Ad Valvas 2004-2005 - pagina 76
M E N S E N
AP VALVAS 30 SEPTEMBER 2004
Ondertussen in het Folia Wetenschapscafé...
Ingezonden brief In Vrij Nederland stond onlangs een artikel over Wouter Bos. Daarin wordt vermeld dat deze zijn eerste studiejaren in het "naargeestige wooncomplex Uilenstede" woonde, "ver buiten het centrum van de stad". Eerder dit jaar schreef een M3//<s/<rant-journalist over een première van cabaretier Ernst van der Pasch in het "studentikoze theater" Griffioen. Het vorige nummer van Ad Valvas citeerde een VU-studente die het achterlangspaadje naar Uilenstede "echt scary" vond. That's my job: publiciteitsmedewerker van een studentikoos theater in een naargeestige wijk die slechts met gevaar voor eigen leven bereikbaar is. Ik hoef me niet te vervelen. Misschien kan ik om te beginnen wat ingezonden brieven schrijven. Naar Vrij Nederland, om de heren Yoeri Albrecht en Thijs Broer van harte uit te nodigen de verre reis van achter hun grachtengordelbureau een half uurtje zuidwaarts te ondernemen. Alwaar zij na degelijk journalistiek onderzoek kunnen constateren dat Uilenstede best meevalt. "Waarom demonstreren die studenten altijd?", hoorde ik ooit een bezorgde ouder zuchten: "In zo'n groene wijk valt toch niets te klagen?" Met een gezellig eetcafé, de net verbouwde sporthal en uiteraard het leukste theater van Nederland zou Je bijna vergeten dat je op Uilenstede woont om te studeren. Alleen voor de dagelijkse boodschappen moet je even de wijk uit, want de prijzen in de buurtwinkel liggen wat boven het Studentenbudget. Ik las in het Amstelveens W/eel<blad zelfs dat wie wil verhuizen voor een lege bananendoos één euro moet betalen. Dat zijn de ware kruideniers. Aan de Volksiirant schrijf ik een ingezonden brief met het verzoek cabaretrecensent Alexander Nijeboer op een cursus Nederlands te doen. Daar kan hij leren dat een theater waar veel studenten komen nog niet meteen studentikoos (Van Dale: met negatieve gevoelswaarde) hoeft te zijn. Studentikoos noem ik het wijkblad Strlx van Uilenstede. Dat is dan weer een compliment, want voor sommige artikelen lijkt me zelfs puberaal nog een generatie te hoog gegrepen. Zou op heel Uilenstede niemand wonen die een beetje kan schrijven? Naar Ad Valvas hoef ik geen ingezonden brief te sturen. Een columnist is tenslotte niets anders dan een vaste schrijver van ingezonden brieven: een betweter die altijd gelijk heeft. Dick Roodenburg is publiciteitsmedewerker bij het Cultuurcentrum VU, Griffioen.
De journalisten Karel Knip, Simon Rozendaai en Joost van Kasteren discussiëren in de pauze heftig door
...zijn de gemoederen al verhit voordat Koos Verbeek van het KNMI zijn inleiding heeft uitgesproken. "Hier klopt helemaal niets van", zegt Jos de Laat van de Stichting Ruimte Onderzoek Nederland. "We zijn al meteen bij het dogma aangekomen", briest een man voor in het publiek. "Kunt u misschien even zeggen wie u bent?", vraagt een jonge vrouw. Ze gaat verloren in het rumoer. Het is tekenend voor de sfeer tijdens het eerste Wetenschapscafé dat UvA-krant Folia en de Vereniging van Wetenschapsjournalisten maandag 29 september organiseerden. Het broeikaseffect houdt de aanwezigen in De Balie zo bezig dat ze elkaar niet laten uitspreken. Wetenschapsredacteur van de VPRO Rob van Hattum heeft moeite de discussie geordend te laten verlopen. "De broeikasdiscussie is een wetenschappelijke oorlog, erger dan de strijd tussen evolutionisten en creationisten", voorspelde hij vooraf al. Het thema van deze avond was eigenlijk de journalistieke covering van het broeikaseffect, maar de controverse binnen de joumahstiek loopt grofweg langs dezelfde lijnen als die tussen wetenschappers: vallen de effecten van het broeikaseffect mee of niet, dat is de hamvraag. De wetenschapsjournalisten Karel Knip (NRC Handelsblad, eredoctor aan de VU) en Simon Rozendaai (Elsevier) vertegenwoordigen de twee standpunten. Rozendaai schreef samen met econoom Hans Labohm het boek Man Made Global Warming: Unravelling a dogma. Ze beho-
ren tot de sceptici die stellen dat het effect van menselijk handelen op het klimaat veel kleiner is dan verondersteld. Rozendaai ziet een belangrijker verklaring voor de opwarming van de aarde in de toegenomen zonneactiviteit de afgelopen decennia. Daarmee neemt hij als journalist duidelijk stelling. Zijn positie wordt hem niet door iedereen in dank afgenomen. "Ik word af en toe
'De broeikasdiscussie is erger dan de strijd tussen evolutionisten en creationisten' gebeld door wetenschappers die graag met mij willen praten, maar dan buiten hun onderzoeksinstituut", vertelt hij, "want de KNMI's van dit land moeten niets meer van mij weten." Knip vindt zelf dat hij geen positie kiest, maar door de sceptici wordt hij ingedeeld in het kamp van de doemdenkers. "U schrijft altijd negatief over de sceptici", verwijt iemand uit het publiek hem. "Op de redactie denken ze juist dat ik er zelf een ben", antwoordt Knip. Jeff Harvey, onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Ecologisch Onderzoek, reageert
Paulien van Gijn
heftig. Hij vindt dat het kamp van de sceptici te veel aandacht krijgt. "De media zoeken naar controverse en komen daarmee altijd bij die kleine minderheid uit. Het is alsof je op een congres van geologen elke keer die persoon eruit pikt die van mening is dat de aarde plat is." De media doen daarmee in de ogen van Harvey niet wat ze zouden moeten doen: consumenten goed inlichten. "JVlaar het zijn juist de doemdenkers onder de klimaatwetenschappers die het de afgelopen decermia altijd fout bleken te hebben", brengt Simon Rozendaai daartegen in. "Keer op keer moesten de pessimistische scenario's worden bijgesteld. Dat heeft gemaakt dat ik als journalist minder onbevangen sta tegenover de verhalen van deze wetenschappers dan dertig jaar geleden." Na de pauze gaat het iets meer over de journalistiek en iets minder over wetenschap. Mag je positie kiezen als journalist? Rozendaai vindt van wel: "Je kunt op basis van je kennis best positie innemen, natuurlijk met alle onzekerheid van dien." "Maar met wat voor argumenten moeten wij komen voordat je ons gelooft?", vraagt iemand in de zaal bijna wanhopig. Rozendaai denkt even na: "Stel dat de komende dertig jaar de zonneactiviteit sterk omlaag zou gaan en de temperatuursstijging op aarde wel onverminderd door zou gaan. Dan heb ik het bij het foute eind gehad." Weimoed Visser
De scriptie is de kroon op je studie. Een schitterend ding dus, maar ook een zware last. In de serie 'eindnoot' vertellen VU-studenten over hun meesterstuk. Deze week Sarra Riahi (22) en Saida Absalah (24), beiden studente Bio-Medische Wetenschappen.
SIkkelcelanemie Riahi: "Bij mensen uit het Midden-Oosten komen sikkelcelanemie en de verwante ziekte thalassemia veel vaker voor dan bij Nederlanders. Omdat niet alle huisartsen dat weten, wordt vaak niet de juiste diagnose gesteld." Absalah: "Sikkelcelanemie houdt in datje rode bloedcellen sikkelvormig zijn. Daardoor blijven ze in elkaar haken en krijg je gevaarlijke klonteringen in de bloedbaan. Kinderen met de ergste vorm van sikkelcelanemie halen hun geboorte niet eens. Maar je hebt ook lichtere vormen. Dan krijg je verschijnselen die lijken op bloedarmoede. Je kunt ook drager van het gen zijn zonder zelf ziek te worden. Dan kun je het doorgeven aan je kinderen."
Gebedsruimte Absalah: "Wij hebben een onderzoek gedaan naar het bewustzijn van de ziekte onder allochtonen en naar hun opvattingen over prenatale screening en
eventuele abortus als je kind aan een ernstige vorm zou lijden. Daarvoor hadden we mensen nodig met een Arabische of Turkse achtergrond. We hebben vragenlijsten neergelegd bij de moslimgebedsruimte van de VU en in het AMC. Een groot deel van onze respondenten hebben we zo gevonden. Daarnaast hebben we op het Osdorpplein mensen aangesproken. Stond ik ineens Marokkaanse meiden te interviewen die daar bij de drogist werken. Dat was best eng." Riahi: "Natuurlijk helpt het dat we zelf van allochtone afkomst zijn. Ik ben half Tunesisch en Saida is Marokkaans. Mensen waren daardoor eerder bereid mee te doen. Bovendien hebben we ook nog een aantal bekenden gevraagd de enquête in te vullen."
Huisartsen Absalah: "De moeilijkheden begonnen pas bij het tweede deel van ons onderzoek. We wilden nagaan of patiënten met sikkelcelanemie anders zouden antwoorden op onze enquêtevragen. Eerst was het een heel werk om de patiënten op te sporen via de zieken-
huisadministratie. Vervolgens hadden we toestemming van de huisartsen nodig om de patiënten te benaderen. De meesten wilden daar niet aan meewerken." Riahi: "We hadden alle huisartsen vooraf een informerende brief gestuurd, die ze meestal niet hadden gelezen als we hen belden. Vaak dachten ze dat er voor hen extra werk aan vast zou zitten. Van de dertig patiënten met huisartsen, kregen we slechts bij tien toestemming om hen te benaderen. Uiteindelijk hebben maar drie mensen de vragenlijst teruggestuurd."
Negen Riahi: "Daar kun je dus statistisch niets meer mee. Erg jammer. In die tijd zagen we het onderzoek regelmatig niet meer zitten. Toch was onze begeleider erg tevreden over de manier waarop we het hebben aangepakt, want we kregen uiteindelijk een negen." Weimoed Visser Ook met je scriptie in Ad Valvas'' Mail redactie@advalvas.vu.nl
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004
Ad Valvas | 592 Pagina's