Ad Valvas 2007-2008 - pagina 385
AP VALVAS 3 APRIL 2008
W E T E N S C H A P
PAGINA 5
Nieuwe decaan Godgeleerdheid Wim Janse
Hij kookt en hij zingt en liij stuurt 'Onderzoekers moetje niet controleren, maarfaciliteren', zegt Wim Janse, die decaan wordt van de tlieoiogisclie faculteit. Portret van een levensgenieter. TEKST: PETER BREEDVELD FOTO COMVU/PETER SMITH
Kerkhistoricus Wim Janse, die met ingang van het volgend collegejaar de nieuwe decaan van de faculteit Godgeleerdheid wordt, is voorzitter van de facultaire evaluatiecommissie onderwijs. Op 30 april brengt die commissie haar eindrapport uit en Janse weet, met het oog op die eindrapportage, al waar hij als decaan op gaat inzetten, het verhogen van de onderwijskwaHteitszorg. Onder andere door de randvoorwaarden te verbeteren "Het ondersteunende personeel is daarbij belangrijF', zegt hij. "Dat personeel is het goud van eUce organisatie, het onzichtbare raderwerk waardoor een Zwitsers horloge zo feilloos loopt." Janse denkt aan een VU-brede reorganisatie van integrale ondersteuning en uniforme administratie, "zodat we niet allemaal steeds het wiel opnieuw hoeven uit te vinden." Nee, ik heb het niet over OBVU, [een VU-project waarbij de
'De student is Mant en dus koning, maar wel met een bindend studieadvies' ondersteunende diensten zouden worden gereorganiseerd, red.], maar meer over een uniform, integraal administratief beleid en integrale administratieve automatisering en ondersteuning, bijvoorbeeld door middel van een VUbreed dataregistratiesysteem." Allemaal in dienst van de student, want die is klant en de klant is koning, meent Janse. Daar hoort ook een bindend studieadvies bij. "Inclusief één-op-éénbegeleiding van de studenten door een tutor, die studenten monitort en enthousiasmeert."
Pilot starten Janse is ook voor de invoering van een 'abstracte structuur', waarbij de onderwijskwaliteit gemeten wordt aan de hand van objectieve standaarden (door middel van cijfers diverse onderdelen van het onderwijs beoordelen). "Die abstracte structuur zou VU-breed moeten worden ingevoerd, maar ik zou tegen het college van bestuur willen zeggen 'Geef ons de kans om bij theologie een pUot te starten'." Alsof Janse het als decaan niet al druk genoeg zal krijgen. Aan hem de taak om zijn faculteit
netjes onder te brengen bij Visor, het onlangs gelanceerde VU-Institute for the Study of Religion, Culture and Society, een samenwerkingsverband tussen de faculteiten Godgeleerdheid, Letteren, Sociale Wetenschappen en Wijsbegeerte. Theologie zal er helemaal in opgaan en Visor-directeur Martien Brinkman, de voormaUge theologiedecaan die onder andere de veelbesproken islamopleiding bij de VU binnenhaalde, zei bij de oprichtingsbijeenkomst dat Visor grote gevolgen zal hebben voor de bestaande onderzoeksprogramma's bij theologie.
Collectieve ambitie Je zou dus nogal wat onrust verwachten bij Godgeleerdheid, en daar bleek ook wel iets van tijdens die bijeenkomst, maar Janse maakt zich niet ongerust. "Er zal ruimte zijn voor bestaand onderzoek en de samenwerking met andere faculteiten zal een stimulans zijn", gelooft hij. Binnen Visor moeten onderzoekers hxm werk ook vaker laten evalueren om de financiering zeker te stellen. De tijd dat een onderzoeker een zak geld kreeg om vier jaar lang zijn ding te kunnen doen, is voorbij. Maar dat zou zonder Visor ook zijn gebeurd, aldus Janse. "En ook die ontwikkehng is een stimulans voor onderzoekers." Hij is niet bang dat onderzoekers straks het grootste deel van hun tijd bezig zijn met het binnenhalen van fondsen. "Binnen Visor is er op dat gebied veel kennis. Dit instituut heeft een uitgebreid netwerk en weet precies wat de mogeUjkheden zijn voor specifiek onderzoek. Dat bespaart onderzoekers veel rompslomp." Maar de overgang naar Visor zal hoe dan ook een cultuuromslag betekenen en dat gaat in geen enkele organisatie geruisloos. Janse ziet zichzelf echter als een people's manager en misschien dat dat hem geschikt maakt als decaan Godgeleerdheid. "Ik benader mensen graag langszij en hecht aan persoonlijke contacten; daar heb ik veel ervaring mee uit de tijd dat ik pastor was. Mensen moetje als manager niet controleren, maar facüiteren. Je moet sturen op collectieve ambitie. Wat dat betreft herken ik me sterk in het boek van hoogleraar organisatiekunde Mathieu Weggeman Leiding geven aan professionals''Niet doen! Zo is het precies je moet een hardloper niet in de weg gaan lopen, maar aanmoedigen. Zo moetje het professionele onderzoekers ook niet moeUijker maken, maar facüiteren."
K»U
^»*««^ ^.iMS^ÊS^fS
Zinderende zomerhitte Janse is een relatieve buitenstaander aan de VU. Pas sinds januari dit jaar heeft hij een leerstoel kerkgeschiedenis, daarvoor was hij bijzonder hoogleraar aan de VU en docent geschiedenis van het christendom aan de Universiteit Leiden. Hij is ook hoofdredacteur van de boekenreeks BnlI's Senes in Church History en het tijdschrift ChurchHistory andReligious Culture - "Een jongensdroom, ik lees dat blad al sinds mijn negentiende" - en een toegewijde echtgenoot en vader (twee dochters, 14 en 22). Janse kookt thuis de maaltijden, al zal hij die taak vanaf september moeten gaan delen met zijn vrouw, die advocaat is. Er zitten tenslotte maar 24 uur in een dag.
Wim Janse: 'Het ondersteunende personeel is iiet goud van eilce oi^anisatie'
Hij houdt van muziek, speelt viool en piano, zingt in een a capella zanggroepje en loopt hard - om zijn hoofd leeg te maken en te genieten van de natuur in zijn woonomgeving, Oegstgeest. Als onderzoeker brengt hij veel tijd door in archieven en bibUotheken, maar zijn hart ligt ook bij het onderwijs en bij de 'tastbaarheid van de historie'. Zo mijmerde hij tijdens een college over Franciscus van Assisi eens datje, om zijn denkwereld goed te beleven, eigenlijk de zinde-
rende zomerhitte van Umbrie moest beleven. Twee studenten stelden voor om een reis naar Umbrie te organiseren en daar heeft hij toen gedoceerd over Franciscus 'Wees geprezen, mijn Heer, om uw schepsel, broeder Zon, die voor ons de dag tot dag maakt en met zijn kleur stralend heenwij st naar de bron die het leven in zijn volheid raakt.' Reageren' Mail naar reclactie@advalvas vu nl
Rotterdamse hoogleraar migratiestudies Han Entzinger:
'Lat Steeds hoger voor allochtone jongere' Steeds meer Turkse en Marokkaanse jongeren zijn goed opgeleid. Toch groeit de kloof met hun autochtone leeftijdgenoten. Dat blijkt uit onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam. GERARD RiriTEN/HOP
De oorzaak van de verwijdering tussen de twee groepen jongeren is dat er hogere eisen worden gesteld aan de integratie van älochtonen, concludeert Han Entzinger, hoogleraar migratie- en integratiestudies aan de Rotterdamse universiteit. Hoe meer allochtonen integreren, hoe hoger de verwachtingen aan de Nederlandse kant wor-
den. Entzinger ondervroeg meer dan zeshonderd Rotterdamse jongeren van Turkse, Marokkaanse en autochtone afkomst naar hun opvattingen over godsdienst, pohtiek, beeldvorming en toekomstverwachtingen. De gemterviewden waren tussen de achttien en de dertig jaar oud. Het onderzoek met de titel De lat steeds hoger is het vervolg op een soortgehjk onderzoek uit 1999. Turkse en Marokkaanse jongeren zijn objectief gezien beter gemtegreerd dan tien jaar geleden ze zijn hoger opgeleid, lezen meer Nederlandse kranten en kijken meer naar Nederlandse televisieprogramma's. Ook maken allochtone jongeren vaker gebruik van hun stemrecht en kiezen ze vaker hun eigen huwelijkspartner. Toch zijn autochtone en allochtone jongeren elkaar sinds 1999 veel minder gaan waarderen. De mentale kloof tussen beide groepen is groter
geworden, blijkt uit het onderzoek. Allochtone en autochtone jongeren trekken minder met elkaar op en beide groepen houden er vaker nationaHstische gevoelens op na. Nederlandse jongeren verwachten van allochtonen niet aUeen dat ze integreren, maar ook dat ze de Nederlandse cultuur overnemen.
Liever moslim Turkse en Marokkaanse jongeren merken dat ze zich nauwelijks met de Nederlandse nationaUteit identificeren. Ze noemen zich liever mosüm of Rotterdammer dan Nederlander, omdat dat minder beladen benamingen zijn. Teleurstellende ervaringen op de arbeidsmarkt zijn een bron van frustratie voor deze groep jongeren. Van de hoogopgeleiden van Marokkaanse en Turkse afkomst zegt meer dan veertig procent
bij sollicitaties op vooroordelen te stuiten. Deze conclusies sluiten aan bij ander recent onderzoek waaruit blijkt dat het slecht gesteld is met de positie van afstudeerden met een buitenlandse achtergrond. De werkloosheid onder pas afgestudeerde allochtone academici is dubbel zo hoog als onder autochtone alumni, bleek medio vorig jaar uit een grootscheepse enquête van het Maastrichtse onderzoeksbureau ROA. Rasit Yildirim, voorzitter van de multiculturele Studenten Unie Nederland (SUN), bevestigt dat veel werkgevers vooroordelen hebben ten aanzien van sollicitanten met een buitenlandse achtergrond. "Ze luisteren te veel naar de media die allochtone groepen zwart proberen te maken. Dan kun je nog zo hoogopgeleid zijn, door de vooroordelen kom je als allochtoon niet bij deze bedrijven aan de bak."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 27 augustus 2007
Ad Valvas | 548 Pagina's