Ad Valvas 2009-2010 - pagina 435
opinie 5 Analyse van de beloften voor hoger onderwijs en onderzoek
'Verkiezingsplannen weinig doordacht'
Tien vooraanstaande wetenschappers analyseerden op verzoek van de VSNU de plannen van de politieke partijen voor hoger onderwijs en onderzoek. Conclusie: de gevolgen van een sociaal leenstelsel zijn onduidelijk, en visie ontbreekt. De ideeën voor een geïntegreerd innovatiebeleid bieden wel perspectief. ILLUSTRATIE: MERLIJN DRAISMA
Vanuit onze wetenschappelijke achtergrond hebben wij leder voor zich de verkiezingsprogramma's van de diverse politieke partijen geanalyseerd. Onze vakgebieden variëren van economie, onderwijskunde en infrastructuur, tot volkshuisvesting, life science, duurzame ontwikkeling, chemie en econometrie. Wi) hebben ons vooral gericht op wat we met zijn aUen gemeen hebben en ons nauw aan het hart gaat- de paragrafen in de verkiezingsprogramma's over onderzoek, hoger onderwijs en innovatie. Vanuit verschillende invalshoeken komen we tot conclusies die elkaar vaak aanvullen en verrassend vaak met elkaar in lijn zijn. Dit artikel omvat de grote lijn van de conclusies uit de afzonderlijke analyses.
We bouwen een achterstand op Voorzichtig positiefis de conclusie dat het hoger onderwijs en onderzoek lijkt te worden gespaard van grote bezuinigingen. Het besef dat kennisontwikkeling cruciaal is voor onze welvaart, is overal in de politiek doorgedrongen. Maar hoewel het in deze crisistijd niet bon ton is om te zeggen, moet het ons toch van het hart niet bezuinigen volstaat helaas niet. De doorrekeningen van de verkiezingsprogramma's door het CPB laten dat ook zien. De investeringen die de partijen in het onderwijs willen doen, slaan vooral neer in andere sectoren dan het hoger onderwijs. Terwijl juist in het hoger onderwijs de komende tien jaar forse investeringen nodig zijn om de grote groei van aantal studenten en meer maatwerk mogelijk te maken. De meeste partijen veranderen niet veel aan de budgetten voor wetenschappelijk onderzoek, terwijl bekend is dat er miljardeninvesteringen nodig zijn als Nederland inderdaad bij de top-5 van de wereld wil behoren. Want de top-5 kandidaten besteden verhoudingsgewijs 5 tot 6 miljard euro méér aan onderwijs en onderzoek dan Nederland. We bouwen nu dus een achterstand op. De partijen die willen investeren in onderwijs (aUeen de W D spreekt expliciet over het hoger onderwijs), halen dit geld vooral uit de besparingen die voortvloeien uit de invoering van een sociaal leenstelsel in plaats van de basisbeurs. Er zitten duidelijk voordelen aan deze ingreep. Met een sociaal leenstelsel wordt de toegang tot het hoger onderwijs tegen lagere publieke kosten gerealiseerd. De privé-investeringen gaan weliswaar omhoog, maar onderzoek laat zien dat dit geld later ruim wordt terugverdiend in meer loon. Daarbij ontstaat er ruimte voor broodnodige investeringen in het hoger onderwijs, en dat is toe te juichen. Een gevolg is voorts dat ouders meer betrokken zijn bij de studievorderingen, omdat zij - al dan niet verplicht - zelf meer zuUen gaan investeren in de studie van hun kinderen. Echter, zo komt uit verschUlende analyses naar voren, de gevolgen van een dergelijke verandering zijn nog te weinig doordacht. Het is niet onderzocht wat het sociaal leenstelsel betekent voor de instroom van studenten en voor het studierendement. Zal het de ambitie om de helft van de jongeren hoger onderwijs te laten volgen in de weg staan? Worden jongeren van allochtone afkomst en met ouders met een laag opleidingsniveau niet afgeschrikt om te gaan studeren als ze weten dat ze zich hiervoor flink in de schulden moeten steken? Wat zal het doen met de
tijd en aandacht die studenten aan de studie besteden? Zal het er niet toe leiden dat studenten nog meer bijbaantjes nemen? De meningen hierover mogen verschillen, maar kernpunt is dat het niet is onderzocht. We weten het dus niet. Ook in het buitenland is weinig ervaring met een dergelijk systeem.
Nauwelijks aandacht voor studierendement Over het algemeen is er weinig sprake van echte visie op het onderwijs- en onderzoeksbeleid, moeten vn] helaas constateren. Een uitzondering vormt wellicht de roep om meer differentiatie in het hoger onderwijs. Hiervoor is gelukkig redelijk veel erkenning in de politiek. Veel partijen pleiten voor excellente trajecten, en dat is een goede zaak. Daarnaast is er een algemeen
De auteurs WIM GROOT is hoogleraar gezondheidseconomie en hoogleraar evidence based education aan de Universiteit Maastricht HENRIETTE MAASSEN VAN DEN BRINK is hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam en hoogleraar evidence based education aan de Unwersiteit Maastricht MARTIN PAUL is hoogleraar en decaan aan de Faculty of Health, Medicine and Life Sciences (FHML) van de Unhrersiteit Maastricht MARCO WAAS is hoogleraar werktuigbouwkunde aan de Technische Universiteit Delft HUGO PRIEMÜS is hoogleraar besluitvorming grote infrastructuurprojecten aan de Technische Universiteit Deift ESTHER-MIRJAM SENT is hoogleraar economische theorie en economisch beleid aan de Radboud Unh/ersiteit Nijmegen FRANK VAN DER DUYN Schouten is hoogleraar mathematische besliskunde aan de Universiteit van Tilburg JAN VAN HEST is hoogleraar oi^anische chemie aan de Radboud Universiteit Nijmegen LUC SOFTE is hoogleraar internationale economische betrekkingen aan de Universiteit Maastricht RUDY RABBINGE is hoogleraar duurzame ontwikkeling aan de Universiteit Wageningen De afzonderlijke analyses van de verkiezingsprogramma's zijn te lezen op www.vsnu.nl/verkiezingen.
gevoel dat selectie leidt tot betere studenten. De vraag is of dat zo is. Wel is een combinatie van goede voorlichting en selectie van belang voor een goede match tussen student en opleiding, met name voor die studies waar veel uitval is. Selectie aan de poort kan in sommige gevallen goed werken om studiesucces te vergroten. Geef de universiteiten daarnaast zelf de mogelijkheid om een numerusfixus op te heffen of in te stellen. Een algemene opheffing van de numerus fixus (zoals bepleit door D66 en het CDA) zal leiden tot te veel kwaliteitsverlies. Veel studenten doen langer over hun studie dan noodzakelijk, of haken voortijdig af Dit blijft een probleem dat om aandacht vraagt, en terecht. Het verdient aanbeveling om in financiële systemen prikkels voor rendement en studiesucces in te bouwen. Alleen D66 wil universiteiten prikkelen de uitval te beperken door de bekostiging daarvan afhankelijk te maken. Het CDA wil juist de studenten een hoger collegegeld laten betalen wanneer ze te lang studeren. De meeste politieke partijen besteden echter geen enkele aandacht aan het vergroten van de effectiviteit van de besteding van publiek geld door studenten sneUer te laten studeren. Los van financiële prikkels is het belangrijk dat universiteiten de ruimte en het budget krijgen om zelf effectief beleid te voeren dat leidt tot een beter studiesucces.
Over huisvesting wordt met geen woord gerept Problemen rond de studentenhuisvesting en de universiteitsgebouwen lijken in de politiek niet te bestaan. Toch is er dringend aandacht voor nodig. Het aantal studerende jongeren in Nederland blijft de komende jaren groeien. Hierdoor is er meer studentenhuisvesting nodig. Het tekort aan studenteneenheden tot en met 2015 is becijferd op bijna 60.000 eenheden. Investeren in studentenhuisvesting is echter zeer onrendabel, omdat de doelgroep weinig koopkrachtig is. In de verkiezingsprogramma's wordt hierover geen woord gerept, terwijl de oplossing toch van de politiek moet komen. Evenmin is er aandacht voor het onderhoud en de ontwikkeling van het universitaire vastgoed. Door krimpende budgetten staan deze steeds meer onder druk, terwijl vastgoed van groot belang is voor de aantrekkingskracht van de universiteit als werkgever.
Wel sterke regie op verdeling onderzoeksbudget Onderzoek en innovatie worden door veel partijen aan elkaar gekoppeld. In Nederland wordt onderzoek primair gefinancierd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en het ministerie van Economische zaken. Daarnaast hebben andere ministeries, zoals dat van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, ook een substantieel budget beschikbaar voor onderzoek. Vaak is er weinig regie inzake de vraag hoe dit geld verdeeld woidt onder de wetenschappers. Vanuit verschülende partijen (D66, WD, Christenunie) wordt ingezet op het instellen van één loket voor wetenschapsfinanciering. De W D bepleit zelfs het oprichten van een nieuw ministerie van onderzoek en innovatie. Hoe dan ook, betere afstemming van subsidies is zeker gewenst. Als dit een efficiëntere en minder bureaucratische financiering met zich meebrengt, is dat prima. Deze regiefunctie mag echter niet ten koste gaan van investeringen in fundamenteel onderzoek, en niet leiden tot een focus op onderzoek dat een te korte termijn behelst, of dat alleen maar gericht is op economisch interessante disciplines. De primaire functie van een universiteit is om mensen op te leiden die met state of the art-kennis aan de slag kunnen gaan in de maatschappij. Reageren'? Mail naar redactie@advalvas.vu nL
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 31 augustus 2009
Ad Valvas | 474 Pagina's