Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2004-2005 - pagina 65

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2004-2005 - pagina 65

8 minuten leestijd

AD VALVAS 23 SEPTEMBER 2 0 0 4

P O Ë Z I E / W E T E N S C H A P

PAGINA 9

Dichter Daan Stoffelsen over de smaak van thee en gevaarlijke thema's

Hij behoort niet t o t het soort dat op bierviltjes dicht. En aan Grote Thema's heeft hij een broertje dood. IVIaar hij hoopt wel op een carrière in de poëzie. Hoewel? VU-student Daan Stoffelsen over de dilemma's van het dichterschap. W e m o e d Visser

Daan Stoffelsen wil dichter worden. Dat wil zeggen, alleen als hij goed genoeg is, want liever sterft hij ongepubliceerd dan dat hij iets toevoegt aan de berg slechte poëzie die er al is. Maar ook die gedachte is op zich natuurlijk al dichterlijk. Vier jaar geleden begon de student Klassieke Talen met een aantal vrienden zijn eerste poëzieblad. Zucht. Het was bedoeld als discussiepodium, om van elkaar te leren en betere dichters te worden. Stoffelsen praat graag met anderen over poëzie en literatuur. Het blad ging ter ziele. "We konden het niveau niet handhaven", zegt Stoffelsen, inmiddels zesdejaars, achteraf. Maar de behoefte om gedichten te publiceren bleef en bijna twee jaar geleden kwam er toch weer een nieuwe Zucht uit. De vorige redactie dreef op een vriendengroepje van het vwo. De nieuwe Zucht wordt vooral volgeschreven door studenten van Grieks en Latijn en Oudheidkunde. Het verschijnt nog

steeds onregelmatig. Voor Stoffelsen is de kwaliteit belangrijker dan een strakke deadline. Stoffelsen zelf is de laatste tijd te weinig met poèzie bezig geweest, bekent hij. T e druk met zijn scriptie, zijn stage bij uitgeven) De Wereldbibliotheek en zijn activiteiten bij GroenLinks, te gelukkig met zijn vnendin. "Misschien gaat het cliché op dat je minder goede gedichten schnjft als je gelukkig bent", denkt hij. Maar hij heeft die zin nog niet uitgesproken of hij onderbreekt zichzelf: "Ach nee, onzin. Ik heb gewoon te weinig discipline." Deze manier van praten en denken kenmerkt Stoffelsen. Zijn gedachten zijn springeng, warrig soms bijna, alsof hij ze bij het formuleren eens uitprobeert. "This does make sense, doesn't it?"

Gevaarlijke t h e m a ' s Hij bewondert Rntger Kopland en C O . Jellema en de prozaschrijver Nescio, om hun subtiliteit en zeg-

gingskracht. Maar hoe word je zelf een goede dichter? Stoffelsen vindt het makkelijker om te zeggen wat je niet moet doen. T e n eerste: niet rijmen. Daardoor verdwijnt meestal de subtiliteit. "Zelfs klinkerrijm is vaak al te nadrukkelijk." Bij hem daarom geen 'huiverende ruimten' of 'zachte zuchten'. Daarnaast zijn er "de grote gevaarlijke thema's" waar al zo veel sentimentele dichtregels aan zijn gewijd: liefde en dood, dat werk. Stoffelsen dicht liever over wat minder voor de hand liggende dingen als de wolken, de smaak van thee en generatieconflicten. "De kunst is om op een subtiele manier zinnige dingen te zeggen. Het gevaar is altijd dat je dingen te mooi wilt zeggen en dan wordt het sentimenteel." Gedichten mogen daarnaast niet te cryptisch zijn, vindt Stoffelsen. Een lezer moet ze na twee of drie keer lezen kunnen begrijpen. "Je hebt soms dat iemand zegt: 'wauw, wat goed gezegd' en die blijkt dan te denken dat je gedicht over heel iets anders gaat. Dan is er iets mis, vind ik, want dichten is communicatie. Je moet dus erg precies zijn in het formuleren van wat je wilt zeggen." Stoffelsen is zelf overigens wel semidiepzinnig begonnen. Zijn eerste gedichten, eind vwo, waren onbegrijpelijke verhalen in rare typografieèn. "Vreselijk vind ik ze nu, maar ik heb

ze wel bewaard om mijn eigen ontwikkeling te kunnen zien." Dichten is harde intellectuele arbeid, vindt Stoffelsen. Hij is niet zo'n dichter die m beschonken toestand zijn zielenroerselen op de achterkant van een bierviltje zet. "Daar komt meestal heel vervelende poëzie uit." Hij begint het liefst met een gedachte of idee. "Ik lees bijvoorbeeld iets waar ik meteen een idee bij heb. Dat begin ik dan uit te werken. Misschien heb ik dan uiteindelijk een strofe of een paar zinnen waar ik tevreden mee ben. Dan laat ik het een poosje liggen en later ga ik weer verder." Het duurt vaak maanden voordat een gedicht af is. Stoffelsen heeft, zoals veel dichters, een oor voor mooie woorden in het dagelijks leven, maar die leiden zelden tot een heel gedicht. "Ik schnjf ze op, maar verder dan een paar regels komen die gedichten meestal niet."

heb je er meer?' Moet je dan je slechte gedichten laten zien, of heel hard aan het dichten slaan? Dat is natuurlijk wel een goede stok achter de deur." Stoffelsen heeft zich nog niet durven verdiepen in publicatiemogehjkheden. "Ik weet het, dat is niet zo handig." Maar hij bhjft dromen van een carrière als dichter, want "wat is er nu mooier dan dat je werk bestaat uit nadenken, thuis achter je bureau, met boeken om je heen? Poëzie zweeft boven het alledaagse en daarom is het zo bevredigend om ermee bezig te zijn." Meer over het werk van Daan Stoffelsen en de andere Zucht-dichters is te lezen op vmw.zuchtzijde.nl

Observatie: lichtbewolkt, briesje van het gras groeit alleen het groene mee

Zweven Voor de stap naar een uitgever of een 'echt' literair tijdschrift heeft Stoffelsen nog koudwatervrees. "Ik vind dat doodeng. De vraag 'ben ik wel goed genoeg' dringt zich levensgroot op. Want als je binnenkomt, moet je goed binnenkomen. E n wat als je je beste gedichten instuurt en een uitgever zegt 'dit is leuk, maar

van licht naar donker en weer terug met de reizende wolken, ze lijken te vluchten soms, zomaar, uit onrust, 's nachts, met etenstijd, onopgemerkt meestal - koude handen, de smaak van thee net zo, het is een manco aan de mens, en wenst, verzucht: kon het even stil om gewoon niet te begrijpen hoe mooi.

De opkomst van Arabo-Amsterdams en Suri-Turks Marokkanen die hun Nederlands doorspekken met Surinaamse woorden, Turken die met een Twents accent spreken. Het Nederlands verandert onder invloed van al die 'nieuwe gebruikers'. Frans Hinskens, bijzonder hoogleraar Taaivariatie en Taalverandering, houdt er deze week zijn oratie over. Floor Bal "Doekoe, doekoe", riepen de Marokkaanse jongens die een VUstudent beroofden. D e student begreep niet wat ze bedoelden: hij kende het Surinaamse woord voor geld niet. Geconfronteerd met deze anekdote zegt Frans Hinskens dat het een voorbeeld is van hoe talen voortdurend fluctueren. D e bijzonder hoogleraar Taaivariatie en Taalverandering

houdt vrijdag 24 september zijn oratie 'Nieuwe regenboogkleuren: Jonge typen niet-standaardtaal en hun taalkundig belang'. Hinskens: "Marokkanen en Surinamers hebben niet heel veel aanzien in Nederland. Het lijkt erop dat bij straattaal de underdog juist cool gevonden wordt. Dit staat bekend als 'verborgen prestige'. Het is ongeveer hetzelfde mechanisme waarmee enkele generaties geleden sommige muziekuitingen van arme Amerikaanse

negers, zoals blues en jazz, door andere groepen zijn overgenomen." Hinskens vermoedt dat de manier van Nederlands praten door bijvoorbeeld Surinamers en Marokkanen invloed gaat hebben op onze stadsdialecten. "Veel tweedegeneratiejongeren van Surinaamse en Marokkaanse afkomst kunnen Nederlands spreken zoals de gemiddelde Nederlander dat doet, zonder een spoortje accent. Niettemin praten ze vaak met een Marokkaans, Turks of Surinaams tintje, het zogenaamde etnolect. Het zou kunnen dat ze dat doen vanwege het wij-gevoel. Zoals sommige Friezen die in Amsterdam wonen onderling Fries blijven spreken." Uit onderzoek is gebleken dat etnolect soms door de oorspronkelijke bevolking wordt overgenomen. "Zo lijkt het erop dat de Amsterdamse manier van de 's' uitspreken komt

van het joodse Nederlands van de geassimileerde Oost-Europese joden die hier voor de Tweede Wereldoorlog woonden. De Jiddische 'sch' is min of meer identiek aan wat je in Amsterdam hoort." Volgens Hinskens is het nu nog te vroeg om te achterhalen wat bijvoorbeeld de invloed van het Surinaams op het Nederlands zou kunnen zijn. Daarvoor woont die groep nog niet lang genoeg in Nederland. Andersom zetten Nederlandse dialecten ook hun stempel op het Nederlands dat allochtonen spreken. Hinskens: "Een tijdje geleden zat ik in de trein met een Arabier die door de telefoon tegen iemand zei: 'Daar moet je naar laten kijken man.' Dat laatste woord sprak hij typisch Amsterdams uit, het woord 'kijken' weer niet. Ik wil onderzoeken wat er vanuit dialecten overgenomen wordt

in het emolect en waarom. Misschien is het Nederlands wel te chic als je m een volksbuurt woont en krijg je meer voor elkaar gedaan als je als Marokkaan Jordanees spreekt." Hinskens is ook geïnteresseerd in andere vormen van niet-standaardtaal. "Wat zich ontwikkelt tussen het dialect en het Nederlands is nog een rommelig gebied. Zo spreken jongeren in Limburg iets wat russen dialect en standaard-Nederlands in zit. De wereld is niet meer die van een aantal generaties geleden. Toen woonde je je hele leven in hetzelfde dorp. N u zijn mensen veel mobieler en horen ze via de televisie ook iets anders dan het dialect. Zo gaat er een verscheidenheid aan dialect verloren. Maar er komt ook weer iets voor in de plaats Het repertoire van mensen wordt niet kleiner, het veranden alleen van samenstelling."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004

Ad Valvas | 592 Pagina's

Ad Valvas 2004-2005 - pagina 65

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004

Ad Valvas | 592 Pagina's