Ad Valvas 2007-2008 - pagina 43
AD VALVAS 1 3 SEPTEMBER 2 0 0 7
O N D E R W I J S
PAGINA 9
Eveline Kok van het VU-Onderwij scentrum:
'Wat bedoelen ze toch met die zesjescultuur?' Bachelors onder de maat! Zesjescultuur! Kopstukken in de onderwijswereld laten zich negatief uit over de kwaliteit van het universitaire onderwijs, maar Eveline Kok van het VU-Onderwijscentrum zet vraagtekens.
totdat ze naar hun pijpen dansen. Voorzitter van het college van bestuur René Smit wees er bij diezelfde opening op dat de VU er weUswaar in slaagt een hoger gemiddeld studierendement te reaUseren dan andere Nederlandse universiteiten, maar dat de cijfers volgens hem allerminst indrukwekkend zijn. 'De bachelor moet beter', aldus Smit. Ten slotte hekelt ook de voorzitter van de Onderwijsraad, Fons van Wieringen, in het interview onderaan deze pagina de slechte gemotiveerdheid van studenten én docenten.
TEKST: PETER BREEDVELD FOTO ROB BOMER
"Wat bedoelen ze toch met die zesjescultuur?" vraagt Eveline Kok van het VU-Onderwijscentrum zich af "Ik heb sterk het gevoel dat iedereen elkaar napraat, wat dat betreft. Kok is het hartstochtelijk oneens met de harde conclusies van Dittrich. "Inmiddels heb ik op mijn bureau een enorme rij visitatie- en accreditatierapporten staan en daaruit kun je zonder meer opmaken dat de opleidingen aan de VU wèl goed zijn- aUe bachelors zijn aan de maat en sommige masters excellent. De commissies die deze rapporten schrijven, nemen hun werk serieus, benadrukt Kok. "Ze leggen de lat hoog, hun criteria zijn echt niet uit de lucht komen vallen." Wel een punt is, vermoedt Kok, dat het nog niet iedereen duidelijk is wat het 'eindprofiel' van eenbachelorstudent moet zijn. "Het eindprofiel van de masteropleiding is makkehjk bepaald, want ongeveer hetzelfde als dat van het vroegere doctoraal. De bachelor als afgeronde opleiding is nog nieuw. Het bepalen van het eindprofiel en het beoordelen ervan moeten we nog leren, het moet verder uitkristalliseren en daar is tijd voor nodig."
Elkaar napraten Het is somberen geblazen in Hoger Onderwijsland. Deze zomer stelde Karl Dittrich, voorzitter van de keuringsdienst voor het hoger onderwijs NVAO, dat de Nederlandse bacheloropleidingen onder de maat zijn. Dittrich hekelde het gebrek aan diepgang, het geringe aantal studie-tiren, de niet-gemotiveerde studenten en het tekort aan docenten. De 'zesjescultuur' van bestuursvoorzitter Jos Nijhuis van Pricewaterhouse-
Vit de rapporten kunje opmaken dat de opleidingen wel goed zyn' Coopers is inmiddels een begrip geworden in Nederland. VU-schrijver op locatie Abdelkader Benali geeft hem groot gelijk. 'Tijdens mijn eerste halfjaar op deze universiteit heb ik in hiets gemerkt dat juUie afwijken van de omschrijving die juUie is gegeven, zesjescultuur', schrijft hij aan de studenten op zijn VU-weblog (www. vublogs.nl/benali). Ook tijdens de opening van het academisch jaar spaarde BenaU de roede niet en hield hij de VUstudenten voor dat ze hun docenten 'terroriseren'
Bovendien moet de manier van beoordelen door de accreditatiecommissies misschien anders. "Nu is er een schaal van i tot 4, waarbij 1 "onvoldoende" is en 4 "excellent". Op die schaal is 2 "voldoende tot goed" en 3 "uitzonderlijk goed". Dat schept verwarring, want de meeste opleidingen krijgen een 2, wat vervolgens ten onrechte voor "net een zesje" wordt gehouden. En dat is niet zo een 2 is gewoon goed. Kok stelt daarom een driepuntsschaal voor, waarbij onvoldoende opleidingen een 1 scoren, voldoende opleidingen een 2 en alles wat goed of heel goed scoort een 3 krijgt. "Dan geeft veel meer duideHjkheid over de stevigheid van die 2.
Dat is een stevige voldoende, waarmee basiskwaliteit gegarandeerd wordt. Dat is de taak van de NVAO' een betrouwbaar keurmerk uitdelen en niet achteraf de suggestie wekken dat het keurmerk niet voldoet!"
Voorloper in Europa Kok is net terug van een conferentie in Zwitserland waar het ging over de onderwijsaccreditaties op Europees niveau. "Een van de conclusies daar was dat het nodig is een ommezwaai te maken van mput-georienteerd opleiden naar outcome-georienteerd opleiden. Welnu, die slag hebben we in Nederland al in de zestiger en zeventiger jaren gemaakt. We zijn in Europa dus zelfs voorloper op dat gebied." Fons van Wieringen van de Onderwijsraad maakt zich zorgen over de vele nevenactiviteiten van de hedendaagse studenten- 'Het probleem is dat tot voor kort niemand zich werkehjk verzette tegen een geringe studie-inzet. Studenten niet, want die krijgen hun zesjes ook als ze maar dertig uur in de week studeren. Ze kunnen zich bijbaantjes permitteren en hoeven minder te lenen.' Kok maakt daar een kanttekening bij. "Toen ik nog studeerde, waren studenten overal van vrijgesteld waardoor ze zich helemaal op hun studie konden toeleggen. Tegenwoordig moet
iedereen mee in de ratrace van werken, geld verdienen, studeren, snel afstuderen etc. De hele omgeving is veranderd en dan vind ik het wat makkeUjk alleen de programma's en studenten de schuld te geven van het feit dat 'ze zich bijbaantjes kvmnen permitteren'."
Zelfonderzoek
Kwaliteitseisen van accreditatiecommissies zijn een ding, zegt René Smit, voorzitter van liet college van bestuur, "maar feit is dat studenten er veel te lang over doen hun studie af te ronden, dat de uitval erg hoog is en dat studenten zich niet voldoende uitgedaagd voelen. Ook docenten zijn verdeeld over de kwaliteit van onze opleidingen. Bovendien zijn de Nederlandse opleidingen niet heel erg gewild op de internationale markt. Daar moeten we dus iets aan gaan doen: toptalenten aantrekken, zorgen voor uitdaging." Aan cultuurpessimistische verhandelingen over de jeugd van tegenwoordig heeft Smit geen behoefte, en hij vindt ook dat je niet alles maar op het bordje van de onderwijsminister moet schuiven. "We moeten onszelf aankijken en onderzoeken wat er beter kan." Reageren' Mail naar: redactie@aclvalvas vu.nl
'Studieweken van veertig tot vijfenveertig uur' Onlangs verscheen het advies van de Onderwijsraad naar aanleiding van haar onderzoek naar de kwaliteit van het onderwijs. Voorzitter Fons van Wieringen legt uit hoe het (hoger)onderwijs beter kan en moet. HEIN CUPPEN/HOP "Er moet beter worden vastgelegd wat inhoudelijk de kern is van elke opleiding. De lerarenopleidingen, maar ook een hogeschool als Fontys, zijn bezig een 'kenniscanon' vast te leggen. Daarin staat per opleiding beschreven wat afgestudeerden straks minimaal moeten weten. Dat had al veel eerder moeten gebeuren. Het schept duidelijkheid bij scholen en studenten, maar
zeker ook bij de eigen docenten. Vervolgens zouden opleidingen - Hefst gezamenlijk - kunnen afspreken op welk eindniveau afgestudeerden die kennis moeten beheersen. De huidige vaagheid leidt onder meer tot aansluitingsproblemen bij de masteropleidingen. De basiskennis moet vaker integraal getoetst worden. Liefst in onderlinge samenwerking tussen opleidingen. Nu krijgen studenten hun diploma automatisch als ze hun punten binnen hebben. Er wordt niet meer gecontroleerd of iemand wel echt een goede werktuigbouwkundige of historicus is. We denken dat zo'n afsluitend examen tot een hoger kennisniveau leidt." Wat valt er te doen tegen de zesjescultuur? "Het probleem is dat tot voor kort niemand zich werkelijk verzette tegen een geringe studie-inzet. Studenten niet, want die krijgen hun zesjes ook als ze maar dertig uur in de week studeren. Ze kunnen zich bijbaantjes permitteren
en hoeven minder te lenen. Docenten hebben er ook geen belang bij want anders moeten ze voor hetzelfde salaris nog harder werken. En voor de instellingen was het uit kostenoverwegingen ook niet aantrekkelijk om de zesjescultuur aan te pakken. Gelukkig is er nu een kentering te bespeuren. De recente initiatieven van de universiteiten om het bacheloronderwijs te intensiveren zijn prima. De Radboud Universiteit Nijmegen is er al mee begonnen. De Nederlandse student studeert gemiddeld 1300 uren per jaar. In België is dat 1750 uren en in Leuven zelfs 1900 uren per jaar. Dat kan niet anders dan tot grote kwaHteitsverschiUen leiden. Er moeten er in de eerste jaren van het hoger onderwijs minstens twintig contacturen per week worden verzorgd. Daarin moeten docenten hun studenten bovendien meer aanzetten tot zelfstudie, zodat ze weken van veertig tot vijfenveertig uur halen. Ook hun bijbaantjes moeten minder tijd gaan vragen en
uitdrukkeHjk met de studie te maken hebben. De Utrechtse universiteit en hogeschool hebben daar samen een uitzendbvireau voor opgezet." Eerder deze zomer heeft u minister Plasterk al geadviseerd om kwaliteit voortaan extra te belonen. "Dat klopt. Wij willen dat de NVAO bij de accreditatie van een opleiding vooral let op de kwahteit van docenten en afstudeerprojecten. Als die heel goed zijn krijgt zo'n opleiding zes jaar lang 25 procent extra budget. Daar loopje als opleiding graag wat harder voor. Ervan uitgaand dat een op de vijf opleidingen zo'n bonus krijgt, kost zo'n financiële prikkel de minister uiteindeUjk 150 miljoen euro extra. Omdat de NVAO de opleidingen toch al beoordeelt, is dit idee vrij eenvoudig te verwezerJijken. Dit najaar maakt de minister bekend of het een plaats krijgt in het nieuwe bekostigingssysteem van het hoger onderwijs."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 27 augustus 2007
Ad Valvas | 548 Pagina's