Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2005-2006 - pagina 107

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2005-2006 - pagina 107

8 minuten leestijd

W E T E N S C H A

AP VALVAS 13 OKTOBER 2005

P

PAGINA 7

De onzekere toekomst van de nerd >Weetjes

Bestaan er over twintig jaar nog klassieke bèta's? Of leveren de faculteiten der Exacte Wetenschappen tegen die tijd uitsluitend analytisch denkende beleidsmakers af? En wie betaalt voortaan het dure natuurwetenschappelijk onderzoek? Een debat over bèta's in de mist.

TV-toezicht

TEKST: WELMOED VISSER ILLUSTRATIE: NICO DEN DULK

J^

^^,^*|;r"t ^

-**'**^' fl*v

^:=X^5

In een motie vraagt de Tweede Kamer minister Laurens-Jan Brinkhorst om toezichthouder van de telecomsector Opta te bewegen het besluit over de kosten van digitale televisie terug te nemen. Opta staat de kabelmaatschappijen namelijk toe abonnees extra te laten betalen voor digitale vernieuwingen die pas later worden ingevoerd. 'Die motie is juridisch echter onhaalbaar', stelt hoogleraar Europees bestuursrecht Elies Steyger in Het Financieele Dagblad van 4 oktober. Dit komt omdat de Opta een toezichthouder is met de status van zelfstandig bestuursorgaan. De minister kan alleen algemene aanwijzingen geven. De Kamer kan Brinkhorst dus niet verantwoordelijk houden voor besluiten van de Opta. 'Als de Tweede Kamer een grotere rol van de regering bij het toezicht wil, dan moet de Kamer daarvoor de wettelijke bevoegdheden scheppen', aldus Steyger. (PB)

Schouderpijn

Met de vraag naar bèta's is iets vreemds aan de hand. Aan de ene kant lees je vaak dat Nederland meer bèta's nodig heeft om haar technologische voorsprong te behouden. Aan de andere kant zijn de lonen van bèta's de afgelopen jaren nauwelijks gestegen, ook niet nu het aantal afgestudeerden afneemt. Dat duidt dus niet op schaarste. Dreigt er nu een tekort aan bèta's of niet? Dat zal een van de onderwerpen zijn op het symposium Bèta's in de mist, dat de faculteit der Exacte Wetenschappen vandaag, 13 oktober, organiseert. "We willen deze verschillende meningen eens naast elkaar zetten", vertelt Frans van Lunteren, hoogleraar wetenschapsgeschiedenis. Decaan Wim Hogervorst van de faculteit der Exacte Wetenschappen vindt de beperkte belangstelling van studenten en universitaire bestuurders voor de klassieke natuurwetenschappen 'zorgwekkend'. "Veel technologisch onderzoek gaat al naar het buitenland. Als Nederland mee wil blijven doen als kermisland, moet er meer aandacht komen voor de bètawetenschappen", stelt hij. Hogervorst vindt het geen goede ontwikkeling dat universiteiten steeds meer vraaggestuurde instituten worden. "Je laat je daarmee leiden door de waan van de dag, terwijl goed onderzoek een investering van tientallen jaren vergt. Pas later kun je zien waar de toepassingen liggen." De toenemend vraaggestuurde benadering van wetenschap en onderwijs draagt volgens de decaan bovendien het gevaar in zich van een verlies aan wetenschappelijke diepgang. "Je gaat zo ver de breedte in, dat je onmogelijk dezelfde diepgang kunt bewaren en precies in die diepgang zit het bestaansrecht van de universiteit."

Het Ajax-model Economieprofessor Frank den Butter vindt juist dat de huidige bètawetenschappers nog veel te veel gericht zijn op fundamenteel, diepgaand onderzoek. "Je hebt inderdaad een kleine hoeveelheid briljante wetenschappers nodig, om ervoor te zorgen dat fundamentele kermis niet verloren gaat, maar verder moeten we onze bèta's veel meer inzetten op het terrein waar Nederland traditioneel goed in is: de handel. Haal briljante wetenschappers uit India of China, zorg dat ze hier goed hun werk kunnen doen en laat de rest van de bèta's zich verder bezighouden met het in de markt zetten van technische kennis." Den Butter

noemt dit het Ajax-model. "In het voetbal zie je al veel langer dat het management nog wel in handen is van Nederlanders, maar dat de voetballers uit de hele wereld komen. Zoiets zou je ook in de wetenschap moeten krijgen." Ook wetenschapshistoricus Van Lunteren denkt dat de organisatie van de exacte wetenschappen de komende tijd grondig zal veranderen, omdat 'de eeuw van de natuurwetenschappen' voorbij is. "Vanaf ongeveer 1900 zie je een bijna onbegrensd vertrouwen in de natuurwetenschap, met als hoogtepunt de Tweede Wereldoorlog, toen ineens bleek dat je met iets efemeers als natuurkunde een atoombom kon maken. Dat maakte diepe indruk. Daarom werd er gedurende de hele koude oorlog zo veel geld uitgetrokken voor fundamentele natuurwetenschap. Het resulteerde in een wedloop in fundamentele natuurwetenschappelijke kennis." Met de val van het communisme verdween die noodzaak. De nieuwe positie van de exacte wetenschappen heeft zich nog niet goed uitgekristalliseerd. "Dat verklaart deels de onrust binnen de exacte wetenschap."

Wiskunde in de versukkeling De 'vermaatschappelijking' van onderwijs en onderzoek is overigens de laatste jaren al volop gaande birmen de exacte wetenschappen. Bernard Dam, universitair hoofddocent vaste stof fysica: "Een ivoren-torenhouding kun je je al lang niet meer permitteren. Bij elke subsidie-aanvraag moet je uitleggen wat de maatschappelijke relevantie is van je onderzoek, anders krijg je geen geld." Dit speelt niet alleen bij individuele wetenschappers, maar juist ook op de universiteit als geheel. Het is een van de belangrijkste redenen waarom het bestuur van de VU wil dat de exacte faculteit gaat fuseren met aard- en levenswetenschappen. De meerwaarde zit hem in de gebieden die elkaar overlappen, zoals de gezondheidswetenschappen. Daar vinden de wetenschappelijke ontwikkelingen plaats die het meeste belangstelling krijgen, van studenten en van geldverstrekkers. "De bètawetenschap is eigenlijk aan haar eigen succes ten gronde gegaan", zegt NWOvoorzitter Peter Nijkamp. "In allerlei wetenschappen zie je momenteel dat een wiskundige benadering van wetenschappelijke vragen de dominante is geworden. Neem de psy- , chometrie, de biometrie of de econometrie.

Dat is pure wiskunde, maar dan toegepast in een bepaalde discipline." Volgens Nijkamp gaat het minder slecht met de exacte wetenschap dan het lijkt. Exacte wetenschappers zitten lang niet alleen aan de bètafaculteiten. Tegelijkertijd heeft Nijkamp zich juist om die reden zorgen gemaakt om de 'totale leegloop bij wisloinde'. "Wiskunde is essentieel geworden voor de beoefening van de andere wetenschappen, dus haal je het fundament onder al die wetenschappen vandaan als de wiskunde in de versukkeling raakt." Om de wiskunde een duwtje in de rug te geven, riep NWO vorig jaar een speciaal stimuleringsprogramma in het leven. Bij de andere twee exacte monodisciplines, scheikunde en natuurkunde, is de situatie volgens de NWO-voorzitter 'iets minder nijpend'.

Energieprobleem De rol van universiteiten ziet econoom Den Butter vooral in het opleiden van bèta's met maatschappelijk relevante kennis, bijvoorbeeld op het gebied van management, economie of gezondheidszorg. Ook Nijkamp vindt dat bèta's meer 'uit hun hok' moeten komen. Gaat er daarmee niet waardevolle diepgang verloren? Den Butter: "Dat argument hoor je altijd alleen van wetenschappers die zelf hun leven hebben gewijd aan die specifieke vorm van kennis. Allicht is het voor hen niet leuk om te horen, maar voor monodisciplinaire wetenschap en het behoud van specialistische kennis heb je relatief weinig mensen nodig." "Bovendien gaat de vervlechting van wetenschappen gewoon door", voorspelt Nijkamp. "Daar zijn veel van de wetenschappelijke successen van de afgelopen decennia aan te danken." Natuurkundige Dam vraagt zich af of beleidsmakers als Nijkamp zich wel voldoende realiseren hoe fundamenteel het onderzoek kan zi)n dat aan de oplossing van maatschappelijke problemen ten grondslag ligt. "Het energieprobleem is een van de grootste maatschappelijke problemen die wij als exacte wetenschappers voor onze kiezen zullen krijgen. We hebben zelfs nog niet het begin van een oplossing hoe we goedkoop en grootschalig duurzame energie kunnen produceren. Daarbij stuiten we op zeer fundamentele wetenschappelijke problemen, die alleen met specialistisch onderzoek kunnen worden opgelost. Aan onderzoek in de breedte heb je in dit geval niets."

Een op de vijf Nederlanders heeft last van schouderpijn. Voorheen kon een huisarts alleen een gemiddelde kans op herstel geven. Ton Kuijpers ontwikkelde een checklist waarmee een huisarts kan voorspellen hoe groot de kans is of de klacht over zes weken (de korte termijn) of zes maanden (de lange termijn) over is. Kuijpers promoveert 14 oktober op dit onderwerp. De checklist kan gebruikt worden bij besluiten over de behandeling. Een patiënt met een lage kans op pijn na zes maanden hoeft niet uitgebreid behandeld te worden. De checklist bestaat uit zes vragen, in combinatie met een eenvoudig lichamelijk onderzoek. Rekenwerk is nauwelijks nodig, want de vragenlijst kan via de computer of elektronische zakagenda worden ingevoerd. (FB)

Weblogica Internet is voor veel dingen niet geschikt. Als je bijvoorbeeld een hotel wilt boeken, is het veel werk om uit te zoeken wat het goedkoopste hotel is dat aan jouw eisen voldoet. Bij de opvolger van ons huidige internet, het semantische web, moet dit soort problemen met gebruik van logica zijn opgelost. Je voert je eisen in en de computer komt met de beste keuze voor jou. Informaticus Borys Omelayenko boog zich in zijn promotieonderzoek over dit soort problemen en over de logica die je nodig hebt om ze op te lossen. "Achter het huidige internet zit namelijk minder logica en daardoor is het gebruik absoluut niet optimaal", vindt Omelayenko. (WV)

Minder oeps "ADHD bij kinderen is nog niet objectief met biologische kenmerken vast te stellen", aldus psycholoog Katrien van Meel die 25 oktober op het onderwerp promoveert. Van Meel verwacht dat in de toekomst mogelijk wel een diagnose aan de hand van bijvoorbeeld een hersenscan te maken is. Er zijn namelijk allerlei aanwijzingen dat hersenen van ADHDkinderen anders reageren op interne en externe prikkels. Zo blijkt de zogeheten 'oepsl-respons' bij deze kinderen duidelijk verminderd. De kinderen uit de onderzoeksgroep met ADHD bleken niet alleen minder alert te zijn op hun eigen vergissingen, maar ook minder op de komst van feedback van buitenaf Bovendien reageerden zij minder heftig op feedback wanneer deze toekomstige straf aankondigde. Dit zou kunnen verklaren waarom veel mensen met ADHD risicovol gedrag vertonen, zoals gokken of drugsgebruik. (DdH)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 29 augustus 2005

Ad Valvas | 576 Pagina's

Ad Valvas 2005-2006 - pagina 107

Bekijk de hele uitgave van maandag 29 augustus 2005

Ad Valvas | 576 Pagina's