Ad Valvas 2009-2010 - pagina 122
8 wetenschap Onderzoeksinstituten in opmars
De nieuwe uithangborden Zoveel mogelijk onderzoek moet naar interfacultaire instituten. Dat vindt de rector. Maar faculteitsbesturen willen hun zeggenschap niet kwijt. Waar gaat het over? TEKST: DIRK DE HOOG ILLUSTRATIE: NICO DEN DULK
Bij het VU medisch centrum (VUmc) heeft rector Lex Bouter positieve ervaringen opgedaan met interdisciplinaire onderzoeksinstituten. Volgens hem bevorderen ze de kwaliteit en zichtbaarheid van de universiteit. Maar niet alle faculteiten zijn even enthousiast. Sommige vrezen dat zulke grote instituten de vrijheid en creativiteit van wetenschappers aantasten. Eind dit jaar komt het college van bestuur met voorstellen hoe het verder moet met de onderzoeksinstituten. Ad Valvas vraagt Bouter om zijn plannen toe te lichten. Waarom wilt u het onderzoek onderbrengen in interfacultaire instituten? "We willen bij de top horen en dat lukt niet met alle 120 onderzoeksgroepen die de universiteit telt. Met een beperkt aantal instituten rondom de thema's waarin we echt goed zijn, ik denk aan tien tot vijftien, kun je wel voldoende massa en focus creëren. De echt spannende innovaties gebeuren op de snijvlakken van verschUlende disciplines. Die kruisbestuiving ontstaat vaak toevallig. Door het oprichten van interdisciplinaire instituten probeer je die ontmoetingen te organiseren en te versnellen. Bovendien kunnen dergelijke instituten een leidende rol spelen in consortia die Europese subsidies binnenhalen. En de universiteit wordt hierdoor ook veel herkenbaarder voor de buitenwereld. We kunnen duidelijker maken waarmee we bezig zijn en wat de relevantie is. Door je te profileren met sterke onderzoeksinstituten, is het ook makkelijker talent aan te trekken en te behouden." Gaan alle wetenschappers naar een instituut? "Dat was in eerste instantie wel mijn idee. Bij het VUmc is al het onderzoek succesvol in vijf instituten ondergebracht. Maar ik ben door de discussies ervan overtuigd datje zo'n model niet van bovenaf moet opleggen, hoewel enige drang wel nodig is om tot veranderingen te komen. De helft van de onderzoeksformatie is al ondergebracht bij instituten. Bij het VUmc,
i k verwacht dat driekwart van het onderzoek onder instituten gaat vallen' de bèta's, Bewegingswetenschappen, Psychologie en Pedagogiek zit vrijwel al het onderzoek in instituten. Bij Godgeleerdheid en Letteren is men er druk mee bezig. De faculteit Sociale Wetenschappen is bij verschUlende initiatieven betrokken. De faculteiten Rechten, Wijsbegeerte en Economie participeren slechts in beperkte mate in instituten. Ik verwacht dat driekwart van het onderzoek op den duur onder instituten gaat vallen. Van de onderzoeksgroepen die buiten instituten blijven, verwachten we dezelfde prestaties en voldoende focus: excellentie op het vakgebied, relevant voor de samenleving en succesvol in subsidieverwerving." Hoe groot moeten die instituten worden? "Dat verschilt per vakgebied. Bij rechten is men nu bezig met een instituut voor veiligheid en criminologie. Daar ben je met vijftien mensen al behoorlijk in omvang, terwijl bij neurowe-
tenschappen bijvoorbeeld tweehonderd formatieplaatsen internationaal gezien zo'n beetje het gemiddelde is. De omvang moet voldoende zijn om de doelen te bereiken. Dat hangt bijvoorbeeld samen met dure apparatuur die je nodig hebt. Daar is echt massa voor nodig. En je moet genoeg promovendi kunnen aantrekken en opleiden. Ook daar heeft een instituut een bepaalde omvang voor nodig, net zoals voor het binnenhalen van subsidies. Maar het gaat vooral om sterke onderzoeksprestaties en een heldere uitstraling. Het moeten de uithangborden van de universiteit zijn." Krijgen wetenschappers een aparte aanstelling voor onderwijs bij een faculteit en voor onderzoek bij een instituut? "Her en der bestaat dat systeem, maar het heeft niet mijn voorkeur. Aan de universiteit horen onderwijs en onderzoek met elkaar verbonden te zijn. Daarom houden mensen hun aanstelling bij een faculteit. Alleen is de vraag hoe precies het onderwijs en onderzoek op elkaar aansluiten. Het lijkt me dat - zeker bij researchmasters - onderwijs en onderzoek hand in hand gaan. Het is dan ook logisch die masters vooral te laten aansluiten op de thema's van de onderzoeksinstituten. Als je rond alle honderd masteropleidingen hoogwaardig onderzoek wilt organiseren, houd je versnippering in stand. Docenten in bacheloropleidingen kunnen heel goed een bepaald vak doceren, ik noem maar wat: inleiding in de sociale wetenschappen, terwijl ze op een ander terrein onderzoek doen, bijvoorbeeld armoedebestrijding in Afrika. Ervaringen uit hun onderzoek kunnen ze dan prima gebruiken als illustratie op de coUeges. Wat natuurlijk wel gaat gebeuren, is dat voor de uitvoering van het onderzoek de functionele aansturing uit het instituut komt." Verschillende faculteiten vrezen dat ze de zeggenschap over het onderzoek kwijtraken en uiteindelijk alleen nog maar het bacheloronderwijs mogen verzorgen. "Voor mij blijven de faculteiten de pijlers van de universiteit. Die moeten garant staan voor hoogwaardig onderwijs en een hoog niveau van de disciplinegerichte wetenschappelijke kennis. Zonder dat heb je ook geen interdisciplinair onderzoek. Die instituten staan niet naast de faciliteiten en komen ook niet in de plaats van; het zijn dwarsbalken die de pijlers met elkaar verbinden. Het onderzoek verhuist ook niet naar de instituten, want die instituten zijn van de faculteiten zelf De betrokken decanen vormen het bestuur van het instituut. Zij benoemen de directeur en bepalen waar de prioriteiten liggen. "Over hoe het onderwijs precies georganiseerd moet worden, zijn we nog volop in discussie. Het idee bestaat dat het masteronderwijs vanuit graduate schools wordt verzorgd, maar daar zijn verschUlende vormen voor denkbaar. Zo gaan de VU en de UvA bètamasters in een graduate school onderbrengen. Zulke scholen zijn ook denkbaar als een samenwerkingsverband tussen faculteiten of als facultaire organisatie. Mijn uitgangspunt is dat we het niet ingewikkelder moeten maken dan nodig is. Geen nieuwe structuren op oude stapelen. Het moet juist efficiënter. Onderzoeksinstituten en graduate schools zijn geen doel op zich. We moeten ervoor zorgen dat we geen beton gaan storten waar allerlei innovatie en creativiteit onder verstikt raakt. Instituten die niet levensvatbaar blijken, moeten gewoon weer verdwijnen en plaats maken voor nieuwe ontwikkelingen."
<
EMGO zit ïn de plus "Vorig jaar zijn liier 36 mensen gepromoveerd. Dat betekent dat meer dan tien procent van alle dissertaties van de VU hier vandaan komt", vertelt Iris Strating enthousiast. Zij verzoi^ de externe communicatie van het EIVIGO+ , het Institute for Health and Care Research. Dat houdt zich al meer dan dertig jaar bezig met onderzoek op het gebied van extramurale zoi%, oftewel zorg buiten het ziekenhuis, zoals van huisartsen en preventieve gezondheidszoi^. VU-rector Lex Bouter is hier jarenlang directeur geweest. Het is een van de vijf onderzoeksinstituten van het VU medisch centrum. Zo bestaat daar ook het beroemde centrum voor kankeronderzoek onder leiding van Bob Pinedo. "Vorig jaar haalde EMGO ruim twaalf miljoen euro subsidie binnen. Meer dan vijfhonderd mensen zijn betrokken bij EIVIGO+. Samen zijn ze goed voor bijna tweehonderd formatieplaatsen aan onderzoek." aldus Strating. Binnen het instituut zijn vier onderzoekslijnen: Lifestyle, Overweight and Diabetes; Mental Health; Quality of Care en Musculosketal Health. Een sterke kant van het instituut is het langdurig volgen van grote cohorten mensen. Zo is er de Hoorn-studie, waarin
bewoners van die stad jarenlai ervra, belangrijke nieuwe inzichten ( ierme Ook loopt er het Lasa-project 'enslo waarbij al een schat aan gegev! imel al samen met de faculteit Psyi meer met het tweelingenondel lorret en met de faculteit Aard- en Lei ischa per 1 januari zijn verschillende inden formeel toegetreden tot EMGOf liniscli en ontwikkelingspsychologie cj onderzoeksgroep van gezondhi ^chap faculteit Aard- en Levenswetei Imetc de bekende hoogleraar voedinSj maakt nu deel uit van EMGO-t-' nog interdisciplinair instituut en ni dan( plus", aldus Strating. Het lnsl*|fgl oo masteropleiding epidemiologie^ Op de VU-site staan alle elf islltut de maak zijn een instituut bij I« -ntrar medicijnontwikkeling en een«* eiden Zie: vu.nl > onderzoeksinstiiu^"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 31 augustus 2009
Ad Valvas | 474 Pagina's