Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2007-2008 - pagina 297

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2007-2008 - pagina 297

1 minuut leestijd

AP VALVAS 7 FEBRUA RI 2008

C S

A A P GIN 9

Kees van Dongen, scheidend directeur CIS:

'De VU laat kansen liggen' Met een symposium gericht op de toei<omst nam Kees van Dongen dinsdag 5 februari afscineid als directeur van het Centrum voor Internationale Samenwerking (CIS). Wat hem betreft moet de VU ontwikkelingssamenwerking weer hoog in het vaandel plaatsen. TEKST: DIRK DE HOOG FOTO CIS/WIM VAN DONGEN

Ontwikkelingssamenwerking aan de VU bestond in de jaren zestig vooral uit het uitzenden van idealistische docenten die in arme landen colleges gingen geven. Wat is er overge­ bleven van dat model? "Er is niks tegen ideahsme, maar dat model is niet meer van deze tijd. In de jaren zeventig en tachtig werkten vijfentwintig tot dertig VU­docenten jaren achter elkaar in derdewereldlanden. Nu hebben we nog maar één vaste medewerker in Ethiopië en die is geen docent, maar projectleider. Ontwikkelingssamenwerking is heel sterk geprofessionaHseerd. Bij het CIS werken ruim twintig in luiiversitaire ontwikkeHngssamenwerking gespeciahseerde professionals. Het werk is er nog veel nadrukkelijker dan vroeger op gericht mensen daar te helpen bij het ontwikkelen van hun eigen universiteiten, zodat ze het zelf kunnen." Is het CIS door deze ontwikkelingen niet te los van de uni­ versiteit komen te staan? "Toen ik in 2002 aantrad als directeur, was dat inderdaad een van de aandachtspunten die ik meekreeg. De banden tussen het CIS en de rest van de universiteit moesten weer nauwer worden. Het

CIS was te veel eenbedrijQe op zich geworden, dat door de over­ heid en andere donoren betaalde projecten uitvoerde. Niet veel andere mensen binnen de universiteit hadden er weet van. Er is de laatste jaren hard gewerkt om dat te veranderen. Nu zijn zo'n vijftig mensen uit allerlei faculteiten en diensten bij onze projec­ ten betrokken."

'natuurUjke' werkterrein. Daarnaast werkt een van onze secties, deels samen met de faculteit Aard­ en Levenswetenschappen, aan de problematiek van duurzaam gebruik van natuurlijke hulp­ brormen door kleine boeren. In totaal hebben we ruim twintig projecten in twaalf landen. We zijn vooral actiefin Ethiopië en Ghana, doordat daar projecten in de aanbieding waren die ons goed pasten." Is het geen tijd om op te houden met universitaire ontwik­ kelingssamenwerking en vooral te werken aan gelijkwaar­ dige internationale samenwerking met universiteiten? "Dat zijn toch twee verschülende takken van sport. De meeste universiteiten in de armste landen hebben nog steeds hulp nodig bij de opbouw van hun instellingen en kunnen nog niet op gelijkwaardig niveau aan academische samenwerking doen. Veel docenten zijn afgestudeerd op hooguit bachelomiveau. Die halen

Internet­ verbinding te traag en te duur

'Armste landen hehhen nog steeds universitaire huljp nodig'

Een van de activiteiten van het Centrum voor Internationale Samenwerking (CIS) is het hel­ pen ontwikkelen van internet op Afrikaanse universiteiten. Anna Bon, informatica­advi­ seur bij het CIS, bericht hierover vanuit Ghana.

we naar de VU om ze verder op te leiden. Daaruit kan op termijn onderzoekssamenwerking voortkomen Anderzijds hebben wij stageplaatsen voor VU­studenten op onze projecten en biedt het werk van het CIS mooie onderwerpen om op te promoveren. Dat zijn dingen die nu nog op bescheiden schaal gebeuren, maar daar raken ontwikkelingssamenwerking en de algemene internationa­ lisering van de universiteit elkaar wel."

Ongeduldig staar ik naar het beeldscherm, waar heel lang­ zaam, stukje voor stukje, het logo van Google verschijnt. Ik zit in een computerzaaltje van de universiteit van Cape Coast in Ghana, waar ik een workshop geef over internettoepassingen in het onderwijs. Het programma bestaat uit het maken van weblogs, het onUne samenwerken met behulp van wiki's, en het opzoeken van wetenschappelijke artikelen. Het gaat erg langzaam, mijn cursisten zijn dit trage tempo van downloaden wel gewend. Ik niet. Natuurlijk zijn er in Afrika ernstigere problemen dan een lang­ zame internetverbinding. Dagelijks zien we nieuwsbeelden van burgeroorlogen of ondervoede kinderen in vluchtelingen­ kampen. Daarbij vergeleken lijkt een trage internetverbinding een luxeprobleem. Voor het hoger onderwijs in Afrika is internet zeker geen overbodige luxe. Vooral wanneer boeken en middelen schaars zijn, is het internet de beste informatiebron. Een gemiddelde universiteit in Afrika, met evenveel studenten als de VU, heeft een internetverbinding vergeUjkbaar in snelheid met die van een Nederlands huishouden, maar betaalt hiervoor per maand zes­ tot tienduizend euro. De commerciële internetaanbieders in de meeste Afrikaanse landen vragen extreem hoge tarieven en leveren slechte diensten door het ontbreken van concurren­ tie of toezicht op prijsafspraken. Deze situatie zou doorbroken moeten worden.

Wat moet er de komende vijfjaar gebeuren? "Het CIS en de rest van de universitaire gemeenschap moeten nog meer met elkaar gaan samenwerken. Meer dan alleen de deelname van academische staf in projecten. De kennis die het CIS opdoet bij de projecten, kan veel meer gebruikt worden bij onderwijs en onderzoek van de VU. Het CIS is daar met diverse mensen binnen de VU over in gesprek. Jammer daarbij is dat de VU geen erg sterk profiel meer heeft op het gebied van ontwik­ kelingsstudies. Er wordt zeker het een en ander aan gedaan, zoals bij de economen en de antropologen. De jaarUjkse interfacultaire cursus ontwikkelingsproblematiek is heel goed en trekt veel stu­ denten, maar het is te weinig. "Wat mij betreft zou er aan de VU een sterk geprofileerd instituut voor development studies moeten komen. De interesse voor ont­ wikkeUngsproblematiek onder studenten is duidelijk opgeleefd. Naar mijn idee laat de VU hier kansen liggen. In zo'n instituut zouden meerdere afdeUngen moeten samenwerken; het CIS zou dat goed kuimen aanvullen. "Binnen het CIS moet meer tijd vrijgemaakt worden om te reflec­ teren op en onderzoek te doen naar de resultaten van het eigen werk. Daaruit zouden ook meer eigen pubhcaties moeten voort­

Maar bijvoorbeeld het VU medisch centrum is nauwelijks bij het CIS betrokken? "Dat vind ik ook jammer. We hebben kansen laten liggen. De universiteiten van Maastricht en Nijmegen zijn wel actief met het ondersteunen van geneeskundeopleidingen in de derde wereld. Dat kan het VUmc ongetwijfeld ook. Individueel zijn er wel degeUjk veel mensen binnen het VUmc geïnteresseerd en actief in ontwikkelingssamenwerking. Zo kwam een tijdje geleden een plastisch chirurg bij mij langs die al jarenlang hazenlippen ope­ reert in Vietnam naast zijn werk hier. Omdat hij binnenkort met pensioen gaat, wilde hij praten over hoe dat kon worden voort­ gezet. Het opbouwen van de capaciteit om zulke operaties daar voortaan zelf te doen, zou een mooi project zijn." Wat zijn de belangrijkste projecten van het CIS? "Vroeger was een heel belangrijke activiteit het verbeteren van het onderwijs in basic sciences. Dat deden we zowel door training van leraren in het voortgezet onderwijs als door het bijscholen van aankomende studenten. Het niveau van veel middelbare scholen in onder meer Afrika is vaak te laag om er een bèta­ of geneeskundestudie mee te kunnen volgen. "Nu zijn we breder bezig met hoger onderwijs. Naast verbetering van onderwijs en onderzoek doen we veel aan het ontwikkelen van de organisatie, het management en ict­voorzieningen. Vooral aan vmiversiteiten natuurlijk, want dat is voor de VU het

Afrikaanse universiteiten online

komen. Overigens zonder de pretentie te hebben zelf een acade­ misch onderzoekcentrum te worden. Dat moet het CIS niet wil­ len. We zijn primair uitvoerders van samenwerkingsprojecten. Maar ontwikkehngsproblematiek moet weer een thema worden dat breed en sterk leeft binnen de hele universiteit. Het CIS kan daar een mooie bijdrage aan leveren." Reageren' Mail naar redactie@advalvas.vu nl.

ANNA BON

Commerciële internetaanbieders in Afrilcaanse landen vragen extreem hoge tarieven Wanneer enkele Afrikaanse universiteiten zich organiseren in een consortium, kan er veel bereikt worden. Ten eerste kunnen ze gezamerJijk aanbesteden om internetbandbreedte 'groot' in te kopen tegen lagere prijzen. Voorts kan een dergelijk consor­ tium politieke druk uitoefenen op lokale overheden om toe te zien op prijsafspraken in de telecommarkt. Bovendien kan een imiversitair consortium een invloedrijke consumentengroep worden, die belangen voor alle internetgebruikers behartigt. Al deze activiteiten kunnen een prijsdalend effect op de inter­ netmarkt hebben en zijn dus indirect ook van invloed op de lokale economische ontwikkehng. Ook in andere werelddelen hebben universitaire netwerken de internetmarkt gunstig bemvloed. In Nederland bijvoorbeeld, is ons eigen academische netwerk Surfnet al vele jaren een aanjager van technologische innovatie en prijsdaling in de commerciële internetmarkt. Helaas wordt de noodzaak tot samenwerken door veel Afrikaanse universiteiten nog niet onderkend, en werken de universiteiten op dit gebied langs elkaar heen. De Nederlandse overheid financiert ontwikkelingsprojecten voor hoger onderwijs in veel Afrikaanse landen. Nederlandse universiteiten, waaronder de VU, participeren in veel van deze projecten, die gericht zijn op verbetering van het onderwijs, bestuur en administratie van de universiteiten in ontwikke­ hngslanden. Binnen deze projecten zou beslist meer aandacht moeten komen voor de geschetste intemetproblematiek in Afrika.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 27 augustus 2007

Ad Valvas | 548 Pagina's

Ad Valvas 2007-2008 - pagina 297

Bekijk de hele uitgave van maandag 27 augustus 2007

Ad Valvas | 548 Pagina's