Ad Valvas 2004-2005 - pagina 464
Zorginstellingen uit de brand door informatici in spe Breder palet Zo'n acht jaar geleden is ISO gestart. Opdrachten kwamen veelal van enkele commerciële bedrijven, waardoor de diversiteit van de projecten beperkt was. Top: "Mijn studenten hebben natuurlijk verschillende interesses. De informatica heeft daarnaast toepassingen in alle sectoren van de maatschappij. Een breder palet van opdrachten zou studenten een representatiever beeld geven waar zij na hun afstuderen aan de slag kunnen en tegelijkertijd organisaties helpen die zich geen ICT-consultant kunnen veroorloven." Jan Top besloot daarom op zoek te gaan naar een bredere klantengroep. Samenwerking met de Wetenschapswinkel kwam op gang toen deze Top benaderde met een probleem van een non-profitorganisatie. Sindsdien neemt de Wetenschapswinkel een deel van de acquisitie voor haar rekening en heeft ze zitting in de stuurgroepen.
Het beeld van de informaticus die verstokt aciiter zijn liypersnelle pc programma's ontwerpt gaat omver tijdens een gespreid met hoogleraar bedrijfsinformatica Jan Top. Zijn studenten bedenken oplossingen voor praktische problemen bij klanten als supermarktconcerns en zorginstellingen die onder meer via de Wetenschapswinkel bij Top belanden. Onderdeel van de bachelor Informatiekunde, binnen de afdeling Informatica van de faculteit der Exacte Wetenschappen, is het praktijkproject ISO' Informatie Systeem Ontwikkeling. Studenten leren daarbij informatiesystemen te analyseren en verbeteren door te werken aan een bestaand probleem. Dat gebeurt in teamverband, volgens strakke planning en onder toezicht van het 'management', een stuurgroep van de VU die het werkproces en de werkwijze in de gaten houdt. De Wetenschapswinkel neemt hierin plaats wanneer de opdrachtgever een non-profitorganisatie is. Een van de klanten is een grote supermarktketen, die eerder aanklopte met de vraag hoe de ICTondersteuning van promotieacties beter kon. Iemand moest handmatig de wekelijkse promotieacties plannen en stuitte daarbij op complexiteit van de bijbehorende informatiestromen. Studenten analyseerden deze stromen en ontwierpen een ICT-systeem dat het planningsproces ondersteunt en het concern nu vele manuren bespaart. "Dat is wel even anders dan een uitgezaagd stukje practicum waarbij de oplossing van tevoren vaststaat".
Jan Top: "Geen uitgezaagd stukje practicum" zegt prof. dr. ir. Jan Top, projectleider van ISO. "ISO representeert de dagelijkse bedrijfspraktijk- de omschrijving is vaak vaag en het aantal betrokkenen groot. Studenten kaderen het probleem in en verdelen
DAAN VAN EIJNDHOVEN
de taken over een team. Afstemming met de klant over de wensen, voorwaarden en mogelijkheden is cruciaal en het product moet geleverd binnen de geplande tijd. Het is echte werkervaring."
Die samenwerking blijkt bevredigend. Top is minder tijd kwijt met acquisitie, en zowel studenten als opdrachtgevers hebben de voordelen opgemerkt. Top: "Commerciële bedrijven willen heel begrijpelijk niet altijd dat de resultaten breeduit bekend worden gemaakt. Non-profitorganisaties vaak wel. Daardoor kunnen studenten een project vaak net wat chiquer afsluiten, bijvoorbeeld met presentaties bij organisaties die mogelijk ook iets aan het ontworpen systeem hebben. De Wetenschapswinkel beschikt over een groot netwerk hiervoor en helpt bij het opstellen en verspreiden van de rapporten."
Gretig aftrek Een groot succes was het project 'Van papierwinkel naar ICT'. Op basis van een casestudy hielp een ISO-team zorginstellingen uit de brand met een nieuw registratie- en informatiesysteem. Dat was nodig toen de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten werd gemoderniseerd in 2004. Overgang van een aanbodgerichte administratie - met daarin vaak slechts globale afrekeningen van de afgenomen zorg naar een vraaggerichte zorgadministratie werd noodzakelijk. Het betrokken verpleeghuis (het Zonnehuis in Doorn) moest ineens op gedetailleerd niveau zorg gaan 'verkopen' door bijvoorbeeld zorgpakketten samen te stellen. Analyse van vraag en aanbod leidde tot een bruikbaar ontwerp voor een geautomatiseerd informatiesysteem. Het rapport van het project vond gretig aftrek bij zorginstellingen en adviesbureaus. Top: "Zoiets is heel dankbaar voor de studenten, maar ook voor de opdrachtgever. De Wetenschapswinkel heeft in de communicatie en verspreiding een belangrijke rol gespeeld." Top hoopt dat de werkzaamheden van de Wetenschapswinkel in deze tijden van bezuinigingen behouden blijven. "Ze is een schakel tussen de maatschappij en de universiteit, die verrassende maar belangrijke links kan leggen en onderhouden. Zo krijgen studenten, opdrachtgevers en publiek onder meer een beter beeld van wat informatici kunnen betekenen. Omgekeerd kom je er door de Wetenschapswinkel als universiteit achter wat er leeft buiten de wetenschappelijke wereld. Op dat soort inzicht moetje zuinig zijn." Karin Postelmans
Dovenonderwijs kwalitatief onderzocht De kwaliteit van het onderwijs aan dove kinderen kan beter. Deze constatering bracht de Werkgroep Kwaliteit Dovenonderwijs, een initiatief van verschillende groepen en particulieren die betrokken zijn bij onderw'us aan doven, er toe aan te kloppen bij de Wetenschapswinkel b'voor nader onderzoek. Rochella Welvaart, studente Pedagogiek aan de IVU, was bereid haar afstudeerscriptie aan de problematiek te wijden. Basis voor de onderzoeksvraag was een door de werkgroep ontwikkelde enquête, die uitgedeeld werd op de Wereld Dovendag, het Jongerenfestival en een gezinsdag van de Federatie van Ouders van Dove Kinderen in 2003. Uit deze enquête bleek onder andere dat er een probleem zou kunnen liggen in de opzet van het dovenonderwijs' op de scholen wordt tweetalig onderwijs aangeboden, in Nederlandse Gebarentaal en in 'gewoon' Nederlands, waarbij bij dat laatste ook spraakafzien (liplezen) wordt onderwezen. Tegelijk probeert men ook moderne technologie toe te passen: er wordt nogal
eens gebruik gemaakt van gehoorimplantaten. Overigens waren het niet alleen de ouders die het gevoel hadden dat het dovenonderwijs verbeterd moest worden; zij vonden de Onderwijsinspectie voor een groot deel aan hun zijde. Volgens Marjan Quaak, woordvoerder van de werkgroep, dient het onderzoek verschillende doelen. "We willen meer zicht krijgen op de verwachtingspatronen die er bestaan over dove kinderen m het basisonderwijs, zowel bij ouders als bij leerkrachten. Hopelijk kan met het onderzoek een betere vergelijking
worden gemaakt tussen het lesaanbod van reguliere scholen en dovenscholen. Als de resultaten bekend zijn willen we als werkgroep een expertisedag voor alle betrokkenen organiseren waarop kan worden gediscussieerd over de vervolgstappen. Uiteindelijk moet dit ook leiden tot aanbevelingen voor het dovenonderwijs. Zo kan ook de inspectie straks van de uitkomsten profiteren." Rochella Welvaart is inmiddels het inleesstadium al lang voorbij. Het literatuuronderzoek vordert gestaag. Welvaart gaat de rol van verwachtingen die ouders en leerkrachten hebben over de mogelijkheden van dove kinderen op cognitief, sociaalemotioneel en taalgebied onderzoeken aan de hand van uitspraken daarover uit de cultuurhistorische psychologie. Daarnaast wil ze in een klas observeren hoe het onder-
wijsproces nu ter plekke verloopt (en waar eventuele problemen rijzen). En de ouders van de dove kinderen zal worden gevraagd een vragenlijst in te vullen zodat duidelijker wordt wat ze nu precies van de onderwijssituatie op hun school vinden. Welvaart: "Ontevredenheid is een gevoel. Dat wil ik verder preciseren door de bevindingen van ouders wetenschappelijk te toetsen, en zo een beter beeld te krijgen van de knelpunten. Daarom wil ik ook leerkrachten, directieleden en andere medewerkers van de scholen interviewen om meer te weten te komen over hun visie op de onderwijskwaliteit." Begeleidend docent Bert van Oers: "Scholen voor speciaal onderwijs komen steeds vaker naar ons toe met vragen als deze. Beeldvorming over leerlingen, wat centraal staat
in dit onderzoek, is een onderwerp waarover in de onderwijswetenschappen sinds de jaren zestig veel te doen IS geweest. Verder verwacht ik dat we de algemene theorieën over onderwijs, leren en ontwikkeling goed op deze specifieke groep kunnen gaan toepassen." Waarom de Wetenschapswinkel VU? Marjan Quaak, alumna van de VU, herinnerde zich de Wetenschapswinkel uit haar studietijd en wilde deze onderzoeksvraag daar graag onderbrengen. Voor Rochella Welvaart is het vooral van belang dat ze haar scriptie niet alleen voor zichzelf of voor haar docent schrijft: "Voor mij is een pluspunt dat het onderzoek niet in een la verdwijnt maar in de praktijk gebruikt gaat worden. Dat is misschien al vrij gauw, met die expertisedag in het vooruitzicht..." Cuido Leerdam
Wegen de kosten tegen de baten op? 'Hoe effectief is onze website?' Deze vraag is voor elke organisatie p a n belang. Zeker als de website ook tot doel heeft toekomstige afnemers van producten en diensten 'over de streep te trekken'. Een van de vele websites die zich richten op informatieverstrekking met een fondsen-wervend tintje is die van het Ronald McDonald Kinderfonds. Het Kinderfonds fungeert als koepel van de in totaal dertien in Nederland aanwezige Ronald McDonald Huizen en ontwikkelt nieuwe Huizen en projecten voor gezinnen met een ziek kind. Een Ronald McDonald Huis biedt een 'thuis ver van huis' aan ouders van ernstig zieke kinderen, vlakbij het ziekenhuis waar deze verpleegd worden. Het fonds helpt de aangesloten Huizen met geld, goederen, raad en diensten, organiseert landelijke wervingsacties en verzorgt de landelijke publiciteit en de voorlichting.
De website, www.kinderfonds.nl, is voor het Ronald McDonald Kinderfonds vervaardigd door een extern bureau, dat samen met het fonds zorgt voor de noodzakelijke updates. Hoe effectief is deze website? Nu de website alweer enige tijd m de lucht is, wil het fonds te weten
komen of de informatievoorziening zoals die nu is, geschikt is om donateurs te werven. Het fonds is voor zijn doelstelling namelijk geheel afhankelijk van donaties en acties van particulieren en bedrijven. Iris Brummelhuis van het fonds licht toe: "We willen vorm en inhoud van de website zo goed mogelijk laten analyseren, waarbij we uitgaan van het standpunt van de bezoeker van de site. Is de informatie die nu wordt geboden, toegankelijk genoeg voor nieuwe sponsors en / of donateurs? We willen natuurlijk ook te weten te komen of onze investering in deze site het nodige heeft op-
gebracht, wegen de kosten op tegen de baten?" Het onderzoek wordt uitgevoerd door Menno van den Berg, student Bedrijfskundige Economie aan de VU. Hij besteedt aandacht aan de bedrijfseconomische aspecten van de site en vergelijkt de methoden die er zijn om de effectiviteit van websites te meten. Daarnaast onderzoekt hij de ervaringen van de sitebezoekers. Het onderzoeksverslag wordt dit voorjaar verwacht, niet alleen als scriptie, maar ook als Wetenschapswinkelrapport. Cuido Leerdam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004
Ad Valvas | 592 Pagina's