Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2007-2008 - pagina 265

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2007-2008 - pagina 265

8 minuten leestijd

V ^ E T E N S C H A P

AP VALVAS 24 JANUARI 2008

PAGINA 9

Topwetenschappers, deel 2

Vergeet de subtoppers niet Driekwart van de universiteitsgebouwen wordt bevolkt door onderzoekers die de top nooit bereiken. Zij doen veel nuttig onderzoek, nnaar krijgen veel te weinig aandacht en begeleiding, vindt organisatiepsycholoog Hans Knip. TEKST: WELMOED VISSER ILLUSTRATIE: NICO DEN DULK

Een wetenschapper van achter in de veertig ligt 's nachts wakker van de artikelen die hij nog moet schrijven om aan de publicatienorm te voldoen. Hij kan zichzelf maar moeilijk motiveren voor weer een eerstejaarscollege. Zijn hele leven werkt hij al aan de universiteit en hij heeft nog nooit nagedacht over een andere haan. Wetenschappers zoals deze zijn er heel veel. Ze vullen driekwart van de gangen van universiteitsgebouwen, doen een groot deel van het onderzoek en geven de bulk van de coUeges. Toch worden ze vaak als stiefdochters behandeld: ze knappen het vuile werk op, maar ze krijgen daarvoor nauwelijks de credits, laat staan begeleiding of aandacht. De imiversiteit pronkt liever met tophoogleraren en jong talent. Sociaal en organisatiepsycholoog Hans Knip 'gruwelt' van de eenzijdige aandacht voor topwetenschappers, die de laatste tijd sterk toeneemt. "Het probleem met iemand als minister Plasterk [die meer geld wü uittrekken voor wetenschappeUjk toptalent, WV] is dat hij zichzelf altijd als norm stelt: zo hoort een wetenschapper te zijn en niet anders. Daarmee ziet hij een heel grote groep wetenschappers over het hoofd." Ook de universiteiten maken zich daaraan schuldig, vindt Knip. Zelf is hij gepensioneerd wetenschapper in de arbeidspsychologie en geeft nu loopbaanworkshops voor wetenschappers. "Ze verwaarlozen een behoorlijk deel van him personeel. Ten onrechte, want er zit heel veel kennis en ervaring bij deze mensen. Universiteiten zouden veel kunnen wirmen als ze eens wat serieuzer aan carrièrebegeleiding zouden doen."

Hoogleraarsworst De schuld ligt volgens Knip overigens niet alleen bij de universiteiten. Ook wetenschappers zelf zijn weinig actief: ze bhjven vaak jarenlang rondlopen met twijfels over hun baan. De loopbaancursussen die er op universiteiten zijn, worden veel meer gebruikt door ondersteunend personeel dan door wetenschappers. Hoog tijd dus dat er meer aandacht komt voor het loopbaanperspectief van wetenschappers. Datje hoogleraar kunt worden, dat weet iedereen wel. Het is de toekomstdroom van de meeste wetenschappers. Maar wat als dat niet lukt of als je halverwege je carrière erachter komt dat zestig uur werken per week niets voor je is? Met die vraag hebben de meeste onderzoekers zich nog nooit beziggehouden. Wetenschappers jagen vaak jarenlang achter de 'hoogleraarsworst' aan, zoals Knip het noemt. Toch zullen velen van hen dat nooit bereiken. Omdat ze niet fanatiek genoeg zijn bijvoorbeeld, of omdat ze niet op het juiste moment op de juiste plek waren. Omdat een ander hen net voor is, omdat hun afdeUng moet bezuinigen of omdat ze niet goed genoeg zijn. Frustratie ligt dan op de loer. "Als je tussen je veertigste en vijftigste geen hoogleraar wordt, ben je een loser. Onzin natuurUjk, in een bedrijf kun je ook niet aUemaal directeur worden, maar binnen de wetenschap is er weinig ander carrièreperspectief" Knip spreekt uit eigen ervaring. Twee keer was hij in de race voor een leerstoel en twee keer ging het mis. De laatste keer werd hij voorgedragen door de soUicitatiecommissie, maar het faculteitsbestuxir nam zijn voordracht niet over, "om puur poUtieke redenen". Daarna volgde een periode van ontreddering, die uitmondde in een totale bum-out toen Knip 56 was. "Toen pas ging ik voor het eerst eens nadenken over mijn carrière. Vragen als 'Wat wil ik eigerüijk?' 'Wat vind ik leuk aan mijn werk?' 'Waar ben ik goed in?' had ik mezelf nog nooit eerder gesteld." Daarin bleek Knip lang niet de enige. Toen hij

eenmaal met het thema bezig was, kwamen de gesprekken los met collega's die met precies dezelfde problemen worstelden. Het gevoel dat je er als wetenschapper alleen voor staat, bleek wijd verbreid. Het onderwerp interesseerde Knip zo dat hij er zijn nieuwe werk van maakte: hij ontwikkelde een workshop voor wetenschappers met loopbaanvragen en schreef vorig jaar het boek Wetenschappers tussen ambitie en illusie. Zijn belangrijkste conclusie na 35 workshops is dat er op universiteiten meer openheid moet komen rondom loopbaanvragen.

Ze knappen het vuile werk op, maar krijgen nauwelijks credits daarvoor Op veel onderzoeksafdelingen is het nog steeds taboe om te zeggen dat je twdjfelt over je werk, of dat je wel eens iets anders v/üt. Knip maakt het regelmatig mee dat cvirsisten een dag vrij hebben genomen om zijn workshop te volgen, omdat ze niet willen dat hun leidinggevende ervan weet. De algemeen geldende moraal is dat wetenschap een roeping is, waaraan je zonder morren je leven wijdt. Twijfel past niet in dat beeld. Vooral de oudere wetenschappers blijven lang doormodderen. Jongere worden door tijdelijke contracten vaak wel gedwongen om na te denken over hun eigen carrière. Bovendien zijn ze meer gewend aan het idee dat je een loopbaan zelf moet opbouwen. "Maar voor mensen van mijn generatie is dat helemaal niet vanzelfsprekend", vertelt Knip. "Toen wij begonnen met werken, was het een taboe om het over je carrière te hebben. Dat werd gezien als streberig."

Daar komt nog bij dat de werksfeer op de vmiversiteit de afgelopen jaren heel sterk is veranderd: vroeger deed je onderzoek op het terrein waar je hart lag, nu moet je als wetenschapper fondsen werven, beurzen binnenhalen en bovenal publiceren en scoren op citatieHjsten. Knip: "Veel van mijn cursisten zijn moe van de afrekencultuur."

Camping in Frankrijk Wanneer moetje als wetenschapper bewust aan loopbaanonderhoud gaan doen? Volgens Knip zijn er signalen datje vastloopt in je werk: als je cynisch wordt over studenten bijvoorbeeld. "Dat is heel vaak een teken. Bij mezelf gebeurde dat ook toen het niet lekker meer Uep", vertelt hij. Een ander teken is als al je energie opgaat aan je werk en je ook thuis met niets anders bezig bent. Maar je hoeft het niet zo ver te laten komen. Je kunt al eerder nadenken over je loopbaan, zoals je je auto ook af en toe naar de garage brengt voor een onderhoudsbeurt. Stel datje erachter komt datje eigenlijk Uever een camping in Frankrijk begint, wat dan? Knip: "Ik heb het nog niet meegemaakt. De meeste wetenschappers zijn voorzichtig van aard. Die nemen niet snel zo'n radicale beshssing. Bovendien houden ze vaak erg van hun werk." De meeste carrièreswitches van wetenschappers Uggen dan ook in het verlengde van hun vak: ze gaan bijvoorbeeld een dag per week als adviseur bij een ministerie werken. Of in een wetenschappelijke bibliotheek. Ze worden lector aan een hogeschool of beginnen (in deeltijd) een eigen bedrijfje. "Het is altijd maatwerk. Dat kost tijd en energie, maar het is voor alle partijen beter dan werknemers laten doormodderen tot him pensioen", vindt hij. Met wat creativiteit zijn'er bijna altijd goede oplossingen te verzinnen, is Knips ervaring. Daarbij is de medewerking van de werkgever wel een vereiste. "Ideeën lopen soms stuk op bureaucratische regels of op een gebrek aan begrip van een leidinggevende."

Lastig Zolang loopbaanonderhoud op universiteiten niet vanzelfsprekend is, moeten wetenschappers leren om beter voor zichzelf op te komen, vindt Knip. Vaak zijn ze te bang dat hun lei-

dinggevende hun als lastig beschouwt. "Een paar jaar geleden kwam er een totaal gestreste onderzoeker van een medische faculteit naar mijn workshop", vertelt Knip. "Zijn hele onderzoek dreigde te worden opgeheven. Hij was daar echt heel kwaad over. Toen heb ik hem gevraagd of hij al eens aan zijn professor had uitgelegd waarom zijn onderzoek zo belangrijk was. 'Die luistert toch niet', was zijn antwoord. Na twee maanden kreeg ik een maUtje: hij had toch met zijn leidinggevende gepraat en mocht het onderzoek bhjven doen." Niet alle loopbaanproblemen lossen zich zo gemakkelijk op. Maar ook in lastige gevallen vindt Knip het belangrijk dat wetenschappers wel de discussie aangaan met hun leidinggevende en niet afwachten tot er over hen wordt besloten. Verreweg de meeste wetenschappers die Knips workshop volgen, ontdekken dat ze him huidige werk toch het leukst vinden. Dat is helemaal niet erg, benadrukt hij. "In zo'n workshop krijgt iemand wel weer helderder wat hij zo letüc vindt aan zijn werk en wat er eventueel moet veranderen. Bovendien helpt het erg om te ontdekken dat anderen met vergelijkbare problemen worstelen. Mensen gaan daarna vaak weer met hernieuwde energie aan de slag." Knip is bang dat er met de sterke nadruk op toptalent te weinig aandacht bUjft voor de carrièrebegeleiding van de rest van de wetenschappers. "Universiteiten moeten oppassen dat mensen niet in hun hoofd ontslag nemen. Als een bedrijf zo met zijn werknemers zou omspringen, zou een deel van de mensen dat al lang hebben gedaan. Maar universiteiten hebben het geluk dat de meeste wetenschappers sterk inhoudeHjk gemotiveerd zijn, waardoor ze erg lang loyaal blijven." > Dit IS het laatste deel van een tweeluik over topwetenschap. Het eerste deel stond vorige week in Ad Valvas en ging over het geheim van uitblinkers. > Wetenschappers tussen ambitie en illusie, over persoonlijk loopbaanonderhoud in het hoger onderwijs van Hans Knip (Van Goroum, 2007, € 19,50) IS als basis voor dit artikel gebruikt. > Reageren"? Mail naar redactie@advalvas.nl.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 27 augustus 2007

Ad Valvas | 548 Pagina's

Ad Valvas 2007-2008 - pagina 265

Bekijk de hele uitgave van maandag 27 augustus 2007

Ad Valvas | 548 Pagina's