Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2007-2008 - pagina 376

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2007-2008 - pagina 376

8 minuten leestijd

O N D E R W I J S

PAGINA 8

AD VALVAS 27 MAART 2008

Begeleiding promovendi laat te wensen over

De hobbels bij het promoveren

De meeste promovendi zijn te lang bezig met liun onderzoek. De invoering van graduate scliools, PliD-decanen en vertrouwenspersonen moet daar verbetering in brengen. WAIHMES BOS/HOP

"Er is hier een afdehng waar vijf aio's zijn vertrokken vóór het eind van hun tweede jaar. Drie bij de ene begeleider, twee bij een andere. Dan zou je denken dat er met die begeleiders gesproken wordt, dat het aan de orde komt bij hun beoordelingsgesprekken, maar nee, het onderwerp wordt vermeden." Een personeelsconsulent aan een universiteit - hij bhjft liever anoniem, net als de meeste promovendi in dit artikel - maakt zich boos. "Als die begeleiders nog ciirsussen zouden volgen, tja, dan lag het anders. We hebben hier een loopbaancentrum waar ze een cursus 'training en begeleiding van promovendi' aanbieden", zegt hij. "Maar die is weer niet verpUcht." Goede begeleiding van promovendi is belangrijk, daar is men het in de academische wereld wel over eens. Al was het maar op puur zakelijke gronden. Als Nederland een kennisland wil zijn, ziülen

'Zeg maar niets tegen de prof, dan komt het wel goed' er genoeg onderzoekers moeten worden opgeleid. Universiteitenkoepel VSNU pleitte daarom een paar jaar geleden voor jaarUjks vijfhonderd extra promotieplaatsen. Dat lukt nog van geen kanten. En al veel langer is het streven erop gericht om de duur van promoties binnen de officiële termijn van vier jaar te brengen en de uitval te minimahseren. Ook dat lukt allemaal nog niet erg.

Overbezette promotoren Vooral niet omdat de begeleiding door promotoren en copromotoren vaak tekortschiet, zo bUjkt uit talloze plaatsehjke enquêtes onder promovendi en ook uit een landehjk overzicht van onderzoeksbureau EIM uit 2005. 'Van aUe onderzochte factoren is de

Wat schuift een promotie? Promoties leveren de universiteiten versctiiliende bedragen op: een laag en een hoog tarief. Het lage tarief is bedoeld voor alfaen gammapromoties en ligt dit jaar op 37.000 euro; voor de bèta- en medische promoties wordt 74.000 euro neei^eteld. Deze bedragen waren in de loop der jaren onderhevig aan fluctuaties: het ministerie van OCW had er één pot voor. Naarmate er meer promoties waren, werd het bedrag per promotie lager. Het systeem gaat nu veranderen. Ten eerste gaat het plafond uit het landelijke promotiebudget. Wat OCW meer moet betalen, wordt in mindering gebracht op de andere onderzoeksgeldstromen naar de universiteiten. Ten tweede: er komt één standaardtarief van tachtig- of negentigduizend euro; over de precieze hoogte zijn de VSNU en OCW het nog niet eens. Het effect zal zijn dat de alfa- en gammasectoren er flink op voorui^an, die krijgen voortaan het dubbele. Voor de universiteiten kan het een prikkel zijn om het promoveren in die hoek te stimuleren. Ook in de geldstromen tussen universiteiten zullen waarschijnlijk verschuivingen optreden.

invloed van begeleiding [op vertraging en uitval; red.] het sterkst. Het is een centrale factor in het succes van een promotie', meldt het EIM-rapport. Dat is precies de reden waarom het landehjke netwerk van promovendi PNN zich voorlopig tegen elke ambitie verklaart om het aantal promotieplaatsen te verhogen. "Meer promovendi bij een ongeveer gelijkblijvende omvang van de wetenschappeHjke staf betekent dat een promotor meer mensen moet begeleiden. Terwijl het nu al vaak niet goed gaat", zegt PNN-voorzitter Gertjan Tommei. Voor de goede orde: promoveren kan alleen bij een hoogleraar, de promotor. Daarnaast treden andere stafleden vaak op als copromotor. Dat kunnen docenten zijn of postdocs, als ze zelf maar

Gissen naar het rendement Na de invoering van het aio-stelsel (assistent in opleiding) in 1986 klom het aantal promovendi dat jaariijks instroomde snel naar een aantal van 1600 ä 2000 en op dat fluctuerende niveau is het de laatste vijftien jaar gebleven. Dat constateerde een EIM-studie uit 2005 over promotietrajecten aan de Nederiandse unwersiteiten Rendement verkend. Recentere cijfers zijn er nog niet. In totaal zijn er bü universiteiten nu tussen de negen- en tienduizend aan het werk. Met de hoeveelheid promoties gaat het goed. Uit VSNU-cijfers blijkt een stijging van 2360 in 2000 naar 3140 in 2006. Hoe die groei bij ongeveer gelijkblijvende aantallen promovendi verklaard moet worden, is gissen. Wellicht spelen de 'buitenpromovendi' niet in dienst bij een unhrersiteit, en ook geen 'beurspromovendi' - er een rol in. Of wordt er de laatste jaren soms sneller gepromoveerd? Nee dus, niet of nauwelijks. De gemiddelde promotieduur ligt al heel lang ergens tussen de 5 en de 5,5 jaan in de bètavakken richting 4,5, bii gamma- en vooral alfavakken richting 6 a 6,5. "Toch", zegt beleidsmedewerker kwaliteitszorg Jacco van den Heuvel van de KNAW, "heb ik de indruk dat de gemiddelde duur iets naar beneden gaat en dat de uitval ook wat minder wordt." De informatie van de universiteiten waarmee de VSNU haar statistieken maakt, is overigens gebrekkig. Overal zijn wel vraagtekens bij te zetten: hoeveel promovendi, hoeveel promoties, de rendementen, de duur (wat is het meetmoment: het inleveren van het manuscript, de goedkeuring of de verdediging?), de uitvallers.

gepromoveerd zijn. Uit het EIM-onderzoek bleek dat een kwart van de promovendi slechts één begeleider had, de promotor dus. Een recente enquête in Groningen toont echter aan dat bijna de helft het bij die universiteit alleen met de promotor doet. Wie denkt dat een deel van het probleem is opgelost door de dagelijkse begeleiding aan een ander staflid op te dragen, heeft het mis. De verhalen over begeleiders die het onderhng niet eens kunnen worden, zijn legio. Een Nijmeegse promovenda letteren: "InhoudeUjk hadden ze heel andere opvattingen. 'Zeg maar niets tegen de prof, dan komt het wel goed', zei mijn dagelijkse begeleider. Dat liep natuurhjk verkeerd."

Meester-gezelrelaties Maar hoe moet het dan? Inbedding van de promovendi in een groep, zoals bij de bèta-wetenschappen inclusief de medische sector vaak gebeurt, Ujkt betere resultaten af te werpen dan het eenzame geploeter in de geestes- en sociale wetenschappen. Het beste bewijs daarvoor is wellicht dat wanneer ze die aanpak in de alfa- en gammahoek overnemen, de resultaten uitstekend zijn. Een trotse John Grin, directeur van de Amsterdam School for Social science Research (ASSR), onderdeel van de Universiteit van Amsterdam, benadrukt het gildéachtige karakter van zijn instituut: "Meester-gezehelaties in een echte academische gemeenschap, veel onderling contact met andere wetenschappers en streven naar kwaliteit in plaats van zesjes." Gecombineerd met een strenge selectie van promovendi levert het de ASSR goede resultaten op: meer dan tachtig procent haalt de eindstreep, en dat ruim binnen de vijfjaar. In Maastricht is 'PhD-decaan' voor het gezondheidscluster Klaas Westerterp vooral overtuigd van het nut van betere selectie. "Begeleiders bHjven begeleiders, daar doe je niet zo veel aan. Maar als je de aio's via de researchmasters binnen laat komen, kun je de kwaliteit van de instroom verhogen." Het is een model dat binnen de graduate schools wordt omarmd: tweejarige researchmasteropleidingen die vooruitlopen op een promotietraject van dan nog driejaar, alles samen in het organisatorische verband van een graduate school. Ettelijke universiteiten hebben ze al ingesteld. Maar of daarmee betere rendementen zullen worden gehaald, moet nog blijken. Dat geldt natuurlijk voor alle institutionele maatregelen, waar-

Promotiepiek Aantal promoties aan de VU:

2003: 2004: 2005: 2006: 2007:

215 236 233 246 262

Promovendus Arjan Schakel: 'Het is belangrijk dat je bij iemand anders terecht kunt als je ontevreden bent over je hoofdbegeleider, want van die persoon ben j e heel afhankelijk.'

FOTO- COMVU/PETËR SMITH

Vertrouwelijk rapporteren Arjan Schakel is promovendus bij de afdeling politicologie aan de VU en net gekozen in de centrale ondernemingsraad als voorzitter van de ProVU-fractie (Promovendi-overleg VU). Hij vindt het moeilijk om in algemene zin iets te zeggen over het promovendibeleid aan de VU, omdat het per faculteit nogal verschilt. Binnen zijn faculteit heeft een promovendus vaak een tweede hoogleraar als begeleider. Dat is positief volgens Schakel. "Het is belangrijk d a t j e bij iemand anders terecht kunt als j e ontevreden bent over j e hoofdbegeleider, want van die persoon ben je heel afhankelijk." Daarom is Schakel ook blij met de voortgangsprocedure die de faculteit kent. De wetenschapscommissie leest namelijk de vertrouwelijke verslagen van de promovendi en hun begeleiders over hoe het gaat. "Die commissie kan zien hoe goed of slecht de verschillende hoogleraren het doen bij de begeleiding. Ze kan de begeleiders daarop aanspreken en ze zo nodig naar een cursus sturen." Schakel vindt dat hoogleraren die regelmatig slecht presteren in de begeleiding, minder promovendi toegewezen moeten krijgen. (DdH)

onder de introductie van overkoepelende toezichthouders zoals PhD-decanen en -coördinatoren, vertrouwenspersonen en wat al niet. ASSR-directeiu: Grin: "Er zijn geen recepten. Wij hebben hier beroemde hoogleraren rondlopen. Een van hen las zelden een tekst van zijn promovendi, maar hij praatte wel uitgebreid met ze. Dat vonden ze niks, maar later bleek toch dat ze er veel aan hadden." Michiel Baas is als promovendus bestuursüd bij dezelfde ASSR: "Het ligt ook aan de aio's zelf, die kiezen graag iemand met een heel goede reputatie als onderzoeker. Dan kan hij als begeleider nog altijd een lul zijn, maar ja, je hoopt toch dat zo'n grootheid jouw talent ziet." Reageren? Mail naar redactie@advalvas.vu.nl.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 27 augustus 2007

Ad Valvas | 548 Pagina's

Ad Valvas 2007-2008 - pagina 376

Bekijk de hele uitgave van maandag 27 augustus 2007

Ad Valvas | 548 Pagina's