Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2010-2011 - pagina 183

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2010-2011 - pagina 183

8 minuten leestijd

PERSOONLIJKE CRISIS 5

d valvas 16 december 2010

Olympisch handbikester Monique van der Vorst kan weer lopen, maar raakte daarmee haar baan, dromen en toekomst kwijt. Is ze gelukkig? Ze heeft geen idee. TEKST: FLOOR BAL FOTO: PETER VALCKX

De prijs van een wonder NI

iet weer, denkt VU-student bewegingswetenschappen Monique van der Vorst (26) als ze op 13 maart de ambulance ingeschoven wordt. Niet weer! Een uur eerder rijdt ze in haar handbike over de weg. De Mallorcaanse zon schijnt op haar, haar armen pompen op en neer. Haar spieren voelen sterk, z;ij voelt zich sterk. Sinds de winter is ze in topvorm. Misschien is ze nog nooit zo goed geweest. Niet tijdens marathons die ze won of tijdens de Iron Man-triathlon waar ze als paratriatleet alle mannen versloeg. Het WK komt eraan en ze weet dat ze kan winnen, revanche nemen voor de Spelen in Peking waar ze tweede werd. Van der Vorst mindert vaart en rijdt naar haar trainingsgroepje, verderop op de boulevard. Dan hoort ze een klap, krijgt ze een klap. Achter haar kermt de wielrenner die - stom - niet goed oplette en zijn sprint tegen haar handbike eindigde. Veel tijd om naar hem te kijken, heeft ze niet. Haar eigen lichaam vraagt om aandacht. Haar benen, altijd stil, bewegen nu ongevraagd alle kanten op. Kleine bUksemschichten schieten door haar lijf, een felle pijn gaat door haar rug. De routine die volgt, brancard, ambulance, ziekenhuis, kent ze maar al te goed.

Vijfde ongeluk Ongeliik en ongelukken, daar heeft Van der Vorst ervaring mee. Op haar dertiende, als ze op hoog niveau fietst, raakt haar linkerbeen na een enkeloperatie door spierdystrofie tot aan haar hes verlamd. De botsing in maart is haar vijfde ongeluk in vier jaar. Twee keer raakt ze als passagier in een auto gewond, driemaal wordt ze tijdens haar training op de weg door een automobilist geschept. In 2008 raakt ze op die manier ernstig gewond. Een incomplete dwarslaesie is het gevolg. Voortaan kan ze haar onderlichaam niet meer bewegen. Dat weerhoudt haar er niet van om door te trainen voor de Ol3anpische Spelen. "Ik wüde mijn droom niet laten verpesten door een onoplettende bejaarde automobilist." Pijn lijden is haar specialiteit. Diepgaan tot je niet meer kunt en dan nog een beetje geven. Al moet ze spierverslappers gebruiken om haar benen in bedwang te houden en verliest ze langzaam ook de beheersing over haar bovenlichaam, toch blijft ze twee weken lang op het trainingskamp in MaUorca. Dat WK moet ze winnen. Vandaar. Terug in Nederland gaat het fout. Door de zware spasmen in haar benen verbruikt ze te veel energie en door de zware training is ze volledig uitgeput. De pijn is niet te verdragen. Ze ligt 's nachts in bed en voelt dat ze geen lucht krijg, dat ze stikt. Met haar laatste kracht sleept ze zichzelf over de vloer naar de koelkast om wat te eten. Dan belt ze haar vader: hij brengt haar direct naar het ziekenhuis.

Opnieuw alles leren benoemen Drieëneenhalve maand in de hel, zo beschrijft Van der Vorst haar ziekenhuisverblijf Ze wordt niet beter, het gaat slechter. Ze heeft geen kracht meer om rechtop in haar rolstoel te zitten. Langzaam verliest ze ook de beheersing over haar armen, de spierbundels die haar altijd zo snel zo ver brachten. In de eerste maand, waarin ze voornamelijk slaapt, raakt ze ook haar laatste restje controle kwijt. GeesteUjk zweeft ze in een niemandsland, een tunnel waarin ze moet vechten voor haar leven. Als ze wakker wordt, leert ze alles opnieuw benoemen. "Dat is een deur, dat is een tafel, dat is een rolstoel. Cool." Het is al mei als ze terrein op haar eigen lichaam begint te veroveren. Eerst oefent ze rechtop zitten, dan volgt het opdrukken en het baUengooien. Alles om de machine weer te laten draaien.

Dan gebeurt er iets onverwachts. Als ze haar vuist balt, voelt ze een scherpe pijn. In haar onderrug èn in haar linkerbeen. Het been waar ze al twaalf jaar niets meer in voelt. Een maand later beweegt haar bovenbeen onder haar deken. "Ik probeerde het telkens opnieuw en het gebeurde weer. Ik snapte er niets van. En mijn artsen ook niet." Van der Vorst is inmiddels weer voorzichtig aan het trainen, het wereldkampioenschap komt er tenslotte aan. Bij haar dagelijkse armversterkende routine voegt ze ook beenoefeningen. "Er zat iets van leven in, dus ik wilde kijken wat ik eruit kon halen." Op haar knieën kruipt ze door haar eenpersoons ziekenhuiskamer. Ze probeert te staan. Valt. Ze staat en valt weer. Herhaalt dit minstens honderd keer. Pas dan, als ze aan haar eerste stappen toe is, belt ze haar ouders om te vertellen waar ze mee bezig is. "Dat was een mooi moment, ze waren heel verbaasd en blij."

Zware groeven Artsen houden niet van het woord wonder. Daarmee moeten ze toegeven dat er een vraag gesteld is waarop ze het antwoord niet weten. Geen specialist dus die deze term tegen Monique gebruikt. Dat in het Amsterdamse revalidatiecentrum bHjkt dat de incomplete dwarslaesie weer herstelt, daar is een uitleg voor. Mogelijk krijgen de beschadigde zenuweinden door de gedwongen rustperiode de tijd om weer aan elkaar te groeien. Maar dat werkende linkerbeen, het been waarin ze een naald kon steken zonder iets te voelen, dat kan niemand verklaren. Toch een wonder, misschien. Het is een wonder met een prijs. Van der Vorst traint bijna dagelijks, alleen niet meer voor het WK. De stukken die ze kan lopen, worden steeds langer. Om helemaal te herstellen, en niemand weet of dat echt zal gebeuren, moet ze revalideren. Dat gaat niet samen met een topsportcarrière. "Mijn drang om te lopen is groter dan mijn behoefte om te sporten." Bovendien mag ze niet meer aan belangrijke wedstrijden meedoen ze is niet meer gehandicapt genoeg. Ze kan misschien weer lopen, maar verder is ze alles kwijt. Haar werk, haar doelen en haar dromen. Dat keiharde trainen waarmee ze liet zien dat ze net zoveel kon als iedereen, meer zelfs, is niet meer nodig. Diepgaan hoort niet bij revalideren. Honderdduizend keer dezelfde rotoefening doen en dat nog eens herhalen, wel. Haar rolstoel, de beschermende schil tussen haar en de buitenwereld, staat de helft van de dag nutteloos in haar huis. Haar stoerheid is verdwenen, haar spierballen ook. Zodat alleen haar afgetrainde sporterslichaam is achtergebleven. Ze is frêle nu, en fragiel. Het ongeluk heeft zware groeven in haar achtergelaten.

Identiteit kwijt of ze gelukkig is, weet ze niet. Het is heerUjk om eventjes over straat te lopen, zonder dat mensen naar haar kijken. Een rolstoel trekt altijd blikken. Iets uit een hoge kast pakken, zonder nadenken over vervoer ergens naartoe gaan. het kan allemaal. Alleen- dat miste ze nooit, in haar handbike voelde ze zich al vrij. Ze vloog de wereld over om wedstrijden te winnen, het uiterste uit zichzelf te halen en dat was genoeg. Nu is ze het kwijt. Haar hele identiteit. "Mijn benen zijn niet eens sterk genoeg om aan sport op laag niveau te doen." Dus is ze zoekende. Hopelijk kan ze snel weer met haar studie beginnen, ze kan de uitdaging gebruiken. Voor de Johan Cruyf f Foundation zal ze projecten begeleiden. Meer weet ze niet. Over een paar jaar als valide sporter aan de Iron Mantriathlon meedoen zou de cirkel rond maken. Ze twijfelt nog "Misschien moet ik eerst bedenken wat er nog meer in het leven is." Reageren"? Mail naar reclactie@advalvas vu.nl.

'Ik wilde mijn droom niet laten verpesten door een onoplettende bejaarde automobilist'

Mazzel [1]

Een eigen huis Het was het bericht dat elke anti-kraakhuurder vreest. Vier jaar geleden woonde Christa Leeuwerke (26), tweedejaars rechten, in het oude UWV-gebouw in Bos en Lommer, toen ze een bnef van de verhuurder kreeg. Binnen een maand moest ze vertrekken. Tijdelijk bij haar ouders intrekken, zat er met in. "Die wonen in een klem dorpje boven Groningen. De reistijd naar Amsterdam is al dne uur. Heen en weer reizen zou ik nooit volhouden." Leeuwerke zag de situatie somber in. "Een kamer van tien vierkante meter via kamernet.nl kost al vierhonderd euro. En ik had hogere eisen." Slechte ervaringen met afwasweigerende huisgenoten hadden ertoe geleid dat ze nooit meer haar keuken met iemand wilde delen. De studente klaagde over haar situatie tegen een collega bij supermarkt Dirk van den Broek. Zijn moeder werkte bij een woningbouwvereniging en die zette haar bovenaan de lijst voor tijdelijke woningen. Nog dezelfde maand kreeg ze een tweekamerwoning in Amsterdam-Oost. Huur- dertig euro. "Een gammel oud huis dat gerenoveerd moest worden en waar het in de winter heel koud was. Maar ik was er blij mee, uiteindelijk heb ik er een jaar gewoond." Haar aanrecht bleef in die periode fris en opgeruimd. (FB)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 30 augustus 2010

Ad Valvas | 476 Pagina's

Ad Valvas 2010-2011 - pagina 183

Bekijk de hele uitgave van maandag 30 augustus 2010

Ad Valvas | 476 Pagina's