Ad Valvas 2005-2006 - pagina 439
AP VALVAS 20 APRIL 2006
F I L O S O F I E
PAGINA 7
AUard den Duik ontdekt Amerika
Het cynisme voorbij Alles is relatief, onwaar en zonder waarde. Gelukkig zijn er in de VS schrijvers die genoeg hebben van dit postmoderne cynisme. Filosoof Den Duik (27) gaat in New York op zoek naar de nieuwe oprechtheid. L
TEKST: ALLARD DEN DULK FOTO: CHRISTIAAN KROUWELS
Filosofie, zoals ik haar zie, maakt ons bewust van hoe wij naar de wereld kijken. En van hoe wij er nog meer naar zouden kunnen, of misschien wel zouden moeten kijken. Want de gedachte dat er één enkele waarheid, één juist perspectief op de werkelijkheid bestaat, is vandaag de dag onaannemelijk geworden. De hedendaagse westerse werkelijkheid wordt gekenmerkt door een L radicale pluraliteit. De hele wereld, P met al zijn verschillende culturen, I religies en waarheidssystemen, IS gedurende de afgelopen eeuw binnen het handbereik van iedere westerling gebracht; alles wat ooit 'anders' of exotisch was, is in zekere zin afstandsloos geworden, beschikbaar met een enkele muisklik (ik kan nu verder gaan met dit artikel, of ik kan besluiten om alles te leren over de Anlo-Ewe stam uit Ghana, of zo...). Bovendien zag de twintigste eeuw tevens onze eigen, verlichte idealen uitmonden in fascistische en communistische terreur, waardoor onze superieur geachte westerse waarheden een groot deel van hun verhevenheid verloren. In de 'postmoderne' werkelijkheid die aldus is ontstaan, lijken objectieve criteria die aangeven wat juist is en hoe men moet leven, niet langer beschikbaar. De westerse mens heeft, op basis van het recente verleden, geleerd om idealen en ideologieën te relativeren (ook deze laatste zin veroorzaakt wellicht relativistische argwaan: 'is dat nou wel zo, relativeren we echt alles}'). In ieder ideaal zit iets beperkts, iets subjectiefs, een element van eigenbelang, en dus in potentie de wil om de ander te onderdrukken.
Onbehagen De neiging om te relativeren is alomtegenwoordig, let maar eens op hoe vaak we anderen of onszelf horen zeggen: 'dat is jouw waarheid', 'voor mij ziet de werkelijkheid er anders uit', 'het ligt er maar net aan hoe je ernaar kijkt'. Deze relativeringsdrang lijkt op zich een goede zaak. Een beetje bescheidenheid kan immers nooit kwaad. En wie niet al te overtuigd is van zijn eigen mening, is tenminste ontvankelijk voor de visie van een ander. De bovenstaande uitspraken lijken een gezonde acceptatie van de onzekerheid van het postmoderne bestaan. Maar wie ze goed bekijkt, kan zien dat ze niet zozeer worden ingegeven door twijfel of bescheidenheid, maar dat zij langzaam de vorm aannemen van een nieuwe zekerheid: de overtuiging dat alles relatief, en dus onwaar en zonder waarde is. Deze nieuwe zekerheid is een cynische zekerheid, een gedachte die stilletjes binnensluipt in de schaduw van het relativisme. Hoe gebeurt dat precies? Als alles moet worden gerelativeerd, lijkt uiteindelijk niets meer echte (want geen absolute) waarde te hebben. Het goede, dat boven alle twijfel is verheven, bestaat niet meer (want aan alles kan getwijfeld worden). En als alles eigenbelang is, dan is er ook geen plaats meer voor het onbaatzuchtige. En dus blijft slechts het kwade over. Dat lijkt de enige zekerheid die de postmoderne mens nog overheeft. Of zoals het in Joost Zwagermans roman Gimmick! (1989) wordt geformuleerd (en dat ik hier een roman als bron gebruik IS niet zonder betekenis, zo zal later blijken): 'Het gaat erom iedere zen-
dingsdrang te onderdrukken. [...] Onschuld valt niet meer te verliezen als iedere onschuld op de wereld al is uitgeroeid.' Dit is het cynisme dat de westerse samenlevmg al enige tijd in zijn greep houdt, en dat zorgt voor het gevoel van onbehagen dat velen ervaren.
Filosofisch gebrek De filosofie heeft nog geen bevredigend antwoord gevonden op dit cynisme, omdat zij zelf ook nog worstelt met het relativisme dat haar fundamenten ondergraaft. Immers, de filosofie is ingericht op het zoeken naar dé waarheid over de wereld, naar hoe de wereld er echt uitziet, los van onze bemoeienis ermee. Daardoor lijkt de filosofie vanuit haar aard slecht toegesneden op het uitdrukken van de pluraliteit van de hedendaagse werkelijkheid. (Dit artikel vormt daarop waarschijnlijk geen uitzondering; zie het in dat geval als een poging, als een onderweg-zijn.) Wat dat betreft kan de filosofie nog een hoop leren van de literatuur. (Zelf heb ik de hiernavolgende gedachtegang deels geleerd en geleend van de Amerikaanse literatuurwetenschapper Wayne Booth). Verschillende romans formuleren verschillende visies op de wereld. Allemaal zeggen zij op een bepaalde manier: 'Het leven is dit.' Allemaal drukken ze hun eigen waarheid uit. Wanneer we deze zouden opvatten als waarheidsaanspraken binnen de oude, één-waarheidzoekende traditie, dan zouden ze elkaar tegenspreken of in ieder geval niet met elkaar te verenigen zijn.
Zingevende r o m a n s Maar zo vatten we literaire uitspraken niet op: we kuimen verhalen die elkaar 'tegenspreken' elk evenzeer waarderen als een accurate beschrijving van hoe de wereld in elkaar zit. Hun waarheidsaanspraken hebben namelijk een metaforisch karakter. En metaforische waarheden kunnen naast elkaar bestaan, omdat ze elk afzonderlijk een bepaalde 'fit' hebben: ze slagen erin om een bepaald deel van het leven te verwoorden. En zo ontvouwt zich een veelheid aan wereldvisies die correspondeert met de pluraliteit van het postmoderne bestaan. De Amerikaanse filosoof Richard Rorty heeft gezegd dat als een bepaalde manier van filosoferen is uitgeput, deze moet worden vervangen door een andere; dat we op zoek moeten naar nieuwe regels, naar een nieuwe 'taal' waarin de filosofie zich weer verstaanbaar kan maken, en een antwoord kan vinden op het postmoderne cynisme. Wat dat betreft zou het goed zijn als de literatuur, met haar metaforische waarheden, een grotere rol gaat spelen in de filosofie. Want in de literatuur weerklinkt wel een antwoord op het postmoderne cynisme. Waar de werelden van Less than zero (1985) van Bret Easton Ellis en Gimmick! van Joost Zwagerman nog volledig worden beheerst door uitzichtloosheid en emotionele leegte, biedt Generation X (1991) van Douglas Coupland al enige hoop op een uitweg, met personages die zich weliswaar terugtrekken uit de maatschappij, maar die toch enige zingeving vinden als ze elkaar verhalen vertellen. De afgelopen jaren lijkt er een 'stro-
De nieuwe waarheid vanuit New York Allard den Duik is promovendus en docent wijsgerige vorming aan de Faculteit der Wijsbegeerte. IVlomenteel verblijft hij voor zijn promotieproject in de Verenigde Staten. De komende maanden zal hij in Ad Valvas verslag doen van de impressies tijdens zijn verblijf en zijn onderzoek aldaar.
ming' te zijn ontstaan die definitief afscheid neemt van het postmoderne cynisme. De belangrijkste representanten van deze beweging zijn de Amerikaanse schrijvers Dave Eggers, David Foster Wallace en Jonathan Safran Foer. Natuurlijk verschillen deze auteurs en hun romans sterk van elkaar. Maar in hun boeken overheerst de drang naar een nieuwe, oprechte levenshouding, naar nieuwe bronnen van levensbevestiging en medemenselijkheid; een drang die in scherp contrast staat met de cynische houding die de afgelopen 25 jaar onder invloed van het postmodernisme is ontwikkeld. Daarom ben ik nu hier, in de Verenigde Staten: om deze schrijvers te
interviewen, en om uit hun romans een nieuwe inspiratie voor de filosofie te construeren. Voor meer informatie: www.ailarddendulk.nl
^Filosofie kan nog een hoop leren van literatuur^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 29 augustus 2005
Ad Valvas | 576 Pagina's