Ad Valvas 2005-2006 - pagina 336
O P I N I E / W E T E I M S C H A P
PAGINA 8
sdeVU teloorgegaan? Van Deursens geschiedschrijving van de VU is gekleurd door een rigide wijzijdenken. Daarmee doet hij de universiteit geen recht, vindt Hans Radder, en al helemaal niet de bevlogen mensen die er sinds de jaren zestig werkten en werken. Een weerwoord. TEKST: HANS RADDER ILLUSTRATIE: NICO DEN DULK Het zal in de late jaren vijftig geweest zijn. Als klein jongetje bewonder ik de lange rijen dikke boeken in de studeerkamer van mijn vader. Hun fraaie uitvoering en geleerde titels maken indruk. De auteurs dragen namen als Calvijn, Kuyper, Bavinck, Geesink, Waterink, Berkouwer, VerkuyI. Namen uit de roemruchte geschiedenis van de Vrije Universiteit. Al die namen komen terug in Van Deursens Een hoeksteen in het verzuild bestei: De Vrije Universiteit 18802005. Het boek is geschreven ter gelegenheid van het 125jarig bestaan van de VU. Het is een kloeke, gebonden uitgave van 500 bladzijden, inclusief illustraties, noten en literatuurlijst. In zes grote hoofdstukken schetst het de belangrijkste ontwikkelingen in de geschiede nis van de universiteit, van haar stichting in 1880 tot aan het 25ste lus trum in 2005. De rode draad door het boek is het bijzondere karakter van de VU als instelling voor christelijke wetenschap. Een opmerkelijke lacune is het ontbreken van iedere verwijzing naar de toenemende commerciële invloeden op de universiteit gedurende de afgelopen 25 jaar. Vanuit het nostalgische perspectief waarmee ik het boek begon te le zen, voldoet het aan de verwachtingen. Bovengenoemde (en vele andere) namen zijn nu meer dan woorden op de rug van even zovele boeken. Maar kinderen groeien ook op en vanuit een meer volwassen oogpunt acht ik dit boek niet alleen schadelijk voor het imago van de huidige VU, maar ook in houdelijk uiterst problematisch. Vandaar deze beschouwing die niet zozeer een weergave van de inhoud van het boek is maar veeleer een kritische analyse van de stijl van geschiedschrijving en de positie van Van Deursen als historicus.
Partijdig Het hoofdprobleem Is de eenzijdige partijkeuze van de geschiedschrijver Van Deursen. Na periodes van groei, bloei en consolidatie treedt vanaf 1960 het verval in. De veranderingen die sindsdien opgetreden zijn ziet de auteur als verraad aan en teloorgang van de oorspronkelijke idealen van de universiteit. Over de laatste 45 van deze 125 jaar is blijkbaar weinig goeds te melden. Met name de theoloog en ethicus Kuitert krijgt er flink van langs. Het patroon is als volgt. Over de schaduwzijden van het steile gerefor meerdendom horen we weinig. Zo valt, met uitzondering van de allereerste periode, met name de onvrijheid van de Vrije Universiteit op: haar zo goed als volledige onderwerping aan het leergezag en de morele orde van de 'gereformeerde beginselen'. Hebben de kritische beschrijvingen van dit orthodoxcalvinistische milieu door romanschrijvers als Wolkers, 't Hart en Siebelink dan geen enkele realiteitswaarde? Daarentegen worden door Van Deursen de zijns inziens problematische vernieuwingen breed uitge meten en vaak met ironische stijlmiddelen gediskwalificeerd. Treffende voorbeelden daarvan zijn te vinden in de beschouwingen over universiteit en politiek en over de invulling van de doelstelling in de jaren zestig (zie met name pag. 225228 en 269273). Ook de vele nieuwe studenten 'zon der traditie', die sinds de tweede helft van de jaren zestig een onstuimige groei van de universiteiten veroorzaakten, moeten het ontgelden.
Overal in Nederland vond men deze nieuwe studenten, opgegroeid in gezinnen zonder kennis van de academische wereld, toegerust met een tamelijk beperkte algemeen culturele bagage, niet geïnteresseerd in de klas sieke corpscultuur of in welke gezelligheidsvereniging dan ook. (pag. 280) Of neem het probleem van de nucleaire wapenwedloop in de jaren tach tig. Je zou denken dat dit, juist gezien de doorslaggevende rol die weten schappers hierin gespeeld hebben, bij uitstek een stellingname vraagt van een christelijke universiteit. Van Deursen doet de bezorgdheid van velen af als 'een schier apocalyptische angst voor een nucleaire oorlog die alleen afwendbaar scheen, als Nederland besloot opslag en gebruik van kernwa pens radicaal af te wijzen' (pag. 401); en hij ziet een verbod op universitai re medewerking aan het installeren of produceren van kernwapens als een aanslag op de vrijheid van onderwijs (pag. 402). Heel vaak, ten slotte, zit deze partijdigheid verscholen in de woordkeus. Zo worden de 'bezielende idealen' van Abraham Kuyper gecontrasteerd met de 'leuzen' van de voor standers van oecumene, ontwikkelingshulp en internationale solidariteit (pag. 230231). Een gerelateerd probleem betreft de gehanteerde methodologie. De woordvoerders waarmee Van Deursen zijn eenzijdige be en veroordelingen ondersteunt, zijn op een enkele uitzondering na hoogleraren en cen trale bestuurders. Overduidelijk is dat het geval bij de zeer negatieve be oordeling van de rol van het kritische studentenblad Pharetra. De ene na de andere hoogleraar of bestuurder mag zijn gal op dit blad spuwen, maar voorstanders en gewone lezers ervan komen, op één uitzondering na, niet aan het woord (pag. 276279). Ook het volgende citaat is onthullend.
In de democratische periode waren de studentenpastores haast altijd te vin den aan de zijde van de activisten. Toen de predikanten in 1980 een bezoek aflegden bij het College van Decanen, maakte rector Verheul hun het verwijt dat ze nooit andere dan linkse standpunten innamen, zodat het wetenschap pelijke personeel de indruk had gekregen 'dat met studentenpastores geen vriendschappelijke relatie kan worden onderhouden'. (pag. 383) De adder zit hier verstopt onder het gras van het door Van Deursen Instem mend aangehaalde citaat van de rector magnificus. De feitelijk onjuiste implicatie is dat het wetenschappelijk personeel, in zijn geheel, bestond uit nietlinkse mensen. Los daarvan komen opnieuw de vele studenten en wetenschappers met een positieve beoordeling van het toenmalige stu dentenpastoraat gewoon niet aan het woord. Van Deursen constateert (pag. 376) dat de hedendaagse student, die veelal een werkstudent is, wel niet meer aan het lezen van lijvige klassie ke romans als Tolstojs Oorlog en Vrede zal toekomen. Of hij deze roman zelf gelezen heeft, zegt hij niet. Maar als dat wel zo is heeft hij er in ieder geval weinig van meegekregen. Tolstojs boek bevat uitvoerige beschouwin gen over en scherpe kritieken op 'grotemannengeschiedenis' (met name in de epilogen). Op overtuigende wijze laat hij zien dat we de geschiedenis niet kunnen begrijpen op basis van de opvattingen en handelingen van grote mannen, ook al heten ze Alexander de Grote of Napoleon. Van Deur sens boek heeft heel wat kenmerken van zo'n grotemannengeschiede nis, zij het dat namen als Kuyper, Colijn, Dooyeweerd of De Gaay Fortman iets minder tot de verbeelding van de gemiddelde lezer zullen spreken. Gezien het bovenstaande kan de conclusie niet anders zijn dan dat aan de opdracht van het boek het schrijven van een 'wetenschappelijk verant woorde, moderne en integrale geschiedenis' niet voldaan is.
Boltlten en schapen Toch IS het probleem niet uitsluitend methodologisch van aard. Het komt uiteindelijk voort uit een onaanvaardbaar mens en wereldbeeld. Een cruciale vooronderstelling van zowel de stichters en gereformeerde repre sentanten van de VU als van hun geschiedschrijver is het wijzijdenken. Het is een indelen van de mensheid in exclusieve, monolitische groepen. Heel pregnant komt dit tot uitdrukking in de titel van een door Van Deur sen aangehaalde VUbrochure uit 1957, 'Gij geheel anders' (pag. 274). Deze 'antithese', het exclusief tegenover elkaar plaatsen van wij en zij, heeft ook een normatief aspect. Op een of andere, desnoods het mense lijk verstand te boven gaande, manier zijn de bokken gescheiden van de schapen. Zo'n opdeling van mensen in twee elkaar uitsluitende groepen is
"ssass
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 29 augustus 2005
Ad Valvas | 576 Pagina's