Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2004-2005 - pagina 463

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2004-2005 - pagina 463

8 minuten leestijd

I

Weten

I

Nieuwsbrief van de Wetenschapswinkel

voorjaar 2005

Borstvoeding geven gaat niet vanzelf Maar liefst 500 verloskundigen kregen onlangs tachtig vragen voor hun kiezen over hoe ze I omgaan met borstvoeding: stimu­ i leren ze jonge ouders tot het f geven van borstvoeding, en waarom wei of niet? Het Voedings­ > centrum laat dit onderzoek doen, lomdat te weinig kinderen lang Igenoeg borstvoeding krijgen. I Kleinschalig onderzoek wees f uit dat zorgverleners daar iets ' aan kunnen doen.

Er lijkt dus nog wel wat te winnen op het gebied van borstvoeding, de hou­ ding van zorgverleners kan de borst­ voedingscijfers nog flink omhoog krijgen. Het Leidse onderzoek was echter puur kwalitatief van aard: kleinschalig dus. De 31 interviews met verschillende zorgverleners gaven een indicatie, maar kwantitatief onderzoek is nodig om echt te weten waar we aan toe zijn met de houding en het gedrag van zorgverleners ten opzichte van borstvoeding.

Van blote borsten kijken we in Neder­ land bijna niet meer op. Toch loopt een vrouw die in een restaurant borst­ voeding geeft aan haar kind, het risi­ co te worden weggestuurd. Terwijl de andere gasten gegeneerd de andere kant op kijken. Karen van Drongelen van het Voedingscentrum stelt met verbazing vast hoe ver we van de natuur zijn afgedwaald. Ze vergelijkt Nederland met islamitische landen zoals Marokko: "Daar zijn blote bor­ sten op het strand of televisie min of meer taboe, maar borstvoeding geven in het openbaar is heel gewoon. Hier lijkt het de omgekeerde wereld." Tja, apart inderdaad, maar wat is daar erg aan? Het Voedingscentrum, onder meer bekend van de reclamespotjes tegen overgewicht, probeert borst­ voeding al een paar jaar te bevorde­ ren met de campagne 'Borstvoeding verdient tijd'. Borstvoeding is de beste voeding voor zuigelingen; zij varen wel bij minimaal zes maanden exclusief borstvoeding. Vanwege de afweerstoffen die erin zitten, maar het heeft meer voordelen. Borstvoe­ ding helpt op latere leeftijd over­ gewicht te voorkomen en m die zin

Hoewel de Wetenschapswinkel van de VU meestal kwalitatief onderzoek uit­ voert, was het Voedingscentrum met haar vraag ook aan het juiste adres. Psychologiestudente Barbara Witsiers nam de uitdaging aan. Het aantal terug ontvangen vragenlijsten over­ stijgt twee weken na het verzenden de tweehonderd. Dat is helemaal niet slecht, zeker niet voor zo'n lange vragenlijst. De vragenlijst is zo lang omdat er nogal wat zaken van belang zijn. Witsiers legt uit: "We benaderen borst­ voeding als gedrag dat beïnvloed wordt door vijf factoren. Bijvoorbeeld attitude, vaardigheden en barrières. Van elke factor vragen we in hoeverre de verloskundige er aandacht aan be­ steedt én we proberen te achterhalen waarom wel of niet. Vindt de persoon het belangrijk of niet, heeft hij of zij er de kennis en de tijd voor?" De studente kan nog met vooruit­ lopen op de resultaten, maar een ding is al wel duidelijk: "De verloskundigen vinden het een taak van de kraam­ zorg om borstvoeding te stimuleren' iedereen heeft immers een week lang kraamzorg en dat zou een uitgelezen

'Borstvoeding geven gaat in de prai(tiji( niet altijd vanzelf goed' is het een belangrijke stap bij de preventie van overgewicht. Toch krijgt nog maar de helft van de baby's van een maand oud nog alleen borst­ voeding, van baby's van een halfjaar is dat een op de zes. Terwijl slechts twee procent van de moeders fysiolo­ gisch geen borstvoeding kan geven. Uit een stageonderzoek van de Leidse studente Hedda van Veen bleek in 2004 dat zorgbegeleiders van aan­ staande en jonge moeders wel hun best doen om een positieve instelling over borstvoeding te stimuleren, maar ze vergeten een aantal andere belangrijke determinanten voor het wel of niet geven van borstvoeding, zoals het aanleren van vaardigheden en het versterken van het zelfvertrou­ wen. Borstvoeding geven gaat in de praktijk namelijk niet altijd vanzelf goed: moeders moeten onder andere leren hun kind goed aan te leggen en te kolven. Ook zijn ze vaak bang dat ze niet genoeg melk aanmaken of dat

de baby niet genoeg drinkt: een flesje met maatstreepjes biedt meer zeker­ heid. Naast zorgverleners zelf zijn er lactatiekundigen en vrijwilligersorga­ nisaties die deze problemen kunnen helpen oplossen, maar mensen uit de reguliere zorg moeten vrouwen wijzen op het bestaan van die organi­ saties. Dat gebeurt nog te weinig. De campagne van het Voedings­ centrum bestaat onder andere uit een tijdschrift over borstvoeding, BV Borstvoeding, gemaakt in samen­ werking met de Samenwerkende Borstvoedingsorganisaties. Het wordt verspreid via bijvoorbeeld verloskun­ digen, kraamzorg en consultatie­ bureaus en biedt ouders houvast bij het blijven geven van borstvoeding. Uit eerder onderzoek komt echter naar voren dat het tijdschrift niet altijd expliciete aandacht van de zorg­ verleners krijgt: ze bespreken het met echt met de ouders, maar geven het alleen mee.

afgerond­ en dan ?

"Eigenlijk pas iii zelf niet in liet model 99 Beitske Bouwman onderzocht in 1998 de strategieën van dual careers: stellen waarvan beide partners een carrière nastreven en daarnaast de zorg voor een gezin hebben. De Inter Company Association (ICA), een vereniging van jonge professionals werkzaam bij grote bedrijven, klopte in 1997 bij de Wetenschapswinkel aan. De vereniging wilde een gedegen onderzoek presenteren op haar symposium 'D ual Career Development'. Zowel het bedrijfsleven als het ge­ zinsleven waren onbekend terrein voor Beitske Bouwman, toen studen­ te Cultuur, Organisatie en Manage­ ment, maar dat beschouwde ze juist als een uitdaging. Op basis van literatuuronderzoek, interviews en participerende observatie onder­ scheidde ze vier strategieën bij dual careers: samen naar de top, alleen naar de top, samen voor het gezin en alleen voor het gezin. De strate­ gie die een dual c^reerkoppel kiest, IS afhankelijk van de beschikbaar­ heid van de 'hulpbronnen' kinderop­ vang, inkomen en de mogelijkheid tot flexibel werken. Maar ook van ongeschreven regels in onze samen­ leving als 'voor een carrière moetje full­time beschikbaar en bereikbaar zijn' of'zorg is ondergeschikt aan de economie'. Die regels kunnen door het handelen van individuen gevolgd maar ook veranderd worden.

Anno 2005 is haar onderzoek on­ verminderd actueel. Bouwman, inmiddels zelf moeder, volgt de ontwikkelingen in binnen­ en bui­ tenland op de voet. "Het uitbeste­ den van zorg is steeds minder taboe. En mannen die vier dagen werken worden iets meer geaccep­ teerd. Maar dit laatste is sterk af­ hankelijk van de situatie op de ar­ beidsmarkt." Doel van Bouwmans onderzoek was dual career­koppe\s meer in­ zicht bieden in de mogelijke keuzes tussen gezin en carrière en de consequenties van deze keuzes. "De keuze die mensen daadwerke­ lijk maken geeft ook een beeld van de samenleving, zorg is in Neder­ land nog steeds een verantwoorde­ lijkheid van de vrouw." Als ze het onderzoek over zou mogen doen, en daar krijgt ze weer helemaal

zin in, zou ze andere accenten leggen. "De dieperliggende sociaal­ culturele motieven voor de gemaak­ te keuzes en de daarbijhorende man­vrouwinteractie zouden voor­ op staan. In combinatie met kwanti­ tatief onderzoek kan dat een waar­ devolle input voor beleid vormen." Maar Bouwmans carrière heeft een andere wending genomen. Haar romandebuut Portrettensoep verscheen onlangs bij Querido. Daarnaast werkt ze freelance voor een adviesbureau. Welke strategie hebben zij en haar partner zelf gekozen? "Het is maar net hoe je carrière maken definieert. We gaan 'samen naar de top', maar feitelijk is mijn aandeel in de zorg meer dan 50 procent. We kopen nauwe­ lijks zorg in. Eigenlijk pas ik zelf niet m het model. Tijd voor nieuw onderzoek dus!" Het rapport Zorg om carrière?! Een studie naar D ual Careers is tegen kostprijs verkrijgbaar bij de Wetenschapswinkel. Rapportnummer 9 8 0 4 Tanja Terpstra

nhoud

g w^3

B

Zorginstellingen uit de brand door informatici in spe Dovenonderwijs kwalitatief onder­ zocht Relatie tussen ondernemers en brancheorganisa­ ties verklaard Elitaire wetenschap­ pers in Zuid­Korea

vrije Universiteit

amsterdam

kans zijn om borstvoeding goed te stimuleren. Maar het is juist belangrijk dat vrouwen er vóór de bevalling al op worden voorbereid. Na zoiets zwaars als een bevalling is het moeilijk om er voor het eerst mee bezig te zijn." De kraamverzorgers komen waarschijnlijk ook nog aan de beurt om een vragen­ lijst van Witsiers in te vullen. Meer info over de campagne van liet Voedingscentrum: www.borstvoedingverdienttiJd.nl Rianne Lindhout

pas verschenen

Kids, kilo's en kijkcijfers De Nederlandse Hartstichting organiseerde op 22 maart het eerste Nederlandse seminar over de invloed van voedingsmarketing op overgewicht bij kinderen. Harriet Wuisman (studente Marketing aan de Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde) en Marloes Kneppers (studente Communicatie en Educatie aan de Faculteit der Aard­ en Levenswetenschappen) presenteerden hier de resultaten van hun onderzoek naar respectie­ velijk (op)voeding en reclame en

voedingsmarketing en regelgeving. De onderzoeken zijn onderdeel van een grootschalig Europees project over de effecten van voedings­ marketing op kinderen, genoemd Kids, Kilo's en Kijkcijfers. De Hart­ stichting wil naar aanleiding van deze resultaten de dialoog met stakeholders rond voedingsmarke­ ting voor kinderen verder in gang zetten. De publicaties zijn gratis als pdf­bestand te downloaden. Zie verder het publicati­ overzicht op pagina 3.

De Wetenschapswinkel De Wetenschapswinket van de Vrije Universiteit bemiddelt tussen organisaties die vragen hebben en studenten of onderzoekers die deze willen beantwoorden. De Weten­ schapswinkel werkt vooral voor groeperingen die onder­ zoek niet volledig zelf kunnen betaten. Voorwaarde hierbij is dat de resultaten van onderzoek niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt. Heeft u een vraag of probleem, of wilt u gewoon meer weten over de Wetenschapswinkel, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen. T: 020­5985650. F: 020­5985655. E: wetenschapswinkel@ dïenst.vu.nl W: www.vu.nl/wetenschapswinkel De Wetenschapswinkel maakt deel uit van de dienst Communicatie van de VU.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004

Ad Valvas | 592 Pagina's

Ad Valvas 2004-2005 - pagina 463

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004

Ad Valvas | 592 Pagina's