Ad Valvas 2005-2006 - pagina 427
AD VALVAS 13 APRIL 2006
L I E F D E
PAGINA 15
De erotische bibliotheek van Hafid Bouazza:
Schrijver Hafid Bouazza is een autoriteit op het gebied van Arabische erotische poëzie uit de middeleeuwen. Die zindert niet alleen, maar doet ook verrassend modern aan. TEKST: PETER BREEDVELD FOTO: PETER STRELITSKI 'Mijne heren niets tast mijn geloof zo aan Ais een vette vagijn Als ik er een zie, verlies ik mijn verstand En nemen demonen bezit van mij Ik wil mij erin onderdompelen Van mijn voetpezen tot mijn voorhoofd Ik verdwijn er een maand in ongezien door enig oog'
Naqa en neuken liggen zo dicht bij elkaar, het lag bij het vertalen voor de hand om het woord 'neuken' te gebruiken. Het valt me trouwens op dat door de Arabische dichters voor de vagina wel verschillende woorden worden gebruikt maar voor de pik niet." Bouazza is ook op een kwatrijn gestuit dat een vrouwelijk orgasme beschrijft, dat hij opneemt in het derde deel van de Arabische Bibliotheek. "Nee, ik ga niet voorlezen, moetje maar wachten op die bundel." Tussen de vrijmoedigheid van Abu Nuwas en Ibn al-Hadjdjadj en de huidige Arabische literatuur liggen vele eeuwen, maar Bouazza heeft vernomen dat er dingen aan het veranderen zijn. "Ik hoor dat in Marokko expliciet over seks geschreven wordt. Ze willen zelfs mijn debuutroman De voeten van Abdullah in het Arabisch vertalen. Maar goed, dat is Marokko. In andere landen is er geen peil op te trekken. Ik heb edities uit de jaren vijftig die zwaar gecensureerd zijn, edities uit de jaren veertig waar heel expliciete seksscènes in staan; het hangt van de tijdgeest af. Er is nu een dichteres in Koeweit die op een heel lieflijke manier openhartig is over seks, maar die daar helemaal niet wordt gewaardeerd.
Hafid Bouazza leest een door hem vertaald gedicht voor van de tiende-eeuwse poëet Ibn al-Hadjdjadj. "Hij wil zich in een kut onderdompelen, een Freudiaan avant-lalettre", zegt de schrijver grinnikend. Ibn al-Hadjdjadj is volgens Bouazza 'de grootste vuilgeest uit de Arabische literatuur'. Tegelijkertijd was hij censor van de stad Bagdad. Dat ging natuurlijk niet écht goed samen, dat vonden de autoriteiten toen ook, en de dichter is uiteindelijk dan ook ontslagen. Bouazza heeft het gedicht vertaald en opgenomen in de bundel Schoon in elk oog is wat liet bemint, een verzameling liefdesgedichten die het eerste deel vormt van zijn 'Arabische Bibliotheek'. Dat moet een serie van acht a negen delen worden en het derde, dat binnenkort zal verschijnen, zal uitsluitend erotische poëzie bevatten. In 2002 verscheen al een bundel klassieke Arabische erotica van Bouazza's hand: Rond voor rond of als een pikhouweel. "Arabische erotische gedichten hebben mijn warme belangstelling", zegt Bouazza. "Waarom? Omdat ik geïnteresseerd ben in seks, uiteraard. Toen ik zeventien was, ben ik al begonnen met een woordenlijst met verschillende Arabische benamingen'' voor vagijn en pik en zo. En uiteindelijk zijn het goede gedichten en de humor bevalt me. Tegenover de hoogste poëzie, over verheven gevoelens, het hart en de smart, heb je de poëzie waarin het hele fysieke, het aardse wordt beschreven. Dat gaat over liefde in de meest fysieke vorm. Het gaat over kussen, neuken, anale seks, kittelaars, lullen; noem maar op. Dat trekt mij heel erg aan. De anarchie ervan bevalt me, de anarchie tegen de goede smaak."
Patrijspoorten Met zijn vertalingen biedt Bouazza interessante, onverwachte vergezichten, maar wetenschappelijke pretentie heeft hij niet en evenmin probeert hij volledig te zijn. "Ik zie dit als onderdeel van mijn oeuvre. Ik ga te werk volgens mijn eigen inzichten, hoe Ik vind dat een gedicht vertaald moet worden en hoe poëzie werkt. Ik vertaal individuele dichters. Als die acht of negen delen van mijn Arabische Bibliotheek klaar zijn, heb ik een paar patrijspoorten naar de vlakte van de Arabische literatuur geopend, maar zeker geen compleet beeld van de Arabische liefdesliteratuur gegeven. O nee, er zijn nog vele andere, larmoyantere, gevoeligere dichters die niet opvallen door stijl, maar door gevoel. En dan zijn er nog dichters die in de volkstaal schreven, de Egyptische of Syrische volkstaal. Het probleem daarvan is dat sommige woorden niet meer zijn te traceren. Maar toch wil ik die ook vertalen. Wat mij intrigeert, is de dwarsheid, de individualiteit van sommige dichters. Ik hoop dat als ik die allemaal bij elkaar heb, datje dan een paar van de kleinoden van de Arabische literatuur voor je hebt."
Liederlijkheid Die liederlijkheid was kenmerkend voor een apart genre uit die tijd, IVIoedjoen. Voor de dichters die het beoefenden, was het een complete levensstijl. Ze gingen opzichtig gekleed en vormden een soort Arabische underground. "Tegenover de officiële redenjkerspoëzie stelden zij verzen over zuipen, hoeren en snoeren. Het was literaire anarchie", aldus Bouazza. Maar ze waren geen outcasts, integendeel. Iemand als Ibn al-Hadjdjadj was graag gezien aan de hoven en schreef oden aan kaliefen en prinsen die net zo seksueel expliciet waren als zijn andere poëzie. Volgens Bouazza was het ook een vorm van verzet tegen de islamitische wettelijke beperkingen. "Als je schrijft datje een jonge knaap neemt, nadat je dronken bent geworden van de wijn, dan heb je dus twee zonden in één klap: sodomie en alcohol", zegt hij. "Er zat wel een zekere blasfemie in. De dichters werden ook als ketters beschouwd." Desondanks konden de blasfemerende dichters veilig over straat. "Al hebben sommigen wel in de gevangenis gezeten. Maar dat lag altijd aan de grillen van de kalief, hoor. Als die opeens een vrome periode had, kon dat verkeerd voor je uitpakken. Maar uiteindelijk is niemand vervolgd vanwege de liederiijkheid. De blinde dichter Bashsaar-ibn-Burd is in 785 in de Tigris gegooid, maar dat was omdat hij van vuuraanbidderij werd beschuldigd. De zwarte slaaf Suhaym ging te ver omdat hij de vrouwen die hij verleidde, met naam en toenaam in zijn gedichten noemde." Abu Nuwas, net zo'n libertijn als Ibn alHadjdjadj, pleitte voor een openlijk hedonistische levensstijl. 'Schenk mij niet heimelijk als dat openlijk kan', schrijft hij. 'Verkondig
Hafid Bouazza
Een zangslavin: ieder die haar vergezelt Raakt verlieugd en gelukkig door haar gezang Koud van speeksel na haar sluimeren En haar buik is heet Haar gloeiende oven is als koorts Ontstoken door de nabijheid van jeugd Hoerders snuwen de geur van haar aars op Zoals katten de geur van vlees besnuiven Haar buik is een waterzak en in haar vagijn is een gracht van pis en haar kittelaar is een vestingmuur Ibn al-Hadjdjadj (941 - 1001)
de naam van wie u bemint en onthoud mij van bijnamen'. "Het is te vergelijken met de Europese libertijnse stromingen in de zeventiende en achttiende eeuw", meent Bouazza. Een treffend voorbeeld daarvan is de regel van Ibn al-Hadjdjadj, 'Haar buik is een waterzak en in haar vagijn / Is een gracht van pis en haar kittelaar is een vestingmuur', die een treffende gelijkenis vertoont met de regel 'Her belly is a bag of turds, /And her cunt a common shore' {On
mrs. Willis) van de zeventiende-eeuwse Earl of Rochester. "Twee dezelfde gedachten in totaal verschillende landen en eeuwen", merkt Bouazza op. "De boodschap is dat een vrouwenlichaam prachtig is, maar onder dat aantrekkelijke uiterlijk zit natuurlijk wel stronten pis."
Hafid Bouazza: Schoon in elk oog is wat het het bemint-Arabische liefdesgedichten, uitgeverij Prometheus, 2005; 122 pagina's. Prijs: € 24,95.
Tot zover deze special over liefde en seks. Reageren? Stuur een mail naar redactie@advalvas.vu.nl.
Honingpotje Het is ook niet zo dat die middeleeuwse Arabieren zoveel geiler waren dan de .Europese literaire heiden. "P.C. Hooft schreef ook over Cupido die een honingpotje steelt en de Italiaanse zestiendeeeuwse dichter Pietro Aretino was ook heel expliciet", tekent Bouazza aan. Het verschil is dat in de Arabische poëzie minder symboliek voorkomt. "Als een Arabier een roos beschreef, dan was het ook meestal wel een roos", aldus Bouazza. "Een rozenknop was niet een symbool voor maagdelijkheid of zo, zoals bij sommige lyrische Europese dichters. Bovendien worden de middeleeuwse Arabische woorden voor 'pik', 'kut', 'neuken', 'kittelaar' en zovoort ook nu nog gebruikt, wat die middeleeuwse poëzie opvallend modern doet klinken. "Ik zal het je sterker vertellen: het Arabische woord voor neuken is naaka. Het Nederlandse woord stamt van het oud-Germaanse woord nakan, stoten.
/r
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 29 augustus 2005
Ad Valvas | 576 Pagina's