Ad Valvas 2004-2005 - pagina 499
AD VALVAS 19 MEI 2005
R E S T A U R A T I E
PAGINA 7
Het VU-orgel klinkt flamboyanter dan ooit
Een Zonnekoning aan de Zuidas
Twee onderdelen van een tongwerk tijdens de restauratie
De herontdekking van het Franse orgel Een gereformeerde universiteit hóórt een orgel te hebben. En dus werd op 25 mei 1973, een maand na de officiële opening van het spiksplinternieuwe hoofdgebouw, in de Aula een spiksplinternieuw orgel in gebruik genomen. Cadeau van de VU-vereniging. Hoe nieuw het ook was, het was een instrument met traditie: een orgel in de stijl van de Franse barok. Daarmee haalde de VU iets bijzonders in huis. Want dertig jaar geleden draaide het in orgelland vrijwel volledig om het Noord-Duitse orgel. Het orgel van Buxtehude en Bach, zeg maar. Zelfs in moederland Frankrijk was het klassieke Franse orgel - dat een heel eigen karakter vertoont, doordat het registers ('stemmen') heeft die op het Duitse orgel ontbreken - enigszins in de versukkeling geraakt. Waarmee de VU zichzelf meteen voor een probleem stelde. Want hoe vind je iemand die een vergeten orgelsoort voor je kan bouwen? Voor Ewald Kooiman - toen al aan de VU verbonden, en betrokken bij de keus voor dit orgeltype - was dat echter geen reden om toch maar voor de gangbare Duitse versie te gaan. "We wilden echt iets toevoegen aan het Nederlandse orgelaanbod", zegt hij. Uiteindelijk vond de huisorganist van de VU in het Franse Saargebied een bouwer aan wie hij de ontwerpopdracht toevertrouwde: de firma J.G. Koenig. IVIet het oog op het onderhoud werd daarnaast de in Amsterdam gevestigde firma Fonteyn Gaal erbij betrokken. Deze laatste bouwde naar het ontwerp van Koenig het hele mechaniek en de kassen. Frans of niet, bouwer Koenig had in 1973 slechts één keer eerder een Frans barokorgel gebouwd. Dat verklaart wellicht deels dat het geluid van het VU-orgel ieler uitviel dan de bedoeling was. "Een poppenkastgeluid", noemt een van de restaurateurs het zelfs, al voegt hij er ter verzachting aan toe dat dat ook aan de zaal ligt - "schuimrubber stoelen, tapijt - geen steen als in een kathedraal". Gelukkig volgden op de VU-opdracht nog andere nieuwbouw- en restauratieopdrachten en herontdekten ook andere bouwers in en buiten Frankrijk het Franse orgel, zodat de kennis van dit instrument de afgelopen decennia flink toenam. Daarvan heeft het VU-orgel kunnen profiteren tijdens de recente renovatie, waarin groot onderhoud samenging met een aantal klankaanpassingen. Zo zijn de orgelpijpen wat wijder en de voetopening breder gemaakt, waardoor het geluid voller is geworden. Ook zijn veel pijpen een plaatsje naar boven opgeschoven, waardoor er aan de onderkant ruimte kwam voor nieuwe, grotere pijpen. Het orgel heeft al met al meer 'breedte' gekregen, precies zoals de firma Koenig zijn Franse barokorgels tegenwoordig bouwt. "Het is geen ander orgel geworden", vat Ewald Kooiman samen. "Het is alleen nóg meer een Frans orgel geworden. De restauratie heeft de potentie er verder uit gehaald." Ook aan de zaal is wat gedaan. Een nagalminstallatie neemt tegenwoordig het geluid van het orgel op en zendt het iets vertraagd uit, waardoor je het 'kathedraaleffect' enigszins imiteert. Maar echt ideaal zal het geluid nooit worden, meldt Kooiman meteen. Ook al met doordat het orgel in een nis is gebouwd in plaats van pontificaal voor op het podium, zoals hij destijds graag had gezien. "Maar zoals een van de VU-bestuurders toen terecht zei: Dit is geen concertzaal."
Intonateur Frits Eisliout verandert de opsnede van een labiaalpijp
Feestelijke openingsmis
Meer dan een jaar was-ie uit bedrijf, maar volgens kenners is de restauratie van het Couperin-orgel in de Aula een groot succes. Volgende week wordt het weer in gebruik genomen met een officieel openingsconcert. Tekst: Anne Pek. Foto's: Christiaan Krouwels "Hoor, daar komt de koning." Ewald Kooiman trekt wat registers uit en beroert een aantal toetsen. Een reeks nasale trillers galmt door de Aula van het hoofdgebouw. "Typisch Frans, typisch barok", zegt de organist. "Je ziet Lodewijk de Veertiende gewoon de zaal binnenschrijden." Maar het orgel kan meer dan het pronkerige van de barok verklanken, haast hij zich toe te voegen. "Het kan ook fluisteren, heel gevoelig klinken. Barok draait immers om tegenstellingen." En Kooiman tovert een zachte toon tevoorschijn. "Een orgel is net een goocheldoos", zegt hij terwijl hij nog wat knoppen uittrekt. N u rolt er van rechts naar links een imposante klank door de hoge kast boven de speeltafel. "En wat vmd je hiervan?" Ergens ver boven ons lijkt een koppel nonnetjes te giechelen. "Inderdaad, de voix humaine", zegt de organist. Het is eind april en het Couperin-orgel m de Aula van de VU is klaar. Dat is later dan aanvankelijk gepland. Eigenlijk hadden de werkzaamheden al in december voltooid moeten zijn. Maar VU-huisorganist Kooiman en orgelcommissielid Johan Vos zijn meer dan tevreden. Vertragmgen horen er nou eenmaal bij als het orgel in kwesne in een druk gebruikte zaal staat. En het resultaat van alle activiteiten mag er wezen. Niet alleen zijn er wat slijtageproblemen opgeheven, vooral ook is het orgel zodanig aangepast dat het flamboyanter klinkt. "Veel pijpen zijn één toon opgeschoven", legt Vos uit. "Daardoor heeft het orgel meer draagkracht gekregen. Stukken die er voorheen nogal dunnetjes op klonken, klinken nu een stuk beter." We gaan de proef op de som nemen. Vos gaat ergens halverwege de Aula zitten - "Je moet luisteren vanuit de ruimte, niet direct bij het orgel" - en Kooiman verdwijnt achter het rugwerk, de kleine orgelkast die het dichtst bij de
zaal staat (de organist zit er met de rug naartoe, vandaar de naam). Als eerste speelt hij een stukje uit de Vanaues van Pachelbel. "Dat klonk hier vroeger niet", zegt Vos. Hij luistert een tijdje kritisch. Dan: "Beter, maar nog steeds niet ideaal." Pachelbel is dan ook een Zuid-Duitse componist. Wat volgt is een fragmentje van Francois Couperin - de naamgever van dit orgel en dus bij uitstek de componist ervoor. Uit het hoofdwerk, de immense kast boven de organist, komen nu warme, zachte klanken terwijl het rugwerk meer geknepen geluiden uitstoot. De Zonnekoning laat zijn pruik weer demen. "Speel eens een Grand Jeu!", roept Vos de organist dan toe. "Dat is speciaal voor deze combinatie van registers geschreven", legt hij uit. Er galmt ons nu een indrukwekkend klank tegemoet, scherp en doordringend. "Sommige mensen ervaren dit trouwens als onaangenaam", zegt Vos. "Dat komt doordat hier alle tongwerken meespelen. Die bestaan uit pijpen waar een 'tongetje' in zit, een metalen plaatje dat gaat trillen als er lucht langs komt. Ze klinken daardoor scheller, nasaier dan labiaalpijpen, de meer gangbare orgelpijpen." Terug naar het podium. Kooiman trekt een kast open en blikt tevreden over het zilvergrijze pijpenleger dat daar in het gelid staat. "Na het technisch herstel is er nog heel wat tijd gaan zitten m de herintonatie", vertelt hij. "En dat is echt veel ingewikkelder dan een piano stemmen. De pijpen zijn dan grofweg klaar, maar voor de een moet ter plekke de voetopening nog iets aangepast, van de ander moet de opsnede nog wat hoger of wat lager gemaakt... Intonateurs zorgen ervoor dat dat wat m de pijp zit, er ook uit komt. Albert Schweitzer heeft ooit gezegd: intonateurs zijn het allerbelangrijkst, die verdienen een beter salaris dan ministers."
Met een pracht van een roomse mis - of tenminste delen daaruit - neemt VU-organist Ewald Kooiman op 26 mei het Coupenn-orgel in de Aula van de VU weer m gebruik. Het betreft fragmenten uit de Messe Solennelle van Francois Couperin (1668-1733), de Franse barokcomponist naar wie het VU-orgel vernoemd is. "We móeten dus wel iets van hem spelen", zegt Kooiman zonder enige spijt. Eigenlijk, zo vervolgt hij, horen de orgelstukken uit deze mis afgewisseld te worden door gregoriaans koorgezang, maar dét gaat de huisorganist van de VU nou weer te ver. Hoewel, nu we het er zo over hebben... waarom eigenlijk met? Tegen Johan Vos van de orgelcommissie: "Je hoeft er niet meteen een celebrant bij te vragen. Wel een priester natuurlijk. Voor die rol vragen we dan iemand van de Hersteld Hervormde Kerk. Jaaah!" Vos grijnst en gaat er wijselijk niet op in. Behalve klassiek katholieke klanken zal tijdens de heringebruikname ook iets van Joliann Sebastian Bacli ten gehore gebracht worden. Nee, geen loeiend toccata, dat zit er niet in "stukken waarvoor een zelfstandig baspedaal nodig is, kun je op dit orgel niet spelen". Maar kamermuziek van de lieveling van protestant Nederland gaat prima op het Coupenn-orgel. Zoals het Trio in a (BWV 529/2). Tot slot zal Kooiman nog het Choeur en Symphonie van Guillaume Lascaux (17401831) spelen. "Een stuk uit de tijd van de Franse Revolutie", vertelt hij. "Je hoort het zelden, want het is niet uitgegeven. Ik heb het originele manuscript - en dat houd ik lekker voor mezelf." De VU zag in dit bijzondere concert een goede gelegenheid de relaties met alle Zuidas-buren te verstevigen. Vandaar dat die de afgelopen weken allemaal een formele uitnodiging ontvingen. Maar medewerkers en studenten zijn op 26 mei om 16.00 uur ook van harte welkom In de Aula.
Een labiaalpijp
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004
Ad Valvas | 592 Pagina's