Ad Valvas 2005-2006 - pagina 78
PAGINA 6
T H E O L O Q I E
AD VALVAS 29 SEPTEMBER 2005
Martien Brinkman kijkt tevreden terug op vijfjaar decaanschap
Afscheid van een evenwichtskunstenaar Het was crisismanagen. Maar Martien Brinkman heeft het stralend doorstaan. Onlangs nam hij afscheid als decaan van de faculteit Godgeleerdheid. Die laat hij achter als een bruisende, multiculturele gemeenschap. TEKST: PETER BREEDVELD FOTO: CHRISTIAAN KROUWELS
Het optimisme van Martien Brinkman (55), die op 1 september afscheid nam als decaan van de faculteit der Godgeleerdheid, lijkt van plaatstaal. Dat bleek de afgelopen jaren bij de affaire rond de Samen-op-Weg-kerken (SoW, nu de Nederlandse Protestantse Kerk) en de predikantenopleiding van de VU. Na meer dan honderd jaar lang hofleverancier van de SoW te zijn geweest, dreigde Theologie keihard aan de kant te worden gezet. Desastreus voor de VU, die theologiestudenten wierf met de garantie dat zij na hun studie als predikant bij een SoW-kerk aan de slag konden. Maar steeds wanneer er de afgelopen jaren weer een stapje verder was gezet bij de ontbinding van het contract tussen de VU en SoW, wekte Brinkman weer de indruk daar heel tevreden mee te zijn. Altijd reageerde hij opgewekt. Hij leek een duikelaar, die na iedere klap weer grijnzend overeind kwam. Toen de opzegging van het contract nog in de voorbereidingsfase was, schermde Brinkman met de steun van de gereformeerde kerk (samen met de hervormde en de Lutherse kerk verenigd in de SoW), en met de honderdtwintig schriftelijke steunbetuigingen die de VU had ontvangen. In september 2001 besloten echter ook de gereformeerde kerken tot ontbinding van het contract. Een forse tegenvaller, maar nog was er volgens Brinkman niks aan de hand. De gereformeerde kerken hadden immers aangedrongen op het respecteren van 'de bijzondere positie van de VU'. Dus contract of niet, die bijzondere positie betekende volgens de decaan dat VU-predikanten een aanstelling dienden te krijgen binnen de SoW. Maar in maart 2002 werd ook met die bijzondere positie de vloer aangeveegd. Weer weigerde Brinkman de handdoek in de ring te gooien, want nu had de SoW bepaald dat de VU moest samenwerken met één van de predikantsopleidingen waarmee de SoW nog wel samenwerkte (bijvoorbeeld de Theologische Universiteit in Kampen). Via die constructie zou een VU-predikant dus toch nog werk vinden in een SoW-kerk. "We worden er door de voordeur uitgegooid, en sluipen op kousevoeten door de achterdeur weer naar binnen", verklaarde Brinkman toen vrolijk. Evenwichtskunstenaar "Af en toe was ik mezelf wel een beetje aan het overschreeuwen", denkt Brinkman nu. Hij zit in de serre van zijn woonkamer in De Bilt en blikt terug op zijn vijf jaar als decaan van Godgeleerdheid. Hij was een soort crisismanager, hij moest de faculteit levensvatbaar houden. En hoe sterk zijn optimisme ook was, nooit verloor hij de realiteit uit het oog. Want terwijl hij iedere domper keihard weglachte, haalde hij de pinksterbeweging, een zestal evangelische organisaties, de doopsgezinden en de van de Nederlandse Protestantse Kerk afgescheiden Hersteld Nederlandse Hervormde Kerk binnen als afnemers van VU-predikanten. Lang voordat zoiets het gesprek van de dag werd, was hij al bezig met een islamopleiding aan de VU. De theologische faculteit die Brinkman nu verlaat is dan ook niet dezelfde als die hij aantrof bij zijn aantreden als decaan. Oecumenisch was ze al, maar Brinkman heeft er een waarlijk multiculturele faculteit van gemaakt. Zelf is hij daar heel bescheiden over. "Ik heb voortgeborduurd op een ontwikkeling aan de VU die al meer dan tien jaar eerder in gang was gezet. Er was al veel samenwerking met niet-westerse kerken. Theologie had als een van de eersten aan de VU een Engelstalig masterprogramma. Wat dat betreft waren mijn voorgangers al een heel eind op weg." Daarmee zijn Brinkmans verdiensten geenszins uit te vlakken. Af en toe leek hij een
Brinkman: 'Die multiculturele ontwikkeling was al tien jaar aan de gang'
evenwichtskunstenaar. Toen er voor het eerst sprake was van een islamopleiding aan de VU, moest hij de tegensputterende pinkstergemeente zien binnen te houden. Nu de overheid de VU haar 'imamopleiding' heeft gegund, blijken veel moslimorganisaties - waaronder het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) - daarover weer niet te spreken omdat de opleiding niet islamitisch goenoeg zou zijn. Toch bleek uit een onderzoek van het televisieprogramma PremTime dat de Turkse moskeeën weliswaar niet sterk geïnteresseerd waren in een VU-imam, maar dat van de Marokkaanse moskeeën zeventig procent bereid bleek zo'n imam in dienst te nemen. Krasse uitspraken Brinkman heeft geen problemen met de Turkse afhoudendheid. "Turkse moskeebesturen worden betaald door het Turkse ministerie van Godsdienstzaken, dat erop toeziet dat fundamentalisme geen kans krijgt. Zulke overheidsbemoeienis maakt het voor ons echter moeilijk manoeuvreren. Net als bij de kerken willen wij zelf bepalen hoe ons aanbod eruitziet. Dat betekent niet dat we ons oor niet te luisteren hebben gelegd bij de moslimorganisaties. In de commissie die de mra^e-gesprekken met de studenten doet, zit onder anderen de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Imams. De docenten vormen een subtiele balans van Turken en Marokkanen." Moslimvertegenwoordigers die krasse uitspraken deden over de VU - zoals Ayhan Tonca (CMO), die de VU verweet geen overleg te hebben gepleegd, en Haci Karacaer (Milli Göriis) die de VU min of meer hetzelfde verweet - draagt hij niets na. "Tonca speelt het spel goed", zegt hij. "Door steeds meer te blijven vragen, haalt hij een maximale buit binnen. En Karacaer heeft in e-mails aan mij zijn uitspraken allang weer teruggenomen."
Jezus de boddhishatva Half oktober zal scheidend theologiedecaan Martien Brinkman naar Australië vertrekken om in het guesthouse van de universiteit van Melbourne aan zijn nieuwe boek over Aziatische en Afrikaanse theologie te werken. Daarvoor zal hij ook een periode doorbrengen in Zuid-Afrika. "Nu de christelijke theologen in Azië en Afrika niet langer in Europa en Amerika worden opgeleid, vindt er in hun theologie een sterkere verdiscontering plaats van hun eigen cutturele achtei^^nd. Voor het aanduiden van de figuur van Jezus putten ze uit de hindoeïstische of boeddhistische terminologie. Dan krijg je aanduidingen als 'avatar* of 'boddhishatva'." Puristen in het Westen zullen daartegen protesteren, en zeggen dat je de bijbel als strikt uitgangspunt moet nemen. Brinkman wijst er echter op dat ook een term als heiland niet puur christelijk is. "Die term komt uit de Germaanse cultuur, terwjjl het begrip van Jezus als mensenredder uit de Griekse mythologie stamt. Jezus als zoon des mensen is weer een apocalyptisch begrip uit de oude Babylonische culturen en zo zijn er veel bijbelse begrippen ontleend aan de godsdiensten die domineerden in de tijd dat het christendom tot ontwikkeling kwam." Bij de verbreiding van het christendom is altijd gebruik gemaakt van begrippen waarmee de ontvangers van de blijde boodschap al bekend waren. Missionarissen in Afrika die dat weigerden en dus neologismen introduceerden als vertaling van Yahweh of Elohim, moesten constateren dat hun God gewoon werd ingelijfd in het bestaande pantheon. De dominerende cultuur biedt echter juist veel aanknooppunten voor het christendom. Een voorbeeld daarvan is de voorouderverering. Brinkman was de afgelopen zomer onder theologen in Hongkong, Seoul en Singapore en heeft onder andere lezingen gegeven over de passage in de geloofsbelijdenis die verhaalt van Jezus' nederdaling Her helle' (waarmee niet de hel, maar het dodenrijk wordt bedoeld). "Westerse theologen vinden dat een interessante historische kwestie, maar meer ook niet", aldus Brinkman. In Seoul was de belangstelling echter overweldigend. Die nederdaling van Jezus betekent namelijk dat ook de voorouders van een bekeerde christen door hem worden veriost. Die gedachte doet het goed in Aziatische culturen, waar de voorouderverering nog steeds een belangrijke plaats inneemt. Wat dat betreft zijn er opmerkelijke parallellen tussen het christendom in Azië en het vroeg-christelijke Europa. Toen de Frankische koning Clovis (466-511) zich wilde laten dopen, vroeg hij de dienstdoende priester of hij zijn voorouders ook in het paradijs zou tegenkomen. De priester, die volgens Brinkman de bijbel slecht had begrepen, antwoordde ontkennend. Waarop Clovis, die al met één voet in het doopvont stond, toch maar van de doop afzag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 29 augustus 2005
Ad Valvas | 576 Pagina's