Ad Valvas 2005-2006 - pagina 121
1 2 5
AD VALVAS 2 1 OKTOBER 2005
J A A R
V R I J E
U N I V E R S I T E I T
PAGINA 5
Ereronde De VU fêteert vijf topwetenschappers op een eredoctoraat. Op de feestelijke dies natalis ontvingen zij uit handen van rector Taede Sminia een rode koker vol lof voor hun baanbrekend werk. BRON: WH-ENSCHAPSVOORLICHTING VU
Adriaan Bos Vanwege zijn uitzonderlijke maatschappelijke verdiensten van internationale betekenis ten behoeve van de bevordering van de internationale rechtsorde, in het bijzonder de totstandkoming van het Statuut voor het permanente Internationale Strafhof in Den Haag. Voorgedragen door de faculteit der Rechtsgeleerdheid.
Adriaan Bos is geboren in 1934 in Dordrecht. Na zijn middelbare school studeerde hij rechten aan de Vrije Universiteit. Daarna trad hij in 1960 in dienst van het ministerie van Economische Zaken als beleidsmedewerker bij de Directie Integratie. Tijdens zijn loopbaan diende hij diverse opeenvolgende ministers van advies en vertegenwoordigde hij Nederland in tal van internationale rechtscolleges. In 1995, vlak na de volkerenmoord in Rwanda en nog ten tijde van de dramatische gebeurtenissen op de Balkan, werd aan hem de moeilijke taak toevertrouwd om als voorzitter te fungeren van de internationale voorbereidingscommissie voor de oprichting van een permanent Internationaal Strafhof. Pas in de jaren negentig van de vorige eeuw en na de oprichting van de speciale ad hoc internationale straftribunalen inzake voormalig Joegoslavië en Rwanda, werd het onderwerp van de instelling van een Internationaal Strafhof weer enigszins bespreekbaar. Op 1 juli 2002 trad het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof in werking. Het Internationale Strafhof ging vervolgens in 2003 in Den Haag van start. Inmiddels hebben ongeveer honderd staten, uit alle werelddelen, het Statuut van het Strafhof aanvaard. Uit dit grote aantal ratificaties blijkt dat de internationale volkerengemeenschap het belang van dit Strafhof inziet. Nu de Verenigde Staten nog!
en zou de mogelijkheden versterken om daar over na te kunnen denken.
John Martin Huil
Joke Waller-Hunter
Vanwege zijn uitzonderlijke verdiensten op het terrein van de levensbeschouwelijke opvoeding, in het bijzonder voor zijn mondiaal baanbrekende uitwerking in theorie en praktijk van een concept van interreligieus onderwijs in openbare scholen. Voorgedragen door de faculteit der Psychologie en Pedagogiek.
Vanwege haar uitzonderlijke inzet en verdiensten voor een beter milieu, in het bijzonder de bescherming van het wereldklimaat. Voorgedragen door de faculteit der Aard- en Levenswetenschappen. Wegens ernstige ziekte ontving zij al op 28 september haar eredoctoraat. Op 14 oktober is Joke Waller-Hunter overleden.
John Martin Huil is geboren in 1935 in Corryong, Australië. Vanaf 1968 tot aan zijn emeritaat in 2002 is hij werkzaam geweest aan de School of Education van de Faculty of Education van de University of Birmingham; vanaf 1989 als de eerste Professor of Religious Education. In 1995 ontving hij een eredoctoraat in de theologie aan de Wolfgang Goethe Universität te Frankfurt voor zijn bijdrage aan de praktische theologie. Ondanks het feit dat Huil in 1980 volledig blind werd, is hij zijn functies in vele nationale en internationale gremia op het hoogste niveau blijven vervullen. Huil staat in de liberale en radicale traditie van de westerse christelijke theologie. In zijn theologische ontwikkelingsgang bleef de bijbel het uitgangspunt voor het christelijke geloof. Hij pleitte voor levensbeschouwelijke opvoeding als ontmoeting der religies. Een dergelijke aanpak van levensbeschouwelijke opvoeding zou bij de leerlingen tot beter begrip voor religie en religieuze verschijnselen moeten leiden
Mevrouw Waller-Hunter werkte voor grote internationale organisaties in New York, Parijs en Bonn. Zij studeerde Frans aan de universiteiten van Amsterdam en Nice. Haar eerste werkgever was de provincie Noord-Holland van 1973 tot 1982. Zij was een van de eerste milieumedewerkers bij de provincie; aanvankelijk als voorlichter, later als projectleider van het eerste milieuplan dat de Provincie Noord-Holland ooit heeft gemaakt. Daarna werkte zij bij het ministerie van VROM tot 1994. Zij richtte zich vanaf het begin op de internationale aspecten van milieubeheer: de aantasting van de ozonlaag en klimaatverandering. Zij stond aan de wieg van het concept duurzame ontwikkeling en boekte uitzonderlijke resultaten op het gebied van internationale klimaatverdragen. De laatste jaren was zij eindverantwoordelijk voor het Klimaatbureau van de Verenigde Naties in Bonn. Uitgangspunt in haar werk was steeds de wetenschap en niet de bestaande machtsverhoudingen.
Evenmin liet zij zich leiden door imagogedreven milieupolitiek. Het werk van Joke Waller-Hunter is een voorbeeld van de interactie tussen wetenschap en maatschappij zoals de Vrije Universiteit die voorstaat.
Joanne Martin Vanwege haar bewezen kwaliteiten als inspirerend docent, haar vernieuwende koersbepaling in het organisatiewetenschappelijke onderzoek en haar bijdragen aan maatschappelijke debatten over onder andere ongelijkheid en de positie van vrouwen en minderheden in organisaties. Voorgedragen door de faculteit der Sociale Wetenschappen.
Joanne Martin is leerstoelhouder van de Fred H. Merill Chair of Organizational Behavior aan de Stanford Graduate School of Business, promoveerde in 1977 tot doctor in de sociale psychologie aan de Harvard Universiteit. Internationaal is Martin alom erkend als autoriteit op het vakgebied van culturele studies in organisaties. Naast vele andere onderscheidingen ontving zij in 2001 een eredoctoraat van de Copenhagen Business School. Martin legde de culturele complexiteit in organisaties bloot en plaatste het belang van de cultuur op de onderzoeksagenda van organisatiewetenschappers en managers. Cultuur werd als een variabele gedefinieerd, die gemanipuleerd kon worden om het bedrijfsresultaat te verbeteren. De rol van ongelijke machtsbalansen, identiteitsvorming en identi-
teitsprocessen waren belangrijke onderzoeksobjecten. Zij schroomt niet om machtsverhoudingen binnen de academische wereld aan de kaak te stellen. Generaties studenten en onderzoekers leerden onder meer door haar werk om organisaties te zien als instabiele structuren, gedifferentieerd en gefragmenteerd; vol ambiguïteiten en ambivalenties, ongelijkheden en onrechtvaardigheden.
Gerrit Krol Vanwege zijn bijzondere verdiensten voor de Nederlandse cultuur door een vorm van schrijverschap die uitmuntende literaire kwaliteit paart aan theoretische reflectie en inzichten uit de wetenschappen, waaronder vooral de exacte wetenschappen en de wijsbegeerte. Voorgedragen door de faculteit der Letteren.
Gerrit Krol is geboren in 1934 te Groningen. Na het gymnasium en zijn militaire diensttijd ging hij MOwiskunde studeren, eerst in Groningen en vanaf 1957 in Amsterdam. Daar was hij inmiddels werkzaam als computerprogrammeur op het Koninklijke Shell Laboratorium.
Afgezien van een korte onderbreking omstreeks 1970 is Krol tot aan zijn vervroegde pensionering in 1994 in dienst geweest van Shell en de Nederlandse Aardolie Maatschappij. Vanaf 1961 heeft Krol aan uiteenlopende literair tijdschriften en dag- en weekbladen meegewerkt. In 1962 debuteerde Krol als schrijver met de novelle De rokken van Joy Scheepmaker. In de volgende jaren volgen 24 romans, drie verhalenbundels, negentien boekuitgaven van beschouwend proza en zevendichtbundels. Het werk van Krol is verschillende malen bekroond. Zijn totale oeuvre werd bekroond met zowel de Constantijn Huygensprijs (1986) als met de P.C. Hooftprijs (2001). Krols werk is zowel onderhoudend vertellend als spiritueel bespiegelend en niet zelden zowel lyrisch als buitengewoon humoristisch. Hij oogstte niet alleen waardering bij letterkundigen, maar ook bij wetenschappers in andere disciplines; zowel linguïsten, wiskundigen en filosofen als criminologen, psychologen en wetenschapshistorici hebben zich geregeld waarderend over zijn werk uitgelaten. Nog voordat Buitenveldert bebouwd was en dus ook nog voordat de gebouwen van de Vrije Universiteit er verrezen, moet Gerrit Krol al aangevoeld hebben dat dit een goede plaats is om na te denken over wetenschap. Zo schrijft hij in zijn roman De chauffeur verveelt zich (1973): 'Om wetenschap te bedrijven moet je creatief zijn en methodisch. Welke van deze twee eigenschappen is het belangrijkst? Ongetwijfeld die welke je het minst bezit. [...] Dit overdacht ik liggende op de zandvlakte ten zuiden van Amsterdam, wat nu Buitenveldert heet. Ik lag op mijn rug, het hoofd op de persleiding, ongeveer zoals Jacob (Genesis 28:10-19) zijn hoofd neerlegde en God zag. Ik viel in slaap en droomde van een vrouw in de vorm van de zon die mij verwarmde.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 29 augustus 2005
Ad Valvas | 576 Pagina's