Ad Valvas 2010-2011 - pagina 285
wetenschap 7
ad valvas 3 m a a r t 2011
Essay: Het Nederlands verdwijnt uit de wetenschap
Het gevaar van Harvardje spelen De meeste mensen leren in een tweede taal globaal tienduizend woorden: evenveel als het vocabulaire van een 10-jarige. Toch publiceren Nederlandse wetenschappers steeds vaker in het Engels. Daarmee gaat veel verloren.
Engels in het onderwijs
TEKST: W E L M O E D VISSER ILLUSTRATIE: BEREND VONK
'De meeste mensen die niet Engelstalig zijn grootgebracht, spreken nu eenmaal Engels zoals iemand zingt die een koptelefoon op heeft.' Dat zei Douwe Draaisma afgelopen jaar in de oratie bij zijn benoeming in Groningen tot buitengewoon hoogleraar in de geschiedenis van de psychologie. Draaisma hield een pleidooi voor het herwaarderen van het Nederlands in de (geestes)wetenschappen. Het was een opmerkelijk tegengeluid in deze tijd waarin meetellen op internationale rankings, het aantrekken van buitenlands talent en het publiceren in internationale toptijdschriften voor universiteiten steeds belangrijker worden.
Verlies Nog zo'n tegengeluid kwam vorig jaar van de filosoof en schrijver Ger Groot. In het essay Verloren in vertaling stelde hij dit de filosofen aan onze universiteiten zich steeds meer richten op de internationale wetenschappelijke wereld en daarmee op een klein groepje gespecialiseerde coUega's. Filosofie dreigt daardoor haar maatschappelijke relevantie te verliezen; en het Nederlands raakt zijn filosofisch vocabulaire kwijt. De kloof tussen populairwetenschappelijke, Nederlandstalige boeken en academische Engelstalige boeken zal steeds groter worden bij vakken als filosofie, voorspelt Groot. En dat is een verlies voor de samenleving en voor de wetenschap. Om jonge filosofen te stimuleren toch in het Nederlands te blijven schrijven, heeft de Geert Grote AUiantie uit Deventer een scriptieprijs in het leven geroepen: de Geert Grote Pen voor de beste Nederlandstalige filosofiescriptie. Voorzitter Corrie Dolmans legt uit; "Wij zijn niet tegen Engelstalige wetenschap. Voor veel vakgebieden is het internationale klimaat een verrijking. Maar het is wel jammer dat het Nederlands uit de wetenschap dreigt te verdwijnen. Bij de geesteswetenschappen zijn taal en inhoud nauw met elkaar verbonden. Duitse filosofen schrijven en denken anders dan Fransen of Amerikanen. Het contact met je eigen cultuur en je eigen wortels is in de geesteswetenschappen essentieel. De taal is daar een onmisbaar onderdeel van."
Amerikanisering V\fie een succesvol wetenschapper wil zijn, publiceert in Engelstalige - in de praktijk meestal Amerikaanse - toptijdschriften. Dat geldt ook in de geesteswetenschappen. Want ook daar worden in onderzoeksvisitaties artikelen gewogen volgens het protocol van de Vereniging Samenwerkende Nederlandse Universiteiten, waarin EngelstaUge publicaties meer punten opleveren dan publicaties in andere
„ MEVE/e B/BR rovcH THAT BOOK HM^RIB, f T WJU PÉSmov OOR ABILiry 70 COMPETE WITH INTERl^AVONAL SCIBNO,, talen. Door de toenemende nadruk op rankings en publicatiecijfers zullen wetenschappers hun energie liever steken in bijdragen aan Amerikaanse tijdschriften. Wetenschappers die wel in het Nederlands publiceren, dreigen tweede garnituur te worden.
Ernstige handicap Er kleven bezwaren aan het eenzijdig inzetten op Engels in de wetenschap. Juist in de geesteswetenschappen betreffen die het niveau van het Engels. Anders dan bij de exacte wetenschappen, waar ook formules en modellen een deel
'Er is bijna geen student meer die Weber, Kant of Rousseau in de oorspronkelijke taal kan lezen'
van de kennis communiceren, moeten de geesteswetenschappen het nu eenmaal alleen van de taal hebben. De humaniora hebben de rijkdom en nuances van de taal nodig om relevante verschillen te kunnen benoemen. Een volwassene heeft in zijn eigen taal een woordenschat van tussen de vijftigduizend en honderdduizend woorden (gemiddeld zestigduizend), terwijl de meeste mensen in een tweede taal niet verder komen dan tienduizend woorden. Dat is te vergelijken met het vocabulaire van een tienjarige in zijn moedertaal. Publiceren in het Engels is dus voor non-native speakers - excusez Ie mot - een ernstige handicap die hun taalvaardigheid met ten minste een factor 6 reduceert. En die krik je niet even snel op met een bijscholingsciursusje. Eenzijdig inzetten op Engels gaat bovendien al snel voorbij aan de geschiedenis van veel wetenschappen. Er is bijna geen student meer die Weber, Kant of Rousseau in de oorspronkelijke taal kan lezen, terwijl in de vertaling toch altijd iets verloren gaat. Bovendien zijn jonge wetenschappers van meet af aan zo gespecialiseerd dat ze er vaak niet meer toe komen de brede, beschouwende betogen van hun voorgangers te lezen. 'Georganiseerd geheugenverlies' noemde Draaisma dat in zijn oratie. Als niemand de grote Nederlandse, Duitse en Franse denkers meer leest, zuUen de wetenschappelijke ideeén waarvoor je deze bagage wel nodig hebt, vanzelf uitsterven. Of je loopt het risico om voor de tweede keer het wiel uit te vinden, doordat je je klassiekers niet kent.
'Geen land gaat momenteel zo ver in de verloochening van de eigen taal als Nederland', stelde cultuurhistoricus Thomas von der Dunk toen hij vorig jaar de Lofprijs voor de Nederlandse taal ontving. En voor wat betreft het Engels op de universiteiten lijkt hij gelijk te hebben. Daarin loopt Nederland in Europa behoorlijk voorop. Onze zuiderburen zijn zich, wellicht door de taalstrijd, veel meer bewust van het belang van hun taal. (Misschien dat Vlamingen daarom ook bijna altijd het nationaal dictee winnen?) Vlaamse universiteiten zijn wetteHjk beperkt tot een maximum van twintig procent Engelstalig onderwijs. Er is een klein aantal internationaal georiënteerde Engelstalige masters. En verder is de voertaal in het hoger onderwijs Nederlands. Ter vergelijking: in Nederland ligt het aandeel van Engelstalige vakken in de bachelors nog niet zo hoog - lo tot 20 procent - maar stijgt het in de masters naar rond de 60 procent. Opmerkelijk is dat ook de vertegenwoordigers van de bètawetenschappen binnen de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen het belang inzien van het Nederlands in de wetenschap. "Het Nederlands moet een volwaardige maatschappelijk functionele wetenschapstaai blijven en het stelselmatig en structureel vervangen door het Engels in het hoger onderwijs is voor iedereen onaanvaardbaar", is het standpunt van de organisatie. Von der Dunk vindt het een tjrpisch Nederlandse misvatting dat we met ons steenkolenengels zuUen meetellen voor studenten die kunnen kiezen uit Cambridge en Yale. De Engelstalige topstudent, waar alle Nederlandse universiteiten op azen, komt echt niet naar 'Harvard aan de Hunze', zoals hij het noemt, 'omdat men daar op bevel van hogerhand ook een woordje Engels brabbelt'. Het boek: Albert Oosterhof (red ), Nederlands in hoger onderwijs en wetenschap'^, Academia Press Gent, 190 bIz., 17 euro, is als bron gebruikt voor dit verhaal. Reageren"? Mail naar redactie@advalvas.vu.nl.
Scriptieprijs > De Geert Grote Prijs is een prijs voor de beste Nederlandstalige scriptie filosofie. > De prijs bestaat uit 2500 euro en publicatie van het werk. > Inzenden kan tot 1 mei. > Oisanisator van de prijs is de Geert Grote Alliantie, een vriendenvereniging van de Geert Grote Universiteit i.o., die zich sterk maakt voor de bevordering van de Nederlandse taal en cultuur. > Voor meer informatie, zie: www.geer^nt)tealliantie.nl. > VU-studenten filosofie mogen kiezen of ze hun scriptie in het Nederlands of het Engels schrijven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 30 augustus 2010
Ad Valvas | 476 Pagina's