Ad Valvas 2005-2006 - pagina 539
AP VALVAS 15 JUNI 2006
W E T E N
S C H A P
Onderzoeksgegevens van 95.000 tweelingen
Sport maakt niet gelukkig
PAGINA 7
>Weetjes
Of je sportief bent, is voor een groot deel genetisch bepaald. Het is niet relevant of je ouders je meesleurden naar de tennisbaan. Belangrijker is of ze de juiste genen doorgaven, zo ontdekte bewegingswetenschapper Janine Stubbe. TEKST: WELMOED VISSER FOTO: CHRISTIAAN KROUWELS
Teamsport
Het is natuurlijk het ultieme excuus voor elke couch potatoe: "Ik heb nu eenmaal onsportieve genen." Promovenda Janine Stubbe (29) lacht: "Dat zou je wel denken hè? Uit mijn onderzoek blijkt dat 67 procent van je mate van sportiviteit bepaald wordt door je genen. Of je als volwassene aan sport doet, is dus in hoge mate erfelijk." Toch is het te gemakkelijk om te stellen dat al die luilakken vanwege hun genen niet anders kunnen. Sportiviteit is namelijk een eigenschap die door verschillende genen wordt beïnvloed en in Stubbes steekproef scoorde niemand onsportief op al die genen. Stubbe: "Er zijn tot nu toe vijf genen gevonden die in verband staan met sportief gedrag. Een gen zorgt er bijvoorbeeld voor dat je snel afvalt als je beweegt, een ander gen speelt een rol bij het vrijkomen van dopamine, een stof waardoor je je prettig gaat voelen tijdens en na het sporten. Sommige mensen vallen nauwelijks af als ze gaan sporten. Dat kan erg demotiverend zijn. Maar het kan zijn dat ze zich wel goed gaan voelen door de vrijgekomen dopamine." Stubbe deed zelf geen genetisch onderzoek. Haar proefschrift is gebaseerd op een vragenlijst over sport en gezondheid, die ze aan tienduizend Nederlandse tweelingen en hun familieleden heeft voorgelegd. Ter aanvulling had ze ook nog de beschikking over soortgelijke gegevens van 85.000 tweelingen uit zeven andere Europese landen. "Dat is een behoorlijk grote groep, ja. De dataverzameling in Nederland heb ik bijna helemaal alleen gedaan: vragenlijsten versturen, adressenbestanden bijhouden, herinneringen sturen. Het was een enorm logistiek werk, dat me twee jaar heeft gekost."
Teamsport is passé. Dat blijkt uit de Rapportage Sport 2006 van het Sociaal en Cultureel Planbureau, die vorige week werd gepubliceerd. 'We sporten niet meer zoals vroeger om sociale contacten, maar voor onze eigen persoonlijke kick', zegt sportpsycholoog Karin de Bruin in De Telegraaf van 8 juni. Nederlanders zijn de laatste jaren meer gaan sporten, maar kiezen vooral voor individuele disciplines zoals zwemmen, fimess, wielrennen, hardlopen, wandelen en golf. De Bruin denkt dat het aan de 'prestatiemaatschappij' ligt. Daarin is volgens haar geen ruimte om tijd vrij te maken voor een teamsport. 'Je kunt niet samen trainen omdat je dan vrij moet zijn op gezette tijden. Je kunt niet afspreken met teamleden om altijd aanwezig te zijn bij trainingen en competities.' (PB)
Gereformeerd De oprichting van aparte gereformeerde basisscholen in de negentiende eeuw heeft een belangrijke rol gespeeld bij de emancipatie van het gereformeerde volksdeel, concludeert Adriaan Rosendaal in zijn dissertatie 'Naar een school voor de gereformeerde gezindte', waarop hij woensdag 14 juni promoveerde. Vanaf 1868 richtte het Gereformeerd Schoolverband overal in het land 'Scholen met den Bijbel' op. Ook kwamen er aparte gereformeerde kweekscholen voor onderwijzers en aan de VU was er een speciale leerstoel gereformeerde pedagogiek, onder meer bezet door de bekende pedagoog Jan Waterink. Mede door dit onderwijssysteem ontwikkelde zich een echt gereformeerde zuil. De gereformeerde scholen fuseerden met andere protestantse onderwijsorganisaties, waaruit uiteindelijk de Besturenraad Protestants Chnstelijk Onderwijs is voortgekomen. (DdH)
Eeneiig en twee-eiig Eeneiige tweelingen zijn genetisch identiek, terwijl twee-eiige tweelingen net als gewone broertjes en zusjes gemiddeld voor de helft dezelfde genen hebben. Als het sportgedrag van eeneiige tweelingen onderling verschilt, moet dit aan omgevingsfactoren liggen (immers, ze hebben dezelfde genen), terwijl onderlinge verschillen bij twee-eiige tweelingen deels aan omgevingsfactoren en deels aan genetische verschillen kunnen liggen. Als je die twee groepen naast elkaar legt, kun je uit de verschillen concluderen welk deel van gedrag genetisch is bepaald en welk deel door omgevingsfactoren. Om te controleren of tweelingen in hun sportgedrag niet afwijken van de gemiddelde bevolking (Stubbe: "Bijvoorbeeld omdat ze elkaar stimuleren en altijd een maatje hebben om mee te gaan tennissen"), vergeleek Stubbe haar data met gegevens van het Centraal Bureau voor Statistiek. Stubbe: "Daar kwamen
Sportuitslagen en geluksgetallen Zeventig procent van alle volwassenen doet minimaal één keer in de twee weken aan sport. Dertig procent sport zeHs veel. Mannen zijn sportiever dan vrouwen en jongeren zijn sportiever dan ouderen. Een derde van de volwassenen sport helemaal niet. Nederiand behoort tot een van de gelukkigste landen van de wereld. Nederlanders geven zichzelf een 7,5 als ze op een schaal van 1 tot 10 moeten uitdrukken hoe gelukkig ze zijn. Het gelukkigst zijn de Denen met gemiddeld een 8,2. Het ongelukkigst de Tanzanianen met een 3,2. Stubbe heeft het verband tussen genen en geluk alleen onderzocht in Nederland. Of sommige volken genetisch ongelukkiger zijn dan andere, kan ze dus niet zeggen. Bronnen: Ruut Veenhoven, World Database of Happiness Janine Stubbe, The genetics of exercise behavior and psychological well-being, Amsterdam 2006
Zorgshoppers
Janine Stubbe: 'Sportgenen en geluksgenen overlappen elkaar'
geen verschillen uit en dus zijn de conclusies generaliseerbaar naar de hele bevolking." Genen spelen nog een grotere rol dan al werd gedacht: kinderen en pubers sporten vooral omdat hun ouders dat stimuleren, maar na de puberteit neemt die invloed snel af: bij jongeren van twintig wordt maar liefst tachtig procent van hun sportgedrag door genen bepaald. "Die genetische piek loopt daarna bij volwassenen weer wat terug, naar 67 procent. De verklaring is waarschijnlijk dat volwassenen meer gebonden zijn door omgevingsfactoren als een baan, hun gezin of andere omstandigheden." Het onderscheid tussen gedeelde omgevingsfactoren bij tweelingen (gezin, opvoeding, dezelfde school) en individuele omgevingsfactoren (beroep, relatie, levensloop) ondersteunt die hypothese: bij volwassen tweelingen blijken de gedeelde omgevingsfactoren uit hun jeugd helemaal geen rol meer te spelen. De overige 33 procent van de verschillen in sportiviteit wordt volledig verklaard door individuele omstandigheden. De volkswijsheid 'jong geleerd, oud gedaan' gaat bij sport dus niet op: of ouders hun kinderen stimuleren is niet van invloed op hoe sportief die kinderen op volwassen leeftijd zullen zijn.
Geluksgenen Een andere volkswijsheid is dat sport, en dan vooral hardlopen, goed zou zijn tegen depres-
siviteit. Ook dat ontzenuvrt Stubbe in haar proefschrift. "De algemene opvatting dat mensen door sport lekkerder in hun vel gaan zitten, heb ik in mijn data niet terug kunnen vinden." Er is wel een relatie tussen sportiviteit en welbevinden, maar die ligt anders, ontdekte Stubbe: sportgenen en geluksgenen overlappen elkaar. Je wordt dus niet gelukkiger van sporten, je hebt genetisch een grotere kans om gelukkig te zijn als je ook sportief bent. Welke genen het precies zijn en hoe zij sportiviteit en welbevinden beïnvloeden heeft Stubbe niet onderzocht. "Dit is een verkennend onderzoek. Ik kan statistisch aantonen dat er een gemeenschappelijke set genen moet zijn, maar ik ben geen geneticus. Het zou heel interessant zijn om er preciezer naar te kijken." Het betekent in elk geval dat het oneerlijk is verdeeld in de wereld: sommige mensen hebben aanleg om sportief en gelukkig te zijn, terwijl anderen het met onsportieve en ongelukkige genen moeten doen. Stubbe: "Maar ook hierbij is het weer geen één-op-éénrelatie. Welbevinden is net als sportiviteit een complexe eigenschap, waar verschillende genen bij betrokken zijn. Bovendien bepalen genen maar voor 38 procent hoe gelukkig je bent. Individuele omstandigheden zijn nog altijd het belangrijkst en daar heb je zelf wel invloed op."
Mensen die van zorgverzekeraar overstappen zijn jong en goed geïnformeerd. Ouderen en mensen die slecht geïnformeerd zijn, stappen minder snel over. Dat blijkt uit een onderzoek van Comelis Jan Diepeveen en Martijn Mosselman, masterstudenten gezondheidswetenschappen. Een kwart van alle verzekerden is overgestapt bij de invoering van het nieuwe zorgstelsel. De mogelijkheid om ergens anders een gunstige collectieve verzekering af te sluiten was de belangrijkste beweegreden. De belangrijkste reden om niet over te stappen was tevredenheid met de service. Toch zijn de overstappers meer tevreden met het nieuwe zorgstelsel dan de nietoverstappers. Een verklaring hiervoor is dat het gaat om klanten die voor verzekeraars niet zo interessant zijn omdat ze meer gebruikmaken van gezondheidszorg. Daardoor proberen verzekeraars hen niet met gunstige aanbiedingen te lokken. (WV)
Huisartsenzorg Bij een kosten-batenanalyse van verschillende depressiebehandelingen komt de huisartsenzorg als beste uit de bus. Dat blijkt uit het onderzoek waar Judith Bosmans dinsdag 13 juni op promoveerde. Bosmans vergeleek kosten en effecten van vier specifieke behandelingen met de gebruikelijke huisartsenzorg in Nederland. Allereerst een door apothekers uitgevoerde interventie om te zorgen dat depressieve patiënten hun medicijnen consequent innemen. Daarnaast een zogeheten pakketinterventie, die bestond uit gestructureerde opsporing, diagnostiek en behandeling van ernstige depressies bij ouderen. Ook bestudeerde zij gestructureerde huisartsenzorg met antidepressiva en psychotherapie voor ouderen. Bosmans concludeert dat de gebruikelijke huisartsenzorg het effectiefst is. (FB)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 29 augustus 2005
Ad Valvas | 576 Pagina's