Ad Valvas 2004-2005 - pagina 79
AD VALVAS 30 SEPTEMBER 2004
W E T E N S C H A P
PAGINA 7
VU-historicus wil zeventiende-eeuwse jeugdcultuur in kaart brengen
Die jeugd van toen toch!
Weetjes Gist Wat gaat er in een gistcel om? Dankzij het proefschrift waarop scheikundige Xiao-Xian Yang op 30 september promoveert, weten we daar weer wat meer over. De promovenda ontdekte dat wanneer er aan gist zout wordt toegevoegd, zogenaamde chaperonne-eiwitten in actie komen om de beschadigde cellen te repareren. Die chaperonne-eiwitten worden daartoe aangespoord door signaalmoleculen. Yang belicht de interactie tussen specifieke chaperonne-eiwitten en signaalmoleculen. Gist, ofwel Sacchaomyces cerevisiae, is voor de voedsel- en medicijnindustrie een belangrijk micro-organisme. Dat moet zijn werk echter meestal onder bijzonder zware omstandigheden doen: weinig zuurstof, hoge temperatuur en hoge zoutconcentraties. Het is dan ook van groot belang te weten hoe de gistcel daarop reageert. (PB)
Rederijkers
Benjamin Roberts
Nederlanders zijn te soft voor hun kinderen. Dat vonden buitenlandse bezoekers vier eeuwen terug ook al. Maar over wat die kinderen dan precies deden, is verbazingwekkend weinig bekend. Benjamin Roberts probeert dat gat te vullen door nieuwe bronnen aan te boren. Peter Breedve d Langharig, rebels tuig dat zat te roken in de kroeg en liever seksueel getinte liedjes dan psalmen zong - dat had je in de zeventiende eeuw ook al. D e capriolen die studenten tegenwoordig uithalen zijn kinderspel, vergeleken met de uitspattingen die studenten toen begingen. "Had een student een meisje uit een lager sociaal milieu verkracht, dan kwam hij er meestal wel zonder straf van af', vertelt VU-historicus Benjamin Roberts, redacteur en mede-auteur van het boek Losbandige jeugd: Jongeren en moraal in de Nederlanden tijdens de late middeleeuwen en de vroegmoderne tijd. Dat het geklaag over 'de jeugd van tegenwoordig' van alle tijden is, is natuurlijk geen nieuws. Wel is het frappant te zien hoezeer de jeugd van vierhonderd jaar geleden overeenkomt met die van vandaag. Neem bijvoorbeeld
de overlegcultuur in Nederlandse gezinnen die niet-Nederlanders vaak met ontzetting vervult. Al in de Tachtigjarige Oorlog deed die haar vernietigende werk in ons land. "Er was een Amsterdamse burgemeesterszoon", vertelt Roberts, "die door zijn ouders naar de Latijnse school in Utrecht was gestuurd. Daar kwam hij steeds niet opdagen en toen zijn vader eens poolshoogte kwam nemen bleek de jongen zich te verpozen op het buiten dat de familie in de buurt van Utrecht had. Hij had geen zin in school en liet weten liever naar Indië te gaan. Zeker in die tijd was dat een enorme schande. Roberts: "Je zou verwachten dat zijn vader een rolberoerte kreeg toen hij het spijbelgedrag van zijn zoon ontdekte en de jongen na een flinke uitbrander zou hebben gedwongen keurig naar school te gaan. Maar dat deed die vader niet. Hij probeerde
met redelijke argumenten zijn zoon tot andere gedachten te brengen."
Speculeren Ook toen al kon dit gebrek aan ouderlijke daadkracht weinig genade vinden in de ogen van buitenlanders. "In Leiden zaten Engelse puriteinen die voor godsdienstvervolgingen naar Nederland waren gevlucht. Ik vermoed dat de softe opvoeding van Nederlandse kinderen een van de redenen is dat ze weer zijn vertrokken." Roberts zegt regelmatig "ik vermoed" en hij doet dat zonder enige gêne. "Nederlandse historici zijn té voorzichtig en willen geen enkele ruimte voor twijfel laten bestaan", verklaart hij. Dat betekent dat in Nederland alleen een bepaald onderwerp wordt onderzocht als er voldoende historische bronnen voor bestaan. Speculatie is uit den boze. Roberts, zelf geboren
en getogen in de Verenigde Staten, wil die cultuur doorbreken. "De traditionele historische bronnen zijn onderhand op. Het bestaande onderzoek is niet interessant omdat historici zich wat hun vraagstelling betreft te veel beperken." Dat verklaart waarschijnlijk ook waarom Roberts na Harry Peeters in 1966 de eerste in Nederland is die onderzoek doet naar de jeugdcultuur van vier eeuwen geleden. Behalve geschreven bronnen raadpleegt hij ook prenten en schilderijen. Voor zijn essay over het rookgedrag van de zeventiende-eeuwse jeugd gebruikte hij bijvoorbeeld Een jonge student aan zijn bureau: de Melancholie van Pieter Codde. "Door zo veel mogelijk verschillende soorten bronnen te raadplegen, probeer ik als een soort detective een beeld te reconstrueren. Niet hét beeld, maar een beeld." Dat betekent dat Roberts lege plekken vaak invult door te speculeren. "Daar krijg ik veel kritiek op, maar ook het beeld dat traditionele historici geven van een bepaalde periode moet elke twintig jaar worden bijgesteld omdat we altijd kijken door de bril van onze eigen tijd." Toen in 1988 Simon Scharaa's boek Overvloed en onbehagen verscheen, stond heel historisch Nederland óók op zijn achterste poten omdat Schama veel speculeerde. Roberts: "Toch zijn er van zijn boek in drie maanden tijd 25.000 exemplaren verkocht en zijn er sindsdien tientallen boeken verschenen over Nederland in de zeventiende eeuw, die allemaal refereren aan Schama's werk." Niet dat Roberts vindt dat de geschiedschrijving moet worden gepopulariseerd, maar er is volgens hem niks mis met het willen aanspreken van een breder publiek. "Wat voor zin heeft het om als wetenschapper in je ivoren toren te blijven zitten?"
Verwantschap Roberts deed zijn onderzoek in het kader van een breder onderzoeksproject naar de wording van de Nederlandse identiteit tussen 1400 en 1700 onder leiding van professor Willem Frijhofï. Tijdens zijn onderzoek werd hij zich bewust van de verwantschap met zijn voorouders. "Wanneer ik een vierhonderd jaar oud liedboek in handen houd, stel ik me voor hoe iemand datzelfde boek vier eeuwen geleden ook in zijn handen had. Dan besef je dat vierhonderd jaar eigenlijk maar weinig is in de totale wereldgeschiedenis." Het onderzoek is inmiddels afgerond en volgend jaar verschijnt er een boek van Roberts over jeugdcultuur in de zeventiende eeuw. N u is hij werkeloos. "Dat is het grootste nadeel van mijn beroep: de onzekerheid van een tijdelijke aanstelling als onderzoeker." Leendert Groenendijk en Benjamin Roberts (red.), Losbandige jeugd: Jongeren en moraal in de Nederlanden tijdens de late middeleeuwen en de vroegmoderne tijd. Uitgeverij Verloren, 117 pag., € 15,
Rederijkerskamers zijn niet alleen belangrijk voor de literatuurgeschiedenis, ze speelden ook een belangrijke rol bij de opkomst van Holland en Zeeland als culturele mogendheid. Dat concludeert Arjan van Dixhoorn in zijn proefschrift, dat hij op 30 september zal verdedigen. Van Dixhoorn bestudeerde de rol van de kamers in de Noord-Nederlandse samenleving tussen 1480 en circa 1660. Hij toont de samenhang aan tussen de verhevigde rederijkersactiviteiten en de sterke maatschappelijke instabiliteit in die tijd. Rederijkerskamers vormden lokale en regionale knooppunten van kennis-, informatie- en communicatienetwerken en waren belangrijke verdelers van sociale, culturele en intellectuele vermogens over de gehele maatschappelijke ladder. Tot ver in de zeventiende eeuw waren ze belangrijke concurrenten van de 'officiële' opinieleiders en intellectuelen. Daardoor waren ze cruciale schakels in een nog sterk orale mediacultuur. (PB)
Schoenen Ouderen met voetafwijkingen laten hun orthopedische schoenen vaak in de kast staan. Dat komt doordat wetenschappers te veel kijken naar de effectiviteit van die schoenen zelf, en niet naar de gebruikers, stelt bewegingswetenschapper Michiel Jannink in zijn proefschrift, waarop hij op 17 september promoveerde. Belangrijk voor de gebruikers van orthopedische schoenen zijn onder andere ook het gemak bij het aan- en uittrekken en het uiterlijk van de schoenen. Jannink vindt dat dergelijke factoren door onderzoekers zouden moeten worden meegewogen bij het toetsen van de effectiviteit van orthopedische schoenen. Verfijnde aanpassingen aan de schoenen kunnen dan het gebruik ervan stimuleren. (PB)
Herseniielft De meeste mensen onthouden getallen die hen worden ingefluisterd via het rechteroor, beter dan getallen die hen bereiken via het linkeroor. Deze 'oor-asymmetrie' is bij ouderen en Alzheimer-patienten nog groter. Dat ontdekte psychologe Liselotte Gootjes, die op 14 september is gepromoveerd. Haar conclusie luidt dat de linker hersenhelft sterker is betrokken bij de verwerking van getallen dan de rechter hersenhelft. Ten aanzien van cognitieve functies bestaat het vermoeden dat die berusten op de geïntegreerde activiteit van verschillende systemen in de hersenen. Om informatie te kunnen uitwisselen moeten die met elkaar verbonden zijn. Hoe kleiner de verbindingen tussen de beide hersenhelften, hoe groter de oorasymmetrie. De verslechtering van cognitieve functies bij ouderen is te wijten aan een afname van verbindingen in de witte hersenstof. (PB)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004
Ad Valvas | 592 Pagina's