Ad Valvas 2004-2005 - pagina 445
AD VALVAS 2 1 APRIL 2 0 0 5
W E T E N S C H A P
PAGINA 5
Peter Strelitski
Nienke (op de kant) registreert de ademhaling van haar tweelingzus IViaaike
VU gaat nat Hoeveel profijt lieb je van een training? Dat is voor een topzwemmer wel leuk om te weten. En laat bewegingswetenschappers dat nou graag uit willen zoeken. Alle reden dus voor samenwerking tussen de universiteit en zwemmers. Annemieke Bosman Dat het Sloterparkbad niet zo gek lang geleden door relzuchtige jongeren behoorlijk in de problemen zat, valt niet voor te stellen wanneer je er nu binnenkomt. N a een grondige opknapbeurt moet werkelijk ieder t j ^ e zwemmer zich onder de immense koepels thuis voelen, of hij nu komt om zich gaar te laten stoven in het bubbelbad of om snoeihard baantjes te trekken. Tenminste: als hij er binnenkomt, want dat blijkt door de veiligheidsbevorderende infrastructuur van klaphekken, wenteltrappen en bezoekerssluizen nog geen sinecure. Martin Truijens (28) laat zich er niet door ontmoedigen. Vrijwel dagelijks is de promovendus Bewegmgswetenschappen in het Sloterparkbad te vinden. Hij heeft er alle reden toe. Niet alleen IS hij hard bezig met zijn eigen onderzoek, hij traint er ook drie veelbelovende zwemmers van Top Zwemmen Amsterdam (TZA). Sinds januari dit jaar hebben de V U en die club een sponsorcontract met gesloten beurs: er gaat geen geld om, maar er wordt informatie uitgewisseld. "Dat levert veel o p " , glundert Truijens, die zich hevig voor deze kruisbestuiving tussen sport en wetenschap heeft ingezet. " D e zwemmers werken mee aan VU-onderzoek van promovendi en studenten, en hebben op hun beurt baat bij de resultaten ervan." Bijvoorbeeld doordat ze, zoals de zwemsters van Truijens, intensief worden begeleid door een wetenschapper die zich bezighoudt met onderzoek naar de effectiviteit van trainen.
" D e belangrijkste vraag is: hoe bereikt een topzwemmer door training het meest? Ik probeer het geheel van de prestatie in beeld te brengen, alle facetten die bepalend zijn. D a n praat je natuurlijk over psychologie en fysiologie, maar ook over biomechanica, de krachten waar een zwemmer in het water mee te maken krijgt. Ik heb een model gemaakt waarin al die verschillende aspecten te zien zijn."
Nasa-achtige proporties Op deze zonnige namiddag in het Sloterparkbad is de identieke tweeling Maaike en Nienke Cuniel, vijfdejaars Bewegingswetenschappen, ook druk bezig data te verzamelen. H e t duo werkt eendrachtig aan zijn afstudeerproject, één dat menig zwemmer moet mteresseren: de zuurstofopname in het bloed wanneer op topsnelheid wordt gezwommen. Voor inwoners van een land dat een wereld- en olympisch kampioen als Pieter van den Hoogenband heeft voortgebracht, zijn de dames Cuniel wel tot ongehoord gehannes veroordeeld. De meetapparatuur mag namelijk absoluut niet nat worden. O m toch aan de slag te kunnen, zetten ze een installatie van Nasa-achtige proporties in elkaar: Maaike, net als haar zus een verdienstelijk zwemster, gaat te water met een zuurstofslang in haar mond, die via een aanhaakpunt op haar hoofd is verbonden met de koffer met meetapparatuur, die aan een hengel is verankerd in een soort harnas waar Nienke zich dan weer in heeft gehesen. Zo zorgt ze ervoor, op de kant meelopend met haar zwoegende zus, dat het apparaat iedere ademteug registreert. Kan dat niet wat gelikter? Bednjfsleven, wo bist du hieben? "Als het om zwemmen gaat, zijn ze, ondanks de Nederlandse prestaties, inderdaad niet zo scheutig met geld", erkent Truijens. "Maar zo erg is dat toch niet? Ik heb er zelf altijd wel lol in gehad om instrumenten in elkaar te knutselen. Zo ben ik eens eindeloos bezig geweest met een zuurstofinasker. Zelf het wiel uitvinden, dat is juist wetenschap bedrijven." Een uitvindmg van het formaat klapschaats hebben de bewegingswetenschappers voor de zwemmers nog niet gedaan, maar een bescheiden bijdrage aan het badkostuum hebben ze
^Zelf het wiel uitvinden^ dat is juist wetenschap bedrijven ^
toch wel geleverd. "Bij vrouwen lubberde het badpak altijd op twee plaatsen, waardoor er water inliep", vertelt Peter Hollander, de decaan van de faculteit Bewegingswetenschappen. "Aan de voorkant bij de borsten, aan de achterkant bij de nekwervels. Dat is vervelend, want het betekent extra weerstand in het water en dat moet je natuurlijk niet hebben." Dus lieten de wetenschappers er een col op zetten. Probleem opgelost. "En het werkt beter dan het beroemde haaienpak", reageert Truijens. "Dat gaat uit van het principe dat je juist iets ruws aan moet trekken, waarmee je je als het ware tegen het water afzet. Wij hebben aangetoond dat zo'n pak op de snelheden en afstanden waar wedstrijdzwemmers mee te maken hebben, helemaal geen verschil maakt. Wil dat ruwe je iets opleveren, dan moet je toch echt een haai zijn."
Gestroomlijnd drietal Zou het? De atleten van T o p Zwemmen Amsterdam trekken in het vijftig-meter bad achter de promovendus onmenselijk snelle baantjes. Ze zijn allemaal lang, slank en aerodynamisch. "Een groot voordeel, nee, een must als je ver wilt komen in het zwemmen", licht Truijens toe. Zijn eigen gestroomlijnde drietal, VU-studentes Lenneke van Schalk en Linda Bank en hun collega Jolijn van Valkengoed, is inmiddels ook gearriveerd. Ze geinen wat met hun trainer, schudden hun spieren los. En maken zich op om twee uur door de mangel te worden gehaald, want dat is, weet Truijens, toch de beste manier om als trainer iets te bereiken: ze tot het gaatje te laten gaan. " O m je grenzen te verleggen, moet je pijn lijden", zegt hij. "Aan de tramer de taak om samen met zijn zwemmers de juiste balans te vinden, ervoor te zorgen dat ze niet oververmoeid raken bijvoorbeeld. Hoe je dat precies moet doen? Dat hoop ik nou juist uit te vinden. Maar", benadrukt hij, "mijn zwemmers zijn geen proefkonijnen! Natuurlijk gebruik ik hen in zekere zin voor mijn onderzoek. Maar ons uiteindelijke doel is gemeenschappelijk: hen naar de Olympische Spelen in Peking te krijgen, in 2008. Daar heb ik alles voor over." De drie dames m kwestie, die met een vaartje het bad doorkruisen, zo te zien ook. Met name bewegingswetenschapster Linda Bank (18) valt op. Ze werkt keihard om in juli aan de tweehonderd meter estafette op het W K in Australië mee te doen. O m zich te kwalificeren moet ze de afstand zes seconden sneller afleggen dan ze hem nu zwemt. "Een hele toer en ik durf ook niet te zeggen dat ik erin slaag", zegt ze wanneer haar trainer haar even laat gaan. "Maar ik ben wel supergemotiveerd. Ik ben niet bang om pijn te lijden, ik ben zelfs chagrijnig als ik niet alles heb gegeven." En daar gaat ze weer, manhaftig haar beproevingen tegemoet. De strakgezeemde ramen van het Sloterparkbad weerspiegelen haar schuimspoor.
Marleen Veldhuis Zwemster Marleen VeMhuis (25), die een master Economie volgt aan de VU, zwemt niet meer bij Top Zwemmen Amsterdam (TZA) en trainer IHartin Truijens. VeMhuis is wereldkampioene vijftig meter vrije slag en won op de Olympische Spelen met de daniesestafettepk>eg brons op de honderd meter vrije slag. Ze verliet TZA na de Spelen, toen Truijens de plaats innam van trainer Fedor Hes. VeMhuis vond dat geen goede keuze en richtte met een paar andere zwemsters een nieuwe zwemptoeg op. Hes traint deze zwempk>eg, ook in Het Sk>terparkbad. De Koninklijke Nederlandse Zwem Bond is niet blij met deze situatie. In Eindhoven bestaat namelijk ook al een Top Zwem Club. Daar traint onder meer wereld- en olympisch kampioen Pieter van den Hoogenband. De bond wil volgend jaar beslissen welke Amsterdamse zwemploeg de voorbereidingen mag organiseren voor de Olympische Spelen in Peking. Die worden in 2008 gehouden. Veldhuis wil daar in ieder geval graag aan mee doen. (MH)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004
Ad Valvas | 592 Pagina's