Ad Valvas 2009-2010 - pagina 437
wetenschap 7
ad valvas 3 juni 2010
Het verzinsel wetenschap Fictieve personages vind je bijna nooit in proefschriften. Wel bij organisatieantropoloog Manneke Duijntnoven, die de grens tussen wetenschap en literatuur bewust opzoekt. WELMOED VISSER Promovendus Hanneke Duijnhoven (30) houdt er wel van om haar collega's een beetje te provoceren. En ze wüde graag vastgeroeste opvattingen over wetenschappelijke objectiviteit aan de kaak stellen. Haar onderzoek naar opvattingen over veüigheid bij de Nederlandse en de Spaanse spoorwegen vertelt hoe medewerkers het onderwerp veiligheid ervaren. En dat kon volgens Duijnhoven het best door het onderzoeksverslag zelf in verhaalvorm te gieten. Tot zover niets ongebruikelijks: antropologen maken wel vaker gebruik van de verhalende vorm om hun data te presenteren. Maar Duijnhoven gaat verder, ze last gefictionaliseerde personages en gesprekken in. En dat is vreemd voor een wetenschapper. Het fictionaliseren van gegevens geldt in veel vakgebieden als een doodzonde, onderzoekers wringen zich in alle mogelijke bochten om te laten zien dat hun data objectief en reproduceerbaar zijn. Binnen de sociale wetenschappen ligt dat reproduceren vaak wat moeilijk, maar ook hier is de norm om in elk geval zo objectief mogelijk te zijn.
Krampachtige objectiviteit Daarin zijn we doorgeschoten, vindt Duijnhoven. Het levert droge, onleesbare onderzoeken op, die ver afstaan van de alledaagse wereld. Bovendien is er sprake van schijnobjectiviteit. de onderzoeker manipuleert de werkelijkheid onvermijdelijk in de vragen die hij stelt, de manier waarop hij data vergaart en die weergeeft. Duijnhoven sluit zich aan bij het narrativisme, de filosofische stroming die stelt dat wij alleen over de werkelijkheid kunnen praten en nadenken door middel van verhalen en dat wetenschap ook een type verhaal over de werkelijkheid is. "Objectiviteit bestaat niet in de sociale wetenschap. Nu wordt vaak krampachtig gedaan alsof dit wel zo is. De consensus daarover wil ik openbreken", vertelt Duijnhoven. "En daarnaast wil ik
open zijn over de methoden die ik heb gebruikt." Terwijl ze bezig was met haar onderzoek, kwam ze erachter dat ze haar bevindingen het best in verhaalvorm kon presenteren. "Er waren allerlei goede redenen om daarbij gegevens te fictionaliseren het gaf me de mogelijkheid het verhaal in te dikken en de privacy van respondenten te beschermen", vertelt Duijnhoven, "bovendien gaat mijn proefschrift over het discours rondom veiligheid, het totaal aan verhalen en opvattingen over dit onderwerp, die doe je het meeste recht door ze als verhaal te laten zien."
Aanslag Hoe ging Duijnhoven te werkP^Ze liep acht maanden lang mee op de afdelingen veiligheid bij de Spaanse en de Nederlandse spoorwegen, interviewde medewerkers, ging treinen door met conducteurs en was aanwezig bij ingangscontroles van stations. Het leverde haar een beeld
Oi^anisatieantropoloog Hanneke Duijnhoven werkte voor haar promotieonderzoek als conducteur op de Nederlandse trein
op van de manier waarop het thema veiligheid leeft binnen de organisatie. Duijnhoven: "In Spanje hebben ze veel meer ervaring met aanslagen dan in Nederland. Aanslagen zijn daar
Twee keer hetzelfde ongeluk In haar proefschrift laat Duijnhoven met een voorbeeld zien hoe ze haar data heeft gefictionaliseerd: Het is laat op de avond als Alma een sms'je krijgt. Ze opent haar ogen nauwelijks als ze de telefoon van haar nachtkastje pakt en leest met één oog het bericht. Het is het vierde sms'je sinds ze vanavond is thuisgekomen. Deze keer schiet ze rechtop in bed, als de inhoud van het bericht tot haar doordringt. Er is een ongeluk gebeurd! Als er een incident plaatsvindt (dit kan alles zijn: van kleine dingen, zoals een deur in een trein die niet werkt, tot ongelukken met slachtoffers), worden de verantwoordelijke personen en instanties automatisch op de hoogte gesteld (met een sms'je) en als het nodig is (in het geval van grote ongelukken) wordt het topmanagement ook geïnformeerd... Alma, een manager van de centrale afdeling veiligheid in Madrid, vertelt me dat het soms ei% vervelend is om al deze berichten te krijgen, vooral wanneer de incidenten niets voorstellen. Hanneke Duijnhoven, For security reasons, narratives about security practices and organizational change in the Dutch and Spanish railway sector, p. 79 80, vertaling WV Duijnhoven promoveerde op 21 apnl
een deel van de realiteit." Duijnhoven herinnert zich heel precies een ochtend in februari 2007. Op het nieuws hoorde ze dat er een aanslag van de Baskische terreurgroep ETA op een station was geweest (geen gewonden, of doden, wel materiele schade). "Ik verwachtte dat de hele afdeling veiligheid in rep en roer zou zijn, maar iedereen was gewoon aan het werk. Mensen hadden het er nauwelijks over", vertelt ze. Toen zij collega's ernaar vroeg, ventileerden ze hun algemene boosheid over de ETA. 'Ze wiUen me nog eens uitleggen hoe diep dit conflict verankerd zit in hun samenleving. Tegelijk lijken ze weinig zin te hebben om in te gaan op dit losse incident. Het gesprek gaat al snel weer ergens anders over', schrijft Duijnhoven in haar proefschrift. Duijnhoven ontdekt dat dit typerend is voor de houding van de meeste spoorwegmedewerkers natuurlijk zijn ze kwaad op de ETA, maar een incident meer of minder verandert daar niets aan. Bij incidenten volgen ze de procedures.
Grote machinegeweren De Nederlandse Spoorwegen hebben
nauwelijks ervaring met aanslagen. Toch is het onderwerp veiligheid hier net zo'n belangrijk issue als in Spanje, ontdekte Duijnhoven. Wel zijn er grote verschillen "In Nederland hebben we de neiging om bij incidenten de NS de schuld te geven en minder de politiek, zoals in Spanje." Een ander verschil is dat er in Spanje beveüigers met grote machinegeweren rondlopen op stations. "Wij zouden dat in Nederland niet accepteren, maar gezien hun achtergrond van aanslagen is het daar wel begrijpelijk." Haar bevindingen schreef ze op in een aantal verhalen. Lang niet alle informatie leende zich ervoor om te fictionaliseren, de aanslagen van 2004 in Madrid bijvoorbeeld beschrijft Duijnhoven strikt feitelijk. "Om daarbij een plot te verzinnen, vond ik niet verantwoord en niet kies", vertelt Duijnhoven, "ik heb fictionaliseren alleen als techniek gebruikt waar het een duidelijke meerwaarde had."
Reageren"? Mail naar redactie@advalvas vu nl
>Kort Asielzoekers
Springstaart
Suïcide
Weerstand
Asielzoekers hebbep na een lange procedure meer psychiatrische problemen, meer lichamelijke gezondheidsklachten, een lagere kwaliteit van leven en meer sociale en lichamelijke functiebeperkingen. Dat blijkt uit het proefschrift van psychiater Kees Laban, die op 18 juni promoveert. Laban onderzocht twee groepen Irakese asielzoekers, de eerste groep verbleef minder dan zes maanden in Nederland, de tweede groep meer dan twee jaar. De problemen, die dus vooral voorkomen bij de tweede groep, worden veroorzaakt door het feit dat asielzoekers niet mogen werken, zich zorgen maken om familie en door zaken die direct met de asielprocedure te maken hebben. Deze factoren spelen zelfs een grotere rol dan de ellende die de asielzoekers hebben meegemaakt in het land van herkomst. (PB)
Vang wat springstaarten en kijk welke genen 'aan het werk zijn' om het diertje tegen bodemgif te beschermen. Op die manier kunnen in de toekomst de 600.000 mogelijk vervuUde locaties in Nederland snel gescreend worden. Dierecoloog Ben Nota promoveerde 2 juni op onderzoek waaruit duidelijk werd welke genen in springstaarten tot expressie komen bij aanwezigheid van bijvoorbeeld zware metalen of polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Die genexpressie kun je in twee dagen vaststellen. De oude manier om te onderzoeken of bodemdieren last hebben van bodemgif duurt 28 dagen. Zo lang worden dieren blootgesteld, daarna wordt gekeken of ze zijn bezweken of zich minder hebben voortgeplant dan in een schone bodem. (Rij
Behandelaars van patiënten die suïcide plegen, hebben vaak last van schuldgevoelens. Dan zijn kritische vragen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg over de gevolgde behandeling soms een extra belasting. De Inspectie kijkt nu vooral naar wat er in het individuele geval mis is gegaan. Het zou meer moeten gaan om informatie verzamelen over alle suïcides in de GGZ. Dan kunnen behandelprocedures worden verbeterd. Met die aanbeveling komt psycholoog Annemiek Huisman, die dinsdag 8 juni promoveert op haar onderzoek naar de meldingsprocedure voor suïcide in Nederland. "Suïcide betekent niet altijd dat er fouten in de behandeling zijn gemaakt", zegt Huisman. Naar aanleiding van haar onderzoek gaat de Inspectie haar werkwijze aanpassen. (AM)
Door innovaties te bundelen met bekende producten kunnen bedrijven de weerstand van consumenten verkleinen. Dat blijkt uit onderzoek van consumentenonderzoeker Machiel Reinders, waarop hij 11 juni promoveert. Veel nieuwe producten en diensten mislukken doordat ze weerstand oproepen bij consumenten. Die weerstand ontstaat bijvoorbeeld doordat consumenten het product niet begrijpen. Reinders' onderzoek laat zien dat het mogehjk is dergelijke weerstand te verkleinen, wat kan voorkomen dat mensen overstappen naar de concurrent. De uitkomsten van het onderzoek kunnen bedrijven helpen om innovaties beter neer te zetten en vergroten de wetenschappelijke kennis over de manier waarop consumenten innovaties beoordelen. (MT)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 31 augustus 2009
Ad Valvas | 474 Pagina's