Ad Valvas 2009-2010 - pagina 450
8 instellingsplan
Onderweg n; Onderzoek: nu nog geconcentreerder Toponderzoek naar de belangrijke vragen van deze tijd. Dat krijg je alleen voor eU^aar door het onderzoek nog sterker te concentreren.
De VU groeit, maar niet; d Vlet man en macht wer|ni nieuwe plannen. Waar moet het heen méi^vi ILLUSTRATIE: BEREND VONK
WELMOED VISSER
Een breed onderzoek naar de landschapsge schiedenis van de IJsselmeerpolders haalde vorig jaar een grote onderzoekssubsidie bin nen. In het project werken historici, archeolo gen, economen en aardwetenschappers samen. Een van de losse onderzoekers was het nooit gelukt om zo'n onderzoek op te zetten en er geld voor los te krijgen. Bovendien hebben de wetenschappers veel aan eikaars expertise. "De samenwerking tussen mensen uit verschil lende disciplines heeft hier een duidelijke meerwaarde", vindt Gerard Nijsten, directeur bedrijfsvoering bij Letteren. "En je ziet dat clustering niet alleen bij exacte wetenschappen werkt." Negentig procent van het onderzoek bij Let teren is al ondergebracht in grotere interdisci plinaire onderzoeksinstituten, vertelt Nijsten. De bovengenoemde studie valt onder CLUE (Cultural Landscape and Urban Environment), een instituut gericht op erfgoedstudies. Het voorbeeld komt telkens weer voorbij als deskundigen het hebben over waar het naartoe moet met het onderzoek aan de VU: naar brede, interdisciplinaire onderzoeksin stituten. Onderzoekers zijn niet langer meer briljante einzelgängers die alleen werken op hun kleine expertisegebied, maar mensen die in groter verband samenwerken aan de grote vragen en problemen van deze tijd. Dan alleen zal de VU de toenemende concur rentie uit binnen en buitenland aankunnen, concurrentie om Europese subsidies bijvoor beeld en concurrentie met universiteiten uit opkomende economieën als China en India.
De hoogst genoteerde De werkgroep onderzoek, die het college van bestuur adviseert bij het maken van het instel lingsplan, is niet pessimistisch. In hoofdlijnen zit de VU wat onderzoek betreft op de goede weg; de beweging van losse wetenschappers naar grotere onderzoeksinstituten is al een aantal jaren gaande en het effect daarvan wordt zichtbaar, volgens Bauke Oudega, decaan Aard en Levenswetenschappen en voorzitter van de werkgroep. "De VU is beter gaan presteren op het gebied van onderzoek. We hebben meer publicaties in toptijdschriften en worden meer geciteerd. We stijgen op de ranglijsten van beste universiteiten", vertelt hij. Dat anderen, onder wie de rector, zich soms zorgen maken over juist de lage positie van de VU op dit soort lijsten, vindt hij onterecht. "Er zijn veel ranglijsten die lang niet allemaal deugen. En je moet sommige maatregelen even de tijd geven voordat het effect meetbaar wordt. Op de Leiden Ranking, een van de beste ranglijsten voor onderzoek, is de VU dit jaar de hoogst genoteerde algemene Nederlandse universi teit." Volgens Oudega is dit succes grotendeels te verklaren uit het clusteren en concentreren van onderzoek, waarmee de VU de laatste vijf jaar bezig is geweest. "Wij stellen dan ook geen grote koerswijzigingen voor. Nog meer concen tratie in onderzoeksinstituten is goed."
Brede thema's In het verlengde daarvan vindt de werkgroep dat de VU sterker moet kiezen in welk onder zoek ze wel en niet investeert. Ook dat is een ontwikkeling die al enkele jaren gaande is; onderzoek dat geen prioriteit heeft, afstoten of ombuigen en nieuwe aanstellingen binnen de gekozen koers laten vallen. De werkgroep geeft een voorzetje voor de vier thema's waarop de VU zich de komende jaren zou moeten toeleg
gen: humane gezondheidszorg, duurzame ontivikkeling, de economie en ten slotte cultuur, commiuiicatie en zingeving. "Dat zijn brede maatschappelijke thema's waar veel onopgeloste vragen en problemen liggen. De VU heeft op deze gebieden veel expertise, dus kunnen we daar een bijdrage leveren", zegt Oudega. Hier zit wel een verschil met het vorige instel lingsplan. Oudega: "De sterpunten van toen waren tot stand gekomen door navelstaarderij waar zijn vnj goed in? Wij zijn andersom te werk gegaan; we hebben gekeken wat grote vragen en problemen in de maatschappij zijn en toen gekeken waar de VU al wetenschappe lijk sterk is en echt een bijdrage kan leveren." De volgende vraag is dan natuurlijk wat van het huidige onderzoek niet binnen die thema's past en zal moeten sneuvelen. Daarover moet nog verder worden nagedacht, zegt de werkgroep. Oudega wil wel een voorzetje geven: "Ster renkunde en theoretische natuurkunde doen we hier op de VU nauwelijks meer." Nijsten: "Duits is ook een voorbeeld. Dat zijn we aan het afbouwen, omdat het te weinig studenten trekt. Van de hoogleraar Duits hebben we
'Topwetenschappers moeten meer gaan verdienen' onlangs afscheid moeten nemen. Studenten kunnen hun studie nog afmaken, maar we nemen geen nieuwe meer aan." Nijsten denkt dat de ombuiging naar de thema's en de grotere onderzoeksinstituten op natuurlijke wijze zal gaan; "Een hoogleraar gaat met pensioen, dan zoek je als opvolger iemand die past binnen je onderzoeksinstituut. Dat zag je de laatste jaren al gebeuren en dat is goed."
De problemen Wat moet er gebeuren met individueel wetenschappelijk talent dat niet binnen een onderzoeksinstituut past? Daarover is veel gediscussieerd binnen de werkgroep. Niet iedereen was even enthousiast over de nadruk op grote instituten. Ronald Kroeze, promoven dus bij geschiedenis en lid van de werkgroep als vertegenwoordiger van het promovendi netwerk, vindt dat er meer aandacht moet komen voor individueel talentbeleid; "Ik zie de meerwaarde van die grote onderzoeksin
Het advies in liet kort > De VU moet haar onderzoek BLIJVEN CLUSTEREN in brede onderzoeksinstitirten. > Die institirten moeten onderzoek doen op het gebied van belangrijke IVIAATSCHAPPELIJKE THEMA'S: humane gezondheidszorg, duurzame ontwikkeling, de economie en zingeving en culturele diversiteit. > Tegelijk moet er meer aandacht komen voor wetenschappelijk talent. Er komen TOPHOOGLERAREN. Toponderzoekers moeten meer mogelijkheden krijgen en meer gaan verdienen. > Wetenschappers, ook hoogleraren, krijgen TIJDELIJKE contracten. > De VU moet haar KENNIS beter VERMARKTEN.
stituten wel, maar briljante eenlingen moeten ook mogelijkheden helsben." Kroeze vindt bovendien dat er een betere loopbaanbegelei ding moet komen voor jonge wetenschappers. Die moeten eerder weten of de universiteit hen wil houden, of ze moeten worden begeleid om ergens anders een baan te vinden. "De uni versiteit krijgt zo'n negentigduizend euro per promovendus. Bovendien nemen promovendi een groot deel van de wetenschappelijke output voor hun rekening. Daar moet beter perso neelsbeleid tegenover staan." Een ander probleem waar de werkgroep lang over heeft gediscussieerd, is de vraag of je door de organisatie van het onderzoek in instituten niet het risico loopt om hele nieuwe ontwik kelingen over het hoofd te zien. Oudega: "Wie had tien jaar geleden kunnen voorspellen dat erfgoed nu zo'n belangrijk vak is? Over tien jaar is er misschien een ander thema belangrijk dat we nu niet kunnen voorzien." Daarom moetje als universiteit geregeld evalueren hoe het gaat met de onderzoeksinstituten. Zijn ze succesvol? Houden ze zich bezig met de juiste vragen? Hebben ze voldoende kwaliteit? "Als instituten niet goed werken, moetje ze weer kunnen opheffen", vindt Oudega. Dat raakt aan een ander probleem; de verhou ding tussen de onderzoeksinstituten en de faculteiten. Nijsten: "Nu zijn mensen in dienst van faculteiten. Dat betekent dat als een groep onderzoekers binnen een instituut een beurs binnenhaalt, het financiële getouwtrek tussen faculteiten begint; wie krijgt hoe veel van het geld? En blijft er nog iets over voor het instituut?" Met het belangrijker worden van onderzoeksinstituten zal er iets gaan schuiven in de organisatie van universiteiten, maar hoe het model er precies uit moet komen te zien, weet Nijsten zelf ook niet.
Nieuw beleid Volgens Oudega hoeven individueel talent beleid en grote instituten niet met elkaar te botsen. "Wij doen juist ook het voorstel om topwetenschappers meer armslag te geven, onder meer door ze een assistent te geven. En om meer mogelijkheden te creëren voor prestatiebeloning." De werkgroep stelt bovendien voor om het overgrote deel van het wetenschappelijk personeel voortaan alleen tijdelijke contracten te geven, hoogleraren te benoemen voor vijfjaar en een categorie top hoogleraren te creëren. Dit om aantrekkelijker te worden voor wetenschappelijk toptalent. En dan is er natuurlijk nog de markt. De werk groep vindt dat de VU haar kennis beter moet verkopen en meer moet samenwerken met het bedrijfsleven. Het Technology Transfer Office (TTO) moet wetenschappers daarbij helpen. Bovendien moet de VU meer investeren in en mogelijkheden bieden voor spinoff bedrijven, die uitvindingen of kennis van wetenschappers verkopen. "Ook dat is een vorm van maatschap pelijke relevantie", vindt Nijsten.
Het instellingsplan > In het instellingsplan staan de belaiigrijl DSVC 2 0 1 1 2 0 1 5 . Het wordt gemaakt in epdn tM > WERKGROEPEN van medewerkers é» sti bben TWAALF THEMA'S, zoals de toekom:>t va lelor het onderzoek, internationalisering en ti , > De VOORSTELLEN zijn in allerlei ove.leg iken. bestuur met een CONCEPTinstellingspla ilt of > VOOR SEPTEMBER moeten de ondernem de ui college van bestuur het eens zien te m m D > In oktober buigt de RAAD VAN TOEZiCNI
heti
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 31 augustus 2009
Ad Valvas | 474 Pagina's