Ad Valvas 2009-2010 - pagina 223
Opinie/onderwijs 5
advalvas 21 januari 2010
'Wij moeten weer echt een emancipatoire universiteit zijn'
De VU is een Volvo Wat willen we? Een toponderzoeksinstituut zijn? Of een brede onderwijsinstelling? Maandag buigen directeuren en decanen zich over de toekonnst van de VU. Bestuursmedewerker Jan Siersma weet wel welke kant het op moet. Een voorzetje. TEKST: MARIEKE SCHILP ILLUSTRATIE: MERLIJN DRAISMA
Er komen moeilijke tijden aan voor de VU. De concurrentie neemt toe, ook internationaal. Er gaat steeds minder publiek geld naar de universiteiten. En de maatschappij vraagt vaker en dwingender naar de relevantie van wetenschappelijk onderzoek. Ontwikkelingen die alle universiteiten raken. Met een schets van deze bedreigingen opent Jan Siersma, beleidsmedewerker bij Bureau Bestuurszaken, de notitie Bijzonder, én gewoon goed, waarin hij zijn visie op de toekomst van de VU uiteenzet. Siersma: 'Om niet als stuurloze bal op de zee van ontwikkelingen rond te dobberen, is een gedeeld perspectief nodig: wat voor een soort universiteit willen wij zijn?' Voor het antwoord grijpt hij terug naar de wortels van de VU: de ' kleine luyden'. Voor de lezers bij wie niet meteen een belletje gaat rinkelen: de kleine luyden waren de gereformeerde boeren, middenstanders en arbeiders voor wie Abraham Kuyper in 1880 de Vrije Universiteit stichtte. Verheffing van het volk was het doel - zij het vooral van het gereformeerde deel. Siersma vertaalt die doelstelling naar het nu. Verheffing heet nu emancipatie, en de kleine luyden anno 2010 zijn de mensen voor wie een academische opleiding nog niet vanzelfsprekend is. Jongeren uit achterstandsmilieus, autochtoon of allochtoon, en eerstegeneratiestudenten. Als de VU zich in iets van andere universiteiten zou willen onderscheiden, zou dat het volgens Siersma moeten zijn: de emancipatoire universiteit.
Eerder meer selectie dan minder Nu zijn natuurlijk alle universiteiten bezig zich te profileren, en er zijn er maar weinig die zich openlijk een elitaire instelling noemen. Dus hoezo onderscheidend? Volgens Siersma heeft de VU hier, vanuit haar geschiedenis, wel degelijk een unique selling point: de VU is de Volvo onder de universiteiten. Ook al zijn vrijwel alle auto's inmiddels zo veilig als wat geworden, Volvo had en heeft de naam, en zal die niet gauw meer verliezen. Emancipatie is het handelsmerk van de VU. Die emancipatie mag ook van Siersma niet ten koste gaan van de kwaliteit. Koste wat kost grote groepen binnenhalen en binnenboord houden, zelfs als je daarvoor het onderwijsniveau wat moet verlagen, dat wil niemand. Dus pleit Siersma eerder voor meer selectie dan minder. Twee stellingnames uit zijn notitie, hier samengevat, illustreren dat.
'Wij gaan niet voor de top, wij gaan voor iedereen die wil toppen' Als je iedereen met een vwo-diploma wilt binnenhalen, en als je wilt dat ze allemaal het beste uit zichzelf halen, moet je zorgen voor onderwijs op maat. Want, zegt Siersma, niet in iedereen schuilt een topresearcher. Er zitten ook handige jongens en meisjes tussen die als ondernemer zouden floreren, bijvoorbeeld. Hij pleit daarom voor verschillende uitstroomprofielen, al in de bachelorfase. Concreet: > In het eerste studiejaar is er het bindend studieadvies (je gaat weg of je mag blijven). > In de loop van het tweede bachelorjaar kies je, óók na een bindend studieadvies, welke kantje op wilt. Onderzoek? Beroepspraktijk? Ondernemerschap? Stoppen na je bachelor of doorstuderen? > In het laatste bachelorjaar wordt het onderwijs dan op die keuze toegespitst. Kies je meteen voor de beroepspraktijk? Dan ligt het accent wellicht op een stevig begeleide stage bij een van de Zuidas-bedrijven. Maar dan krijg je geen intensief, kleinschalig onderwijs meer van duurbetaalde toponderzoekers. Dat is meer iets voor de studenten die voor een researchmaster kiezen. Al zullen die weer gauw een acht moeten halen voor statistiek en methoden en technieken. > De keuze is niet vrijblijvend, elk uitstroomprofiel heeft eigen selectiecriteria. Siersma lijkt hier een nieuwe tweedeling te creëren: de 'researchstudenten' zijn de A-selectie, en de zogenaamde 'kleine luyden' stromen massaal in de beroepsgerichte profielen. Waarmee die het nieuwe afvalputje dreigen te worden. "Nee", zegt Siersma, "want de student uit een achterstandsmilieu die zo'n researchprofiel wil doen, autochtoon of allochtoon, bieden we wel een intensief tutorprogramma. Zo leiden we elke student naar de bachelorkwalificatie die het beste bij hem past."
'Geen ennancipatie zonder toponderzoek' Wie zijn studenten veel mogelijkheden wil bieden, moet veel in huis hebben. Met die gedachtegang verbindt Siersma de emancipatoire universiteit met de onderzoeksuniversiteit. Want de VU moet wel een instituut zijn waar wetenschappers graag werken en waar ook internationale studenten graag studeren. Met zijn nadruk op het belang van de onderzoeksinstituten en het meedraaien op wereldniveau, lijkt hij aanvankelijk kool en geit te sparen. Moet de VU nu wel of niet alles blijven doen? Tussen de regels door maakt Siersma wel degelijk keuzes. Want het toponderzoek dat hij met name noemt, geeft hij drie selectiecriteria mee: voldoende kwaliteit, grote maatschappelijke relevantie, én niet te veel concurrenten. Onderzoeksgroepen die daaraan voldoen, en die zichtbaar kunnen meedraaien op wereldniveau, krijgen wat hem betreft meer vrijheid en meer financiële armslag. Hoe mooi zou het zijn als iedere wetenschapper die iets wil met de islam in de westerse samenleving, niet om Visor heen kan? Of als internationale prominenten bij het thema drugs discovery zeggen: daar moeten we de VU bij halen? Het zijn voorbeelden, goed voor verhitte discussies. Hier is wel degelijk sprake van een A-selectie en een B-selectie, geeft Siersma desgevraagd toe. 'Maar het B-onderzoek kan toch mooi meeliften op het succes van de A-groep?'
Niet overtuigd? De integrale toekomstvisie van Jan Siersma - Bijzonder, én gewoon goed - is te lezen op www.advalvas.vu.nl > achtei^onden > emancipatoire universiteit. Reacties kunt u daar meteen kwijt, of mailen naar redactie@advalvas.vu.nl.
De wetenschappelijke kant van design Bij Letteren lumnen studenten binnenkort allerlei vormen van mode, productontwerpen en typografische vormgeving bestuderen bij de masterspecialisatie Design Cultures. Het is een heel serieuze opleiding", benadrukt decaan Douwe Yntema. Wetenschappers die mode bestuderen, moeten zich nog steeds voordurend verantwoorden, aisof mode alleen maar een onderwerp voor damesbladen is", zei José Tennissen bij de presentatie van de masterspecialisatie Design Cultures op donderdag 14 januari. Zij kan het Weten, want ze is lector modevormgeving aan M ArtEZ Hogeschool voor Kunsten in Arhem en heeft verschülende wetenschappelijk publicaties op haar naam staan. "Mode is een spiegel
van de culturele en sociale ontwikkelingen in een samerdeving en draagt in belangrijke mate bij aan de vormgeving van iemands identiteit," legde ze uit. De master Design Crdture is volgens Ginette Verstraete, hoogleraar algemene cultuurwetenschappen, uniek in Nederland en waarschijnlijk in heel Europa. De bijeenkomst werd samen met de Premsela-stichting gehouden, een organisatie die beoogt de maatschappelijke, economische en culturele rol van vormgeving te versterken. Deze stichting wil graag een bijzonder hoogleraar Design Cidtures bij de nieuwe opleiding aanstellen.
Verdieping en vernieuwing Dat bij de opleiding niet alleen naar de geschiedenis van design wordt gekeken, maakte Gerard Unger, hoogleraar typografie in Leiden, duidelijk met het voorbeeld: door de massale opkomst van de beeldschermen, zoals
bij mobiele telefoons, is de typografie aan een nieuwe toekomst begonnen, want letters op beeldschermen moeten aan andere eisen voldoen dan op papier. Kortom, design is een dynamische wereld. Maar ook een serieus vakgebied. "De specialisatie Design Cultures is niet alleen wetenschappelijk interessant, maar ook maatschappelijk nuttig", aldus de decaan van de faculteit Letteren Douwe Yntema. "Producten vormgeven en kleren en accessoires ontwerpen zijn serieuze bedrijfstakken in Nederland, met een internationale allure, vergelijkbaar met wat architectenbureaus doen. Op de hogescholen zijn verschillende design- en modeopleidingen. Deze universitaire specialisatie is daar een mooie kroon op die kan zorgen voor verdieping en vernieuwing van het vakgebied." Hij hoopt dat zo'n vijfentwintig studenten aan de specialisatie beginnen, dat ook hbo-studenten met een designopleiding doorstromen en natuurlijk dat
er studenten uit het buitenland op afkomen.
Academische kunstenaars De verwetenschappelijking van design speelt niet alleen op universiteiten, vertelt docent Javier Gimeno-Martinez. Op steeds meer kunsten ontwerpopleidingen moeten studenten ook aan theoretische verdieping doen. Zo krijgen afgestudeerden van kunstopleidingen in Engeland een universitaire graad en moeten ze niet alleen een afstudeerwerkstuk maken, maar ook een masterthese schrijven. En die ontwikkeling is een internationale tendens, die mogelijk ook voor de VU nieuwe specialisatiestudenten oplevert. Er is al een premasterclass gestart voor hbo'ers die in september 2010 aan de master kunnen beginnen. (DdH) www.designcultures.nl Reageren? Mail naar: redactie@advalvas.vu.nl
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 31 augustus 2009
Ad Valvas | 474 Pagina's