voeren als afstudeeropdracht de overige deelonderzoeken uit. Zo puzzelt een aanstaand bedrijfseconoom voor Toneelgroep Amsterdam op een reisschema voor tournees. Een student Management accounting bekijkt voor bibliotheken
welke prestaties mee moeten wegen in de gemeentelijke subsidiebeoordeling. Boter kon zijn onderzoeksproject starten met een subsidie vanuit het Fonds Onderzoeksprojecten Wetenschapswinkel (FOW). "Ik wilde verder met mijn analyse van consumentengedrag in de culturele sector en de VU-Wetenschapswinkel zag het maatschappelijk belang in van 'mijn missie'. Iedereen heeft er immers wat aan: behalve cultuuraanbieders ook studenten. Het verruimt hun blikveld. Zij leren inzien dat commerciële marketing ook binnen de nonprofit sector leeft en niet alleen iets is voor het bedrijfsleven. Voor de VU IS het onderzoek een symbolisch visitekaartje: de buitenwereld merkt dat de VU de culturele sector serieus neemt en erin wil investeren. Voortaan lopen kunst- en cultuurmakers eerst naar de VU voor advies. En de wetenschapswinkel boort naast de sociale sector nu ook de culturele markt aan", stelt Boter tevreden vast. Begin 2005 ronden de studenten hun deelonderzoeken af. Hierna wil Boter de resultaten in de dagelijkse praktijk inzetten. Hij denkt aan een praktische handleiding of een workshop. Ook zet hij zijn missie voort. Op verzoek van de culturele sector start hij vijf nieuwe deelonderzoeken. Glunderend concludeert Boter: "De match van cultuur en entertainment met economie is toch inspirerend? Evenals het enthousiasme van alle betrokken partijen voor dit project: economie en smaak blijken uitstekend samen te gaan. Wellicht een nieuwe VU-ster?" Susanna Wiersma
Benadering en bereiiibaarheid oudere migranten bepaalt zorgsucces fOeïnaatinëgêien om ouderendienstverlening binnen het bereik van migrantenouderen te brengen, kwamen tot stand met subsidie van de gemeente Amsterdam. Die wilde weten of het geld wel goed besteed was en vroeg otn een effectrapportage. Joannemie van Dijk, studente ^tl^rele Antropologie, ging op onderzoek uit. Haar scriptie is nu voorI ais kandidaat voor de Landelijke Prijs Wetenschapswinkels. Dat iemand op mijn resultaten zat te wachten, was voor mij enorm motiverend", vertelt Joannemie Van Dijk. "Dat ik nu ben voorgedragen voor die prijs is natuurlijk erg leuk, maar ik streefde vooral naar een toepasbare bijdrage aan verbetering van de dienstverlening aan ouderen. Een beetje idealisme is me niet vreemd." Van Dijk inventariseerde in opdracht van Stichting Ontwikkeling en Ondersteuning van Maatschappelijke Dienstverlening (SOM) een project, dat de communicatie over dienstverlening aan oudere migranten moest verbeteren. Migrantenouderen zijn namelijk, vooral door taalproblemen, slecht op de hoogte van de mogelijkheden voor ondersteuning bij het ouder worden. Vijfjaar gele-
op tijd klaar, dreigde SOM met terugwerkende kracht haar de projectsubsidie te verliezen. Dat het aantal huisbezoeken niet de projecteffectiviteit weergeeft, telde niet. Greetje Luif, projectcoördinator bij SOM: "Een onafhankelijke en objectieve inventarisatie was voor ons belangrijk. De wetenschapswinkel bood uitkomst. De subsidie is waarschijnlijk mede door Van Dijks scriptie doorgegaan en we kregen een halfjaar extra voor afronding van het project."
den ging het project 'Huisbezoek en dienstverlening allochtone ouderen' van start, in samenwerking met de Wijkposten Amsterdam. Sinds die tijd vonden er huisbezoeken plaats, cursussen interculturele dienstverlening en voorlichtingsbijeenkomsten voor allochtonen. Van Dijk hield enquêtes onder dienstverleners, woonde huisbezoeken bij, nam interviews af en deed een literatuurstudie om de ideeën onder dienstverleners van de Wijkposten over de migrantendienstverlening en welke verbeteringsmogelijkheden zij ervaren, in kaart te brengen. De gemeente Amsterdam trok voor dit project haar portemonnee. Gezien het streefaantal huisbezoeken niet gehaald was en het project niet
ANNUSKA HOUTAPPEL AVC
'Mantelzorg biedt uitkomst bij zorg voor oudere migranten'
Mantelzorgers Van Dijks praktijkverslag heeft bijgedragen aan een adviesboekje van SOM over interculturele hulpverlening. Het aantrekken van allochtone dienstverleners blijkt verstandig: zij helpen cultuurverschillen overbruggen. Luif: "De politiek focust op hulpprogramma's die aansluiten op alle ouderen als één doelgroep. Op zich niet verkeerd: allochtonen op leeftijd hebben dezelfde zorgvraag als autochtonen. Maar nu blijkt wel dat een specifieke benadering nood-
zakelijk is: intensiever en via mantelzorgers zoals familie, anders bereik je deze subdoelgroep niet eens." Van Dijk: "Heel duidelijk kwam de opvatting onder dienstverleners naar voren dat elke oudere m de eerste plaats als individu benaderd dient te worden, met een houding van respect en betrokkenheid. Verder ervaren dienstverleners zaken als interculturele scholing, allochtone dienstverleners en voorlichtingsbijeenkomsten voor migrantenouderen als belangrijke aanvullende sleutels tot effectieve dienstverlening." Samenwerking Van Dijk: "De inleidende gesprekken met de begeleiders en de wetenschapswinkel, hebben wel een goed kader geschapen. Alle partijen wisten vanaf dat moment precies wat zij konden verwachten." Greetje Luif "SOM is erg tevreden. De Australiereis die Joannemie op stapel heeft staan, is meer dan verdiend!" Karin Postelmans
I 'i
Betere informatie verleidt Turicse studenten wellicht tot wetenschappelijke loopbaan . Zij wHIen IteVer niet worden aangesproken op hun etnische afkomst, maar wei op hun ambitie, want die hebben ze in overvloed. Turkse studenten betalen hun studie vaak zelf omdat ze hun ouders niet willen beiasten en geven bijles omdat ze dat zelf vroeger hebben gemist. Toch zijn taas onvoldoende Turkse wetenschappelijk medewerkers aan de VU. t culturele antropologie Andrea Wieffering onderzocht waarom. De centrale vraag van het onderzoek dat Wieffering met drie andere studentes voor Equal en de Wetenschapswinkel uitvoert, is hoe de VU ervoor kan zorgen dat allochtone studenten, vergeleken met autochtone studenten, gelijke kansen hebben op een universitaire loopbaan na hun studie. Wieffering doet een deelonderzoek
naar Turkse studenten en pas afgestudeerden van de VU, de UvA en een aantal andere onderwijsinstellingen. Haar kersverse resultaten moeten nog verwerkt worden, maar laten al duidelijk patronen zien. Via interviews ontdekte ze dat bij deze groep studenten de culturele achtergrond een rol speelt bij de studiekeuze. Zij laten
zich bijvoorbeeld leiden door de wens van hun ouders die willen dat hun kinderen het in sociaal economisch opzicht beter krijgen dan zij zelf, en kiezen studies met een 'baangarantie' als economie, bestuurskunde, rechten en geneeskunde. Gevraagd naar obstakels tijdens of na hun studie, noemden veel Turkse studenten het feit dat hun ouders hen inhoudelijk niet kunnen steunen en geen academische ervaring hebben. Zij hebben het gevoel dat zij, meer dan autochtone studenten, zelf uit moeten zoeken hoe een en ander op de universiteit werkt. Ook deze
laatste factor draagt ertoe bij dat het aio-schap en een wetenschappelijke carrière door de meeste Turkse studenten momenteel niet echt als een optie worden gezien. Wieffering zal de VU in haar onderzoeksverslag en scriptie waarschijnlijk aanraden om de informatie over de mogelijkheden van een wetenschappelijke carrière en over de weg ernaartoe veel toegankelijker te maken, zodat allochtone studenten in elk geval goed over de mogelijkheden zijn geïnformeerd. Daarbij kunnen dan ook meteen de positieve kanten van wetenschappelijk werk worden benadrukt, want
het imago blijkt niet al te best. Tenslotte is het een interessant gegeven voor de VU dat veel studenten aangeven voorbeeldfiguren, zoals Turkse docenten, te missen. Wieffering denkt zelf al een aanzet te hebben gegeven tot het door haar aanbevolen informatie-offensief: "Veel geïnterviewden bleken niet precies te weten wat een aio-schap inhield en hoe je daarvoor in aanmerking zou kunnen komen. Als ik het eenmaal had uitgelegd, zeiden ze bijna allemaal dat ze zo'n carrière | zeker niet uitsloten." Eva van der Plas
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004
Ad Valvas | 592 Pagina's