Ad Valvas 2005-2006 - pagina 91
AP VALVAS 6 OKTOBER 2005
W E T E N S C H A P
PAGINA 7
> Weetjes VIDI-beursberichten (1) FOTO: CHRISTIAAN KROUWELS TEKST: ANNEMIEKE BOSMAN
Rommelig Op ING na houden Nederlandse beursgenoteerde bedrijven zich redelijk aan de richtlijnen van de zogenaamde code-Tabaksblat voor goed ondememingsbestuur. Dat blijkt uit een steekproef van VU-econoom Tom Kooijman. 'De rapportages over interne risicobeheersings- en controlesystemen zijn wel rommelig opgesteld', zo klaagt Kooijman in Het Financieele Dagblad van 4 oktober. 'Voor onderbouwingen wordt vaak doorverwezen naar andere paragrafen en soms daarna weer doorverwezen', aldus Kooijman. Bedrijven die bepalingen van de code-Tabaksblat niet toepassen, doen dit volgens Kooijman met het oog op potentiële marktomstandigheden. Bovendien beschouwen bestuurders sommige bepalingen als een onnodige verhoging van de administratieve lasten, of vrezen ze voor openbaring van marktgevoelige informatie. (PB)
Naam: Sander NIeuwenhuis Leeftijd: 3 1 Onderzoeksgebied: cognitieve psyclioiogie Functie: postdoctoraai onderzoelier Subsidiebedrag: 600.000 euro
Bosbranden
Het verloop van bosbranden is, evenals veel andere natuurverschijnselen, een zelfgelijkvormig proces. Dat houdt in dat het ontstaan van bosbranden verloopt volgens bepaalde zichzelf herhalende patronen. Wiskundepromovenda Rachel Brouwer ging op zoek naar een verklaring voor deze zelfgelijkvormigheid. Ze maakte een wiskundig model voor het verloop van bosbranden, waarin ze onderzoekt wat er gebeurt in de kritieke toestanden, het moment waarop de bosbrand ontstaat, of weer ophoudt. Brouwer vond in haar model echter geen verklaring voor het zelforganiserend gedrag. Brouwer: "Bij natuurverschijnselen spelen zo veel variabelen een rol dat dit wiskundige model niet voldoet. Het kan zijn dat bosbranden niet door middel van een zelforganiserend systeem verlopen, maar het zou ook kunnen dat het wiskundige model anders moet." (WV)
De vidi-subsidie wordt door NWO uitgei<eerd aan excellente onderzoekers om ze de mogelijkheid te geven een eigen onderzoekslijn op te zetten. In 2005 kregen vier VU-wetenschappers de subsidie. Dit is het eerste deel in een sene portretten van hen.
E e n geboren Willy Wortel? "Nou, nee. In mijn kinder- en puberjaren wees eigenlijk niets erop dat ik ooit wetenschapper zou worden. Allerlei andere zaken vond ik een stuk belangrijker dan mijn intellectuele ontwikkeling. Ik droomde lang van een carrière als profvoetballer - niet helemaal terecht overigens. En later wou ik popmuzikant worden. Ik heb zelfs nog een tijdje aan het conservatorium gitaar gestudeerd. Uiteindelijk werd het toch psychologie en toen ik daar eenmaal serieus mee aan de slag was gegaan, ontpopte ik me tot een behoorlijk ambitieuze student. Ik was van meet af aan geboeid door de werking van het brein. De therapeutische kant van de psychologie heeft me nooit geïnteresseerd. Althans, niet meer dan op een normaal menselijke manier. Maar hoe het kan dat mensen zonder ongelukken een drukke straat oversteken, hoe ze al die inschattingen en berekeningen in een split second maken, dat heeft me altijd geïntrigeerd."
Wat doe je hier eigenlijk? "Vooral onderzoek, daarvoor heb ik destijds een Veni-beurs gekregen. Maar hoewel ik verbonden ben aan de vakgroep cognitieve psychologie, noem ik mezelf liever cognitief neurowetenschapper dan psycholoog. De psychologie geeft maar één invalshoek op de vraag hoe de menselijke informatieverwerking tot stand komt, de neurowetenschappen leggen allerlei interessante dwarsverbanden. Op een gemiddelde werkdag praat ik met heel wat mensen, van allerlei disciplines. Ik wandel birmen bij psychiatrie, bij endocrinologie. Aan de VU zijn al die groepen nog gescheiden, maar op andere universiteiten, met name in Amerika, heb je al een aparte vakgroep cognitive neuroscience. Het lijkt me fantastisch als we dat hier ook krijgen, dan heb je iedereen bij elkaar. Want je hebt elkaar bij neurowetenschappen echt nodig. Ikzelf kan bijvoorbeeld wel met elektroden de hersenactiviteit meten bij psychiatrische patiënten als ik een bepaalde compulsieve stoornis wil onderzoeken, maar voor het voeren van de gesprekken met die mensen ben ik niet opgeleid. Dat moet een psychiater voor me doen. "Wat ik uiteindelijk met de Vidi-groep wil gaan onderzoeken, is het effect van het stofje noradrenaline op onze informatieverwerking. Hoe komt het dat we bij het horen van een startschot hard wegrennen, dat we efficiënt reageren? Dat is nog braakliggend terrein."
S l i n u n e r d a n de rest? "Je kunt makkelijk gepromoveerd zijn voor je 31 ste, zoals ik, maar om daarna een Vidi-beurs te bemachtigen, dat is iets heel anders. Ik heb bewust naar die beurs gestreefd. Je cv maakt de helft van de toewijzing uit, dus ik heb ervoor gezorgd dat ik veel heb gepubliceerd, in toonaangevende tijdschriften. Dat ik op een belangrijk Amerikaans instituut heb gewerkt. Dat ik overal contacten heb. Verder moet je goed ktmnen schrijven en onder woorden brengen wat je nou eigenlijk wilt onderzoeken. Je moet zo'n commissie natuurlijk wel weten te overtuigen. Ook daar heb ik werk van gemaakt, ik heb er zelfs mijn zuurverdiende vakantie in Italië voor onderbroken. Ik heb gestudeerd op mijn praatje en ook op de manier waarop ik het spontaan kon laten klinken. "Ik heb de afgelopen jaren vrijwel continu gewerkt, zonder enig probleem tot 's avonds laat. Ik geloof dat ik getalenteerd ben in wat ik doe, maar ik ben ook zeer gedreven. Dat laatste is echt, absoluut, onontbeerlijk. Of ik ook slimmer ben? Ik geloof eerlijk gezegd dat iedereen die naar die beurs streefde, hem wel had verdiend. Het waren stuk voor stuk begaafde concurrenten."
Managementzorgen "Van het geld dat ik heb gekregen kan ik, gegeven het feit dat ik ook mezelf ervan zal moeten betalen, een aio en een onderzoeksassistent aantrekken. Dat is dus nog maar een bescheiden begin, maar ooit hoop ik een volledige vakgroep Cognitieve Wetenschap te leiden. Ik moet zeggen dat ik me erg op het leidinggeven verheug. Ik houd ervan mensen aan het werk te zetten, dus ik zie het absoluut niet als een belemmering voor het uitvoeren van mijn wetenschappelijke taak."
Botsende belangen "Ik kan mijn werk slecht loslaten, check honderd keer per dag mijn e-mail. Maar ook op het sociale vlak ben ik ambitieus. Ik wil mijn vrienden niet verwaarlozen, genoeg aan sport en cultuur doen en natuurlijk een goede relatie hebben met mijn vrouw. Gelukkig is zij nogal relaxed, dat heeft een gunstig effect op mij. Anders had ik mezelf inmiddels vast volkomen uitgeput. En we kunnen onze werkschema's goed in elkaar passen. Ze is stewardess en voor haar werk soms wel een week achter elkaar weg. Dan werk ik wat harder, om meer vrije tijd te hebben als zij weer thuis is."
Hormonen
Hart- en vaatziekten komen minder vaak voor bij vrouwen tussen de vijftig en zestig jaar dan bij mannen in diezelfde leeftijdsgroep. Vrouwelijke hormonen kunnen een rol spelen bij het voorkomen van deze ziekten. Deze hormonen worden door het lichaam zelf aangemaakt, maar kunnen ook geslikt worden als hormoontherapie tegen de symptomen die aan de menopauze voorafgaan. Vanwege de vermoedelijke verhoogde kans van gebruiksters op borstkanker is deze therapie echter controversieel. Tatjana Vogelvang promoveerde dinsdag 4 oktober op haar onderzoek naar een alternatief voor deze therapie in de vorm van selectieve oestrogeenreceptor modulatoren (SERMs). Hieruit bleek dat er aanwijzingen zijn dat deze kunnen helpen bij de preventie van hart- en vaatziekten. (FB)
Indian Tamils De Indian Tamils zijn bij de onafhankelijkheid van Sn Lanka in 1948 ten onrechte tot statenloos burger verklaard, stelt Valli Kanapathilla. Zij promoveert 7 oktober. De Indian Tamils kwamen namelijk al in de 19de eeuw naar het eiland om op de Engelse plantages te werken. Bij de onafhankelijkheid werden aan deze bevokingsgroep de burgerrechten onthouden omdat ze geen onderdeel van de Snlankaanse gemeenschap zouden uitmaken. Ze werden gezien als gastarbeiders. Tot 1988 werden honderdduizenden personen teruggestuurd naar India onder het mom van repatriëring. De Tamils zelf vonden het deportatie. In 1988 sloten Sri Lanka en India een overeenkomst waardoor de achtergebleven groep van bijna honderdduizend Indian Tamils alsnog werden erkend als Srilankaanse staatsburgers. Vijf jaar daarvoor begon een andere groep Tamils, de zogenaamde Tigers, in het noorden van het eiland een afscheidingsbeweging. Die Tigers werden wel tot de oorspronkelijke bevolking gerekend. (DdH)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 29 augustus 2005
Ad Valvas | 576 Pagina's