Ad Valvas 2009-2010 - pagina 345
wetenschap 7
ad valvas 25 maart 2010
Afgestudeerd bij de mennonieten
In de voetstappen van Jezus
>Kort Sporthelden Sportprestaties zijn belangrijke momenten van nationale trots. Toch zijn het niet de prestaties op zich, maar vooral de verhalen die eraan verbonden zijn die maken dat mensen trots zijn. Dat concludeert sportfilosoof Ivo van Hilvoorde in de International Review for the Sociology of Sport Van Hilvoorde ondervroeg 350 mensen tijdens de zomer van 2008 naar hun beleving van nationale trots. In die tijd waren er verschillende belangrijke sportevenementen de Olympische Spelen, het Europees Kampioenschap Voetbal, Wimbledon en de Tour de France. Uit het onderzoek blijkt dat sportprestaties inderdaad gevoelens van nationale trots oproepen. Sterker dan het effect van feitelijke prestaties is het effect van sportverhalen het verhaal van zwemmer Maarten van der Weijden bijvoorbeeld, die kanker overwon en daarna een gouden medaüle behaalde, vervulde veel Nederlanders met nationale trots. (WV)
Celibaat
Anne Kok, Lobke Lentjes, Carel Roessingh en Marianne van Kampen
Studenten van antropoloog Carel Roessingh waren voor hun afstudeerscriptie in Belize, bij de mennonieten. Ze schreven er een intrigerend boek over. TEKST: PETER BREEDVELD FOTO: MC-VU/RIECHELLE VAN DER VALK
Om onderzoek voor haar scriptie te doen, woonde student cultuur, organisatie management Lobke Lentjes in 2002 vijf maanden bij de mennonieten in het Centraal-Amerikaanse land Belize. In een kleine gemeenschap van 150 mensen, afgezonderd in een uitgehakt stuk oerwoud. Zonder elektriciteit, zonder mobieltje, geen laptop, geen enkele luxe, zelfs geen maandverband. Vervoer ging met paard en wagen. Soberheid en bescheidenheid waren het devies in het mennonietendorp. Voor een feestmaal voor veertig mensen werd één kip geslacht. Verder stonden er rijst en bonen op het menu. "Kaasfondue en aardappelen, dat heb ik zo vreselijk gemist", zegt Lentjes.
Geen opgefolde jachtigheid Bedtijd was het zodra de zon onderging totdat die weer opkwam. Twee keer per week naar de kerk, voor een dienst van drie uur en drie keer per dag werd er geknield en gebeden. En constant die druk van de andere dorpsbewoners om zich te bekeren en te laten dopen. Ik heb op het punt gestaan haar daar weg te halen", onthult Lentjes' scriptiebegeleider, antropoloog Carel Roessingh. "Uit haar brieven had ik al begrepen dat het mentaal zwaar voor haar was. En toen ik haar bezocht, schrok ik «van hoeveel ze was afgevallen." Maar Lentjes bleef Ze wilde per se haar onderzoek afmaken. En het was niet aUeen maar afzien. Lentjes heeft het ook naar haar zin gehad in Belize. "Je staat er zo dicht bij de natuur, zo dicht bij jezelf ook", vertelt ze. Toen ze terugkwam in Nederland, moest ze zelfs afkicken. De Nederlandse onverschilligheid brak haar op. "In dat dorp hen je constant met elkaar in gesprek, omdat dat eigenlijk alles is watje daar hebt", aldus
Lentjes. Ook de opgefokte jachtigheid stond in fel contrast met het levenstempo in Belize. "Het is toch bizar dat je daar drie uur met paard en wagen onderweg bent voor een boodschap, terwijl je hier al in de stress schiet als je trein tien minuten is vertraagd", aldus Lentjes.
Mexicaanse gastarbeiders Anne Kok, daarentegen, ook een student van Roessingh, zat in 2005 op Belize in een mennonietengemeenschap in het plaatsje Blue Creek dat volledig met de tijd is meegegaan, bestaand uit succesvolle ondernemers, de ruggengraat van de Beliziaanse economie, met hypermoderne landbouwmachines, suv's, vliegtuigjes, computers, mobiele telefoons en internet. "Aan
'Voor een feestmaal voor veertig mensen werd één kip geslacht' de kerkdiensten en de hechte gemeenschap zie je dat ze mennonieten zijn", aldus Kok. "Verder leven ze als alle moderne mensen. Ze hebben zelfs Mexicaanse gastarbeiders die minder betaald krijgen voor hetzelfde werk dan een mennoniet." Hier niks van de clichés die een buitenstaander gewoonlijk associeert met mennonieten. Zo zijn vrouwen hier niet onderdanig aan hun mannen. "Ik heb zelfs het idee dat ze de broek aan hebben in Blue Creek", aldus Kok. "Ze houden het gezin draaiende ga doen de boekhouding van hun bedrijf Ze galopperen te paard achter de koeien aan en doen mee aan de rodeo's."
Jeugdnacht Kok had het in Blue Creek zo naar haar zin, dat ze later nog een paar maanden is teruggegaan om er te werken. Dat geldt ook voor Marianne van Kampen, die haar onderzoek deed bij een missionarispost van de Beachy Amish Mennonites, een relatief liberale groep van mensen die noch Amish, noch mennoniet zijn, maar iets er
tussenin. Zowel de Amish als de mennonieten komen voort uit de reformatorische stroming der wederdopers. "Ik keek er altijd uit naar de wekelijkse youthnight", vertelt Van Kampen. "Dan werd er gevolleybald en gebasketbald. Ik moest niet al te veel mijn best doen, want ik was een betere speler dan de meeste mannen en het werd absoluut niet gewaardeerd als een vrouw mannen aftroeft." Er waren dingen waar zij, moderne, geëmancipeerde, zelfstandige, volwassen vrouw, zich bij neer te leggen had. "Bijvoorbeeld als we met allemaal meiden speelden, en er was een jongetje bij van tien, dan maakte dat jongetje de dienst uit omdat hij een man was." Van Kampen hield wel stand. Zo weigerde ze de voorgeschreven hoofddoek te dragen, wat aUe andere vrouwen in haar groep wel deden.
Constante indoctrinatie Van Kampen werd constant onder druk gezet om zich te laten dopen. De eerste keer dat ze in Belize was, kon ze de boot nog afhouden. Maar toen ze later terugkeerde, vonden de missionarissen het echt tijd dat ze een keuze maakte. Ook Kok voelde die druk in Blue Creek, ook doordat er voortdurend, bijvoorbeeld door middel van filmvertoningen, op gehamerd werd dat de evolutietheorie een leugen was. Die vorm van indoctrinatie was zo constant en zo alomtegenwoordig, dat Kok weleens aan zichzelf begon te twijfelen, vertelt ze. "Dan dacht ik: stel dat zij gewoon gelijk hebben? Maar dan kwam er een moment dat ik mezelf tot de orde riep Wacht eens even, dit is niet waar ik voor sta. Ik heb toch hersenen gekregen om zelf na te denken?" Lentjes bekent dat er voor haar wel iets aanlokkelijks zat in het gedachtegoed van haar mennonietengemeenschap. "In Nederland zijn er zoveel beslissingen die je zelf moet nemen, over je carrière, je relatie, wie je bent. Voor mennonieten is het simpel het staat allemaal in de Bijbel. De voetstappen van Jezus volgen, dat is wat je doet." Reageren"? Mail naar redactie@advalvas vu nl. Carel Roessingh en Tanla Plasil, Between Horse Buggy and Four Wheel Drive, VU Uitgeverij, 222 pag Prijs 35 euro
Het celibaat is niet de hoofdoorzaak dat sommige priesters seksueel in de fout gingen met minderjarigen. Dat zegt Reinder Ruard Ganzevoort, hoogleraar praktische theologie in het Nederlands Dagblad van 17 maart. Volgens hem is het celibaat juist aantrekkelijk voor mensen die al seksuele problemen hebben. "Door te kiezen voor het celibaat hoefden ze immers hun eigen seksualiteit niet onder ogen te zien. Dat is misschien vroom maar ook riskant, zeker als de problematiek vooral pedoseksueel is." Het celibaat is dus niet de hoofdoorzaak, maar wel een factor in het misbruik. Het probleem zit volgens Ruard Ganzevoort dieper in het systeem van de kerk. De internaten gaven de paters en priesters gelegenheid om misbruik te plegen, hun geestelijke status en de organisatiestructuur van de kerk zorgden dat slachtoffers hun mond hielden. (FB)
Jeugdpsychiatrie Persoonlijkheidsproblemen, zoals depressie en borderline, kunnen wel betrouwbaar worden vastgesteld bij jongeren onder de achttien jaar. Dat blijkt uit onderzoek van psycholoog Noor Tromp waarop zij 25 maart promoveert. Zij weerspreekt hiermee de heersende idee dat het niet mogelijk zou zijn om deze stoornis bij jongeren vast te stellen. Tromp ontwikkelde een vragenlijst om dimensies van persoonlijkheidsproblemen - in kaart te brengen. Haar onderzoek laat zien dat individuele verschUlen in persoonlijkheidsproblemen zo beter in kaart gebracht worden dan met de DSM-JV, het huidige standaard diagnostisch handboek De vragenlijst is een waardevolle aanvulling op bestaande diagnostische procedures in jeugdpsychiatrische instellingen. (MT)
Chronische rugpijn Met een integrale, multidisciplinaire aanpak kunnen mensen met chronische rugpijn eerder weer aan het werk. Dat blijkt uit een onderzoek van onder meer het VU medisch centrum dat vorige week in het British Medicaljoumal is gepubliceerd. De onderzoekers begeleidden mensen met rugklachten die uitbehandeld waren. Ze keken niet zozeer naar de rugklachten zelf, maar naar de situatie op het werk en thuis. Op beide plekken werd zo veel mogelijk aangepast aan de behoeften van de persoon. Ook kregen de patiënten op hun persoonlijke situatie afgestemde fysiotherapie. Deze groep was na eenjaar gemiddeld vier maanden eerder weer aan het werk dan een niet-begeleide controlegroep. (DdH)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 31 augustus 2009
Ad Valvas | 474 Pagina's